nr. 92
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 28 oktober 2003
Mede namens mijn ambtgenoot van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
wil ik u met deze brief informeren over de op handen zijnde privatisering
van de BSE-monsterneming. Begin 2002 werd het testen van slachtrunderen op
BSE reeds overgedragen aan private laboratoria. De afgelopen maanden heb ik,
zoals in de brief van 18 maart jl. aan u is gemeld (Kamerstukken II,
2002–2003, 28 474, nr. 7), samen met VWS en de VWA onderzocht onder
welke voorwaarden en in welke vorm ook de privatisering van de BSE-monsterneming
bij slachtrunderen mogelijk zou zijn.
Uit een quick scan van de EU-praktijk op het terrein van de BSE-monsterneming
ontstond een gedifferentieerd beeld. Een aantal lidstaten heeft de monsterneming
geprivatiseerd, terwijl er daarnaast lidstaten zijn waarvan de overheid het
volledige traject van monsterneming en testen uitvoert. Ook ten aanzien van
de financiering van de kosten van de BSE-monsterneming bleken grote verschillen
tussen de lidstaten te bestaan. In ieder geval werd duidelijk dat de ruimte
die de Europese regelgeving biedt aan privatisering van de BSE-monsterneming
door een aantal lidstaten is benut.
Bij mijn onderzoek naar de mogelijkheden van privatisering van de BSE-monsterneming
bij slachtrunderen is steeds de naleving van de in de TSE-verordening genoemde
vereisten en de borging van de garanties voor volks- en diergezondheid het
basisuitgangspunt geweest. Aan de hand van dit uitgangspunt heb ik, in goed
overleg met het bedrijfsleven, samen met mijn ambtgenoot van VWS zowel de
wijze en de fasering van de privatisering als de kwaliteitscriteria met betrekking
tot de monsternemende organisaties kunnen vaststellen.
Gezien het feit dat de BSE-monsterneming direct raakt aan de garanties
voor volks- en diergezondheid dient de privatisering zorgvuldig te worden
vormgegeven en geïmplementeerd. Het was daarom voor mij een absolute voorwaarde dat de privatisering niet slechts een deel van de slachte-rijen
zou betreffen met alle onduidelijkheid in verantwoordelijkheden van dien,
maar dat de hele Nederlandse slachtsector daarin betrokken zou zijn.
Derhalve heb ik met het bedrijfsleven afgesproken dat er door het bedrijfsleven
één implementatieplan inzake de privatisering van de BSE-monsterneming
zou worden opgesteld, dat betrekking zou hebben op de hele sector en voor
de hele sector tegelijkertijd zou ingaan.
Naast deze procesafspraken heb ik een aantal voorwaarden gesteld ten aanzien
van de monsterneming zelf. Naast de cruciale voorwaarden dat in een situatie
van geprivatiseerde BSE-monsterneming het monster eenduidig identificeerbaar
dient te zijn, de processen adequaat geborgd zijn én er voldoende controlemomenten
zijn ingebouwd, is accreditatie van de monsterneming en de daarbij horende
processen een vereiste. Een andere set van voorwaarden betreft een onbelemmerde
uitvoering door de VWA/RVV en LNV van de met de BSE-monsterneming en BSE-testen
samenhangende publieke taken. Het betreft hier enerzijds de keuringsbeslissing
die door de officiële dierenarts wordt genomen en anderzijds de inhoudelijke
en financiële verantwoording van de BSE-monsterneming aan de Europese
Commissie door de dienst LASER.
De voorwaarden waaronder de overheid accepteert dat het bedrijfsleven
de BSE-monsters neemt, de logistiek verzorgt naar de, op grond van de geldende
regelgeving, erkende laboratoria voor snelle BSE-testen en zorgdraagt voor
de borging van het hele proces zullen helder worden vastgelegd in een door
mijn ministerie en het ministerie van VWS op te stellen uitvoerings- en toezichtsdocument.
Hierbij wordt rekening gehouden met de geldende dwingende nationale en Europese
regelgeving, in het bijzonder de TSE-verordening (999/2001/EG).
Met regelmaat zal worden vastgesteld of de voorwaarden door de betrokkenen
in acht worden genomen, zodat beoordeeld kan worden of de publieke taken die
mede op basis van de resultaten van de BSE-monsterneming entesten worden uitgevoerd,
zijn geborgd. Indien naar mijn mening de voorwaarden niet correct worden nageleefd,
waardoor de publieke taken en daarmee de garanties voor de volks- of diergezondheid
in de geprivatiseerde situatie niet voldoende geborgd zijn, dan staat mij
de mogelijkheid ter beschikking het toezicht te verscherpen, de keuringen
in verband met het slachtproces te staken of, in het uiterste geval, te besluiten
dat het niet meer is toegestaan dat het bedrijfsleven de BSE-monsterneming
mag uitvoeren.
Een essentiële verandering die als gevolg van de privatisering plaatsvindt,
is de verschuiving van verantwoordelijkheden. De overheid zal niet langer
feitelijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van zowel de BSE-monsterneming
als de BSE-test bij slachtrunderen. Beide taken staan vanaf het moment van
privatisering volledig onder de feitelijke verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven.
De overheid houdt via een toezichtsarrangement toezicht op de uitvoering van
de BSE-monsterneming en de BSE-testen en kan bij twijfel over kwaliteit van
de uitvoering direct ingrijpen.
De privatisering van de BSE-monsterneming heeft uiteraard consequenties
voor de bedrijfsprocessen van slachterijen en zelfslachtende slagers. Om de
sector de tijd te gunnen om zich voor te bereiden op deze privatisering van
de BSE-monsterneming werd op 23 mei jl. tussen vertegenwoordigers van
zowel overheid als bedrijfsleven de datum van 1 september 2003 vastgesteld
als moment van privatisering.
Tijdens de beoordeling van en het overleg over het implementatieplan bleek
naderhand dat deze datum van 1 september 2003 voor de sector niet haalbaar
was. In het kader van een zorgvuldige privatisering heb ik derhalve besloten
het moment van privatisering van de BSE-monsterneming te verschuiven naar
3 november 2003.
Zoals het er nu naar uitziet, verzorgt vanaf 3 november 2003
de B.V. Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector de BSE-monsterneming. Indien andere
betrokkenen eveneens kunnen aantonen dat zij voldoen aan de voorwaarden in
het hierboven genoemde uitvoerings- en toezichtsdocument dan mogen zij eveneens
de BSE-monsterneming uitvoeren. Op deze wijze is een zorgvuldige overdracht
van taken en verantwoordelijkheden aan het bedrijfsleven het beste gegarandeerd.
De uitvoering zal periodiek nauwgezet worden geëvalueerd. Aan de hand
van deze evaluatie kan worden besloten dat het uitvoerings- en toezichtsdocument
wordt aangepast dan wel dat nadere regelgeving wordt vastgesteld.
Verder maak ik van deze gelegenheid gebruik om te melden dat ik u rond
maart 2004 een overzicht zal geven van de BSE-gevallen die door middel van
het BSE-monitoringsprogramma in 2003 zijn opgespoord. Ik wil dan met name
ingaan op het aantal gevallen, de leeftijdsopbouw en eventuele trends die
voortkomen uit het vervolgonderzoek.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C. P. Veerman