nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 27 juni 1996
Er wordt wel gezegd dat levensduurverlenging van centrales
de introductie van WKK blokkeert. Het tegendeel is echter waar. Hieronder
wordt dit uiteengezet.
De essentie van levensduurverlenging is, dat nu geen definitieve besluiten
worden genomen over nieuw grootschalig vermogen. De Sep gaat geen nieuwe bouwverplichtingen
aan en kan dus ook in bestuurlijk en financieel opzicht geen rechten doen
gelden op dit deel van de capaciteitsinvulling na 2003: maximale kansen voor
nieuwe WKK.
Het alternatief voor levensduurverlenging zou zijn, dat het vermogens«gat»
na 2003 door Sep zou moeten worden opgevuld met nieuw centraal vermogen. Gezien
de eisen die in de Elektriciteitswet zijn vastgelegd inzake betrouwbaarheid
en zekerheid van de voorziening, moet in de elektriciteitsvraag worden voorzien
met concrete fysieke bouwbesluiten. Eventueel extra decentraal vermogen voldoet
niet aan de eisen in de huidige Elektriciteitswet:
WKK-plannen op die termijn zijn er gewoon nog niet. De ervaring leert
dat slechts kort van tevoren bekend is hoeveel decentrale WKK er precies komt.
Dat betekent, indien levensduurverlenging zou worden afgekeurd, dat de
SEP vanuit haar taak in de Elektriciteitswet gedwongen zou zijn om nieuw centraal
vermogen in te plannen vanaf 2003. Daarmee zou de Sep wel bouwverplichtingen
aan moeten gaan en daarmee claims kunnen gaan leggen op de plaats van deze
eenheden in de markt na 2003. Opgemerkt wordt dat het beslag van zulke nieuwe
eenheden per definitie onomkeerbaar zou zijn en gedurende lange tijd effect
zou hebben, in tegenstelling tot levensduurverlenging die per definitie kortdurend
is en op elk gewenst moment afgeblazen of ingekort kan worden. Nieuw gebouwd
centraal vermogen zou er staan voor 25 jaar. Daarmee zouden de mogelijkheden
voor nieuwe WKK voor langere tijd worden verdrongen. Ik acht dat zeer ongewenst.
Voor alle duidelijkheid wordt nogmaals opgemerkt dat het onmogelijk is
om vanaf 2003 helemaal niets te plannen en de zaak open te laten. Dit zou
op gespannen voet staan met de huidige wettelijke voorschriften.
Samengevat: de levensduurverlenging biedt maximale flexibiliteit en derhalve
ook kansen voor warmte-kracht. Het alternatief is in alle opzichten slechter.
Ook EnergieNed (de organisatie van energiedistributiebedrijven, met veel belangen
in WKK) heeft te kennen gegeven het hiermee eens te zijn, hetgeen een belangrijk
gegeven is.
Het moet vanuit bestuurlijk/politiek opzicht wel vermeden worden, dat
aan mijn goedkeuring van dit elektriciteitsplan ten onrechte argumenten of
rechten kunnen worden ontleend om extra decentraal vermogen vanaf 2003 te
blokkeren. In mijn brief aan Sep omtrent de beslissing over het elektriciteitsplan,
die ik op basis van wettelijk vastgelegde termijnen voor 1 juli moet uitsturen,
zal de goedkeuring zodanig worden geformuleerd dat dit niet betrekking heeft
op de levensduurverlenging als zodanig. De goedkeuring betreft het totale
pakket: de flexibiliteit om later over deze vermogensinvulling te laten besluiten
door de nieuwe marktpartijen, dus essentieel een open situatie, met op de
achterhand de zekerheidsgarantie van levensduurverlenging van het bestaande
vermogen. Daarbij zal ik ook aangegeven, dat het van belang is om te streven
naar invulling door nieuwe WKK wanneer dit verantwoord is.
De Minister van Economische Zaken,
G. J. Wijers