Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201624587 nr. 633

24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 633 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 februari 2016

Hierbij bied ik u het rapport aan van de Inspectie Veiligheid en Justitie (hierna: IV&J) van januari 2016 getiteld «Onderzoek in PI Vught naar aanleiding van berichten uit de media»1. In deze brief deel ik met u de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van de IV&J, alsmede mijn beleidsreactie.

De penitentiaire inrichting (PI) Vught wordt gekenmerkt door een groot aantal units met verschillende bestemmingen en regimes. In de PI Vught zijn momenteel 636 plaatsen in gebruik. Er worden onder andere gedetineerden gehuisvest waarvan de opvang elders onaanvaardbare risico’s oplevert. Er is dus sprake van een diverse en zeer complexe doelgroep gedetineerden. Zo huisvest de PI Vught, naast een standaard gevangenis en huis van bewaring, een penitentiair psychiatrisch centrum (PPC), een extra zorgvoorziening (EZV), een Extra Beveiligde Inrichting (EBI), een Terroristenafdeling (TA), een Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) en afdelingen voor Beheersproblematische gedetineerden (BPG) en terbeschikkinggestelden (TBS). Alle afdelingen van de PI Vught zijn door de IV&J in het onderhavige onderzoek betrokken.

De IV&J heeft besloten eigenstandig onderzoek uit te voeren naar de PI Vught. Dit naar aanleiding van mediaberichtgeving in mei 2015, waarin aan de orde wordt gesteld dat er in de PI Vught sprake zou zijn van veiligheidslekken en een problematische gezags2- en doofpotcultuur3.

De hoofdconclusie van de IV&J luidt dat zij geen misstanden heeft aangetroffen ten aanzien van het gezag en de veiligheid in de PI Vught. De IV&J komt ten aanzien van deze aspecten tot een positief oordeel. De IV&J spreekt daarbij haar waardering uit over de openheid en transparantie waarmee haar inspecteurs door de directieleden en het personeel van de PI Vught tegemoet getreden zijn.

Hoewel de IV&J op de onderzochte aspecten ten aanzien van de gezagscultuur en veiligheidssituatie tot een positief oordeel komt, stelt zij één aandachtspunt en vier aanbevelingen aan de orde. Uit het onderzoek van de IV&J komt naar voren dat medewerkers de communicatie binnen de PI Vught als verbeterpunt aanwijzen. De IV&J stelt daarom dat communicatie een blijvend aandachtspunt dient te zijn. Het door de directie recentelijk ingevoerde «bruggenbouwersoverleg» beschouwt de IV&J daarbij als een goede aanzet. Tijdens dit overleg komt een groep medewerkers bijeen om organisatorische ontwikkelingen en verbeterpunten te bespreken, waarna zij gezamenlijk een strategie bedenken om deze uit te zetten in de organisatie. Ook bemerkt de IV&J dat de directie van de PI Vught op transparante wijze communiceert met het personeel ten aanzien van het besluit van de directie om strakker te sturen op het werken conform de vigerende werkinstructies. Dit betekent dat de penitentiaire scherpte en de «afstand-nabijheid»-relatie tussen medewerker en gedetineerde extra onder de aandacht zijn gebracht. De directie heeft bijeenkomsten belegd waarin de medewerkers hun ervaringen met deze ontwikkeling kunnen delen. Ik heb er vertrouwen in dat de directie van de PI Vught de reeds ingezette verbeterslag ten aanzien van de communicatie continueert.

De eerste aanbeveling van de IV&J betreft het roulatiebeleid, dat is vastgesteld in een landelijke circulaire en van toepassing is op de PI Vught en PI De Schie. Het roulatiebeleid betreft een op wetenschappelijk onderzoek gestoeld uitgangspunt dat het werken in bijzondere detentieregimes (i.c. de EBI, BPG en TA) overbelasting met zich mee kan brengen. In de circulaire is naar aanleiding hiervan vastgesteld dat personeelsleden na een aantal jaren dienen te rouleren. De IV&J onderkent dat de directie van de PI Vught gehouden is dit beleid uit te voeren. De IV&J stelt evenwel vast dat het draagvlak onder het personeel gering is en acht het om die reden van belang dat dit beleid geëvalueerd en gemonitord wordt. In georganiseerd overleg tussen de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de vakbonden is onlangs besloten het roulatiebeleid tijdelijk te bevriezen en alternatieven te onderzoeken. Met het oog op deze recente ontwikkelingen ben ik van mening dat hiermee tegemoet is gekomen aan de aanbeveling van de IV&J.

De andere aanbevelingen van de IV&J hebben betrekking op de veiligheid. In de berichtgeving in de media is gesteld dat er sprake zou zijn van een veiligheidslek in de PI Vught, waarbij personeelsleden zonder gecontroleerd te worden de PI kunnen betreden en verlaten. De IV&J heeft geen aanwijzingen gevonden voor een veiligheidslek. Desalniettemin benoemt de IV&J een aantal kwetsbaarheden ten aanzien van de veiligheid, waarbij wordt benadrukt dat er geen sprake is van misstanden.

De IV&J beveelt aan dat de PI Vught ervoor zorgt dat al het in- en uitgaand (bestemmings)verkeer wordt gecontroleerd. De IV&J constateert dat de aanbeveling uit 2014 om ook tijdens het «spitsuur» in een standaard toegangscontrole van al het personeel te voorzien, nog niet is opgepakt. De IV&J beveelt thans aan voortvarendheid te betrachten. Deze aanbeveling heeft nadrukkelijk de aandacht van de directie van de PI Vught. Uitvoering van de aanbevelingen vereist bouwkundige aanpassingen. De PI Vught is reeds in 2015 gestart met het laten verrichten van een onderzoek door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). In januari 2016 heeft DJI een opdracht verstrekt aan het RVB waarbij verzocht wordt tot een uitwerking van de plannen om tot gebouwelijke aanpassing te komen. De IV&J zal over drie maanden om een voortgangsrapportage verzoeken met betrekking tot dit punt.

De laatste aanbeveling van de IV&J betreft de toezicht situatie in de wasserij. De IV&J stelt vast dat de formatie en personeelsbezetting op orde is en de verhouding van het aantal gedetineerden conform geldende afspraken geschiedt. De IV&J is echter van oordeel dat de wasserij een kwetsbare locatie is om veilig toezicht op de aldaar werkzame gedetineerden te houden. Personeelsleden hebben aangegeven zich niet altijd veilig te voelen in deze omgeving. De IV&J beveelt de directie aan kritisch na te gaan of extra maatregelen noodzakelijk zijn om een veilig en volledig toezicht te borgen. Ik neem het oordeel van de IV&J serieus omdat ik het van groot belang vind dat personeelsleden zich te allen tijde veilig voelen. De directie van de PI Vught geeft reeds uitvoering aan een coachingstraject voor medewerkers om hen voldoende te equiperen om met deze toch complexe arbeidssituatie om te gaan. Daarnaast is het toezicht in de wasserij inmiddels uitgebreid.

Op 16 juni 2015 zijn door uw Kamer vragen gesteld naar aanleiding van de berichten in de media over het vermeende veiligheidslek in de PI Vught, waarin werd gerefereerd aan de suïcide die in diezelfde periode in de EBI van de PI Vught heeft plaatsgevonden (Handelingen II 2014/15, nr. 96, item 2). Ik benadruk dat uit het onderzoek van de IV&J blijkt dat er geen sprake is van een veiligheidslek. Integendeel: de IV&J concludeert dat de toegangscontrole van de EBI secuur en volgens werkinstructie verloopt. Voorts merk ik op dat in het onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar de zorgstructuur in de EBI wordt vastgesteld dat de gewenste en noodzakelijke zorg, met inachtneming van de veiligheidsprocedures, laagdrempelig en tijdig beschikbaar is. De IGZ spreekt uit er vertrouwen in te hebben dat de directie van de PI Vught de mogelijke risico’s in het zorgproces kent en stuurt op reductie waar mogelijk.

Gelet op de positieve bevindingen van de beide inspecties ten aanzien van de werkwijze en open en transparante houding van de directie en personeelsleden ben ik ervan overtuigd dat zij zich zullen inzetten om de aanbevelingen onverwijld uit te werken en door te voeren in de inrichting.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff