24 694
Elektriciteitsplan 1997–2006

nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 april 1996

Met verwijzing naar artikel 18 van de Elektriciteitswet 1989 (Stb. 1989, 535) zend ik u hierbij het Elektriciteitsplan 1997–2006, dat door de N.V. Samenwerkende elektriciteits-produktiebedrijven (Sep) is vastgesteld1 . Bijgevoegd is de bijbehorende aanbiedingsbrief van de directie van de Sep, d.d. 29 maart 1996.1

Volgens artikel 17, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1989 moet ik uiterlijk binnen 3 maanden na aanbieding van het elektriciteitsplan hierover een beslissing nemen.

Daartoe vraag ik advies aan de Algemene Energieraad en via tussenkomst van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ook aan de Rijks Planologische Commissie/Rijks Milieuhygiënische Commissie.

Conform de Algemene wet bestuursrecht is dit elektriciteitsplan tevens gedurende 6 weken ter inzage gelegd op het Ministerie van Economische Zaken.

Gelet op het bepaalde in artikel 18, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1989 verneem ik graag of u over het voorliggende plan overleg wenst te voeren, alvorens ik een besluit neem over de gevraagde goedkeuring.

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven