24 727
Voorjaarsnota 1996

nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 mei 1996

1. Inleiding

In deze Voorjaarsnota wordt een overzicht gegeven van de uitvoering van de Rijksbegroting 19961 . Zoveel mogelijk gelijktijdig met de Voorjaarsnota worden de hiermee samenhangende suppletore begrotingswetsvoorstellen bij de Staten-Generaal ingediend. Voorts wordt ingegaan op de ontwikkeling van de netto-uitgaven Sociale Zekerheid en Zorg die worden gefinancierd uit de sociale fondsen. Voor nadere informatie hieromtrent wordt verwezen naar de Voorjaarsbrieven Sociale Zekerheid en Zorg. Voor de macro-economische veronderstellingen is de prognose uit het Centraal Economisch Plan 1996 als uitgangspunt genomen.

2. Samenvatting

Naar het zich thans laat aanzien, zullen de netto-uitgaven vallend onder de budgetdisciplinesector Rijksbegroting in enge zin dit jaar 2,1 miljard onder de hiervoor gestelde ijklijn blijven. De netto-uitgaven Sociale Zekerheid zullen het uitgavenkader in 1996 1,2 miljard onderschrijden. De netto-uitgaven Zorg laten in 1996 een overschrijding van het reële uitgavenkader zien van 0,4 miljard.

De lagere economische groei in 1995 en 1996 leidt tot fors lagere belastingontvangsten. Het beleidsrelevante financieringstekort van het Rijk 1996 komt hierdoor maar net (0,1%-punt BBP) onder de plafondwaarde van 3,3% BBP uit. Hierbij zij bedacht dat er sprake is van neerwaartse macro-economische risico's (met name in de sfeer van de belastingontvangsten) als gevolg van een eventueel minder snel conjunctuurherstel in West-Europa dan waarmee thans rekening is gehouden.

In het Centraal Economisch Plan 1996 houdt het Centraal Planbureau in de zogenoemde onzekerheidsvariant rekening met een ½%-punt lagere groei in 1996. Het gevolg hiervan zou een stijging van het beleidsrelevante financieringstekort 1996 met 0,1%-punt BBP zijn. Hiermee zou het tekort op de plafondwaarde uitkomen.

Gegeven de beperkte tekortmarge en genoemde risico's is het, ter voorkoming van eventuele tekortproblematiek later dit jaar, van belang dat aan de onderschrijding van het uitgavenkader wordt vastgehouden.

3.1 De netto-uitgavenontwikkeling van de collectieve sector

In de onderstaande tabel wordt de netto-uitgavenontwikkeling van de collectieve sector in 1996 weergegeven.

Tabel 3.1 De netto-uitgavenontwikkeling van de collectieve sector in 1996 (in miljarden; – = minder netto-uitgaven; door afrondingen kan de som der componenten afwijken van het totaal)

 Rijksbegroting in enge zinSociale ZekerheidZorgsector(Budgettair Kader Zorg)
1. Netto-uitgaven Miljoenennota 1996151,598,746,5(53,9)
2. Mutaties–1,10,60,7(0,8)
3. Netto-uitgaven Voorjaarsnota 1996150,499,347,2(54,7)
4. Uitgavenkader 1996 in lopende prijzen152,5100,546,8(54,3)
5. Confrontatie netto-uitgaven met uitgavenkader– 2,1– 1,20,4(0,4)
– wv. onderschrijding t.t.v. de Miljoenennota 1996– 0,1– 0,90,0(0,0)
– wv. mutaties sedert Miljoenennota 1996 (regel 2)– 1,10,60,7(0,8)
– wv. actualisatie van het uitgavenkader– 0,9– 0,9– 0,3(–0,3)

Onder- danwel overschrijding van het uitgavenkader (regel 5) wordt veroorzaakt door drie factoren: onder- of overschrijdingen van het uitgavenkader ten tijde van de jongste Miljoenennota, netto-uitgavenmutaties sinds die Miljoenennota en tot slot actualisering van het uitgavenkader.

Ten tijde van de Miljoenennota 1996 was er bij de netto-uitgaven Rijksbegroting in enge zin en de netto-uitgaven Sociale Zekerheid reeds sprake van onderschrijdingen van het uitgavenkader van respectievelijk 0,1 en 0,9 miljard. De netto-uitgaven Zorg waren destijds gelijk aan het uitgavenkader. Sinds de Miljoenennota 1996 zijn de netto-uitgaven Rijksbegroting in enge zin 1,1 miljard neerwaarts bijgesteld. De netto-uitgaven Sociale Zekerheid en Zorg zijn sedertdien met respectievelijk 0,6 miljard en 0,7 miljard verhoogd. Als gevolg van mutaties in de prijsontwikkeling van het BBP in 1995 en 1996 zijn de uitgavenkaders Rijksbegroting in enge zin, Sociale Zekerheid en Zorg met respectievelijk 0,9 miljard, 0,6 miljard en 0,3 miljard verhoogd. Bij het uitgavenkader Sociale Zekerheid heeft sinds de Miljoenennota 1996 voorts een statistische bijstelling plaatsgevonden van 0,3 miljard. In totaal bedraagt de verhoging van het uitgavenkader Sociale Zekerheid als gevolg van actualisering derhalve 0,9 miljard.

Ter informatie wordt in de onderstaande tabel ook de netto-uitgavenontwikkeling van de collectieve sector in 1995 weergegeven.

Tabel 3.2 De netto-uitgavenontwikkeling van de collectieve sector in 1995 (in miljarden; – = minder netto-uitgaven; door afrondingen kan de som der componenten afwijken van het totaal)

 Rijksbegroting in enge zinSociale ZekerheidZorgsector(Budgettair Kader Zorg)
1. Netto-uitgaven Miljoenennota 1996149,397,047,8(53,1)
2. Mutaties–1,5–0,40,6(0,7)
3. Voorlopige realisatiecijfers 1995147,896,648,4(53,8)
4. Uitgavenkader 1995 in lopende prijzen149,398,247,3(52,5)
5. Confrontatie voorlopige realisatiecijfers met uitgavenkader– 1,5– 1,61,1(1,2)
– wv. onderschrijding t.t.v. de Miljoenennota 19960,0– 0,90,5(0,5)
– wv. mutaties sedert Miljoenennota 1996 (regel 2)– 1,5– 0,40,6(0,7)
– wv. statistische bijstelling van het uitgavenkader0,0– 0,30,0(0,0)

Uit de tabel kan worden opgemaakt dat het voorlopige realisatiecijfer 1995 van de netto-uitgaven Rijksbegroting in enge zin de ijklijn 1,5 miljard onderschrijdt. De netto-uitgaven Sociale Zekerheid 1995 blijven volgens de meest recente inzichten 1,6 miljard onder de daarvoor gestelde ijklijn. De netto-uitgaven Zorg overschrijden het betreffende uitgavenkader in 1995 waarschijnlijk met 1,1 miljard. Over de mutaties in de begrotingsgefinancierde netto-uitgaven is het parlement reeds geïnformeerd door middel van de Najaarsnota 1995 en de Voorlopige Rekening 1995. De informatie over de premiegefinancierde uitgaven is afkomstig van de sociale fondsen en kan nog wijziging ondergaan. Over de definitieve realisatie van de premiegefinancierde netto-uitgaven wordt het parlement geïnformeerd in de komende Miljoenennota.

3.2 De netto uitgaven Rijksbegroting in enge zin

De netto-uitgaven vallend onder de budgetdisciplinesector Rijksbegroting in enge zin 1996 zijn sedert de Miljoenennota 1996 met circa 1,1 miljard neerwaarts bijgesteld. Mede als gevolg hiervan wordt het geactualiseerde uitgavenkader met 2,1 miljard onderschreden.

De bijstellingen worden toegelicht in bijlage 3; de verticale toelichting. Deze verticale toelichting bevat per begroting een overzicht van de mutaties ten opzichte van de Miljoenennota 1996. Meer informatie wordt gegeven in de memories van toelichting bij de eerste suppletore begrotingswetsvoorstellen die zoveel mogelijk gelijktijdig met de Voorjaarsnota naar de Staten-Generaal worden gezonden. Onderstaand worden de belangrijkste bijstellingen toegelicht.

Tabel 3.3 Mutaties in de netto-uitgaven Rijksbegroting in enge zin (in miljoenen; «–» is tekortverlagend)

Beleidsmatige mutaties 
– Justitie; maximale benutting celcapaciteit60
  
– Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; onderwijsassistenten100
– Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; kwaliteitsbeleid onderwijs50
– Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; kwaliteit en studeerbaarheid66
– Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; wachtgelden100
  
– Financiën; fraudebestrijdingsplan66
– Financiën; speciale EG-rekeningen EIB– 80
  
– Defensie; toevoeging onderschrijding vredesoperaties 199552
– Defensie; aanschaf en versnelde betaling van Fokkervliegtuigen160
  
– Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; intensiveringen IHS100
– Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; bijdrage mest-beleid– 70
  
– Rijksgebouwendienst; omzetting lease- en huurcontracten102
  
– Verkeer en Waterstaat; grondverkoop– 51
  
– Economische Zaken; gevolgen surséance Fokker361
  
– Ontwikkelingssamenwerking; Europees Ontwikkelingsfonds– 159
  
Mee- en tegenvallers 
– Financiën; exportkredietverzekerings- en investeringsgaranties– 275
  
– Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; IHS– 35
  
– Economische Zaken; dividendderving DSM90
  
Macro-mutaties 
– Buitenlandse Zaken; vierde eigen middel– 815
  
– Economische Zaken; gasbaten buitenland (niet FES)– 299
  
– Aanvullende posten; afdrachten aan Europese Unie186
  
– Aanvullende posten; accres gemeentefonds– 136

In de begrotingsuitvoering 1996 heeft een aantal mutaties van beleidsmatige aard plaatsgevonden. De belangrijkste daarvan waren reeds bij het parlement bekend.

Op de begroting van het ministerie van Justitie waren tot en met 1995 (in het kader van een maximale benutting van de celcapaciteit) middelen opgenomen voor noodmaatregelen ter voorkoming van heenzendingen. In 1996 worden deze maatregelen voortgezet. De Justitie-begroting wordt hiervoor met 60 miljoen verhoogd.

Op de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt jaarlijks 100 miljoen uitgetrokken ten behoeve van een impuls in het basisonderwijs. Dit met het oog op het aanstellen van onderwijsassistenten. De minister van OC&W heeft de Tweede Kamer hiervan in oktober 1995 reeds op de hoogte gesteld1 .

Voorts wordt 50 miljoen beschikbaar gesteld voor kwaliteitsverbetering in de onderwijssector en 66 miljoen voor investeringen in kwaliteit en studeerbaarheid. De laatste mutatie kent een intertemporele compensatie voor hetzelfde bedrag in 1998.

De realisatie van de wachtgelduitgaven op de begroting van het ministerie van OC&W lag in 1995 aanzienlijk boven de oorspronkelijke raming. Deze tegenvaller werkt door naar latere jaren. Voor 1996 is de wachtgeldraming met 100 miljoen verhoogd. De meerjarige verwerking zal bij Miljoenennota 1997 plaatsvinden. De minister van OC&W heeft, door middel van budgettering van de beschikbare bedragen per 1 januari 1997, maatregelen getroffen om overschrijdingen in de toekomst te voorkomen.

De staatssecretaris van Financiën zal binnenkort een nota naar de Tweede Kamer zenden inzake nadere maatregelen ter intensivering van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de belasting- en douanewetgeving. Deze intensivering vraagt in 1996 66 miljoen aan investeringen in personele en materiële voorzieningen.

Op de speciale EG-rekening bij de Europese Investeringsbank (de EIB) worden de aflossing en interest op de uit het Europees Ontwikkelingsfonds en door de EIB beheerde concessionele leningen geplaatst. De saldi op deze rekening komen toe aan de lidstaten, naar rato van hun bijdrage aan de verschillende fondsen. De deelnemende landen kunnen hun aandeel opvragen. Nederland heeft onlangs 80 miljoen van zijn tegoeden opgevraagd. Dit bedrag wordt verantwoord op de begroting van het ministerie van Financiën.

Aan de Defensie-begroting wordt in 1996 52 miljoen toegevoegd ten behoeve van vredesoperaties. Het betreft onbesteed gebleven gelden uit 1995. Dit met name als gevolg van het terugtreden van UNFROFOR uit Sebrenica waar eind 1995 nog maar één compagnie in plaats van één bataljon van Dutchbat aanwezig was. Er wordt in 1996 160 miljoen extra uitgegeven voor de aanschaf en versnelde betaling van Fokkervliegtuigen. De mutatie vloeit allereerst voort uit een vervroegde betaling aan Fokker voor vier reeds eerder bestelde Fokker F-60 toestellen. De wijziging wordt verder veroorzaakt door de behoefte van de Koninklijke Luchtmacht aan een versnelde aanschaf van twee Fokker F-50 toestellen.

Op de begroting van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vindt meerjarig een intensivering plaats bij de uitgaven in het kader van de Individuele Huursubsidie. Hierin zijn de hogere uitgaven als gevolg van het nieuwe IHS-stelsel dat in 1997 zal worden ingevoerd alsmede het saldo van de Regeerakkoordtaakstellingen voor de IHS (en de invulling daarvan) begrepen. In 1996 is met dit laatste 100 miljoen gemoeid. De verlaging van de VROM-begroting met 70 miljoen vloeit voort uit de nota over het Mest- en Ammoniakbeleid1 naar aanleiding waarvan werd afgesproken dat het ministerie van VROM een bijdrage zou leveren.

In december 1995 en januari 1996 zijn diverse lease- en huurcontracten omgezet in à fonds perdu-financiering. Dit conform het vigerend beleid om dergelijke financieringscontracten om te zetten in koop, wanneer dat doelmatig is. Voor de omzetting is 102 miljoen toegevoegd aan begroting van de Rijksgebouwendienst. De afkoop leidt in latere jaren tot structurele besparingen.

Uit hoofde van voorgenomen grondaankopen door de gemeenten Almere en Zeewolde en voorgenomen verkopen van grond en gebouwen aan pachters wordt op de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat rekening gehouden met een nog niet geraamde opbrengst van 51 miljoen.

Op de begroting van het ministerie van Economische Zaken treedt door de surséance van Koninklijke Fokker NV een tegenvaller op van 361 miljoen. Dit bedrag is het saldo van de effectuering van in het verleden afgegeven garanties op bankleningen (384 miljoen) en een ten gevolge van de surséance lagere aanschafprijs van Fokker-toestellen voor het ministerie van Defensie (23 miljoen).

De commissie van de Europese Unie heeft aangekondigd in 1996 minder voor het Europees Ontwikkelingsfonds op te vragen dan aanvankelijk was voorzien. Dit leidt tot een verlaging van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking van 159 miljoen. Tegenover deze verlaging staan diverse verhogingen op andere posten. Per saldo is er bij de uitgaven voor Ontwikkelingssamenwerking ten opzichte van de Miljoenennota 1996 sprake van een neerwaartse bijstelling van 6 miljoen.

In 1996 treden op diverse begrotingen mee- en tegenvallers op. De grootste worden kort genoemd.

De neerwaartse bijstelling van de netto-uitgaven Exportverzekerings- en investeringsgaranties op de begroting van het ministerie van Financiën van 275 miljoen betreft een saldo van lagere uitgaven (110 miljoen) en hogere ontvangsten (165 miljoen). De ramingsbijstelling is gebaseerd op de huidige inzichten inzake middellange schades en het aanhoudende goede (terug)betalingsgedrag van schuldenlanden.

Op de begroting van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer treedt onder meer een meevaller op bij de uitgaven in het kader van de Individuele Huursubsidie. In 1996 bedraagt de meevaller 35 miljoen. De meevaller betreft de effecten van een lagere huurontwikkeling, de voortzetting van een positieve inkomensontwikkeling van huurders van 65 jaar en ouder en de doorwerking van de voor de IHS gunstige ontwikkelingen in de Sociale Zekerheid. Deze effecten zijn opgenomen in de beleidsbrief IHS (die op 17 november jongstleden naar de Tweede Kamer is gezonden1 ) en moeten worden gezien in relatie tot de hogere uitgaven van het voorgestelde nieuwe IHS-stelsel.

Begin dit jaar heeft de Staat der Nederlanden zijn DSM-aandelen verkocht. In paragraaf 3.5 van deze nota wordt nader op de aanwending van deze opbrengst ingegaan. Als gevolg van de verkoop treedt op de EZ-begroting in 1996 een dividendderving op van 90 miljoen. In latere jaren bedraagt de tegenvaller 70 miljoen. Tegenover de dividendderving staat een rente-meevaller op de begroting voor Nationale Schuld (deze is niet afzonderlijk zichtbaar).

De belangrijkste wijzigingen bij de door macro-economische ontwikkelingen bepaalde posten treden op bij de afdrachten aan de Europese Unie, de gasbaten en het Gemeente- en Provinciefonds.

De afdrachten van Nederland aan de Europese Unie vertonen in 1996 een meevaller van 629 miljoen. De meevaller betreft een saldo van een lagere BNP-afdracht op de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken (ad 815 miljoen) en een hogere afdracht van invoerrechten en BTW-opbrengsten (ad 186 miljoen). De mutatie is met name het gevolg van onderuitputting op de EU-begroting in 1995.

De raming van de aardgasbaten-buitenland (niet FES) is met 299 miljoen opwaarts bijgesteld. De meevaller is toe te schrijven aan het koude weer van de laatste maanden in Europa en aan nabetalingen door buitenlandse afnemers uit hoofde van de in 1995 afgeronde heronderhandelingen.

Als gevolg van de koppelingssystematiek voor het Gemeente- en Provinciefonds (die inhoudt dat de uitgaven van de desbetreffende fondsen gelijke tred dienen te houden met de gecorrigeerde netto-rijksuitgaven) treedt een meevaller op. Deze vloeit in hoofdzaak voort uit de nacalculatie over 1995 en zal gespreid over de jaren 1996 tot en met 1998 verwerkt worden in de bijdrage aan beide fondsen. In 1996 bedraagt de meevaller 124 miljoen.

Door diverse ministeries wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot intertemporele compensatie. Per saldo wordt het budgettaire beeld 1996 hierdoor met circa 680 miljoen ontlast. In de meerjarencijfers vindt er spiegelbeeldig een belasting van het beeld plaats. Deze belasting wordt betrokken bij de begrotingsvoorbereiding 1997, waarover het parlement in de komende Miljoenennota wordt geïnformeerd.

In de eerste suppletore begrotingswetsvoorstellen 1996 vindt ten slotte ook de verwerking plaats van de eindejaarsmarge 1995/1996: de mogelijkheid om (tot een bepaald maximum) onderuitputting uit 1995 aan te wenden in 1996, respectievelijk de begroting 1995 te overschrijden met een compenserende uitgavenverlaging in 1996. Inclusief de bandbreedtesystematiek voor Ontwikkelingssamenwerking is hiermee per saldo een verhoging van de begrotingen 1996 gemoeid van 517 miljoen1 . In bijlage 3 wordt, door middel van een tabel, een overzicht gegeven van de mutaties uit hoofde van de eindejaarsmarge.

3.3 De ontwikkeling van de netto uitgaven Sociale Zekerheid

De raming van de netto-uitgaven vallend onder de budgetdisciplinesector Sociale Zekerheid 1996 is sedert de Miljoenennota 1996/de Sociale Nota 1996 per saldo met 0,6 miljard opwaarts bijgesteld. De netto-uitgaven Sociale Zekerheid blijven in 1996 1,2 miljard onder het geactualiseerde uitgavenplafond.

Voor een overzicht van de mutaties in de Sociale Zekerheid wordt verwezen naar de «Voorjaarsbrief Sociale Zekerheid» die gelijktijdig met deze Voorjaarsnota naar de Staten-Generaal wordt gezonden.

3.4 De ontwikkeling van de netto-uitgaven Zorgsector

De netto-uitgaven vallend onder de ijklijn Zorg 1996 zijn ten opzichte van de Miljoenennota 1996/het Financieel Overzicht Zorg 1996 met circa 0,7 miljard opwaarts bijgesteld. Het geactualiseerde uitgavenplafond van de budgetdisciplinesector Zorg wordt in 1996 met 0,4 miljard overschreden.

Het is niet goed mogelijk om in de Zorgsector nog reële maatregelen te treffen die dit jaar bijdragen aan het oplossen van de overschrijding 1996.

De structurele doorwerking van de mutaties wordt betrokken bij de begrotingsvoorbereiding 1997. Het beleid is erop gericht zodanige maatregelen te nemen dat overschrijdingen in 1997 en latere jaren worden voorkomen.

Voor een overzicht van de mutaties in de Zorgsector wordt verwezen naar de «Voorjaarsbrief Zorg» die gelijktijdig met deze Voorjaarsnota naar de Staten-Generaal wordt gezonden.

3.5 Mutaties in de niet budgetdisciplinerelevante netto-uitgaven

Naast bovengenoemde veranderingen in de budgetdisciplinerelevante netto-uitgaven hebben zich sedert de Miljoenennota 1996 ook mutaties voorgedaan in de netto-uitgaven die als niet-budgetdisciplinerelevant worden aangemerkt. Ook deze mutaties2 worden in bijlage 3 van deze nota en de eerste suppletore begrotingswetsvoorstellen 1996 toegelicht.

In de eerste plaats wordt gewezen op de mutatie in de winstafdracht DNB op de begroting van het ministerie van Financiën. De winstafdracht laat in 1996 een meevaller zien van 225 miljoen. In latere jaren is sprake van tegenvallers. De winstafdracht DNB laat sterk wisselende bedragen zien (zowel van ramingsmoment op ramingsmoment als van jaar op jaar). Om deze reden worden de desbetreffende mutaties voortaan net zo behandeld als die bij de belastinginkomsten en de gasbaten-binnenland. Hiermee zijn mutaties in de winstafdracht DNB niet langer relevant voor het uitgavenkader (maar wel voor het beleidsrelevante financieringstekort).

In de Voorjaarsnota is tevens de opbrengst van 1721 miljoen verwerkt uit de verkoop van DSM-aandelen. Een bedrag van 1488 miljoen wordt gestort in het Fonds Economische Structuurversterking (het FES). Daar was meerjarig gezien nog sprake van zo'n bedrag aan ongedekte uitgaven in verband met het restant van de Investeringsimpuls uit de Voorjaarsnota 1993. Uiteindelijk dient die Investeringsimpuls te worden gefinancierd uit de zogenoemde Common-Areabaten, vooralsnog is er sprake van voorfinanciering met ontvangsten uit de verkoop van staatsdeelnemingen. Omdat tegenover de toevoeging aan het FES geen nieuwe uitgaven staan, komt de storting in het FES neer op indirecte schuldreductie. Het restant van de DSM-opbrengst van 233 miljoen wordt direct ten gunste van de schuld gebracht.

4. De belastingontvangsten

De raming van de belastingopbrengst 1996 bedraagt naar huidige inzichten 157,6 miljard. Ten opzichte van de raming in de Miljoenennota 1996 betekent dit een neerwaartse bijstelling van 2,3 miljard. Deze daling is de som van bijstellingen uit hoofde van autonome mutaties (in totaal –0,8 miljard, waarvan –0,7 miljard als gevolg van een nabetaling aan de sociale fondsen) en macro-economische bijstellingen (in totaal –1,5 miljard) voortvloeiend uit de actuele macro-economische inzichten uit het Centraal Economisch Plan 19961 . De laatste bijstelling is met inbegrip van de doorwerking van de realisatie 1995, zoals toegelicht in de Voorlopige Rekening 1995 (van –0,5 miljard).

Overeenkomstig de mededeling gedaan tijdens het Algemeen Overleg over de Voorlopige Rekening 1995 (op 24 april jongstleden), wordt de ontwikkeling van de heffingsgrondslag nader geanalyseerd. Het parlement wordt hierover in de komende Miljoenennota geïnformeerd.

Tabel 4.1 geeft een overzicht van de mutaties bij de afzonderlijke belastingsoorten. Daarbij worden de mutaties onderverdeeld in de autonome en de macro-component. In de volgende subparagrafen worden de mutaties nader toegelicht.

Tabel 4.1 Mutaties raming belastingopbrengst 1996 t.o.v. Miljoenennota 1996 (in miljarden)

 Bijstellingen 1996 naar delen
 totaalautonoommacro
Kostprijsverhogende belastingen–0,10,2–0,3
wv invoerrechten0,20,00,2
wv omzetbelasting–0,1–0,10,0
wv accijnzen–0,20,0–0,2
wv wbm0,10,00,1
wv belastingen van rechtsverkeer–0,20,0–0,2
wv MRB0,20,3–0,1
wv overig0,00,00,0
    
Belastingen op inkomen, winst en vermogen–2,2–1,0–1,3
wv inkomstenbelasting–0,9–0,1–0,8
wv loonbelasting–1,3–0,8–0,5
wv vennootschapsbelasting0,10,00,1
wv successierechten–0,10,0–0,1
wv overig20,00,00,0
Totaal–2,3–0,8–1,5

2Inclusief de niet nader toe te rekenen belastingontvangsten.

4.1 Autonome mutaties

De verwachte belastingopbrengst is, ten opzichte van de raming uit de Miljoenennota 1996, met 0,8 miljard neerwaarts bijgesteld uit hoofde van enkele autonome mutaties.

Bij de motorrijtuigenbelasting is sprake van een verschuiving van kasontvangsten van 1995 naar 1996 als gevolg van een vertraging bij de invoering van de houderschapsbelasting (0,3 miljard). Dit was reeds in de Voorlopige Rekening 1995 gemeld.

De mutatie bij de inkomstenbelasting (–0,1 miljard) betreft het saldo van twee autonome posten. Ten eerste de doorwerking van de automatische verminderingen IB-1995 (0,2 miljard); in de Voorlopige Rekening 1995 was aangegeven dat in 1995 verminderingen op aanslagen over 1994 automatisch waren meegenomen voor het belastingjaar 1995, hetgeen in 1996 tot een extra aanslagoplegging over het belastingjaar 1995 leidt. Ten tweede is er door de invoering van het Inkomsten-Belasting-Systeem bij de Belastingdienst sprake van een versnelling in de afhandeling van teruggaven. Dit leidt tot een incidenteel neerwaarts effect op de belastingopbrengst in 1996 (–0,3 miljard).

De bijstelling bij de loonbelasting (–0,8 miljard) bestaat hoofdzakelijk uit de nabetaling aan de fondsen over de loonheffing 1994 (–0,7 miljard). De mutaties bij de overige belastingsoorten zijn van geringe omvang.

4.2 Macro-mutaties

De macro-economische bijstelling van –1,5 miljard is gebaseerd op de centrale projectie uit het Centraal Economisch Plan 1996 en bevat ook de doorwerking van de realisatie 1995. Deze macro-bijstelling, zo laat tabel 4.1 zien, is geconcentreerd bij de belastingen op inkomen, winst en vermogen (–1,3 miljard). Voor ongeveer de helft betreft dit de structurele component in de onderschrijding van deze kasontvangsten in 1995, zoals geanalyseerd in de Voorlopige Rekening 1995 (–0,6 miljard).

Vervolgens heeft het actuele economische beeld voor 1995 en 1996 uit het Centraal Economisch Plan 1996 een aantal wijzigingen laten zien ten opzichte van het macro-economische beeld ten tijde van de Miljoenennota 1996 (de Macro Economische Verkenning 1996). De ramingen voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid en het contractloon zijn voor 1996 neerwaarts bijgesteld. Voorts heeft de raming van het overig inkomen voor 1995 een neerwaartse bijstelling ondergaan, hetgeen met een vertraging tot uiting komt in kasontvangsten in latere jaren. Naast bovengenoemde informatie uit de grondslagontwikkeling wordt bij de raming gebruik gemaakt van de informatie uit de aanslagontwikkeling en de kasontvangsten. Al met al vormen deze nadere inzichten de achtergrond voor de tweede helft van de neerwaartse bijstelling bij de belastingen op inkomen, winst en vermogen.

De resterende macro-economische bijstelling van –0,3 miljard is gelokaliseerd bij de kostprijsverhogende belastingen. De grotere posten (invoerrechten, accijnzen, rechtsverkeer) betreffen voornamelijk doorwerkingen van de kasrealisatie 1995. Bij de omzetbelasting was in 1995 sprake van een meevaller met op zichzelf een positieve doorwerking, maar in het licht van de neerwaartse bijstelling voor 1996 van de relevante bestedingscategorieën is de bijstelling bij deze categorie per saldo nihil.

5. Het beleidsrelevante financieringstekort, het EMU-tekort en de EMU-schuld in 1996

Het beleidsrelevante financieringstekort van het Rijk bedraagt in 1996 naar huidige inzichten 3,2% BBP. Ten opzichte van de raming uit de Miljoenennota 1996 komt het tekort 0,4 miljard (0,1%-punt BBP) hoger uit. Het beleidsrelevante financieringstekort 1996 blijft 0,1%-punt BBP onder de plafondwaarde die hoort bij het Regeerakkoord. Onderstaande tabel geeft de opbouw weer van het beleidsrelevante financieringstekort vanuit de netto-uitgaven van de drie onderscheiden sectoren op de Rijksbegroting en de overige voor dit tekort relevante uitgaven en ontvangsten. Deze laatste post bevat onder meer de Rijksbijdrage aan de sociale fondsen.

Tabel 5.1 Het beleidsrelevante financieringstekort in 1996 (in miljarden of in % BBP; in de kolom «verschil» is tekortverlagend; door afronding kan de som der componenten afwijken van het totaal)

 Miljoenennota 1996Voorjaarsnota 1996Verschil
1. netto-uitgaven beleidsrelevante tekort    
– netto-uitgaven Rijksbegroting in enge zin1151,5150,4– 1,1
– netto-uitgaven Sociale Zekerheid (begrotingsdeel)23,222,9– 0,3
– netto-uitgaven Zorg (begrotingsdeel)4,34,30,0
– overige netto-uitgaven14,94,6– 0,3
totaal183,9182,3– 1,6
    
2. belastingontvangsten2160,2157,92,3
3. aardgasbaten (binnenlands deel niet-belastingen)3,13,3– 0,2
4. beleidsrelevante financieringstekort20,621,10,4
5. idem, in % BBP3,1%3,2%  
6. Plafondwaarde3,3%3,3% 

1 Zoals aangegeven in paragraaf 3.5 worden mutaties in de winstafdracht DNB voortaan niet langer als relevant aangemerkt voor het uitgavenkader (maar wel voor het beleidsrelevante financieringstekort). De Voorjaarsnota-mutatie in de winstafdracht DNB (in 1996 een verhoging van 225 miljoen) is daarom niet verwerkt in de regel «netto-uitgaven Rijksbegroting in enge zin» maar in de regel «overige netto-uitgaven».

2 Inclusief milieuheffingen.

Het EMU-tekort komt in 1996 eveneens uit op 3,2% BBP. De stijging ten opzichte van de raming uit de jongste Miljoenennota (toen de raming van het EMU-tekort nog 2,8% BBP bedroeg), wordt met name veroorzaakt door een verslechtering van het vorderingensaldo van de sociale fondsen. De verslechtering van dat saldo is vooral het gevolg van hogere uitgaven in de sfeer van de gezondheidszorg en achterblijvende premieopbrengsten. De raming van de EMU-schuldquote is sinds de Miljoenennota 1996 met 1,2%-punt BBP gestegen en komt naar huidige inzichten uit op 79,6% BBP. Deze stijging betreft in hoofdzaak de doorwerking van hogere schulden van de sociale fondsen en de lagere overheden in 1994 en 1995 zoals geconstateerd door het CBS (dit was gedeeltelijk reeds gemeld in antwoord op de Kamervragen naar aanleiding van de Voorlopige Rekening 1995). In samenwerking met het CBS wordt een versnelling bewerkstelligd van de informatievoorziening over de schuld van de sociale fondsen en de lagere overheden in achter ons liggende jaren. Door een neerwaartse ramingsbijstelling van het Bruto Binnenlands Produkt (van 2,4 miljard) treedt er tevens een noemereffect op. Onderstaand wordt één en ander in tabelvorm weergegeven.

Tabel 5.2 Het beleidsrelevante tekort, het EMU-tekort en de EMU-schuld in 1996 (in miljarden of in % BBP; in de kolom «verschil» is – tekortverlagend; door afronding kan de som der componenten afwijken van het totaal)

 Miljoenennota 1996Voorjaarsnota 1996Verschil
1. begrotingsuitgaven1203,2202,0– 1,2
2. niet-belastingontvangsten1123,923,40,5
3. belastingontvangsten2159,9157,62,3
4. mutatie derdenrekening0,0-0,10,2
5. feitelijk financieringstekort19,421,21,8
6. correcties1,2–0,2–1,33
7. beleidsrelevante financieringstekort20,621,10,4
8. idem, in % BBP3,1%3,2%  
9. EMU-tekort in % BBP2,8%3,2% 
10. EMU-schuldquote in % BBP78,4%79,6% 

1Inclusief het begrotingsgefinancierde deel van budgetdisciplinesectoren Sociale Zekerheid en Zorg, inclusief posten die niet onder één van de uitgavenkaders vallen maar wel meetellen voor het beleidsrelevante financieringstekort en inclusief posten die noch onder één van de uitgavenkaders vallen, noch meetellen voor het beleidsrelevante financieringstekort.

2 Exclusief milieuheffingen.

3 De wijziging in de correctiereeks op het feitelijk financieringstekort wordt met name veroorzaakt door mutaties samenhangend met de aan- en verkoop van staatsbezit.

Voor een uitgebreider overzicht van budgettaire kerngegevens over 1995 en 1996 wordt verwezen naar bijlage 1. In bijlage 2 worden (de mutaties in) het EMU-tekort en de EMU-schuld nader onderbouwd.

De Minister van Financiën,

G. Zalm

BIJLAGE 1

BUDGETTAIRE KERNGEGEVENS

Tabel 1 Budgettaire kerngegevens (in miljarden of in % BBP)

 Voorlopigerealisatie 1995Miljoenennota 1996Voorjaarsnota 1996
Netto uitgaven van de collectieve sector   
    
Netto uitgaven Rijksbegroting in enge zin147,8151,5150,4
Netto uitgaven Sociale Zekerheid96,698,799,3
Netto uitgaven Zorgsector48,446,547,2
Budgettair Kader Zorg(53,8)(53,9)(54,7)
    
Financieringstekort Rijk   
    
Relevante uitgaven231,8203,2202,0
Relevante niet-belastingontvangsten55,023,923,4
Belastingontvangsten153,2159,9157,6
Mutatie derdenrekening–0,50,0–0,1
Feitelijk financieringstekort23,019,421,2
Idem, in % BBP3,6%2,9%3,2%
Beleidsrelevante financieringstekort22,220,621,1
Idem, in % BBP3,5%3,1%3,2%
    
Tekorten collectieve sector   
    
Vorderingentekort centrale overheid3,6%3,2%3,3%
    
Vorderingentekort OPL– 0,2%– 0,1%– 0,2%
    
Vorderingentekort sociale fondsen0,4%– 0,2%0,1%
    
EMU-tekort3,8%2,8%3,2%
    
Schuld en schuldquoten   
    
Staatsschuld400,5417,6418,1
Staatsschuldquote63,0%63,2%63,5%
    
EMU-schuld507,0517,9524,0
EMU-schuldquote79,8%78,4%79,6%
    
Bruto binnenlands produkt (BBP)635,4660,7658,4

Tabel 2 Aansluiting tussen feitelijk en beleidsrelevante financieringstekort (in miljarden of in % BBP)

 Voorlopigerealisatie 1995Miljoenennota 1996Voorjaarsnota 1996
Feitelijk financieringstekort23,019,421,2
    
Correcties   
a) VAW/Balansverkorting VROM– 9,5– 0,2– 0,1
b) Debudgetteringen0,00,00,0
c) Studieleningen– 0,4– 0,9– 0,8
d) Agio en disagio– 0,20,0– 0,1
e) FES-saldo3,0– 1,00,6
f) Aan- en verkoop staatsbezit2,63,20,4
g) Kasverschuivingen2,40,00,0
h) Versnelde belastinginning0,80,00,0
i) Derdenrekening0,50,0– 0,1
    
Beleidsrelevante financieringstekort22,220,621,1
Idem, in % BBP3,53,1%3,2%

Tabel 3 Belastingopbrengst 1996 (kasbasis, in miljoenen guldens)

 Voorlopige realisatie 1995Miljoenennota 1996Voorjaarsnota 1996Mutatie 1996
I. Kostprijsverhogende belastingen76 36480 23080 125–105
a. Invoerrechten3 5483 3403 500160
b. Omzetbelasting43 58145 21545 110–105
c. Belasting van personenauto's en motorrijwielen3 9424 1354 130–5
d. Accijnzen     
1. Accijns van lichte olie5 8966 1806 165–15
2. Accijns van minerale oliën, andere dan lichte olie3 5123 6903 685–5
3. Tabaksaccijns2 8343 0602 890–170
4. Alcoholaccijns875890865–25
5. Bieraccijns583610590–20
6. Wijnaccijns32232033515
e. Belastingen van rechtsverkeer4 1944 7704 550–220
f. Motorrijtuigenbelasting4 6624 6304 790160
g. Belasting op een milieugrondslag1 9592 8352 945110
h. Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten40740542015
i. Belasting op zware motorrijtuigen471501500
     
II. Belastingen op inkomen, winst en vermogen76 80679 57077 335–2 235
a. Inkomstenbelasting6 4797 9757 100–875
b. Loonbelasting44 00743 73542 400–1 335
c. Dividendbelasting2 1042 3052 215–90
d. Kansspelbelasting1681701755
e. Vennootschapsbelasting20 84721 97522 100125
f. Vermogensbelasting1 4971 5051 57570
g. Successierechten1 7051 9051 770–135
     
III. Niet aan afzonderlijke belastingsoorten toe te rekenen belastingontvangsten8190955
IV. Totaal Generaal153 250159 890157 555–2 335
Aandeel van het Gemeentefonds16 69419 58219 240–342
Aandeel van het Provinciefonds2 1071 9021 869–33
Aandeel van het Infrastructuurfonds3 057    
Aandeel van de Europese Unie     
1. Invoerrechten3 5483 3403 500160
2. Omzetbelasting4 1973 7973 82225
Ten bate van de Rijks- begroting123 646131 269129 124–2 145

BIJLAGE 2

HET EMU-SALDO EN DE EMU-SCHULDQUOTE

1. Inleiding

In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op het EMU-saldo en de EMU-schuldquote.

2. Het EMU-saldo

Tabel 1 bevat de opbouw van het EMU-saldo vanuit het beleidsrelevante financieringssaldo van het Rijk. Alle cijfers zijn uitgedrukt als een percentage van het Bruto Binnenlands Produkt.

Tabel 1 Het EMU-saldo in 1994, 1995 en 1996 (in % BBP; – = tekort)

 199419951996
Beleidsrelevante financieringssaldo Rijk–3,6–3,5–3,2
Financiële transacties+0,3–0,2–0,2
Kas-transactieverschillen +0,2+0,10+,1
Vorderingensaldo centrale overheid–3,1–3,6–3,3
Vorderingensaldo lagere overheden+0,2+0,2+0,2
Vorderingensaldo sociale fondsen –0,4–0,4–0,1
EMU-saldo–3,2–3,8–3,2
    
EMU-saldo t.t.v. de Miljoenennota 1996–3,2–3,7–2,8

In 1995 hebben zich ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten 1995, zoals gepubliceerd in de Miljoenennota 1996, slechts beperkte wijzigingen in het EMU-saldo voorgedaan. Het EMU-saldo in 1995 is met 0,1%-punt BBP neerwaarts bijgesteld. De bijstelling betreft het vorderingensaldo van de sociale fondsen.

In 1996 is er ten opzichte van de Miljoenennota 1996 sprake van een tegenvallend EMU-saldo met 0,4%-punt BBP. Dit wordt grotendeels verklaard door een verslechtering van het vorderingensaldo van de sociale fondsen (met 0,3%-punt BBP). Deze verslechtering is het saldo van lagere premie-ontvangsten en hogere uitgaven in de Zorgsector.

3. De EMU-schuldquote

Tabel 2 bevat een uitsplitsing van de EMU-schuldquote. Het betreft geconsolideerde cijfers. Conform het Europees Stelsel van Rekeningen worden onderlinge schulden tussen de centrale overheid, de lagere overheden en de sociale fondsen niet meegerekend in de EMU-schuld.

Tabel 2 De EMU-schuld in 1994, 1995 en 1996 (in % BBP)

 1994119951996
Schuld centrale overheid62,462,863,3
Schuld lagere overheden16,716,015,4
Schuld sociale fondsen0,41,00,9
EMU-schuld79,579,879,6
    
EMU-schuld t.t.v. de Miljoenennota 199679,178,778,4

1Gecorrigeerd voor het tijdelijke effect van de VAW en de balansverkorting volkshuisvesting.

In 1994 is er ten opzichte van de Miljoenennota 1996 sprake van een opwaartse bijstelling van de EMU-schuldquote met 0,4%-punt BBP. Deze bijstelling wordt veroorzaakt door nieuwe gegevens ten aanzien van de schuld van de lagere overheden (verwerking van de Gemeenterekeningen door het CBS). De schuld van de gemeenten blijkt fors hoger uit te zijn gekomen dan eerder gedacht. In 1995 is de EMU-schuld ten opzichte van de Miljoenennota 1996 1,1%-punt BBP hoger uitgekomen. Dit is de som van de doorwerking van de hogere schuld van lagere overheden in 1994, opwaartse bijstellingen van de schuld van de lagere overheden en de sociale fondsen 1995 en een neerwaartse bijstelling van het BBP 1995 ten opzichte van de Miljoenennota 1996.

In 1996 treedt er ten opzichte van de Miljoenennota 1996 een opwaartse bijstelling op van 1,2%-punt BBP. Het betreft hoofdzakelijk de doorwerking van de eerder genoemde bijstellingen in 1994 en 1995.

Opgemerkt wordt dat in samenwerking met het CBS een versnelling bewerkstelligd wordt van de informatievoorziening over de schuld van de sociale fondsen en de lagere overheden in achter ons liggende jaren.

4. De ontwikkeling van de EMU-schuldquote

In tabel 3 wordt weergegeven welke oorzaken ten grondslag liggen aan de mutatie van de EMU-schuldquote van jaar op jaar. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar de gevolgen van de feitelijke stijging van het BBP ten opzichte van het voorafgaande jaar (het zogenoemde noemereffect), de gevolgen van het EMU-tekort en de gevolgen van financiële transacties van de overheid.

Tabel 3 De ontwikkeling van de EMU-schuldquote in procent(punten) BBP

 199419951996
EMU-schuldquote 79,5 79,8 79,6
    
Mutatie van jaar op jaar  +0,3 –0,2
    
– wv. gevolgen noemerstijging  –3,4 –2,8
– wv. gevolgen EMU-tekort  +3,8 +3,2
– wv. gevolgen financiële transacties  –0,1 –0,6

BIJLAGE 3

VERTICALE TOELICHTING VOORJAARSNOTA 1996

Inleiding

De Verticale Toelichting bevat een overzicht van de mutaties in de begrotingsuitvoering 1996 ten opzichte van de Miljoenennota 1996. Het betreft mutaties op de rijksbegroting, inclusief het begrotingsgefinancierde deel van de sociale zekerheid en de zorg.

Per begroting wordt een cijfermatige tabel gepresenteerd gevolgd door een toelichting. Mutaties die groter zijn dan 25 miljoen worden separaat in de tabel gepresenteerd en vervolgens toegelicht.

In de tabel wordt de volgende indeling aangehouden: mee- en tegenvallers, beleidsmatige mutaties, desalderingen en overboekingen. De laatste twee categorieën zijn technisch van aard. Daar waar mee- en/of tegenvallers vanwege het feit dat ze onder een budgetteringsafspraak vallen, als beleidsmatig zijn aangeduid, wordt dit vermeld.

Zoals gebruikelijk en in lijn met de opstelling van de suppletore begrotingswetsvoorstellen naar aanleiding van de Voorjaarsnota bevat het overzicht ook de mutaties die niet relevant zijn voor een ijklijn. Deze mutaties worden in de tabel separaat gepresenteerd.

De loonbijstelling 1996 en de prijsbijstelling 1996 zijn op de begrotingen verwerkt. De hiermee samenhangende overboekingen uit de aanvullende post worden niet meer separaat toegelicht.

De mutaties die samenhangen met de eindejaarsmarge 1995/1996 zijn op de begrotingen verwerkt. Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de toegedeelde eindejaarsmarge per departement. Apart worden de bandbreedte van Ontwikkelingssamenwerking gepresenteerd en vervolgens het gebruik van de eindejaarsmarge in het begrotingsgefinancierde deel van de Sociale Zekerheid en de Zorg.

Begrotinggebruik eindejaarsmarge (x mln.)
  
2. Hoge Colleges van Staat 3,3
3. Algemene Zaken 0,5
5. Buitenlandse Zaken 5,0
7. Binnenlandse Zaken 54,4
8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen94,9
9b. Financiën 41,1
10. Defensie 60,0
11a.Vrom (in enge zin) 75,6
11b.Vrom (Rijksgebouwendienst) 70,0
12. Verkeer en Waterstaat 72,7
13. Economische Zaken 17,8
14. Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 4,2
15. SZW (in enge zin) 4,0
16. VWS (in enge zin) 28,3
Bandbreedte Ontwikkelingssamenwerking–14,3
  
Totaal Rijksbegroting in enge zin517,4
  
SZW; SZ deel 56,7
VWS: Zorg deel 24,4
 19961997199819992000
HUIS DER KONINGIN      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 199612,912,912,912,912,9
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19960,00,00,00,00,0
Stand voorjaarsnota12,912,912,912,912,9
 19961997199819992000
II HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINET DER KONINGIN      
      
UITGAVEN     
      
Stand miljoenennota 1996259,3266,3251,8253,6253,8
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen1,01,01,01,01,0
 1,01,01,01,01,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen11,53,13,23,23,2
 11,53,13,23,23,2
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen0,90,30,30,30,3
 0,90,30,30,30,3
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen3,75,85,04,13,6
 3,75,85,04,13,6
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 199617,010,19,48,58,0
Stand voorjaarsnota276,3276,4261,2262,1261,8
      
II HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINET DER KONINGIN      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 19968,08,08,08,08,0
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen–2,2–0,8–0,8–0,8–0,8
 –2,2–0,8–0,8–0,8–0,8
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen0,90,30,30,30,3
 0,90,30,30,30,3
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–1,3–0,5–0,5–0,5–0,5
Stand voorjaarsnota6,77,5 7,57,57,5
 19961997199819992000
III ALGEMENE ZAKEN      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 199649,048,648,648,748,9
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen1,92,40,00,00,0
 1,92,40,00,00,0
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen0,4–0,2–0,2–0,2–0,2
 0,4–0,2–0,2–0,2–0,2
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen1,41,61,61,51,4
 1,41,61,61,51,4
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19963,63,71,41,31,2
Stand voorjaarsnota52,652,350,050,050,1
 19961997199819992000
III ALGEMENE ZAKEN      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 19964,34,34,34,34,3
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen0,10,00,00,00,0
 0,10,00,00,00,0
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen0,4–0,2–0,2–0,2–0,2
 0,4–0,2–0,2–0,2–0,2
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19960,5–0,2–0,2–0,2–0,2
Stand voorjaarsnota4,84,14,14,14,1
 19961997199819992000
IV KABINET VOOR NEDERLANDS-ANTILLIAANSE EN ARUBAANSE ZAKEN      
      
UITGAVEN     
      
Stand miljoenennota 19963,93,83,83,73,7
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen0,00,20,00,00,0
 0,00,20,00,00,0
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen–0,2–0,1–0,10,00,2
 –0,2–0,1–0,10,00,2
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–0,20,20,00,00,2
Stand voorjaarsnota3,74,03,83,73,9
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 199626,523,723,623,423,4
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen0,50,50,50,50,5
 0,50,50,50,50,5
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19960,50,50,40,50,5
      
Stand voorjaarsnota27,024,224,023,923,9
 19961997199819992000
V BUITENLANDSE ZAKEN      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19963 578,64 286,54 792,65 496,25 623,0
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
vierde eigen middel–815,016,0–62,0–62,0–62,0
 –815,016,0–62,0–62,0–62,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen7,70,00,00,00,0
 7,70,00,00,00,0
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen0,30,00,00,00,0
 0,30,00,00,00,0
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen–3,02,32,01,30,6
 –3,02,32,01,30,6
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–810,018,4–60,0–60,6–61,4
Stand voorjaarsnota2 768,64 304,94 732,65 435,65 561,6

Mee- en tegenvallers

De onderuitputting in 1995 op de EU-begroting leidt tot een meevaller voor de Nederlandse afdrachten aan de EU. Daarnaast leiden de macro-economische bijstellingen op grond van het CEP 1996 tot bijstellingen. Deze twee oorzaken leiden per saldo tot een meevaller van het vierde eigen middel van 815 miljoen in 1996.

 19961997199819992000
V BUITENLANDSE ZAKEN      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
Stand miljoenennota 1996102,293,588,589,088,8
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen2,70,00,00,00,0
 2,70,00,00,00,0
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen0,30,00,00,00,0
 0,30,00,00,00,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19963,00,00,00,00,0
Stand voorjaarsnota105,293,588,589,088,8
 19961997199819992000
VI JUSTITIE      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19965 825,74 794,14 809,84 827,94 847,0
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
lagere kosten opvang asielzoekers–35,00,00,00,00,0
diversen17,020,020,020,020,0
 –18,020,020,020,020,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
maximale benutting celcapaciteit 60,00,00,00,00,0
diversen8,910,912,912,912,9
 68,910,912,912,912,9
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen12,518,518,518,518,5
 12,518,518,518,518,5
      
OVERBOEKINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
loonbijstelling 199645,681,381,876,971,7
diversen19,131,224,126,226,5
 64,7112,5105,9103,198,2
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996128,1161,9157,4154,5149,5
Stand voorjaarsnota5 953,84 956,04 967,24 982,44 996,5

Mee- en tegenvallers

Bij de instroom van asielzoekers doet zich een meevallende ontwikkeling voor. De nu verwachte instroom in de opvang is 27 000, terwijl in de begroting 1996 rekening was gehouden met een instroom van 35 000. Anderzijds doet zich een tegenvallende ontwikkeling voor als gevolg van een vertraging in de afhandeling van asielverzoeken uit 1994. Daardoor blijven die asielzoekers langer dan geraamd in de opvang. Deze twee ontwikkelingen leiden per saldo tot een meevaller van per saldo 35 miljoen op de begroting voor 1996 bij de opvang van asielzoekers.

