24 694
Elektriciteitsplan 1997–2006

nr. 5
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 8 januari 1997

Met verwijzing naar artikel 18 van de Elektriciteitswet 1989 (Stb. 1989, 535) zend ik u hierbij een voorstel tot wijziging van het Elektriciteitsplan 1997–2006, dat door de N.V. Samenwerkende elektriciteitproductiebedrijven (Sep) is vastgesteld. De wijziging betreft de vervroegde buitengebruikstelling van de nucleaire centrale in Dodewaard. Bijgevoegd vindt u de bijbehorende aanbiedingsbrief van de directie van de Sep, verzonden 5 december 1996.1

Volgens artikel 17, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1989 moet ik uiterlijk binnen drie maanden na aanbieding van een voorstel tot wijziging van het Elektriciteitsplan hierover een beslissing nemen. Daartoe vraag ik advies aan de Algemene Energieraad en door tussenkomst van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ook aan de Rijks Planologische Commissie/Rijks Milieuhygiënische Commissie.

Conform de Algemene wet bestuursrecht wordt dit wijzigingsvoorstel tevens gedurende 6 weken ter inzage gelegd op het Ministerie van Economische Zaken.

Gelet op het bepaalde in artikel 18, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1989 verneem ik graag of u over het voorliggende wijzigingsvoorstel overleg wenst te voeren, alvorens ik een besluit neem over de gevraagde goedkeuring. In dat geval zal ik in dit overleg tevens ingaan op de consequenties van het voorliggende voorstel voor de instandhouding van de nucleaire competentie.

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven