Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24740 nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24740 nr. 3 |
Vastgesteld 19 juni 1996
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1, belast met het voorbereidend onderzoek van het onderhavige wetsvoorstel, heeft de eer van haar bevindingen verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen. De vragen en de daarop door de regering gegeven antwoorden zijn hierna afgedrukt. Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.
Artikel 01.01. Loonbijstelling
Er is sprake van doorwerking van de eerste aanvullende loonbijstelling 1995 en de verdeling van de loonbijstelling 1996. Deze laatste inclusief incidenteel 1997 en middelen in het kader van de herbezetting. Kan, per onderliggende maatregel, een meerjarige specificatie van de beide loonbijstellingstranches worden verstrekt? (blz. 2)
De specificatie is als volgt:
| 1996 | 1997 | 1998 | 1999 | 2000 | |
|---|---|---|---|---|---|
| – doorwerking 1e aanvullende loonbijstelling 1995 | 748 | 749 | 749 | 750 | 750 |
| – loonbijstelling 1996 | 907 | 2 348 | 1 640 | 1 138 | 23 |
| – incidenteel 1997 | 1 103 | 1 103 | 1 103 | 1 103 | |
| – middelen voor herbezetting | 622 | 622 | 621 | ||
| Totaal | 1 655 | 4 200 | 4 114 | 3 613 | 2 497 |
Wat zijn de totale wachtgelduitgaven van de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin? Wat zijn de uitgaven per Hoog College van Staat en bij het Kabinet der Koningin?
Om hoeveel personen gaat het bij de verschillende Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin? (blz.2)
Het aantal ambtelijke wachtgelders en de daarmee verbonden uitgaven is als volgt:
| College | Aantal wachtgelders op 01-06-1996 | Raming wachtgelduitgaven 1996 |
|---|---|---|
| – Eerste Kamer der Staten-Generaal | 3 | 273 |
| – Tweede Kamer der Staten-Generaal en Staten-Generaal Algemeen | 35 | 1 211 |
| – Raad van State | 49 | 898 |
| – Algemene Rekenkamer | 14 | 1 000 |
| – Nationale ombudsman | 7 | 350 |
| – Kanselarij der Nederlandse Orden | 0 | – |
| – Kabinet der Koningin | 4 | 246 |
| Totaal | 112 | 3 978 |
* Bij het aantal wachtgelders zijn ook post-actieven meegeteld die als gevolg van neveninkomsten (tijdelijk) geen uitkering krijgen.
Hoe verhouden de totale wachtgelduitgaven zich tot de totale loonsom van de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin? (blz. 2)
De personele uitgaven (exclusief bestuurlijke leiding en wachtgelduitgaven) van de colleges in 1996 worden geraamd op f 129,618 mln. De totale wachtgelduitgaven van de colleges in 1996 worden geraamd op f 3,978 mln.
Tegenover iedere f 32,5 voor personele uitgaven staat derhalve f 1,- voor wachtgelduitgaven, derhalve 3%.
Hoe verhoudt de ontwikkeling van het volume wachtgelders van de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin zich sinds 1990 tot het volume ww'ers in de marktsector? (blz. 2).
Over 1990 tot en met 1993 zijn op korte termijn geen gegevens over aantallen wachtgelders beschikbaar in verband met wijziging van het automatiseringssysteem bij DUO/USZO. Een vergelijking met de ontwikkeling van het aantal ww'ers in de marktsector is derhalve op dit moment niet mogelijk.
Was de verhoging van de wachtgelduitgaven bij de Eerste Kamer, de Tweede Kamer, de Raad van State en de Algemene Rekenkamer niet reeds voorzienbaar bij de voorbereiding van de begroting 1996? (blz. 2).
Ten aanzien van de Eerste Kamer waren deze uitgaven bij de voorbereiding van de ontwerp-begroting 1996 niet te voorzien, aangezien het uitgaven betreft die zich sinds december 1995 voordoen.
De hogere uitgaven van de Tweede Kamer, de Raad van State en de Algemene Rekenkamer traden ook al op in 1995. De Algemene Rekenkamer kon de hogere uitgaven in 1995 uit de eigen middelen financieren. Voor de Tweede Kamer en de Raad van State is in 1995 bij eerste suppletore begroting een incidentele verhoging van de middelen voor wachtgelduitgaven gerealiseerd.
Bij de Tweede Kamer is vervolgens eerst onderzocht of de wachtgelduitgaven een structureel karakter hebben alvorens te besluiten tot een structurele verhoging van de middelen. Inmiddels heeft de Tweede Kamer aangegeven dat dit effect aanwezig is.
Voor de Raad van State en de Algemene Rekenkamer geldt dat deze colleges hebben aangegeven de hogere uitgaven thans niet te kunnen financieren uit de beschikbare middelen. Op basis van dat gegeven is het wachtgeldbudget van deze colleges nu verhoogd.
Artikel 01.02 Prijsbijstelling
In het kader van de vaststelling van de Raming voor 1996 heeft het Presidium zich, in afwijking van de opvatting van het kabinet, bij brief van 3 mei 1995 (kamerstukken II 1994/95, 24 143, nr. 10) op het standpunt gesteld dat de prijsbijstellingstaakstelling niet in de Raming zou worden verwerkt. In de toelichting op paragraaf 3 van de begroting van Hoofdstuk II voor 1996 (kamerstukken II 1995/96, 24 400, nr. 2, blz. 13) wordt genoemde opvatting gememoreerd.
In de Miljoenennota 1996 (blz. 39) wordt evenwel gewag gemaakt van de omstandigheid dat de ten opzichte van de Miljoenennota 1995 meevallende prijsmutaties in 1995 en 1996 zouden worden verwerkt in de prijsbijstelling 1996. Is dientengevolge de eerdergenoemde prijsbijstellingstaakstelling alsnog verwerkt in de aan de begroting van de Tweede Kamer toegedeelde prijsbijstelling 1996? (blz. 3)
Ja, op dit punt is ten aanzien van de Tweede Kamer niet afgeweken van de rijksbreed gehanteerde beleidslijn.
Artikel 03.03. Pensioenen en uitkeringen aan de oud-leden van de Tweede Kamer
Zoals aangegeven in de toelichting op blz. 6, is sprake van een autonome verhoging met structureel f 1 mln. als gevolg van een gebleken hoger niveau van, met name, wachtgelden. Kan tegen die achtergrond worden aangegeven op grond waarvan de loonbijstelling 1996 – in tegenstelling tot de opwaartse bijstelling bij loongevoelige artikelen – op dit artikel het effect heeft van een verlaging met f 0,139 mln? (blz. 6 en 7)
De negatieve loonbijstelling hangt samen met de verlaging met de overhevelingstoeslag met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 03.04. Personeel en materieel (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
Het valt op dat de overboeking in het kader van het wetsvoorstel privatisering RBB van het ministerie naar de onderscheiden Colleges, een incidenteel karakter kent. Wat is de ratio van deze lijn nu het wetsvoorstel privatisering RBB inmiddels is aanvaard door de Eerste Kamer? (blz. 8)
Rijksbreed wordt de lijn gehanteerd dat dergelijke overboekingen meerjarig in de begrotingen worden verwerkt nadat een overeenkomst is gesloten van minimaal 3 jaar. Met de colleges zijn dergelijke overeenkomsten niet afgesloten.
Derhalve zijn voor de colleges vooralsnog uitsluitend de middelen voor 1996 overgeboekt. De middelen voor de jaren vanaf 1997 worden nog geraamd op de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Argument hiervoor is dat dit ministerie geconfronteerd wordt met wachtgelduitgaven indien er onverhoopt geen overeenkomsten tot stand zouden komen en de RBB als gevolg daarvan medewerkers zou moeten ontslaan.
Personele uitgaven Raad van State
Was de verhoging van de personele uitgaven van de Raad van State niet reeds voorzienbaar bij de voorbereiding van de begroting 1996? (blz. 13).
In de zomer van 1995 is door de Vice-President van de Raad van State gewezen op de ontoereikendheid van de personele middelen. Er is toen afgesproken om de reeds voorziene evaluatie in het kader van de eerste fase van de herziening rechterlijke organisatie, voor zover het de Raad van State betreft, vroeger te laten starten opdat deze begin 1996 zou kunnen worden afgerond en besluitvorming zou kunnen plaatsvinden in het kader van de voorbereiding van de eerste suppletore begroting 1996. Deze afspraak is vastgelegd in de toelichting op de ontwerp-begroting 1996 (kamerstukken II, 1995–1996, 24 400 hoofdstuk II, nr. 2, p. 23).
Zal het nieuwe systeem voor de registratie instroom en voortgang van bestuursrechtelijke zaken door de opstelling van het kabinet niet worden ingevoerd en welke gevolgen heeft dat? (blz. 14)
Over dit onderwerp voer ik binnenkort overleg met de Vice-President van de Raad van State. Vooralsnog ga ik er vanuit dat eventuele vervanging van het systeem binnen het beschikbare budget bij de Raad van State opgevangen moet kunnen worden.
Waar is de f 0,1 mln voor de opening van de recent gerenoveerde raadszaal aan besteed? (blz. 14)
Dit bedrag is besteed aan feestelijke activiteiten in verband met de opening.
Via welke weg zal het kabinet middelen vrijmaken, indien de Nationale ombudsman in het overleg van september a.s. de minister zal weten te overtuigen van de behoefte aan toekenning van formatieplaatsen en middelen op basis van een vol jaar? Waarom wordt het budget niet reeds in onderhavige suppletoire begroting verhoogd? (p. 18).
De formatie van de Nationale ombudsman is structureel verhoogd met 5 fte vanaf 1996. Aangezien de besluitvorming eind april van dit jaar heeft plaatsgevonden, zijn voor 1996 middelen toegevoegd voor een half jaar. Achtergrond daarvan is dat er enige tijd overheen gaat voor de nieuwe medewerkers ook daadwerkelijk in dienst treden bij het Bureau Nationale ombudsman. Het betreft niet een taak die op korte termijn aan uitzendkrachten kan worden overgelaten. Ik zag en zie derhalve geen aanleiding om voor 1996 personele middelen voor een volledig jaar ter beschikking te stellen.
Samenstelling: Leden: Van Erp (VVD), V. A. M. van der Burg (CDA), Te Veldhuis (VVD), Van der Heijden (CDA), De Cloe (PvdA), voorzitter, Janmaat (CD), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Apostolou (PvdA), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Remkes (VVD), Gabor (CDA), Koekkoek (CDA), Nijpels-Hezemans (Groep Nijpels), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Hoekema (D66), Essers (VVD), Dittrich (D66), Dijksman (PvdA), De Graaf (D66), Cornielje (VVD), Rouvoet (RPF), Rehwinkel (PvdA).
Plv. leden: Korthals (VVD), Dankers (CDA), Van Hoof (VVD), Bijleveld-Schouten (CDA), Liemburg (PvdA), Poppe (SP), Schutte (GPV), Jeekel (D66), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Vreeman (PvdA), Verhagen (CDA), Van der Stoel (VVD), Mateman (CDA), Mulder-van Dam (CDA), Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Van Boxtel (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Assen (CDA), M. M. van der Burg (PvdA), Bakker (D66), Klein Molekamp (VVD), Leerkes (U55+), Van Oven (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24740-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.