Beleidsmatige mutaties

Tot en met 1995 zijn in het kader van de maximale benutting van de celcapaciteit gelden ter beschikking gesteld voor noodmaatregelen ter voorkoming van heenzendingen. In 1996 worden deze noodmaatregelen voortgezet. Hiervoor wordt 60 miljoen toegevoegd aan de Justitie-begroting.

 19961997199819992000
VI JUSTITIE      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 19961 315,71 354,21 394,01 394,01 394,0
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen12,518,518,518,518,5
 12,518,518,518,518,5
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 199612,518,518,518,518,5
Stand voorjaarsnota 1 328,21 372,71 412,51 412,51 412,5
 19961997199819992000
VII BINNENLANDSE ZAKEN      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19967 003,56 943,37 001,27 071,57 128,3
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
afdrachtskorting banen langdurig werklozen–29,0–51,0–46,0–42,0–22,0
diversen4,90,00,00,00,0
 –24,1–51,0–46,0–42,0–22,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
nabetalingen waterschade35,00,00,00,00,0
diversen25,0–30,4–30,3–30,3–30,3
 60,0–30,4–30,3–30,3–30,3
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
rijksbedrijfsgezondsheids- en bedrijfsbeveiligingsdienst29,20,00,00,00,0
diversen9,2–7,0–7,0–7,0–7,0
 38,4–7,0–7,0–7,0–7,0
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
loonbijstelling 199664,896,196,096,196,1
diversen10,5–2,5–2,4–1,9–1,8
 75,392,793,794,394,4
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996149,64,210,214,935,0
Stand voorjaarsnota7 153,16 947,57 011,47 086,47 163,3

Mee- en tegenvallers

Bij de berekening van de budgetten voor het creëren van extra banen voor langdurig werklozen was geen rekening gehouden met de afdrachtskorting vermindering lage lonen (SPAK) en de afdrachtskorting vermindering langdurig werklozen (VLW). Omdat door deze afdrachtskortingen minder middelen benodigd zijn voor het financieren van het aantal afgesproken banen, vallen deze middelen vrij.

Beleidsmatige mutaties

De verhoging van de raming betreft de nog in 1996 af te wikkelen schades watersnood 1995.

Desalderingen

Vanwege extra geleverde diensten door de Rijksbedrijfsgezondheids- en bedrijfsbeveiligingsdienst is een bedrag van 29,2 miljoen aan inkomsten boven de raming binnengekomen (zie ontvangsten). Voor de extra diensten is een gelijk bedrag aan extra kosten gemaakt.

 19961997199819992000
VII BINNENLANDSE ZAKEN      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 1996429,1443,3458,0488,6447,7
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
storting nationaal rampenfonds35,00,00,00,00,0
diversen–22,00,00,00,00,0
 13,00,00,00,00,0
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
rijksbedrijfsgezondheids- en bedrijfsbeveligingsdienst29,20,00,00,00,0
diversen9,2–7,0–7,0–7,0–7,0
 38,4–7,0–7,0–7,0–7,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 199651,4–7,0–7,0–7,0–7,0
Stand voorjaarsnota480,5436,3451,0481,6440,7

Beleidsmatige mutaties

Het nationaal Rampenfonds zal het overschot in het fonds ad. 35 mln. in 1996 afdragen aan het Rijk. Dit bedrag dient ter dekking van door het Rijk afgewikkelde particuliere schades.

Desalderingen

Zie toelichting bij de uitgaven.

 19961997199819992000
VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 199637 887,336 270,736 738,837 373,837 413,7
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
wachtgelden hoger beroepsonderwijs 46,00,00,00,00,0
diversen7,60,00,00,00,0
 53,60,00,00,00,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
cao-onderwijs83,90,00,00,00,0
eindejaarsmarge 199594,90,00,00,00,0
opbrengst t&b tranche 1995–51,6–50,5–50,5–50,5–50,5
herbesteding t&b tranche 199551,650,550,550,550,5
kwaliteit en studeerbaarheid66,00,0–66,00,00,0
kwaliteitsbeleid onderwijs 50,00,00,00,00,0
normatieve exploitatievergoeding hoger      
beroepsonderwijs–46,00,00,00,00,0
onderwijsassistenten basisonderwijs42,0100,0100,0100,0100,0
rente verkoop mbo-gebouwen 0,0–28,0–28,0–28,0–28,0
wachtgelden100,00,00,00,00,0
diversen–79,4–30,6–30,6–30,6–30,6
 311,441,4–24,641,441,4
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen2,10,1–2,40,50,1
 2,10,1–2,40,50,1
      
OVERBOEKINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
loonbijstelling 1996225,9432,3440,5450,1438,7
prijsbijstelling52,037,537,539,835,9
diversen–3,85,15,33,23,1
 274,1474,9483,3493,1477,7
      
– Niet relevant voor enige ijklijn –      
opnamegedrag rentedragende leningen–100,00,00,00,00,0
 –100,00,00,00,00,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996541,0516,3456,4535,0519,3
Stand voorjaarsnota38 428,336 787,037 195,237 908,837 933,0

Mee- en tegenvallers

In verband met hogere wachtgelduitgaven in het Hoger Beroeps-onderwijs heeft een opwaarste bijstelling ad 46 miljoen van het wachtgeldbudget plaatsgevonden. Daar de wachtgelden voor het Hoger Beroepsonderwijs gebudgetteerd zijn, heeft – in het verlengde van het wachtgeldakkoord tussen het Hoger Beroepsonderwijs en OCenW – een evengrote neerwaartse bijstelling van de normvergoeding aan het Hoger Beroepsonderwijs plaatsgevonden (zie ook beleidsmatige mutaties).

Beleidsmatige mutaties

Een gedeelte van het bij Najaarsnota 1995 ter beschikking gestelde voorschot voor de in 1995 afgesloten CAO komt pas in 1996 tot betaling. Het betreft een bedrag van 84 miljoen.

De eindejaarsmarge 1995 wordt aan de begroting toegevoegd.

Bij Najaarsnota 1995 zijn de opbrengsten uit hoofde van de operatie Toerusting en Bereikbaarheid (een wijziging van het stelsel van stichtings- en opheffingsnormen) aan de Tweede Kamer reeds gemeld. Aangezien een Najaarsnota geen meerjarig beeld kent, wordt de structurele doorwerking thans opgenomen. De opbrengsten van circa 50 miljoen worden (conform wettelijke bepalingen) weer voor het primair onderwijs ingezet.

Er wordt voor 1996 een bedrag van 66 miljoen beschikbaar gesteld voor investeringen in kwalititeit en studeerbaarheid. De extra uitgaven in 1996 worden via intertemporele compensatie in mindering gebracht op het beschikbare budget in 1998.

Er wordt voor 1996 een bedrag van 50 miljoen beschikbaar gesteld voor kwaliteitsverbetering in de onderwijssector.

De normatieve exploitatievergoeding voor het Hoger Beroepsonderwijs is neerwaarts bijgesteld als tegenhanger van de opwaartse bijstelling van het wachtgeldbudget voor het Hoger Beroepsonderwijs ad 46 miljoen (zie mee- en tegenvallers).

Er wordt een bedrag van jaarlijks 100 miljoen beschikbaar gesteld voor een impuls in het basisonderwijs met het oog op het aanstellen van onderwijsassistenten; in 1996 bedragen de kosten 42 miljoen door het «schooljaar-effect».

Aangezien de eerder geraamde opbrengst voor de verkoop van de gebouwen van het Middelbaar Beroepsonderwijs ad 350 miljoen komt te vervallen (zie toelichting bij de ontvangsten), valt de hiermee samenhangende structurele uitgavenreeks ad 28 miljoen in verband met de te betalen rente vanaf 1997 eveneens vrij.

De realisatie van de wachtgelduitgaven in 1995 lag aanzienlijk boven de oorspronkelijke raming van de begroting. Deze tegenvaller werkt door naar latere jaren. Voor 1996 is de wachtgeldraming op de OCenW-begroting met 100 miljoen verhoogd. De meerjarige verwerking vindt plaats bij Miljoenennota 1997. De minister van OCenW heeft, door middel van budgettering van de beschikbare bedragen per 1 januari 1997, maatregelen getroffen om overschrijvingen in de toekomst te voorkomen.

Niet relevant voor enige ijklijn

De doorwerking in 1996 van de verlagingen van de niet-relevante uitgaven aan studieleningen in 1995 bedraagt 100 miljoen. De meerjarige doorwerking zal worden meegenomen bij ontwerpbegroting 1997, mede in het licht van de actualisatie van de cijfers op het terrein van de studiefinanciering en een herberekening van de prestatiebeurs-effecten.

 19961997199819992000
VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 19963 686,03 175,63 224,73 185,13 166,9
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen7,50,00,00,00,0
 7,50,00,00,00,0
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen2,10,1–2,30,50,1
 2,10,1–2,30,50,1
      
– Niet relevant voor enige ijklijn –      
verkoop gebouwen middelbaar beroepsonderwijs–350,00,00,00,00,0
verkoop Nederlands omroepproduktiebedrijf–155,0155,00,00,00,0
 –505,0155,00,00,00,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–495,4155,1–2,30,50,1
Stand voorjaarsnota 3 190,63 330,73 222,43 185,63 167,0

Niet relevant voor enige ijklijn

De decentralisatie van de huisvestingsbeslissingen in de sector Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie zal gepaard gaan met een overdracht van de gebouwen, waarvan het economisch eigendom tot nu toe bij de Staat berustte, «om niet» aan de desbetreffende MBO-instellingen. Als gevolg hiervan vervalt de eerder voorziene opbrengst van 350 miljoen in 1996.

De verkoop van het Nederlands Omroepproduktiebedrijf zal niet in 1996 maar in 1997 plaatsvinden. Om aan de gewijzigde situatie tegemoet te komen, is de ingeboekte opbrengst van 155 miljoen daarom doorgeschoven van 1996 naar 1997.

 19961997199819992000
IXA NATIONALE SCHULD      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 199629 490,231 009,432 446,034 086,835 552,0
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
gevestigde schuld: rente-effect uitvoering 1995–12,7–27,2–27,1–27,0–33,0
vlottende schuld: rente-effect rekenrentes 1996/1998–27,30,0–13,6–13,6–13,6
vlottende schuld: rente-effect uitvoering 1996 (DTC)–27,10,00,00,00,0
diversen 10,7–7,5–6,3–4,8–3,6
 –56,4–34,7–47,0–45,4–50,2
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
afschaffing interventieportefeuille–80,0–80,0–80,0–80,0–80,0
 –80,0–80,0–80,0–80,0–80,0
      
– Niet relevant voor enige ijklijn –      
disagio96,40,00,00,00,0
 96,40,00,00,00,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–40,0–114,7–127,0–125,4–130,2
Stand voorjaarsnota29 450,230 894,732 319,033 961,435 421,8

Mee- en tegenvallers

In de tweede helft van 1995 is tegen lagere lange rente geleend dan was verondersteld bij de raming Miljoenennota 1996. Dit leidt tot structurele rentemeevallers.

Door een verlaging van de gehanteerde rekenrentes vlottende schuld in 1996, 1998 en latere jaren treden in deze jaren rentemeevallers op.

Doordat de gerealiseerde vlottende rente in 1996 lager is dan bij Miljoenennota 1996 werd aangenomen, treedt in 1996 een rentemeevaller bij het Dutch Treasury Certificates-programma op.

Beleidsmatige mutaties

Gebleken is dat de Interventieportefeuille de laatste jaren niet of nauwelijks werd gebruikt. Daarom is hij met ingang van 1996 afgeschaft. Dit betekent dat zowel niet-relevante uitgaven als ontvangsten (de Interventieportefeuille zelf) worden verlaagd met elk 2 miljard en dat daarnaast de relevante uitgaven en ontvangsten (de met de Interventieportefeuille samenhangende rente en kosten) worden verlaagd met elk 80 miljoen. Een evaluatie van de Interventieportefeuille is opgenomen in de Rekening 1995. (Zie ook ontvangsten).

Niet relevant voor enige ijklijn

Er is tot nu toe in 1996 96,4 miljoen disagio gerealiseerd.

 19961997199819992000
IXA NATIONALE SCHULD      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 1996368,8368,8368,8368,8368,8
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
afschaffing interventieportefeuille–80,0–80,0–80,0–80,0–80,0
 –80,0–80,0–80,0–80,0–80,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–80,0–80,0–80,0–80,0–80,0
Stand voorjaarsnota288,8288,8288,8288,8288,8

Beleidsmatige mutaties

Zie de uitgaven.

 19961997199819992000
IXB FINANCIËN      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19964 959,95 027,55 009,65 006,15 018,6
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
exportkredietverzekering –165,0–160,0–25,00,00,0
diversen3,90,00,00,00,0
 –161,1–160,0–25,00,00,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
eindejaarsmarge 41,10,00,00,00,0
fraudebestrijdingsplan belastingdienst65,897,0111,4100,4100,4
herbezetting belastingdienst7,865,767,979,687,2
 114,7162,7179,3180,0187,6
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen23,21,00,20,00,0
 23,21,00,20,00,0
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
loonbijstelling 199619,973,973,464,355,6
diversen62,060,459,759,659,6
 81,9134,3133,1123,9115,2
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 199658,7138,0287,5303,9302,7
Stand voorjaarsnota5 018,65 165,65 297,15 310,05 321,3

Mee- en tegenvallers

Voor 1996, 1997 en 1998 worden uitgavenmeevallers verwacht op de Exportkredietverzekering. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op de huidige inzichten inzake middellange schades. (Zie ook ontvangsten.)

Beleidsmatige mutaties

De eindejaarsmarge 1995 van 41,1 miljoen wordt aan de begroting toegevoegd.

De Staatssecretaris van Financiën zal binnenkort een nota naar de Tweede Kamer zenden inzake nadere maatregelen ter intensivering van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de belasting- en douanewetgeving. Hiermee is in 1996 66 miljoen aan investeringen gemoeid in de personele en materiële sfeer.

Een gedeeltelijke herbezetting bij de Belastingdienst in verband met de nieuwe CAO-afspraken over de invoering van de 36-urige werkweek is noodzakelijk om een goede voortgang van het «bedrijfsproces» te waarborgen.

 19961997199819992000
IXB FINANCIËN      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 19965 467,05 117,05 058,74 931,84 984,3
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
exportkredietverzekering110,040,025,00,00,0
inningskosten douane36,544,344,344,344,3
diversen 3,9–2,4–2,4–2,7–2,8
 150,481,966,941,641,5
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
middelenafspraak vrom/rgd: verkoop rgd-objecten–67,277,831,18,04,0
speciale eeg-rekeningen europese investeringsbank80,00,00,00,00,0
diversen 63,741,040,338,839,1
 76,5118,871,446,843,1
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen23,21,00,20,00,0
 23,21,00,20,00,0
      
– Niet relevant voor enige ijklijn –      
goudverkoop131,00,00,00,00,0
winstafdracht De Nederlandsche Bank225,0–150,0–100,0–200,0–225,0
 356,0–150,0–100,0–200,0–225,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996606,151,838,5–111,7–140,4
Stand voorjaarsnota6 073,15 168,85 097,24 820,14 843,9

Mee- en tegenvallers

Voor 1996, 1997 en 1998 worden ontvangstenmeevallers verwacht op de Exportkredietverzekering. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op het aanhoudende goede (terug)betalingsgedrag van schuldenlanden.

De raming Bijdrage EU in de inningskosten douane wordt structureel verhoogd wegens de verwachte ontwikkeling van de wereldhandel.

Beleidsmatige mutaties

De afstootplanning van de Rijksgebouwendienst is aangepast aan de laatste inzichten. Ingevolge de middelenafspraak is de begroting van de Rijksgebouwendienst met dezelfde bedragen aangepast.

