24 727
Voorjaarsnota 1996

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 30 mei 1996

1. Inleiding

In de Voorjaarsnota 1996 wordt een overzicht gegeven van de uitvoering van de Rijksbegroting 1996. In deze brief wordt aansluitend een overzicht gegeven van de uitgavenontwikkeling sociale zekerheid in 1996. Het betreft een beeld waarin de sociale zekerheidsuitgaven gefinancierd uit zowel rijksmiddelen als premies (fondsen) zijn opgenomen. Tevens wordt een partieel middellange-termijn beeld geschetst, waarin de meerjarige doorwerking van alleen de beleidsmatige bijstellingen in 1996 wordt weergegeven.

2. De uitgavenontwikkeling in 1996

Ten opzichte van het beeld dat is opgenomen in de Sociale Nota 1996 dient naar de huidige inzichten de uitgavenraming sociale zekerheid voor 1996 met circa 0,6 miljard opwaarts te worden bijgesteld.

In onderstaande tabel zijn de oorzaken van deze ramingsbijstellingen weergegeven.

Tabel 1. De bijstellingen in de sociale zekerheid 1996 ten opzichte van de Sociale Nota 1996; in miljarden guldens

 1996
Uitgaven conform Sociale Nota 199698,7
  
Mee- en tegenvallers:  
– Volume0,4
– Nominaal– 0,5
– Overig0,1
Beleidsmatige mutaties0,3
Niet relevantie mutaties0,3
Totaal0,6
  
Uitgaven conform Voorjaarsbrief 199699,3

Ter toelichting op bovenstaande tabel kan het volgende worden opgemerkt:

– Het aantal uitkeringsgerechtigden met een werkloosheidsuitkering (WW) is ten opzichte van de Sociale Nota 1996 naar boven bijgesteld. Ook het aantal JWG-plaatsen is opwaarts aangepast. Daartegenover staat dat het aantal personen met een bijstandsuitkering of IOAW-uitkering neerwaarts is bijgesteld. Per saldo leiden deze volumemutaties tot meeruitgaven van ongeveer 0,4 miljard in 1996. Daartegenover staat het gegeven dat de volumeraming AAW/WAO thans nog is gebaseerd op behoedzame uitgangspunten. In een latere fase van de begrotingsvoorbereiding kunnen meevallers zichtbaar worden. Dit effect kan worden ingeschat op 0,5 miljard, zodat het totaal van volumemutaties naar verwachting beperkt kan blijven.

– Voor 1996 is de nominale bijstelling van de uitkeringen berekend op per saldo circa –0,5 miljard. Deze wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een meevallende ontwikkeling in het gemiddelde uitkeringsniveau van de werkloosheidsregelingen. Daar staat een beperkte stijging van het gemiddelde uitkeringsniveau in de arbeidsongeschiktheidsregelingen en de Ziektewet tegenover.

– Bij de overige ramingsbijstellingen is een tegenvaller ingeboekt van 0,1 miljard. Het betreft met name bijstellingen in de administratiekosten van een aantal regelingen, onder meer de werkloosheidsregelingen.

– De beleidsmatige mutaties betreffen onder andere de effecten van het uitstel van invoering van maatregelen (ZW/Wulbz, ANW en Wet Administratieve boeten). Daarnaast is een aantal maatregelen gewijzigd. Het betreft onder andere de ANW (amendement Kalsbeek) en de AOW; bij Nota van Wijziging van 16 november jl. zijn onder andere de bestaande AOW-rechten van bloedverwanten in de tweede graad ongewijzigd gehandhaafd. Ten slotte is een aantal nieuwe voorstellen verwerkt, zoals de maatregel inzake beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschikt- heidscriteria (BIA), de WVG-vervoersvoorziening voor personen in inrichtingen en de Regeling experiment marktverruiming schoonmaak-branche.

– Ten slotte zijn in tabel 1 mutaties opgenomen, die niet relevant zijn voor het uitgaven-kader sociale zekerheid. Het betreft voornamelijk een verschuiving tussen uitgaven-categorieën; namelijk van de Ziektewet-uitgaven buiten de sociale zekerheidssector naar binnen de budgetdisciplinesector. Met deze aanpassing sluit de uitgavenraming aan bij de laatste inzichten van de Nationale Rekeningen van het CBS.

Per saldo blijven de thans geraamde uitgaven sociale zekerheid in 1996 ruim 1 miljard onder de ijklijn sociale zekerheid1. In de Sociale Nota 1996 was de onderschrijding ongeveer 0,9 miljard.

3. Het partiële middellange-termijn beeld

Thans kan nog geen informatie worden verstrekt over het integrale middellange-termijn beeld. Enerzijds omdat de begrotingsvoorbereiding 1997 nog niet is afgerond. Anderzijds omdat in het integrale middellange-termijn beeld nog de komende MEV 1997 zal moeten worden verwerkt. In de Sociale Nota 1997 zal een integrale meerjarige doorwerking worden gepresenteerd.

Voor een aantal bijstellingen in 1996, die losstaan van de macro-economische ontwikkelingen, kan thans al wel een meerjarige doorwerking worden gepresenteerd. Het betreft de beleidsmatige aanpassingen, zoals onder meer de effecten van de uitgestelde invoeringsdatum van enkele maatregelen. In onderstaande tabel is dit partiële beeld weergegeven.

Omdat de geschetste ontwikkeling van de uitgaven in 1997 en latere jaren een partieel beeld betreft kunnen over de toetsing aan de ijklijn thans nog geen uitspraken worden gedaan.

Tabel 2. Een partieel overzicht van de meerjarige doorwerking van bijstellingen 1996, ten opzichte van de Sociale Nota 1996; in miljarden guldens

 19961997199819992000
Mee- en tegenvallers:      
– Volume0,4     
– Nominaal– 0,5    
– Overig0,1     
Beleidsmatige mutaties0,30,30,20,10,1
Niet relevantie mutaties0,3    
Totaal0,6    

De beleidsmatige mutaties leiden ook op middellange termijn tot een opwaartse bijstelling van de sociale zekerheidsuitgaven. Omdat de beleidsmatige mutaties voor een belangrijk deel effecten zijn van het uitstel van invoering van maatregelen neemt de omvang van de mutaties in de loop van de tijd af.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

R. L. O. Linschoten


XNoot
1

De hoger dan geraamde prijs-ontwikkeling van het BBP in 1995 en 1996 heeft tot een ophoging van het uitgavenkader 1996 geleid van 0,6 miljard.

Naar boven