24 664
Wijziging van de Kieswet en de Gemeentewet ter uitvoering van richtlijn nr. 94/80/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1994 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van burgers van de Unie die verblijven in een Lid-Staat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten

nr. 285
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

6 juni 1996

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Kieswet en de Gemeentewet te wijzigen ter uitvoering van richtlijn nr. 94/80/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1994 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van burgers van de Unie die verblijven in een Lid-Staat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Kieswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel B 3, tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. De aanhef komt te luiden:

2. Zij die geen onderdaan van een lid-staat van de Europese Unie zijn, dienen om kiesgerechtigd te zijn op de dag van de kandidaatstelling tevens te voldoen aan de vereisten dat:.

2. In onderdeel b wordt «dan wel op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Trb. 1957, 91) of het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie (Trb. 1958, 18)» vervangen door: dan wel op grond van een overeenkomst tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland.

B

Artikel B 3, derde lid, komt te luiden:

3. Niet kiesgerechtigd zijn zij die geen Nederlander zijn en, als door andere staten uitgezonden leden van diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen, in Nederland werkzaam zijn, alsmede hun niet- Nederlandse echtgenoten of levensgezellen en kinderen, voor zover dezen met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.

C

In artikel V 3, vierde lid, wordt «niet-Nederlander is» vervangen door: geen onderdaan van een lid-staat van de Europese Unie is.

ARTIKEL II

De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 10, tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. De aanhef komt te luiden:

2. Zij die geen onderdaan van een lid-staat van de Europese Unie zijn, dienen tevens te voldoen aan de vereisten dat:.

2. In onderdeel b wordt «dan wel op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Trb. 1957, 91) of het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie (Trb. 1958, 18)» vervangen door: dan wel op grond van een overeenkomst tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland.

B

Artikel 10, derde lid, komt te luiden:

3. Geen lid van de raad kunnen zijn zij die geen Nederlander zijn, en als door andere staten uitgezonden leden van diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen, in Nederland werkzaam zijn, alsmede hun niet-Nederlandse echtgenoten of levensgezellen en kinderen, voor zover dezen met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

Naar boven