Op de speciale EEG-rekeningen bij de Europese Investeringsbank (EIB) worden de aflossing en interest op de uit het Europese Ontwikkelingsfonds (EOF) en door de EIB beheerde concessionele leningen (risicokapitaal) geplaatst. De saldi op deze rekeningen komen toe aan de lidstaten, naar rato van de bijdrage van de landen aan de verschillende EOF's. De deelnemende landen kunnen hun aandeel opvragen. Nederland heeft onlangs 39 miljoen ECU (circa f 80 miljoen) van zijn tegoeden opgevraagd. Ruim 1 miljoen ECU blijft achter als buffer voor de beheersprovisies die de EIB in rekening brengt.

Niet-relevant voor enige ijklijn

Begin 1996 zijn 606 baren goud verkocht die nog in het bezit waren van Financiën. Dit leidt tot een netto-opbrengst van 131 miljoen.

De raming van de winstafdracht 1996 van De Nederlandsche Bank is verhoogd met 225 miljoen vanwege een hogere slotuitkering 1995 dan bij Miljoenennota 1996 werd verwacht. Deze slotuitkering is het gevolg van hogere boekwinsten op de beleggingsportefeuille als gevolg van de sterk gedaalde kapitaalmarktrente. Daarnaast worden er meerjarige tegenvallers verwacht met ingang van 1997; deze worden in hoofdzaak veroorzaakt door de naar beneden bijgestelde ramingen van de korte rente.

 19961997199819992000
X DEFENSIE      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 199613 596,213 500,613 346,813 399,613 374,8
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
aanschaf en versnelde betaling van fokkervliegtuigen160,10,00,0–20,6–37,3
eindejaarsmarge60,00,00,00,00,0
intertemporele compensatie luchtmobiele brigade–42,83,739,20,00,0
compensatie diverse artikelen–212,00,00,020,652,3
overig groot materieel koninklijke marine25,00,00,00,0–15,0
toevoeging onderschrijding 1995 «vredesoperaties»52,00,00,00,00,0
diversen48,9–18,2–19,3–19,8–20,1
 91,2–14,519,9–19,8–20,1
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
bijstelling verrekenbare ontvangsten voor vredesoperaties–25,30,00,00,00,0
diversen20,10,00,00,00,0
 –5,20,00,00,00,0
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
van aanvullende post: loonbijstelling 199683,3118,7115,8114,4113,3
van aanvullende post: prijsbijstelling tranche 199628,424,827,327,127,5
diversen4,77,37,05,85,9
 116,4150,8150,1147,3146,7
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996202,5136,3170,0127,6126,7
Stand voorjaarsnota13 798,713 636,913 516,813 527,213 501,5

Beleidsmatige mutaties

De aanschaf en versnelde betaling van Fokkervliegtuigen betreft twee elementen. Enerzijds is er een vervroegde betaling ad 46 miljoen aan Fokker inzake vier reeds eerder bestelde Fokker-60 toestellen afgesproken. Anderzijds is de Koninklijke Luchtmacht, gezien de behoefte aan transportvliegtuigen categorie-D, overgegaan tot de versnelde aanschaf van twee Fokker-50 vliegtuigen.

De eindejaarsmarge 1995 van 60 miljoen wordt aan de Defensie-begroting toegevoegd.

In de projectuitgaven van de Luchtmobiele brigade zullen zich enkele verschuivingen voordoen, namelijk in de levering van transporthelikopters en de hiermee verband houdende aanvullende investeringen, in de aanschaf van het Luchtmobiel Speciaal Voertuig (LSV), in verband met het onderzoek van alternatieven, en in de betalingen van de aanvullende investeringen bij de bewapende helikopters. Deze verschuivingen worden intertemporeel gecompenseerd.

Op diverse artikelen is – voor in totaal 212 miljoen – aan compensatie getroffen voor meeruitgaven op de Defensie-begroting van met name de aanschaf en versnelde betaling van Fokker vliegtuigen.

De bijstelling van de uitgaven met betrekking tot overig groot materieel Koninklijke Marine is onder andere het gevolg van de wijziging van de betalingsmomenten van het Luchtdoel- en Commando Fregatten-project.

Als gevolg van het terugtreden van UNPROFOR uit Srebrenica in 1995, waar eind 1995 nog maar één compagnie in plaats van één bataljon van Dutchbat in Bosnië aanwezig was heeft in 1995 een onderschrijding van het budget voor vredesoperaties plaatsgevonden van 52 miljoen. Dit bedrag wordt thans toegevoegd aan het budget vredes-operaties voor 1996. In 1996 wordt het artikel Vredesoperaties zwaarder belast doordat de geplande ontvangsten voor UNPROFOR wegvallen, terwijl de deelname van Nederland aan de nieuwe NAVO-IFOR operatie relatief omvangrijk is.

Desalderingen

De gemelde mutatie betreft een verlaging van de verrekenbare ontvangsten, die zich voordoet vanwege het wegvallen van UNPROFOR (de vervangende IFOR-operatie kent geen verrekenbare ontvangsten). De direct hiermee samenhangende ontvangsten worden eveneens bijgesteld.

 19961997199819992000
X DEFENSIE      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 1996600,3594,5583,9583,8583,8
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
ramingsbijstelling verfschade-claim onderzeeboten30,00,00,00,00,0
diversen0,2–18,0–19,2–19,7–20,0
 30,2–18,0–19,2–19,7–20,0
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
bijstelling verrekenbare ontvangsten voor vredesoperaties–25,30,00,00,00,0
diversen20,10,00,00,00,0
 –5,20,00,00,00,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 199625,1–18,1–19,2–19,6–19,9
Stand voorjaarsnota625,4576,4564,7564,2563,9

Beleidsmatige mutaties

Naar verwachting zal de verzekeringsclaim voor verfschade bij enkele onderzeeboten in 1996 tot uitkering leiden.

Desalderingen

De gemelde mutatie betreft een verlaging van de verrekenbare ontvangsten, die zich voordoet vanwege het wegvallen van UNPROFOR (de vervangende IFOR-operatie kent geen verrekenbare ontvangsten). De direct hiermee samenhangende ontvangsten worden eveneens bijgesteld.

 19961997199819992000
XIA VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER      
      
UITGAVEN     
      
Stand miljoenennota 19967 024,46 818,06 825,26 753,26 703,5
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
herfinancieringsverliezen balansverkorting12,030,00,00,00,0
meevallende ontwikkeling ihs–35,0–79,0–140,0–201,0–242,0
diversen3,10,20,00,0–0,1
 –19,9–48,8–140,0–201,0–242,1
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
effect trendbrief woningbouw–33,7–33,7–33,7–86,2–138,7
eindejaarsmarge75,60,00,00,00,0
ihs/koopkracht0,032,063,063,063,0
intensiveringen ihs100,0115,0140,0129,0117,0
vervroegen alleenstaandenmaatregel ihs25,025,00,00,00,0
VROM-bijdrage mestbeleid–70,00,00,00,00,0
diversen1,40,10,10,10,1
 98,3138,4169,4105,941,4
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
vertraging uitvoering bodemsanering vinex0,00,030,00,00,0
diversen–1,2–0,3–0,3–0,4–0,3
 –1,2-0,329,7–0,4–0,3
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
uitdeling prijsbijstelling tranche 199645,942,840,941,239,0
van aanvullende post: inzet normhuurcompensatie 97/980,024,050,050,050,0
diversen–8,0–2,6–1,51,31,0
 37,964,289,492,590,0
      
– Niet relevant voor enige ijklijn –      
herfinancieringsverliezen balansverkorting–75,0120,00,00,00,0
diversen2,30,00,00,00,0
 –72,7120,00,00,00,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 199642,2273,2148,4–3,0–111,0
Stand voorjaarsnota7 066,67 091,26 973,66 750,26 592,5

Mee- en tegenvallers

In het kader van de balansverkorting is afgesproken dat, indien sociale verhuurders herfinancieringsverliezen lijden als gevolg van het aflossen van rijksleningen, hiervoor compensatie door het Rijk zal worden gegeven. De compensatie van de herfinancieringsverliezen leidt in 1996 en 1997 tot hogere uitgaven.

Als gevolg van meevallende ontwikkelingen IHS wordt de raming voor de IHS-uitgaven neerwaarts bijgesteld. Het betreft de effecten van een lagere huurontwikkeling en van voortzetting van een positieve inkomensontwikkeling van huurders van 65 jaar en ouder, alsmede de doorwerking van voor de IHS gunstige ontwikkelingen in de sociale zekerheid. Deze effecten zijn opgenomen in de beleidsbrief IHS.

Beleidsmatige mutaties

Op basis van de Trendbrief 1995 is het indicatieve sociale woningbouwprogramma vanaf 1997 7500 woningen lager vastgesteld.

Het budgettaire effect hiervan is een reeks oplopend van 34 miljoen in 1996 tot 139 miljoen in 2000, dat aan cluster III uit het regeeraccoord wordt toegevoegd en wordt betrokken bij de begrotingsvoorbereiding 1997.

Op basis van de realisatie 1995 wordt aan de begroting XI-A een eindejaarsmarge van 75,6 miljoen toegevoegd.

De maatregelen in het kader van de koopkrachtreparatie 1996, waartoe de regering heeft besloten, hebben in 1997 de vorm van hogere IHS-uitgaven (structureel 63 mln.) In 1996 vindt de koopkracht-reparatie plaats via de SZW-begroting.

In de reeks intensiveringen IHS zijn inbegrepen hogere uitgaven als gevolg van het nieuwe IHS-stelsel alsmede het saldo van regeeraccoordtaakstelling voor de IHS en de invulling daarvan, dit overeenkomstig de beleidsbrief IHS.

De regering heeft in het kader van het koopkrachtbeleid 1996 besloten de maatregel voor alleenstaanden uit de beleidsbrief IHS – welke oorspronkelijk op 1 juli 1997 in zou gaan – met 1 jaar te vervroegen.

Uit de begroting van VROM wordt voor 70 miljoen een bijdrage geleverd aan de kosten van het mest- en ammoniakbeleid.

Desalderingen

Door vertraging in de uitvoering van de VINEX-convenanten komt een gedeelte van de middelen pas in 1998 tot betaling.

Overboekingen

De voor normhuurcompensatie 1997/1998 in de aanvullende post gereserveerde gelden worden in de beleidsbrief IHS aangewend ter financiering van de meerkosten van een nieuw normeringsstelsel IHS. Deze gelden worden thans overgeboekt naar de begroting van VROM.

Niet-relevant voor enige ijklijn

De hierboven beschreven afspraken in verband met compensatie voor herfinancieringsverliezen hebben ook een niet-relevante component. De compensatie leidt in 1996 namelijk tot lagere en in 1997 tot hogere niet-relevante uitgaven.

 19961997199819992000
XIA VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 1996179,3192,0256,7119,5117,7
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen 4,5 1,0 –0,9–2,6–4,0
 4,5 1,0 –0,9 –2,6–4,0
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
vertraginguitvoering bodemsanering vinex0,00,030,00,00,0
diversen–1,2–0,3–0,3–0,4–0,3
 –1,2–0,329,7–0,4–0,3
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19963,20,728,8–2,9–4,4
Stand voorjaarsnota 182,5192,7285,5116,6113,3

Desaldering

Zie de toelichting bij de uitgaven.

 19961997199819992000
XIB RIJKSGEBOUWENDIENST      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19961 414,41 187,21 065,4925,9964,7
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
eindejaarsmarge rgd 199570,00,00,00,00,0
intertemporele compensatie–224,0119,0105,00,00,0
middelenafspraak financien: verkoop rgd-objecten–67,277,831,18,04,0
omzetting lease- en huurcontracten101,8–0,7–11,7–11,7–11,7
uitfinanciering onderuitputting 199524,075,00,00,00,0
diversen31,76,45,23,33,1
 –63,7277,5129,6–0,4–4,6
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
verwerking afbouw werken voor derden–44,4–84,4–89,4–90,4–92,4
diversen43,22,22,22,02,0
 –1,2–82,2–87,2–88,4–90,4
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
uitdeling prijsbijstelling tranche 199625,617,412,89,110,1
diversen12,6–14,9–3,4–1,9–2,1
 38,22,59,47,28,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–26,8198,051,8–81,7–86,8
Stand voorjaarsnota1 387,61 385,21 117,2844,2877,9

Beleidsmatige mutaties

VROM beschikt voor begroting XI-B (Rijkshuisvesting) over een eindejaarsmarge van 70 miljoen.

De uitfinanciering van onderhanden en in uitvoering te nemen huisvestingsprojekten is door de Rijksgebouwendienst begin dit jaar geanalyseerd met het oog op een nadere afstemming van de financiële planning op de projectplanning. Geconstateerd is dat zich om uiteenlopende redenen per saldo vertragingen voordoen bij de uitvoering van een aantal projecten en dat zich dientengevolge ten opzichte van de ramingen in de begroting mutaties voordoen met kasmatige gevolgen. Dit leidt tot intertemporele compensatie die over de jaren heen budgettair neutraal is.

Het programma voor de afstoot van onroerend goed, in casu verkoop van RGD-objecten, is in het najaar van 1995 en begin 1996 geactualiseerd.

In december 1995 en januari 1996 heeft de RGD meerdere financieringscontracten afgekocht. In voorkomende gevallen wordt leasefinanciering omgezet in à fonds perdu financiering, wanneer dit doelmatig is.

In 1995 zijn de budgetten van de RGD niet uitgeput o.a. vanwege vertragingen in de uitvoering door het koude weer m.n. bij de bouw van gevangenissen. De ramingen voor 1996 en 1997 worden hiervoor, bovenop de reguliere eindejaarsmarge, verhoogd.

Desalderingen

De RGD heeft in verband met de 12%-afslankingsoperatie besloten de activiteiten voor derden terug te brengen. Eerder waren al de apparaatsuitgaven in verband hiermee verlaagd. Door middel van deze mutatie worden ook de programma-uitgaven bijgesteld, zowel aan uitgaven- als ontvangstenzijde.

 19961997199819992000
XIB RIJKSGEBOUWENDIENST      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 1996127,8121,6120,1119,5119,5
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
verwerking afbouw werken voor derden–44,4–84,4–89,4–90,4–92,4
diversen43,22,22,22,02,0
 –1,2–82,2–87,2–88,4–90,4
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–1,3–82,2–87,1–88,3–90,3
Stand voorjaarsnota126,539,433,031,229,2

Desalderingen

Voor een toelichting op de desaldering wordt verwezen naar de toelichting bij de uitgaven.

 19961997199819992000
XII VERKEER EN WATERSTAAT      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19967 304,77 351,27 565,97 730,77 752,1
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen2,40,00,00,00,0
 2,40,00,00,00,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
eindejaarsmarge72,70,00,00,00,0
intertemporele compensatie 2e fase geluidsisolatie schiphol–32,010,710,710,60,0
wijziging wet infrastructuurfonds en motorrijtuigenbel. 19943 014,53 074,03 138,53 190,73 350,2
diversen79,16,54,713,913,7
 3 134,3 3 091,2 3 153,9 3 215,23 363,9
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen13,7–0,40,2–0,7–0,7
 13,7–0,40,2–0,7–0,7
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
loonbijstelling45,260,058,353,147,8
prijsbijstelling uitdeling70,575,078,885,987,1
diversen–7,516,116,116,116,3
 108,2151,1153,2155,1151,2
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19963 258,43 241,93 307,43 369,73 514,5
Stand voorjaarsnota10 563,110 593,110 873,311 100,411 266,6

Beleidsmatige mutaties

De eindejaarsmarge 1995 ad 72,7 miljoen wordt naar 1996 overgeheveld.

De start van de uitvoering van de 2e fase geluidssanering Schiphol loopt vertraging op. Dit betekent dat in 1996 een budgettair overschot zal optreden dat in de jaren 1997 tot en met 1999 zal worden ingelopen. Het gaat hier om een intertemporele compensatie.

Deze mutatie «wijziging wet infrastructuurfonds en motorrijtuigenbelasting 1994» hangt samen met de verlegde voeding van het Infrastructuurfonds. Per 1 januari 1996 vindt geen voeding van het Infrastructuurfonds meer plaats door middel van een bijdrage uit Motorrijtuigenbelasting en accijnzen. Dit deel van de voeding wordt budgettair neutraal vervangen door een verhoogde bijdrage van de begroting van Verkeer en Waterstaat.

Overboekingen

In de post uitdeling prijsbijstelling is het bedrag ad 58 miljoen meegenomen, dat in 1996 op de post Indexering MRB en accijnzen stond gereserveerd.

 19961997199819992000
XII VERKEER EN WATERSTAAT      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 19961 983,01 973,11 914,42 168,61 682,9
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen –7,00,0 0,0 0,0 0,0
 –7,0 0,0 0,0 0,0 0,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
grondverkoop aan Almere/Zeewolde en meeropbrengst verkoop50,90,00,00,00,0
verlaging dividend i.v.m. vermindering staatsbezit aandelen–202,0–202,0–202,0–202,0–202,0
diversen32,56,55,915,114,9
 –118,6–195,5–196,1–186,9–187,1
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen13,7–0,40,2–0,7–0,7
 13,7–0,40,2–0,7–0,7
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–112,1–195,9–195,9–187,6–187,8
Stand voorjaarsnota1 870,91 777,21 718,51 981,01 495,1

Beleidsmatige mutaties

Uit hoofde van voorgenomen grondaankopen door de gemeenten Almere en Zeewolde alsmede een aantal voorgenomen verkopen van grond en gebouwen aan pachters wordt rekening gehouden met 50,9 miljoen meeropbrengsten.

De herplaatsing van KPN-aandelen (tweede tranche) leidt tot een structurele daling van de geraamde dividend-ontvangsten. Hiervoor was op de aanvullende post reeds een voorziening getroffen.

 19961997199819992000
XIII ECONOMISCHE ZAKEN      
      
UITGAVEN      
Stand miljoenennota 19963 702,33 118,22 985,62 885,42 783,2
      
MEE- EN TEGENVALLERS      
– Rijksbegroting in enge zin –15,020,020,020,015,0
 15,020,020,020,015,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
betaling sgl-fokker361,20,00,00,00,0
diversen42,64,25,07,25,0
 403,84,25,07,25,0
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
financiering marin uit fes12,037,042,09,00,0
diversen–0,15,55,72,82,5
 11,942,547,711,82,5
      
OVERBOEKINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen2,510,69,89,99,1
 2,510,69,89,99,1
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996433,077,082,348,731,7
Stand voorjaarsnota4 135,33 195,23 067,92 934,12 814,9

Beleidsmatige mutaties

Door de surséance van Fokker heeft Economische Zaken de in het verleden afgegeven garanties ad 384 miljoen op bankleningen moeten effectueren. Van dit bedrag wordt 23 miljoen verrekend met het ministerie van Defensie dat ten gevolge van de surséance een prijsvoordeel van deze omvang heeft gerealiseerd bij de aankoop van twee Fokker-60 toestellen.

Desalderingen

In de jaren 1996 tot en met 1999 wordt in totaal 100 miljoen uitgegeven aan nieuwe investeringen bij het Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN) (zie ook toelichting bij ontvangsten).

 19961997199819992000
XIII ECONOMISCHE ZAKEN      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 19965 383,65 177,15 142,95 121,34 989,6
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
bijstelling ontvangstenraming wir40,020,010,05,00,0
derving dividend dsm–90,4–70,0–70,0–70,0–70,0
gasbatenmutatie299,019,0–10,00,00,0
 248,6–31,0–70,0–65,0–70,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
ontvangst hoogovens28,00,00,00,00,0
dividentuitkering alpinvest33,00,00,00,00,0
diversen0,30,00,00,00,0
 61,30,00,00,00,0
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
financiering marin uit fes12,037,042,09,00,0
diversen–0,15,55,72,82,5
 11,942,547,711,82,5
      
– Niet relevant voor enige ijklijn –      
gasbatenmutatie201,0–19,0–90,00,00,0
verkoop staatsdeelnemingen233,10,00,00,00,0
 434,1–19,0–90,00,00,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996755,9–7,6–112,3–53,2–67,5
Stand voorjaarsnota6 139,55 169,55 030,65 068,14 922,8

Mee- en tegenvallers

Aangezien uit het recente verleden blijkt dat bedrijven bedrijfsmiddelen waarvoor destijds WIR-premie is ontvangen eerder afstoten dan tot nu toe werd aangenomen, wordt de ontvangstenraming van de WIR in de jaren 1996 tot en met 1999 opwaarts bijgesteld.

Als gevolg van de verkoop van de aandelen DSM in het begin van dit jaar resulteren lagere dividenduitkeringen. De verkoopopbrengst leidt tot een structurele rente-meevaller bij de Nationale Schuld.

Voor de ijklijn zijn relevant de aardgasbaten uit hoofde van export naar het buitenland (excl. FES). De meevaller in 1996 bij de gasbaten die een doorwerking heeft naar 1997 is toe te schrijven aan de koude winter en aan nabetalingen van buitenlandse afnemers uit hoofde van de in 1995 afgeronde heronderhandelingen.

Beleidsmatige mutaties

De Nationale Investeringsbank heeft een voor eind 1995 geraamde aflossing van een lening door Hoogovens ad 28 miljoen begin 1996 overgemaakt naar het ministerie van Economische Zaken.

Bij een aantal vervreemdingen heeft Alpinvest (voorheen MIP) een substantiële boekwinst behaald. Daarom wordt aan de Staat een zogenaamd superdividend ad 33 miljoen uitgekeerd.

Desalderingen

Uit het Fonds Economische Structuurversterking wordt in de jaren 1996 tot en met 1999 in totaal 100 miljoen ontvangen ter financiering van nieuwe investeringen bij het Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN) (zie toelichting bij uitgaven).

Niet relevant voor enige ijklijn

De meevaller in 1996 bij de aardgasbaten uit hoofde van binnenlandse afzet is eveneens toe te schrijven aan de koude winter. Voor 1998 wordt een iets lagere binnenlandse gasafzet verwacht.

In februari en maart van dit jaar heeft de Staat zijn aandelen DSM verkocht in pakketten van 7,3 miljoen respectievelijk 4 miljoen stuks, tegen een koers van 152 respectievelijk 154 (totale opbrengst 1 721 miljoen). Van deze opbrengst wordt 1 488 miljoen toegevoegd aan het Fonds Economische Structuurversterking. Omdat dit bedrag wordt gebruikt voor het dekken van reeds in de Fes-begroting verwerkte uitgaven en er tegenover de toevoeging geen nieuwe uitgaven staan, komt dit overeen met indirecte schuldreductie. De overige 233 miljoen wordt ingezet voor directe schuldreductie.

 19961997199819992000
XIV LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19963 110,13 124,23 129,73 071,43 082,7
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
bijdrageregeling proefprojecten mestverwerking (bpm)–41,441,40,00,00,0
maatregelen dolle koeienziekte (bse)35,10,00,00,00,0
diversen–0,17,230,245,529,2
 –6,448,630,245,529,2
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
maatregelen BSE (EU-bijdrage)53,10,00,00,00,0
diversen3,7–10,4–12,6–10,5–10,6
 56,8–10,4–12,6–10,5–10,6
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
loonbijstelling 199614,237,336,333,230,1
diversen42,235,531,025,019,4
 56,472,867,358,749,5
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996106,8110,984,993,668,1
Stand voorjaarsnota3 216,93 235,13 214,63 165,03 150,8

Beleidsmatige mutaties

Als gevolg van vertraging in de administratieve verwerking van de vereiste milieuvergunningen en omdat verplichtingen in 1995 later zijn aangegaan dan voorzien, komen de aangegane verplichtingen op de Bijdrageregeling Proefprojecten Mestverwerking (BPM) voor een bedrag 41,4 miljoen niet in 1996 maar in 1997 tot betaling.

De bestrijding van dolle-koeienziekte leidt voor de begroting van LNV tot kosten van 88,2 miljoen gulden. Deze kosten worden voor een bedrag van 53,1 miljoen gedekt uit de te verwachten EU-bijdrage van 70% in de opkoopregeling kalvereigenaren (zie toelichting desaldering). De kosten voor de nationale begroting van 35,1 miljoen betreffen de nationale bijdrage in de opkoopregeling van 30% (23,4 miljoen), de kosten van begeleiding en doding in de slachterij (9,7 miljoen) en een tegemoetkoming voor kalvermesters (2,0 miljoen).

Desalderingen

De kosten voor de opkoopregeling van kalvereigenaren van 75,9 miljoen gulden worden voor een bedrag van 53,1 miljoen gedekt uit de te verwachten EU-bijdrage van 70% in de opkoopregeling kalvereigenaren.

 19961997199819992000
XIV LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 1996499,0530,4559,0551,1550,9
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
maatregelen BSE (EU-bijdrage)53,10,00,00,00,0
diversen3,7–10,5–12,7–10,6–10,6
 56,8–10,5–12,7–10,6–10,6
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 199656,7–10,5–12,7–10,6–10,7
      
Stand voorjaarsnota555,7519,9546,3540,5540,2

Desalderingen

De kosten voor de opkoopregeling van kalvereigenaren van 75,9 miljoen gulden worden voor een bedrag van 53,1 miljoen gedekt uit de te verwachten EU-bijdrage van 70% in de opkoopregeling kalvereigenaren.

 19961997199819992000
XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 199624 405,627 243,827 941,926 873,526 837,1
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Sociale Zekerheid –     
abw: doorwerking jwg-realisatie '95–36,017,451,07,8–8,2
abw: realisatie '95–85,3–178,3–276,2–274,9–247,9
abw: verschuiving rww naar ww–94,6–93,7–94,1–82,6–82,6
ioaw: realisatie '95–86,9–81,4–102,0–56,5–16,2
jwg: afdrachtskorting langd. werklozen (wva/vlw)–19,3–57,2–90,6–116,1–128,7
wsw: afdrachtskorting langd. werklozen (wva/vlw)–10,0–27,8–44,2–60,4–68,8
jwg: realisatie '9590,944,0–2,769,687,8
tw: realisatie '9511,2–16,6–24,2–26,9–26,3
tw: volumemutaties6,720,125,437,043,9
diversen15,8–22,7–30,6–21,0–8,6
 –207,5–396,2–588,2–524,0–455,6
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen5,95,710,814,714,0
– Sociale Zekerheid –      
abw: aww amendement Kalsbeek–4,5–27,0–50,0–69,7–69,7
abw: uitstel ww-sancties–35,0–29,0–16,0–12,0–3,4
abw: wijziging betaaldata/overbruggingsuitkering37,0–8,0–6,0–4,0–3,0
eindejaarsmarge56,70,00,00,00,0
koopkrachtreparatie74,00,00,00,00,0
wet beperking inkomensgevolgen a.o.-criteria (bia)0,914,943,962,663,0
wvg: vervoersvoorziening bewoners awbz-instellingen50,050,00,00,00,0
diversen–56,7–59,7–28,3–86,8–93,0
 128,3–53,1–105,6–95,2–92,1
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen13,112,410,710,710,0
– Sociale Zekerheid –      
loonbijstelling 199652,452,552,452,452,4
van aanvullende post akw naar szw26,133,732,932,131,4
diversen0,20,20,20,30,3
 91,898,896,295,594,1
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 199612,6–350,5–597,6–523,8–453,7
Stand voorjaarsnota24 418,226 893,327 344,326 349,726 383,4

Mee- en tegenvallers

Sociale Zekerheid

Bij de bijstand (Abw) doet zich per saldo een meevaller van circa 215 miljoen voor in 1996 oplopend tot circa 340 miljoen in 2000. De meevaller heeft een drietal oorzaken, hieronder afzonderlijk toegelicht.

– Op basis van de realisatiegegevens 1995 in de Jeugdwerkgarantiewet (JWG) is het volume voor de jaren 1996 en 2000 opwaarts bijgesteld. Voor de tussenliggende jaren is het volume neerwaarts bijgesteld. Doordat de doelgroep van de JWG bestaat uit mensen die aanspraak kunnen maken op een bijstandsuitkering, leiden de volumewijzigingen in de JWG tot spiegelbeeldige volumewijzigingen in de bijstand. De uitgavenmutaties (zie ook de mutatie «JWG: realisatie '95») zijn niet gelijk aan elkaar, doordat de uitkeringshoogten verschillen.

– Uit de declaratiegegevens van gemeenten over 1995 blijkt het volume in de bijstand lager dan geraamd.

– Op basis van de realisaties 1995 blijkt voorts dat sprake is van een gewijzigde verdeling van de werkloosheid tussen de werkloosheidsfondsen en de Abw. De raming van de ABW wordt op basis hiervan met 5000 personen verlaagd.

In de ramingen van de wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) werd in de ontwerpbegroting 1996 rekening gehouden met een toename van de instroom ten gevolge van de maatregelen op het gebied van de arbeidsongeschiktheid (wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, TBA). Uit de realisatiegegevens 1995 blijkt dat de toename van de instroom in de IOAW in mindere mate is opgetreden dan werd geraamd.

De invoering van de Wet Vermindering Afdrachten (WVA) heeft gevolgen voor de uitgaven uit hoofde van de Jeugdwerkgarantiewet (JWG) en de wet sociale werkvoorziening (WSW). Door de invoering van de WVA krijgen de uitvoeringsorganisaties van de JWG en de werkgevers in de sociale werkvoorziening recht op een afdrachtskorting vermindering langdurig werklozen van f 4 500,– per werknemer.

Hierdoor kunnen de uitgaven voor het Rijk lager worden vastgesteld.

Op basis van de realisatiegegevens van de Jeugdwerkgarantiewet (JWG) over 1995 treedt een overschrijding op in de JWG. Deze overschrijding valt uiteen in een volume- en een prijseffect. Op grond van de realisatiegegevens met betrekking tot het volume (met name bij de garantieplaatsen) zijn de uitgaven opwaarts bijgesteld. Daarnaast blijkt uit realisatiegegevens dat de gemiddelde prijs van een JWG-garantieplaats hoger uitvalt dan geraamd. Dit hangt samen met de hogere gemiddelde leeftijd van het JWG-bestand. Doordat de doelgroep van de JWG mensen betreft die in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering kent deze mutatie een doorwerking op de volume- en uitgavenontwikkeling in de bijstand. De doorwerking van de mutatie naar de bijstand is reeds hierboven toegelicht.

Bij de Toeslagenwet (TW) doen zich twee mutaties voor die het gevolg zijn van enerzijds realisatiegegevens 1995 en anderzijds van nieuwe inzichten en veronderstellingen omtrent de volumeontwikkeling vanaf 1996.

– Uit de realisatiegegevens 1995 blijkt dat de gemiddelde uitkering lager is dan de uitkering waarvan in de meerjarenramingen bij ontwerpbegroting 1996 is uitgegaan. Daarnaast blijkt op basis van realisatiecijfers 1995 dat het werkloosheidsvolume hoger is dan geraamd. Per saldo resulteert een tegenvaller in 1996 en meevallers vanaf 1997.

– Indien zich volumewijzigingen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen voordoen vindt dit zijn weerslag in het volume van en de uitgaven aan de Toeslagenwet. Nieuwe inzichten en veronderstellingen omtrent volumeontwikkelingen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen – ten opzichte van de ramingen bij ontwerpbegroting 1996 – leiden tot tegenvallers vanaf 1996.

Beleidsmatige mutaties

Sociale Zekerheid

Ten gevolge van het amendement Kalsbeek op het wetsvoorstel Algemene Nabestaandenwet (ANW) zijn ook ongehuwd samenwonenden tot de groep rechthebbenden gaan behoren. Met deze uitbreiding zal de betreffende groep geen aanspraak hoeven maken op een bijstandsuitkering. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de bijstandsuitgaven.

Het wetsvoorstel Boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid wordt later ingevoerd dan aanvankelijk gepland, waardoor de voorziene weglek vanuit de werkloosheidswet naar de bijstand is vertraagd. Dit leidt tot lagere uitgaven in de bijstand.

De nieuwe Algemene bijstandswet (n-Abw) leidt bij gemeenten in 1996 tot een verschuiving in de betaaldatum van de maandelijkse uitkering. Om tegemoet te komen aan personen die daardoor tijdelijk onder het bestaansminimum dreigen te geraken, verstrekken gemeenten een overbruggingsuitkering in de vorm van een lening die bij beëindiging van de bijstand opeisbaar wordt. De kosten van de eenmalige verschuiving doen zich voor in 1996, terwijl in volgende jaren de aflossingen van de leningen plaatsvinden.

De eindejaarsmarge 1995 van het begrotingsgefinancierde deel van de sociale zekerheid wordt aan de begroting toegevoegd.

Ter reparatie van de negatieve koopkrachteffecten ten gevolge van de hoger dan geraamde nominale ziekenfondspremie is door het kabinet een specifieke maatregel getroffen. Op grond van deze maatregel ontvangen in 1996 IHS-gerechtigden alleenstaanden een toeslag van 50 gulden en huishoudens met één of meer kinderen 100 gulden. De toeslag wordt door middel van een cheque uitgekeerd. De uitvoering geschiedt via het uitvoeringsapparaat van de individuele huursubsidie (IHS), onder verantwoordelijkheid van de minister van SZW. De met de maatregel gemoeide middelen voor 1996 worden vanuit de algemene middelen toegevoegd aan de begroting van SZW. Met ingang van het tijdvak 1997–1998 zal de toeslag structureel in de IHS-tabellen en dus op de VROM-begroting worden verwerkt.

De mutatie ten aanzien van de wet Beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (Bia) is een gevolg van de wet Terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (TBA). Met de wet TBA is een nieuw arbeidsongeschiktheidscriterium ingevoerd. Door herkeuring op grond van dit criterium kunnen personen (een deel van) hun arbeidsongeschiktheidsuitkering verliezen en daarmee in inkomen terugvallen op een bijstandsuitkering. Met de wet Bia krijgen betrokken personen recht op een uitkering die overeenkomt met de vervolguitkering op grond van de WW. Ten gevolge van de wet Bia treden besparingen op in de bijstandsregelingen. Daartegenover staan extra uitgaven uit hoofde van de wet Bia. Per saldo leidt het wetsvoorstel tot extra uitgaven.

Met het wetsvoorstel Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) dreigden bewoners van diverse AWBZ-instellingen buiten de vervoersvoorzieningen voor gehandicapten te vallen. Deze doelgroep is alsnog onder de WVG gebracht.

Overboekingen

Sociale Zekerheid

Op grond van de wettelijke indexering van de kinderbijslag (AKW) vindt een overboeking plaats van de aanvullende post nominale bijstelling AKW naar de uitgaven aan kinderbijslag op de begroting van SZW. De mutatie betreft de indexering per 1 januari 1996.

 19961997199819992000
XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 1996797,8776,4775,4769,9769,9
      
– Sociale Zekerheid –      
diversen–17,0–17,0–17,0–17,0–17,0
 –17,0–17,0–17,0–17,0–17,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen1,53,03,53,53,5
 1,53,03,53,53,5
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–15,5–14,0–13,5–13,5–13,5
      
Stand voorjaarsnota782,3762,4761,9756,4756,4
 19961997199819992000
XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 199612 614,09 881,49 878,69 826,19 803,4
      
– Zorg –      
afdrachtskorting arbeidspl. langd. werklozen–20,0–36,0–33,0–31,0–18,0
 –20,0–36,0–33,0–31,0–18,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
herdefiniering budgettair kader zorg38,228,937,038,136,5
diversen–4,2–14,20,2–11,8–14,1
– Zorg –      
herdefiniering budgettair kader zorg–38,2–28,9–37,0–38,1–36,5
diversen54,916,014,613,513,4
 50,71,814,81,7–0,7
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen4,2–0,1–0,1–0,1–0,2
– Zorg –      
diversen–4,10,20,20,20,2
 0,10,10,10,10,0
      
OVERBOEKINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin –      
loonbijstelling 199631,132,331,731,030,2
diversen8,37,14,86,23,0
– Zorg –      
loonbijstelling 1996115,582,683,181,680,2
prijsbijstelling 199643,932,633,433,032,9
van aanvullende post herstructureringsmiddelen15,418,522,035,40,0
 214,2173,1175,0187,2146,3
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996244,9139,1156,8157,9127,7
      
Stand voorjaarsnota12 858,910 020,510 035,49 984,09 931,1

Mee- en tegenvallers

Bij de berekening van de budgetten voor het creëren van extra banen voor langdurig werklozen in de zorgsector was geen rekening gehouden met de afdrachtskorting vermindering lage lonen (SPAK) en de afdrachtskorting vermindering langdurig werklozen (VLW). Omdat door deze afdrachtskortingen minder middelen benodigd zijn voor het financieren van het aantal afgesproken banen, vallen deze middelen vrij.

Beleidsmatige mutaties

Teneinde verschuivingen tussen de budgetdiscipline-sectoren «rijksbegroting in enge zin» en «zorg» in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen is besloten tot een nadere afgrenzing van de uitgaven die onder deze sectoren vallen. Het verwerken van deze afgrenzing heeft voor de begroting van VWS een eenmalige verschuiving tussen beide sectoren tot gevolg.

Overboekingen

Vanuit de aanvullende post prijsbijstelling is de prijsbijstelling 1996 (inclusief de aanpassing van de prijsbijstelling 1995) overgeboekt naar de begroting van VWS.

De privatisering van de gemeentelijke ziekenhuizen brengt voor de beginjaren eenmalige kosten met zich mee. Deze overgangskosten worden mede gedekt door een bijdrage uit de aanvullende post herstructureringsmiddelen.

 19961997199819992000
XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 1996228,3222,9226,4213,1213,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen–4,2–4,2–4,1–4,1–4,1
– Zorg –      
diversen4,14,13,93,93,9
 –0,1–0,1–0,2–0,2–0,2
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen4,2–0,1–0,1–0,1–0,2
– Zorg –      
diversen–4,10,20,20,20,2
 0,10,10,10,10,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19960,00,0–0,1–0,1–0,2
      
Stand voorjaarsnota228,3222,9226,3213,0212,8
 19961997199819992000
ONTWIKKELINGSSAMENWERKING      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19966 741,66 946,67 209,07 501,37 875,8
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
bedrijfsleven en ontwikkeling30,50,00,00,00,0
betalingsbalanssteun en schulden–25,90,00,00,00,0
Europees ontwikkelings fonds–159,40,00,00,00,0
geautomatiseerde informatie voorziening33,50,00,00,00,0
multilaterale fondsen en programma33,50,00,00,00,0
os-delegaties buitenlandse posten37,20,00,00,00,0
ramingsbijstelling os25,00,00,00,00,0
diversen19,8–7,1–7,10,00,0
 –5,8–7,1–7,10,00,0
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–5,9–7,2–7,20,00,0
Stand voorjaarsnota6 735,76 939,47 201,87 501,37 875,8

Beleidsmatige mutaties

Het onderdeel bedrijfsleven en ontwikkeling wordt verhoogd met 30,5 miljoen, waarvan het grootste deel (28 miljoen) bestemd is voor het programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties (ORET). Deze verhoging hangt samen met de feitelijke contractsluiting op een aantal eerder ingediende financieringsaanvragen en de toezegging van twee Fokker-50 toestellen aan Palestina.

Het onderdeel Betalingsbalanssteun en schulden wordt verlaagd met 25,9 miljoen. Dit is het te compenseren saldo dat resteert na verwerking van de overige mutaties bij Ontwikkelingssamenwerking.

De commissie van de Europese Unie heeft aangekondigd voor 1996 een lager bedrag op te vragen dan aanvankelijk was voorzien, hetgeen leidt tot een verlaging van dit onderdeel met 159,4 miljoen.

De verhoging van 33,5 mln. op het onderdeel personeel en materieel betreft voor het groot deel kosten die samenhangen met verbeteringen van de geautomatiseerde informatievoorziening en aanpassingen aan de infrastructuur op het gebied van de telecommunicatie.

Het onderdeel multilaterale fondsen en programma's wordt verhoogd met 33,5 miljoen. Deze verhoging is samengesteld uit 8,5 miljoen voor UNFPA (United Nations Fund for Population Activities), 8 miljoen voor UNICEF (United Nations International Children's Emercency Fund), 3 miljoen voor UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East) en 14 miljoen voor speciale programma's. Deze laatste verhoging is voor een belangrijk deel het gevolg van nieuwe activiteiten ten aanzien van WHO (World Health Organisation)-programma's en het nieuwe aids-programma van de Verenigde Naties.

De OS-delegatiekosten ad 37,2 miljoen vloeien voort uit de versterking van verantwoordelijkheden op de buitenlandse posten van Ontwikkelingssamenwerking en de daarmee samenhangende plaatsing van het personeel.

 19961997199819992000
GEMEENTEFONDS      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 199618 591,420 400,020 475,521 912,421 883,2
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
diversen1,72,02,02,02,0
 1,72,02,02,02,0
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
van ap: uitdeling accres 1996–111,9–111,9–111,9–111,9–111,9
diversen1,3–1,60,00,00,0
 –110,6–113,5–111,9–111,9–111,9
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–108,9–111,5–109,9–109,9–109,9
Stand voorjaarsnota18 482,520 288,520 365,621 802,521 773,3

Overboekingen

De ontwikkeling van de netto-gecorrigeerde rijksuitgaven is bepalend voor het jaarlijkse procentuele accres of decres van het Gemeentefonds. Als gevolg van wijzigingen in de rijksuitgaven wordt het accres 1996 thans met 111,9 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dit bedrag wordt van de aanvullende post Accres Gemeentefonds overgeboekt naar het Gemeentefonds.

 19961997199819992000
PROVINCIEFONDS      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19961 778,11 593,21 592,51 597,51 604,5
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –      
diversen–15,0–15,2–15,2–15,2–15,2
 –15,0–15,2–15,2–15,2–15,2
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–15,0–15,2–15,2–15,2–15,2
      
Stand voorjaarsnota1 763,11 578,01 577,31 582,31 589,3
 19961997199819992000
ACCRES GEMEENTEFONDS/PROVINCIEFONDS      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 19960,0521,51 404,82 331,83 310,6
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
accres gemeentefonds–135,633,3–128,1–22,5–65,3
diversen–18,4–0,6–12,61,2–1,3
 –154,032,7–140,7–21,3–66,6
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin –     
naar gemeentefonds: uitdeling accres 1996111,9111,9111,9111,9111,9
diversen12,115,215,215,215,2
 124,0127,1127,1127,1127,1
      
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–30,0159,8–13,6105,860,5
Stand voorjaarsnota–30,0681,31 391,22 437,63 371,1

Beleidsmatige mutaties

Er heeft zich ten opzichte van de Miljoenennota 1996 een aantal wijzigingen voorgedaan in de rijksuitgaven waaraan het accres Gemeentefonds is gekoppeld. Als gevolg hiervan is het accres Gemeentefonds voor 1996 aangepast.

Overboekingen

De bijstelling van het accres 1996 wordt van de aanvullende post Accres Gemeentefonds overgeboekt naar het Gemeentefonds.

 19961997199819992000
INFRASTRUCTUURFONDS      
      
UITGAVEN      
Stand miljoenennota 19966 932,97 209,07 611,07 381,77 607,2
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin – verdeling voordelig saldo 1995 0,049,288,730,00,0
 0,049,288,730,00,0
      
DESALDERINGEN:     
– Rijksbegroting in enge zin – amendement Hofstra –50,00,00,00,00,0
betuweroute –150,00,0 207,00,00,0
bodemsanering 0,0 0,038,00,00,0
fes projecten investeringsimpuls verkeer en vervoer0,0 0,0131,00,00,0
verdieping westerschelde/rolbrug westsluis terneuzen –52,9–27,8–18,822,614,0
vervanging oliebestrijdingsvaartuigen –4,5 –27,00,00,00,0
diversen 2,4 –0,3–18,2–0,2–0,2
 -255,0–55,1339,022,413,8
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–255,0 –5,9427,752,413,8
Stand voorjaarsnota 6 677,97 203,18 038,77 434,17 621,0

Beleidsmatige mutaties

De in 1995 opgetreden onderuitputting op het Infrastructuurfonds leidt tot een verhoging van de uitgaven in de jaren 1996 t/m 2000 met een totaal van 783,2 miljoen. In de miljoenennota 1996 is hiervan reeds 615,3 miljoen verdeeld. Het resterende bedrag ad 167,9 miljoen wordt aangewend voor hogere uitgaven in de jaren 1997, 1998 en 1999.

Desalderingen

Bij de behandeling van de begroting 1996 heeft de Tweede Kamer een amendement ingediend om de aan het stad/streekvervoer opgelegde taakstelling met 50 miljoen te verminderen ten laste van het Infrastructuurfonds. Dienovereenkomstig worden zowel de uitgaven als de ontvangsten (bijdrage ten laste van de begroting van Verkeer en Waterstaat) op het Infrastructuurfonds met 50 miljoen verlaagd.

De vertraagde aanleg van de Betuweroute als gevolg van de in acht genomen heroverweging (Commissie Hermans), leidt in 1996 tot 150 miljoen lagere uitgaven. Deze uitgaven worden tezamen met de over 1995 opgetreden uitgavenonderschreiding ad 57 miljoen doorgeschoven naar 1998. De hiermee corresponderende bijdragen uit het Fonds Economische Structuurversterking zijn op een identieke wijze bijgesteld.

De in het uitvoeringsjaar 1995 niet tot besteding gekomen gelden ten behoeve van bodemsanering ad 38 miljoen worden in 1998 geacht tot besteding te komen. De hiermee corresponderende bijdragen uit het Fonds Economische Structuurversterking zijn op een identieke wijze bijgesteld.

Van de FES-gelden ten behoeve van de investeringsimpuls uit 1993, onderdeel Verkeer en Vervoer is 131 miljoen in 1995 niet tot besteding gekomen. Verwacht wordt dat pas in 1998 mogelijkheden bestaan om dit saldo aan te wenden voor projecten.

De vertraging die is opgetreden bij de ratificatie van het verdrag met België omtrent de verdieping van de Westerschelde, leidt tot een vertraagde uitvoering hiervan. Tezamen met een aanpassing van de projectplanning voor de Rolbrug Westsluis Terneuzen, leidt dit tot zowel lagere uitgaven als lagere ontvangsten op het Infrastructuurfonds.

Voor de vervanging van de afgekeurde oliebestrijdingsvaartuigen Smal Agt en de Holland wordt dekking verleend door de bijdrage aan het Infrastructuurfonds ten laste van de begroting van Verkeer en Waterstaat (Hoofdstuk XII) in totaal met 31,5 miljoen te verlagen. Op het Infrastructuurfonds leidt dit tot een verlaging van de uitgaven aan onderhoud van rijksvaarwegen.

 19961997199819992000
INFRASTRUCTUURFONDS      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 19963 656,74 048,24 386,74 092,74 174,3
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin – wijziging wet infrastructuurfonds en motorrijtuigenbelasting3 014,53 074,03 138,53 190,7 3 350,2
 3 014,53 074,03 138,53 190,73 350,2
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin – amendement Hofstra –50,00,00,00,00,0
betuweroute–150,00,0207,00,00,0
bodemsanering0,00,038,00,00,0
fes projecten investeringsimpuls verkeer en vervoer 0,0 0,0131,00,00,0
verdieping Westerschelde/rolbrug Westsluis Terneuzen–52,9–27,8–18,822,614,0
vervanging oliebestrijdingsvaartuigen–4,5–27,00,00,00,0
diversen2,4–0,3–18,2–0,2–0,2
 –255,0–55,1339,022,413,8
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19962 759,5 3 018,93 477,63 213,13 364,0
Stand voorjaarsnota6 416,27 067,17 864,37 305,87 538,3

Beleidsmatige mutaties

Per 1 januari 1996 is er sprake van een verlegde voeding van het Infrastructuurfonds. De bijdrage uit de Infrastructuurtoeslag op de Motorrijtuigenbelasting en een deel van de accijnzen is vervangen door een bijdrage uit de algemene middelen via een verhoging van de bijdrage uit de begroting van Verkeer en Waterstaat.

Desalderingen

Deze ontvangstenmutaties betreffen desalderingen en hebben derhalve uitgavenmutaties met eenzelfde omvang als tegenposten. Voor een toelichting op deze mutaties wordt daarom verwezen naar deze tegenposten die bij de uitgaven zijn toegelicht.

 19961997199819992000
FONDS ECONOMISCHE STRUCTUURVERSTERKING      
      
UITGAVEN      
Stand miljoenennota 19961 536,61 748,51 803,71 238,81 231,0
– Niet relevant voor enige ijklijn – Betuweroute–207,0 0,0207,00,00,0
doorwerking vertraging njn212,00,030,00,00,0
marin12,037,042,09,00,0
projekten verkeer en vervoer–167,00,0167,00,00,0
diversen18,03,30,70,30,0
 –132,040,3446,79,30,0
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996 –131,940,3446,79,40,0
Stand voorjaarsnota1 404,71 788,82 250,41 248,21 231,0

Niet relevant voor enige ijklijn

De vertraagde aanleg van de Betuweroute als gevolg van de in acht genomen heroverweging (Commissie Hermans), leidt in 1996 tot 150 miljoen lagere uitgaven. Deze uitgaven worden tezamen met de over 1995 opgetreden uitgavenonderschrijding ad 57 miljoen doorgeschoven naar 1998. De hiermee corresponderende bijdrage uit het Fonds Economische Structuurversterking aan het Infrastructuurfonds is op een identieke wijze bijgesteld.

Bij Najaarsnota 1995 zijn uitgavenvertragingen bij diverse projekten gemeld. Dit leidt tot enkele uitgavenverhogingen in de jaren 1996 en verder. In enkele gevallen blijkt nu echter dat de vertraging in het kasritme niet in 1996 ingelopen kan worden, zodat een deel van de uitgavenonderschrijdingen wordt doorgeschoven naar 1998.

In het Maritiem Research Instituut Nederland wordt een totaalbedrag van 100 miljoen geïnvesteerd (verdeeld over 4 jaar). Deze investeringen worden gefinancierd uit het Fonds Economische Structuurversterking.

Van de FES-gelden ten behoeve van de investeringsimpuls onderdeel Verkeer en Vervoer is 167 miljoen in 1995 niet tot besteding gekomen. Verwacht wordt dat pas in 1998 ruimte zal bestaan om dit saldo aan te wenden voor projecten.

 19961997199819992000
FONDS ECONOMISCHE STRUCTUURVERSTERKING      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 1996500,0500,0500,0500,0600,0
– Niet relevant voor enige ijklijn – bijstelling raming0,0200,0200,0100,00,0
opbrengst verkoop dsm 1 487,70,00,00,00,0
 1 487,7200,0200,0100,00,0
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19961 487,70,00,00,00,0
Stand voorjaarsnota 1 987,7700,0700,0600,0600,0

Niet relevant voor enige ijklijn

De bijstelling raming gas is in het algemeen te verklaren uit de structurele verhoging van de gasexportprijs, de structureel lagere kosten van de NAM en de opwaarts bijgestelde dollar.

De netto-opbrengst van de verkoop DSM bedraagt in 1996 een totaal van 1721 miljoen. Deze wordt voor 1487,7 miljoen gebruikt ter dekking van het resterende tekort bij de investeringsimpuls (indirecte schuldreductie) en voor het overige ad 233,3 miljoen voor directe schuldreductie.

 19961997199819992000
AANVULLENDE POST ASIELZOEKERS      
      
UITGAVEN      
Stand miljoenennota 1996 0,0 1 024,5874,0819,4819,4
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 19960,00,00,0 0,00,0
Stand voorjaarsnota0,01 024,5874,0819,4819,4
 19961997199819992000
KOPPELING UITKERINGEN/NOMINALE BIJSTELLING AKW      
      
UITGAVEN     
      
Stand miljoenennota 1996412,9–746,0–367,064,0481,5
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Sociale Zekerheid – koppelingspercentage cep –1,8–14,9–56,2–217,3 –275,5
premiebeeld cep –102,9349,862,543,7–22,7
diversen –9,0 –11,0 –11,0–11,0 –11,0
 –113,7323,9–4,7–184,6 –309,2
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:     
– Sociale Zekerheid – jwg spak –18,1–20,6 –23,9 –27,7 –28,3
 –18,1–20,6 –23,9 –27,7 –28,3
      
OVERBOEKINGEN:     
– Sociale Zekerheid – van aanvullende post akw naar szw–26,1 –33,7 –32,9 –32,1 –31,4
diversen     
 –26,1–33,7 –32,9 –32,1 –31,4
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996 –157,9269,6–61,5 –244,4 –368,9
Stand voorjaarsnota255,0 –476,4 –428,5 –180,4112,6

Mee- en tegenvallers

Door het Centraal Planbureau wordt, aan de hand van de ontwikkeling van de contractlonen, een raming gemaakt van het percentage (de wka-index) waarmee de sociale voorzieningen worden gekoppeld.

Daarnaast is sprake van wijzigingen in het premiebeeld die veroorzaakt worden door wijzigingen in het bruto/netto-traject van de uitkeringen.

Beleidsmatige mutaties

Bij de Jeugdwerkgarantiewet (JWG) treden de door de overheid gesubsidieerde JWG-organisaties op als werkgever. Zij kunnen hierdoor gebruik maken van de specifieke afdrachtskorting (SPAK). De SZW-vergoeding van de loonkosten kan hierdoor lager worden geraamd. Deze korting is vormgegeven via de loonbijstelling (van de JWG geschiedt die via de aanvullende post koppeling uitkeringen).

Overboeking

Ten gevolge van de indexatie van de kinderbijslag met ingang van 1 januari 1996 wordt de begroting van SZW verhoogd met bovenstaande.

 19961997199819992000
PRIJSBIJSTELLING/INDEXERING WSF      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 1996236,0952,5 2 012,13 193,84 979,7
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin – macro mutatie 132,2109,8114,9116,656,5
diversen14,318,415,015,015,0
– Sociale Zekerheid – diversen 0,10,10,10,10,1
– Zorg – diversen –1,0 –11,6–11,9 –11,9 –12,0
 145,6116,7118,1119,859,6
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin – uitdeling –266,1 –229,0 –226,3 –233,2–231,1
– Sociale Zekerheid – diversen –0,2–0,2 –0,2 –0,3 –0,3
– Zorg – uitdeling –43,9 –32,6 –33,4–33,0 –32,9
 –310,2–261,8–259,9 –266,5 –264,3
      
– Niet relevant voor enige ijklijn – diversen 8,57,85,75,75,7
 8,57,85,75,75,7
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996 –156,1 –137,3–136,2–140,8 –198,8
Stand voorjaarsnota79,9815,21 875,93 053,04 780,9

Mee- en tegenvallers

Conform de systematiek van de prijsbijstelling is de aanvullende post prijsbijstelling geraamd op basis van de nieuwste macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan 1996.

Overboekingen

De overboekingen betreffen de uitdeling van tranche 1996.

 19961997199819992000
LOONBIJSTELLING/WACHTGELDEN/HERSTRUCTURERINGSMIDDELEN      
      
UITGAVEN     
      
Stand miljoenennota 19961 413,73 174,24 624,66 729,88 592,8
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin – macro-mutatie 69,1234,7314,6362,3518,5
– Sociale Zekerheid – macro-mutatie–40,58,24,510,218,4
– Zorg – macro-mutatie–36,79,6–50,2–186,8–265,6
 -8,1252,5268,9185,7271,3
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin – ijklijnmutatie–15,4–18,5–22,0–35,40,0
onderuitputting–75,0–150,0–200,0–200,0–200,0
verrekening voorfinanciering cao oc&w–118,40,00,00,00,0
diversen 11,7 11,70,00,00,0
– Zorg – ijklijnmutatie 15,4 18,5 22,0 35,40,0
 –181,7–138,3–200,0–200,0–200,0
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin – loonbijstelling 1996–556,2–987,8–989,9–970,3–929,7
diversen–33,7–37,9–37,5–39,1–31,2
– Sociale Zekerheid – loonbijstelling 1996–52,4–52,5–52,4–52,4–52,4
– Zorg – loonbijstelling 1996–115,5–82,6–83,1–81,6–80,2
naar vws: privatisering gemeentelijke ziekenhuizen–15,4–18,5–22,0–35,40,0
 –773,2–1 179,3–1 184,9–1 178,8–1 093,5
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–962,9–1 065,0–1 116,0–1 193,0–1 022,2
Stand voorjaarsnota 450,8 2 109,2 3 508,65 536,8 7 570,6

Mee- en tegenvallers

De macro-mutaties vloeien met name voort uit een integrale doorrekening van de aanvullende post Loonbijstelling op basis van de gegevens in het CEP 1996.

Beleidsmatige mutaties

Bij Najaarsnota 1995 is ter financiering voor de CAO OC&W een bedrag voorgeschoten uit de aanvullende post Loonbijstelling. Dit voorschot is nu verrekend.

Overboekingen

Dit betreft de uitdeling van de loonbijstelling tranche 1996 aan de departementen.

 19961997199819992000
BELASTINGAFDRACHTEN AAN DE EUROPESE UNIE      
      
UITGAVEN      
Stand miljoenennota 1996 7 137,07 111,06 859,06 677,06 931,0
      
MEE- EN TEGENVALLERS:      
– Rijksbegroting in enge zin – btw afdrachten 26,0 20,0 24,0 24,0 24,0
hogere afdrachten invoerrechten 160,0252,0264,0264,0264,0
 186,0272,0288,0288,0288,0
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996186,0272,0288,0288,0288,0
Stand voorjaarsnota 7 323,07 383,0  147,06 965,07 219,0

Mee- en tegenvallers

Nabetalingen over 1995 hebben geleid tot 26 miljoen extra BTW-afdrachten in 1996. Macro-economische ontwikkelingen leiden vanaf 1997 tot opwaartse bijstellingen van de BTW-afdrachten.

Als gevolg van macro-economische ontwikkelingen (CEP) zijn de invoerrechten voor 1996 met 160 miljoen opwaarts bijgesteld. Voor 1997 en verder leiden de macro-economische ontwikkelingen tot verdere bijstellingen.

 19961997199819992000
NADER TE BEPALEN/TE VERDELEN OMBUIGINGEN      
      
UITGAVEN      
Stand miljoenennota 1996365,4748,01 483,21 645,01 891,8
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin – eindejaarsmarge–517,47,17,10,00,0
intertemporele compensatie–132,0128,141,525,826,8
toevoeging voordelig saldo 1995 0,0–49,2–88,7–30,00,0
verlaging dividend kpn–235,5–235,5–235,5–235,5–235,5
– Sociale Zekerheid – eindejaarsmarge sz–56,70,00,00,00,0
– Zorg – diversen–24,4 0,00,0 0,0 0,0
 –966,0–149,5–275,6–239,7–208,7
      
OVERBOEKINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin – naar financien i.v.m. fiscale uitvoeringskosten–47,6–42,4–41,9–41,9–41,9
naar vrom: van cluster v normhuurcompensatie 0,0–24,0–50,0–50,0–50,0
diversen–5,0–5,0–5,0–5,0–5,0
 -52,6–71,4–96,9–96,9–96,9
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–1 018,7–220,9–372,4–336,6–305,6
Stand voorjaarsnota–653,3527,11 110,81 308,41 586,2

Beleidsmatige mutaties

Er wordt technisch verondersteld dat het gebruik van de eindejaarsmarge in 1996 even groot zal zijn als in 1995. (Deze veronderstelling is neergelegd in de brief «begrotingsproces en -systematiek».) Daarom vindt er een correctie-boeking (ad –517,4 mln) plaats op deze aanvullende post die even groot is als het totaal van de mutaties eindejaarsmarge op de begrotingen (inclusief de eindejaarsmarge resp. bandbreedte systematiek voor Ontwikkelingssamenwerking).

Door diverse ministeries wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot intertemporele compensatie. Een deel van deze intertemporele compensatie heeft betrekking op bedragen die op de aanvullende post waren gereserveerd.

Bij het Infrastructuurfonds is het resterende bedrag van de in 1995 opgetreden onderuitputting thans op het fonds verwerkt voor de jaren 1997, 1998 en 1999. Ook voor deze bedragen geldt de ramingstechnische veronderstelling dat het gebruik van de eindejaarsmarge in deze jaren even groot zal zijn als in 1995. Daarom vindt er een correctie-boeking plaats op de aanvullende post.

De herplaatsing van de KPN-aandelen (tweede tranche) leidt tot een derving van de inkomsten uit hoofde van KPN-dividend. Daarvoor was een reservering op de aanvullende post getroffen. De feitelijke verlaging van de dividendraming vindt thans op de begroting V&W plaats, zodat de reservering op de aanvullende post thans kan vervallen.

Overboekingen

Vanuit de op deze aanvullende post geraamde fiscale uitvoeringskosten wordt een bedrag overgeboekt naar de begroting Financiën ten behoeve van de wetsvoorstellen afdrachtskorting, «tante Agaat» (faciliteit starters en doorstarters) en automatische incasso motorrijtuigen belasting.

De op de aanvullende post gereserveerde gelden ten behoeve van de normhuurcompensatie worden thans overgeboekt naar de begroting VROM.

 19961997199819992000
NADER TE BEPALEN/TE VERDELEN OMBUIGINGEN      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN     
      
Stand miljoenennota 1996 2 728,6–31,2–31,2–31,20,0
– Niet relevant voor enige ijklijn – opbrengst dsm–1 633,80,0 0,0 0,0 0,0
vrijval a.g.v. hogere opbrengst in 1995–1 108,2 0,0 0,00,0 0,0
 –2 742,0 0,0 0,0 0,00,0
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–2 742,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Stand voorjaarsnota–13,4–31,2–31,2–31,20,0

Niet relevant voor enige ijklijn

De geraamde ontvangstenpost buiten de sfeer van de microlasten (tevens niet relevant voor het beleidsrelevant tekort) is gerealiseerd deels via de netto opbrengst van de verkoop DSM (van in totaal 1721 miljoen) en deels als gevolg van de hogere opbrengsten uit hoofde van de verkoop staatsdeelnemingen in 1995.

 19961997199819992000
INDEXERING INFRASTRUCTUURTOESLAG MRB      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 1996 58,0118,0192,0263,90,0
      
BELEIDSMATIGE MUTATIES:      
– Rijksbegroting in enge zin – verlegging voeding ifs–58,0–118,0–192,0–263,90,0
 –58,0–118,0–192,0–263,90,0
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–58,0–118,0–192,0–263,90,0
Stand voorjaarsnota 0,0 0,0 0,0 0,00,0

Beleidsmatige mutaties

Als gevolg van de verlegging van de voeding van het Infrastructuurfonds komt deze aanvullende post te vervallen.

 19961997199819992000
CONSOLIDATIE      
      
UITGAVEN      
      
Stand miljoenennota 1996–4 234,2–4 689,0–5 098,3–4 704,8–4 696,2
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin – bijstelling ivm fes en isf 224,2 73,1–354,31,5 3,1
wijziging wet infrastructuurfonds en motorrijtuigenbel. 1994–3 014,5–3 074,0–3 138,5–3 190,7–3 350,2
diversen–2,5–2,5–2,5–2,5–2,5
 -2 792,8–3 003,4–3 495,3–3 191,7–3 349,6
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–2 792,7–3 003,5–3 495,4–3 191,7–3 349,7
Stand voorjaarsnota–7 026,9–7 692,5–8 593,7–7 896,5–8 045,9
 19961997199819992000
CONSOLIDATIE      
      
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN      
      
Stand miljoenennota 1996–4 234,2–4 689,0–5 098,3–4 704,8–4 696,2
      
DESALDERINGEN:      
– Rijksbegroting in enge zin – bijstelling ivm fes en isf 224,2 73,1–354,3 1,53,1
wijziging wet infrastructuurfonds en motorrijtuigenbel. 1994–3 014,5–3 074,0–3 138,5–3 190,7–3 350,2
diversen–2,5–2,5–2,5–2,5–2,5
 -2 792,8–3 003,4–3 495,3–3 191,7–3 349,6
Totaal mutaties ten opzichte van miljoenennota 1996–2 792,7–3 003,5–3 495,4–3 191,7–3 349,7
Stand voorjaarsnota–7 026,9–7 692,5–8 593,7–7 896,5–8 045,9

Desalderingen

De bijstelling op de post consolidatie (uitgaven en niet-belastingontvangsten) houdt verband met de bijdragen van het FES aan andere begrotingen. Tevens is de voeding van het infrastructuurfonds gewijzigd. Per 1 januari 1996 vindt geen voeding van het Infrastructuurfonds meer plaats door middel van een bijdrage uit Motorrijtuigenbelasting en accijnzen. Dit deel van de voeding wordt budgettair neutraal vervangen door een verhoogde bijdrage van de begroting van Verkeer en Waterstaat.


XNoot
1

Ten opzichte van de ramingen in de Miljoe- nennota 1996 zijn alle mutaties opgenomen die betrekking hebben op, respectievelijk hun oorsprong vinden in, de realisatie van de begrotingsuitvoering 1995 en het verloop van de begrotingsuitvoering 1996 (inclusief de eventuele technische doorwerking hiervan naar latere jaren). Over de begrotings- voorbereiding 1997 wordt u, zoals gebruikelijk, geïnformeerd in de komende Miljoenennota.

XNoot
1

Tweede kamer, vergaderjaar 1995–1996, 24 400, nr. 24.

XNoot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 1995–1996, 24 445, nr. 1.

XNoot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 1995–1996, 24 506, nr. 1.

XNoot
1

Verondersteld ordt dat in 1996 in dezelfde mate van de eindejaarsmarge gebruik gemaakt zal worden als in 1995. Deze ramingstechnische veronderstelling wordt geëffectueerd door in een aanvullende post een evengrote tegenpost op te nemen. Er bestaat, naast een eindejaarsmarge voor de netto-uitgaven vallend onder het uitgaven kader Rijksbegroting in enge zin, ook een eindejaarsfaciliteit voor de begrotings- gefinancierde netto-uitgaven Sociale Zekerheid en Zorg. Uit hoofde hiervan worden de begrotingen van de ministeries van SZW en VWS met respectievelijk 57 en 24 miljoen verhoogd. Voor deze eindejaarsmarge geldt eenzelfde ramingstechnische veronderstelling als hiervoor beschreven.

XNoot
2

De netto-uitgaven die niet meetellen voor de uitgavenkaders maar wel voor het beleidsrelevante financierings- tekort, vertonen een meevaller van 426 miljoen. De netto-uitgaven die noch onder één van de onderscheiden uitgavenkaders vallen, noch meetellen voor het beleidsrelevante financieringstekort, worden met 1184 miljoen neerwaarts bijgesteld.

XNoot
1

Autonome mutaties zijn veranderingen in de belastingopbrengst als gevolg van fiscale regelgeving of overige maatregelen in met name de uitvoerings- sfeer van de Belastingdienst. Macro-mutaties betreffen mutaties in de belastingopbrengst als gevolg van veranderingen in het economische beeld, met inbegrip van de doorwerking van de realisatie in het vooraf- gaande jaar.

Naar boven