24 702
Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de regeling van de splitsing van rechtspersonen

nr. 8
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 8 september 1997

Het wetsvoorstel wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel I wordt artikel 334f lid 2 als volgt gewijzigd:

Aan het slot van onderdeel d wordt voor de puntkomma toegevoegd: , alsmede een pro forma winst- en verliesrekening dan wel exploitatierekening van de verkrijgende rechtspersonen en de voortbestaande splitsende rechtspersoon.

In onderdeel e komen de woorden «berekend met inachtneming van de in die bepaling bedoelde waarderingsmethoden» te luiden: berekend met inachtneming van de derde zin van die bepaling.

2. In artikel I komt in 334h lid 1, onderdeel d. te luiden:

d. tussentijdse vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen, voor zover vereist ingevolge artikel 334g lid 2 en voor zover de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen.

3. In artikel I komen in de artikelen 334aa, leden 2 tot en met 6, 334bb, leden 1 en 2, en 334cc onderdeel c de woorden «deskundige» onderscheidenlijk «deskundigen» telkens te luiden «accountant» onderscheidenlijk «accountants».

4. In artikel I komt artikel 334ii lid 2 te luiden: Zulk een splitsing is slechts mogelijk, indien de groepsmaatschappij alleen of samen met een andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de verkrijgende vennootschap verschaft. De artikelen 334m, leden 1 tot en met 4, 334ee en 334ff zijn op het besluit van de groepsmaatschappij van overeenkomstige toepassing.

5. In artikel II komt onderdeel III te luiden:

In artikel 314 lid 1 onderdeel b komen de woorden «de deskundigenverklaring» te luiden: de accountantsverklaring.

Artikel 314 lid 1 onderdeel d komt te luiden:

d. tussentijdse vermogensopstellingen of niet vastgestelde jaarrekeningen, voor zover vereist ingevolge artikel 313 lid 2 en voor zover de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet liggen.

6. In artikel II wordt aan onderdeel O de volgende alinea toegevoegd:

In de leden 2 tot en met 5 van artikel 328 komende woorden «deskundige» onderscheidenlijk «deskundigen» telkens te luiden «accountant» onderscheidenlijk «accountants».

7. In artikel II wordt na onderdeel P een nieuw onderdeel Q ingevoegd, luidende:

Q

Artikel 334 lid 2 komt te luiden: Zulk een fusie is slechts mogelijk, indien de groepsmaatschappij alleen of samen met een andere groepsmaatschappij het gehele geplaatste kapitaal van de verkrijgende vennootschap verschaft. De artikelen 317, leden 1 tot en met 4, 330 en 331 zijn op het besluit van de groepsmaatschappij van overeenkomstige toepassing.

8. In artikel III, onderdeel C, wordt aan het slot van het voorgestelde artikel 946 lid 3 van Boek 4 de volgende zin toegevoegd: Indien aan de hand van de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving niet kan worden bepaald welke rechtspersoon in de plaats en de rechten treedt van de gesplitste rechtspersoon, is artikel 334s van Boek 2 van overeenkomstige toepassing.

9. In artikel III wordt na onderdeel C een nieuw onderdeel CC ingevoegd, luidende:

CC

De laatste zin van artikel 4.3.2.2 lid 1 van de Vaststellingswet van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt vervangen door de volgende twee zinnen: Rechten uit een making ten voordele van een rechtspersoon die voor dat ogenblik is opgehouden te bestaan ten gevolge van een fusie of een splitsing, komen toe aan de verkrijgende rechtspersoon, onderscheidenlijk de verkrijgende rechtspersoon waarvan de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving dat bepaalt. Indien aan de hand van de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving niet kan worden bepaald welke rechtspersoon in de plaats en de rechten treedt van de gesplitste rechtspersoon, is artikel 334s van Boek 2 van overeenkomstige toepassing.

Toelichting

Artikel 334f correspondeert met het voor fusie geldende artikel 312, maar stelt aanvullende eisen aan het splitsingsvoorstel om rekening te houden met het bijzondere karakter van de splitsingsfiguur. Voor een beoordeling van de winstpositie van een gefuseerde vennootschap volstaat het in beginsel de resultaten van de fusiepartners bij elkaar op te tellen. Bij splitsing daarentegen kan de winstcapaciteit van de gesplitste delen aanzienlijk verschillen. Voor de oordeelsvorming van de schuldeisers en de aandeelhouders is het winstaspect wel van belang. Dat aspect van de splitsing zal ook aan de orde moeten komen als de accountant op grond van artikel 334aa een redelijkheidsoordeel moet geven over de voorgestelde ruilverhouding en op grond van artikel 334cc over de voorgestelde verdeling, maar het is wenselijk dat de accountant zich daarbij kan baseren op een pro forma splitsing van de laatste resultatenrekening. Artikel 334f lid 2 onderdeel d is daarom in deze zin aangevuld. In het algemeen zal men met een globale presentatie kunnen volstaan (nr. 1).

In artikel 334f lid 2 onderdeel e wordt voor de waarde van het vermogen verwezen naar de waarderingsmethoden van de laatste vastgestelde jaarrekening. De redactie van dat onderdeel zou bij een strikte lezing geen afwijking daarvan toelaten bij een belangrijk verschil tussen actuele waarde en boekwaarde (hoewel artikel 334g lid 2 dat nu juist wel toelaat). Daarom is de redactie van de verwijzing aangepast. In de laatste zinsnede van onderdeel e is sprake van de waarde van de aandelen in het kapitaal van de verkrijgende rechtspersoon die de voortbestaande splitsende rechtspersoon bij de splitsing zal verkrijgen. Voor de goede orde zij vermeld dat met deze waarde is bedoeld de netto-vermogenswaarde van de aandelen als bedoeld in artikel 389 (nr. 1).

Bij de nota van wijziging was als eis voor een tussentijdse vermogensopstelling in de artikelen 334g en 313 geschrapt dat de jaarrekening gepubliceerd moet zijn. Deze wijziging zou door de samenhang met artikel 334h lid 1 onder d en artikel 313 lid 1 onder d ten gevolge hebben dat een tussentijdse vermogensopstelling wel zou moeten worden gepubliceerd hoewel de jaarrekening (ter vervanging waarvan de vermogensopstelling strekte) niet onder de publicatieplicht valt. Deze onevenwichtigheid is ook hersteld (nrs. 2 en 5).

De vervanging van de aanduiding deskundige door accountant was nog niet in alle artikelen doorgevoerd (zie de toelichting op de eerste nota van wijziging). Dat geschiedt hierbij alsnog (nrs. 3, 5 en 6).

Artikel 334ii lid 2 bevat in navolging van artikel 334 lid 2 de zinsnede «en hiertoe, voor zover de statuten niet anders bepalen, heeft besloten overeenkomstig de regels omtrent uitgifte van aandelen». Deze zinsnede is onduidelijk omdat het toekennen van aandelen door de moedermaatschappij bij een driehoeksfusie of -splitsing niet als uitgifte wordt opgevat en aldus ook onduidelijk is dat voor zo'n fusie of splitsing een besluit van de algemene vergadering van de moeder nodig is, tenzij statutair het bestuur als bevoegd orgaan is aangewezen. Om deze onduidelijkheid weg te nemen wordt de zinsnede geschrapt en worden uitdrukkelijk de voor besluitvorming geldende artikelen van toepassing verklaard (nr. 4 en 7).

In het in artikel III, onderdeel C, voorgestelde artikel 4:946 lid 3 is er rekening mee gehouden dat een making ten voordele van een rechtspersoon ook na de splitsing moet kunnen worden uitgevoerd. Het nieuwe lid biedt uitkomst in de gevallen dat de beschrijving bij de akte van splitsing voorziet in na de splitsing opkomende makingen. Als de beschrijving daarin niet voorziet, ligt overeenkomstige toepassing van de leden 2 en 3 van artikel 334s voor de hand. Om twijfel over de mogelijkheid van toepassing van de bepaling uit te sluiten, is dat alsnog uitdrukkelijk bepaald. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om dezelfde aanpassing reeds nu in de nog niet in werking getreden Vaststellingswet van Boek 4 aan te brengen (nrs. 8 en 9).

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven