24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 616 VERSLAG VAN EEN WERKBEZOEK

Vastgesteld 21 april 2015

Een delegatie van de vaste commissie voor Veiligheid en justitie uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft op 20 en 21 oktober 2014 een werkbezoek gebracht aan Noorwegen in het kader van het gevangeniswezen. Zij heeft daartoe bezoeken gebracht aan het gevangeniseiland Bastøy en gesprekken gevoerd met werknemers uit het Noorse gevangeniswezen, Non-Gouvernementele Organisaties, advocaten, wetenschappers, de leden van de commissie Justitie uit het Noorse parlement en de Noorse Staatssecretaris van Justitie. Gedurende de reis is de delegatie inhoudelijk ondersteund door de Nederlandse ambassadeur te Oslo mevrouw B.M. Ten Tusscher, haar plaatsvervanger de heer H. de Wit, de consulair medewerker mevrouw F. Volbeda en mevrouw H. Kerstens.

De Nederlandse delegatie bestond uit de Tweede Kamerleden mevrouw T.M. Jadnanansing (PvdA), voorzitter van de delegatie, alsmede de leden Van der Steur (VVD), Marcouch (PvdA), Kooiman (SP), Oskam (CDA) en Van der Staaij (SGP).

De delegatie werd ambtelijk ondersteund door mevrouw A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer.

De Nederlandse delegatie brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen.

Maandag 20 oktober 2014

Briefing

Op weg van het vliegveld naar Oslo is de delegatie gebriefd door de heer De Wit en mevrouw Volbeda over de actuele politieke, economische, financiële en sociale situatie in Noorwegen.

Noorwegen is sinds 1905 een zelfstandig koninkrijk. Koning Haakon de 7e is staatshoofd. Het land is geen EU-lidstaat, maar maakt wel deel uit van het Schengengebied. Noorwegen heeft ruim 5 miljoen inwoners. Immigratie in de laatste jaren is de belangrijkste reden voor de bevolkingstoename. Het land laat zeer beperkt asielzoekers toe.

Noorwegen is een land met een hoog inkomen, lage werkloosheid en heeft een lage bevolkingsdichtheid.

Sinds oktober 2013 heeft Noorwegen een regering van rechts en de «vooruitgangspartij».

Op weg van Oslo naar Horten, van waar de boot naar het gevangeniseiland Bastøy vertrekt, is de delegatie gebriefd door de heer G. Ploeg, adviseur voor het Noorse gevangeniswezen en van oorsprong Nederlands.

In Noorwegen zijn het gevangeniswezen en de reclassering vervat in één organisatie. Het land telt 36 gevangenissen met 63 locaties (met in totaal 3.800 cellen) en 17 reclasseringskantoren. Verder zijn er acht «half-way-houses».

In Noorwegen worden veel korte vrijheidsstraffen opgelegd. 90 procent van de straffen is korter dan een jaar. De maximale gevangenisstraf in Noorwegen is 21 jaar. In Noorwegen wordt stevig ingezet op rijden onder invloed en drugshandel. Daarop staan ook hoge straffen. Het land kent een laag recidivepercentage, te weten 20 procent. Noorwegen kent een voortdurend cellentekort. Op 17 oktober 2014 bestond een wachtlijst van 1.232 personen.

Het Noorse strafsysteem kent, als variant op de gevangenisstraf, voorwaardelijke invrijheidstelling (mogelijk na tweederde en minstens 60 dagen detentie), thuisdetentie/elektronisch toezicht sinds 2008, behandeling in een inrichting en voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitgangspunt van het Noorse gevangenissysteem is dat gevangenen op een zo humaan mogelijke manier worden behandeld. Daarbij wordt voortdurend de vraag gesteld wie men als buurman zou willen hebben. «Behandel een gevangene als mens en hij komt er als mens uit.» De gevangenis in Halden en het gevangeniseiland Bastøy voeren deze filosofie het verst door.

Bezoek aan Bastøy

Het bezoek aan het eiland Bastøy begon met een overtocht van het vaste land naar het eiland. De veerdienst wordt gerund door gevangenen. Na aankomst werd de delegatie ontvangen door de gevangenisdirecteur Tom Eberhardt en per busje vervoerd naar het hoofdgebouw. Daar werd de delegatie door de gevangenisdirecteur gebriefd over enkele wetenswaardigheden van de gevangenis. De gevangenis op Bastøy, in het Oslofjord, bestaat sinds 1988. Het eiland is zowel natuurgebied als gevangenis. Het eiland is bijna drie kilometer lang en heeft een omtrek van 7,5 kilometer. Er is plaats voor 115 gevangenen op dit eiland. De delicten waarvoor zij zijn veroordeeld variëren van fraude tot diefstal en moord. Gedetineerden kunnen hier terecht komen na een verzoek tot overplaatsing om de laatste fase van hun straf uit te zitten, maximaal vijf jaar. Het recidivepercentage is hier nog lager dan het landelijke gemiddelde, namelijk 16 procent. Echter, dit is geen wetenschappelijk onderbouwd cijfer, maar blijkt uit eigen waarneming van het gevangenispersoneel.

De gedetineerden wonen in kleine groepjes in vrijstaande huizen op het eiland. Zij worden dus niet opgesloten in cellen. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de gang van zaken op het eiland. Naast de veerdienst tussen het eiland en het vaste land, houden de gevangenen zich bezig met bos- en tuinbouw, runderteelt en de paarden- en een schapenfokkerij. Daarnaast is er een constructiewerkplaats en een timmerwerkplaats, een wasserij en een bibliotheek. De gevangenen eten ’s middags samen warm. De overige maaltijden bereiden ze zelf in hun eigen woning. Op die manier kunnen zij alvast wennen aan een zelfstandig leven buiten de gevangenis. Bezoek kan worden ontvangen in speciaal daarvoor ingerichte bungalows.

Aansluitend aan de briefing vond een gesprek plaats met een gedetineerde over zijn ervaringen op het eiland en een vergelijking met de «gewone» gevangenis. De delegatie is vervolgens door de gevangenisdirecteur en de gedetineerde rondgeleid over het eiland.

Rondetafeldiner op de Nederlandse residentie

Na het bezoek aan het gevangeniseiland Bastøy is de delegatie per bus vervoerd naar de Nederlandse residentie in Oslo. Aldaar vond een rondetafeldiner plaats waar personen werkzaam in het gevangeniswezen aanwezig waren, als ook de Staatssecretaris van Justitie de heer Vidar Brein-Karlsen, de advocatuur, het Rode Kruis en medewerkers van de Universiteit van Oslo. Op die manier kon in informele setting de rondetafelgesprekken voor de volgende ochtend worden voorbereid.

Dinsdag 21 oktober 2014

Rondetafelgesprekken op de Nederlandse ambassade

Op de Nederlandse ambassade te Oslo vond een drietal rondetafelgesprekken plaats met een aantal gevangenisdirecteuren en ambtenaren van het ministerie (ronde 1), het Rode Kruis, de advocatuur en het Noorse Helsinki Comité voor mensenrechten (ronde 2) en medewerkers van de Universiteit van Oslo (ronde 3).

De delegatie heeft tijdens deze rondetafelgesprekken informatie vergaard over de uitgangspunten van het Noorse gevangeniswezen, het reilen en zeilen binnen een aantal gevangenissen (Halden en de vrouwengevangenis Bredtveit) en de overgang van gevangenisstraf naar het leven na detentie. In het bijzonder is door de directeur van Bredtveit ingegaan op de drie vrouwengevangenissen in Noorwegen. Ook is ingegaan op de situatie van moeders in detentie. De Noren zijn geen voorstander van het plaatsen van een baby bij de moeder in de cel. Vaak wordt dan gewacht tot het kind iets ouder is, waarna de moeder alsnog de detentie ondergaat.

