24 724 Studiefinanciering

Nr. 165 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juni 2018

Hierbij zend ik u de reactie op het verzoek van de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om een reactie op een brief die de commissie had ontvangen inzake een klacht over DUO met betrekking tot de berekening van de hoogte van de aanvullende beurs.

De briefschrijfster geeft in haar brief aan dat haar dochter van 18 jaar een opleiding in het beroepsonderwijs niveau 2 volgt en studiefinanciering heeft aangevraagd. Bij die aanvraag heeft zij verzocht het inkomen van de vader buiten beschouwing te laten bij het berekenen van de aanvullende beurs. De vader betaalt namelijk sinds de scheiding geen alimentatie en levert ook geen bijdrage in de opvoeding van de dochter. Ook zit hij in een schuldsaneringstraject op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Aangegeven wordt dat DUO desalniettemin het inkomen van de vader heeft meegenomen in de berekening van de aanvullende beurs voor de dochter. Mevrouw geeft aan in bezwaar te zijn gegaan bij DUO, maar uiteindelijk niet in beroep te zijn gegaan tegen de beslissing. De briefschrijfster geeft verder aan dat zij zich niet fijn behandeld voelde door een aantal medewerkers van DUO en dat zij het gevoel heeft tegen een muur te praten.

Ik betreur het dat het gevoel is ontstaan door DUO niet gehoord te worden. In deze brief zal ik een toelichting geven op de regelgeving en het beleid, die erop gericht zijn het onderwijs toegankelijk te maken voor studenten van wie de ouders onvoldoende kunnen bijdragen aan de studie van hun kind.

De aanvullende beurs

Binnen de Wet studiefinanciering 2000 (hierna: WSF 2000) wordt ervan uitgegaan dat de overheid, de ouder(s) en de studerende zelf een bijdrage leveren aan de studie. Indien een ouder onvoldoende middelen heeft om een bijdrage te leveren, kan een studerende in aanmerking komen voor een aanvullende beurs.

DUO bepaalt de hoogte van de aanvullende beurs aan de hand van het ouderlijk inkomen en de veronderstelde ouderlijke bijdrage die kan worden geleverd door de ouders. Hierbij wordt gekeken naar de natuurlijke ouders van de studerende. Indien een kind alimentatie ontvangt, komt het door de rechter vastgestelde bedrag aan alimentatie in de plaats van de veronderstelde ouderlijke bijdrage. Als het gezamenlijke inkomen van de ouders onder een bepaald bedrag uitkomt, dan heeft de student recht op een volledige aanvullende beurs. Afhankelijk van het gezamenlijke inkomen, kan een student ook in aanmerking komen voor een gedeeltelijke aanvullende beurs of kan het zo zijn dat de student niet in aanmerking komt voor een aanvullende beurs.

Regeling buiten beschouwing laten inkomen ouder

In sommige situaties is het mogelijk dat DUO het inkomen van (één van) de ouder(s) buiten beschouwing laat op verzoek van de studerende. Dit is mogelijk in de volgende situaties:

  • Er is sprake van een ernstig en structureel conflict met de ouder (niet alleen financieel van aard);

  • Het gezag van de ouder is beëindigd. Hiervoor dient een beschikking van de rechtbank te worden overlegd;

  • Er is geen contact meer met de ouder sinds het twaalfde jaar. Hiervoor dient een verklaring van een deskundige te worden overlegd;

  • De alimentatie is minstens 12 maanden achter elkaar niet inbaar voorafgaand aan de maand waarin het kind voor het eerst studiefinanciering ontvangt, waarvoor een bewijs van een deskundige dient te worden overlegd.

  • De verblijfplaats van de ouder is onbekend en kan niet worden achterhaald na onderzoek door DUO.

Situatie van de briefschrijfster

De briefschrijfster is van mening dat het inkomen van de vader buiten beschouwing had moeten worden gelaten, omdat de alimentatie van de vader oninbaar zou zijn, en omdat de verblijfplaats van de vader onbekend zou zijn. DUO heeft echter vastgesteld dat de alimentatie niet oninbaar is, maar door de rechtbank op nihil is vastgesteld. Ook bleek de verblijfplaats van de vader te achterhalen. Om deze redenen is door DUO het verzoek om het inkomen buiten beschouwing te laten, afgewezen.

Overigens heeft in deze situatie het feit dat het inkomen van de vader niet buiten beschouwing is gelaten, geen invloed gehad op de hoogte van de aanvullende beurs. In deze situatie zit de vader namelijk in een schuldsaneringstraject, als gevolg waarvan de ouderlijke bijdrage van de vader door DUO op 0 is vastgesteld. Voor de berekening van de aanvullende beurs is daarnaast rekening gehouden met het inkomen van de moeder. Op het moment dat het schuldsaneringstraject eindigt, kan het inkomen van de vader wel invloed gaan hebben op de hoogte van de aanvullende beurs.

Tot slot

Hierbij wil ik tot slot graag aangeven dat, indien een kind geen aanspraak maakt op een aanvullende beurs, het aanvullende bedrag wel geleend kan worden tegen gunstige, sociale terugbetalingsvoorwaarden. Een mbo-student kan van deze leenmogelijkheid gebruik maken, naast de basisbeurs en de reisvoorziening waar reeds aanspraak op bestaat. Op deze manier hoeft een studerende nooit een financiële drempel te ervaren om te gaan studeren.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

Naar boven