Verder heeft de delegatie van gedachten gewisseld over de overbrenging van Noorse gevangenen naar Nederland en de daarbij horende kansen en bedreigingen. Van Noorse zijde werd aangegeven dat de juridische problemen van Noorwegen (tekort aan celcapaciteit) niet moeten worden geëxporteerd naar Nederland. Noorwegen is daarbij echter geen voorstander van twee personen op een cel, omdat dit afbreuk doet aan de kwaliteit van het gevangenissysteem. De Nederlandse delegatie heeft gevraagd naar een alternatief voor de wachtlijsten. Wellicht kunnen de buurlanden van Noorwegen hierin bijstaan.

Werklunch met de commissie van Justitie in het Noorse parlement

Aansluitend aan de rondetafelgesprekken is de delegatie ontvangen door een delegatie van de Noorse commissie van Justitie voor een werklunch. Ook daar is gesproken over de overbrenging van Noorse gevangenen naar Nederland. De vooruitgangspartij en de conservatieven kijken daar positief tegenaan. De arbeiderspartij maakt zich zorgen over de humanitaire aspecten van de gevangenen, maar maakt geen principiële bezwaren als daaraan aandacht wordt besteed. Wel wil de arbeiderspartij dat er nieuwe cellen worden gebouwd. Dit wordt ondersteund door de conservatieven en vooruitgangspartij.

Veel celcapaciteit wordt benut voor buitenlandse gevangenen. De arbeiderspartij wil bekijken hoe dit anders kan worden opgelost.

Ook wordt van Nederlandse zijde opgemerkt dat verdachten lang in de cel zitten te wachten op een proces. De liberalen vinden dit niet acceptabel en willen om die reden meer cellen bouwen. Een alternatief kan zijn meer gebruik te maken van elektronische detentie.

Daarnaast is gesproken over het plaatsen van baby’s bij de moeder in detentie. De arbeiderspartij vindt dit niet wenselijk en ziet het kind liever bij de vader of familie. De liberalen vinden het niet wenselijk vanwege het feit dat vrouwen in gevangenissen vaak met vier op een cel zitten. Alternatief is dat de straf thuis kan worden uitgezeten.

Verder is gesproken over de strafrechtketen in zijn algemeenheid, de rechterlijke macht en de hervorming van de politie. In dat bredere kader zal een Noorse parlementaire delegatie in april 2015 een tegenbezoek brengen aan Nederland.

Gesprek met de Noorse Staatssecretaris van Justitie

Het laatste officiële onderdeel van het programma was een bezoek aan de Noorse Staatssecretaris van Justitie, de heer Vidar Brein-Karlsen. Het Ministerie van Justitie heeft een Minister en twee staatssecretarissen. De delegatie heeft met de Staatssecretaris vooral gesproken over het overbrengen van Noorse gevangenen naar Nederland. Ook de daarbij horende randvoorwaarden, zoals voertaal, bezoekregelingen en de problematiek van eventuele asielverzoeken.

Van Nederlandse zijde werd gesuggereerd te zoeken naar oplossingen in eigen land. Alternatief zou kunnen zijn de zeer hoge straffen op drugshandel naar beneden te brengen om op die manier celcapaciteit vrij te maken. De Staatssecretaris vindt dat geen goede oplossing en is niet van plan dat voor te stellen. Het bouwen van nieuwe cellen zou wel een oplossing kunnen zijn, maar niet voor de korte termijn. De Staatssecretaris houdt rekening met een bouwperiode van tien jaar. In de tussentijd wordt naar andere oplossingen gezocht zoals de overeenkomst met de Nederlanders voor de overbrenging van Noorse gevangenen naar Nederland.

Wat betreft de zorgen over mogelijke asielverzoeken in Nederland geeft de Staatssecretaris aan dat de Noorse gevangenen volledig onder Noorse verantwoordelijkheid blijven en om die reden geen geldig asielverzoek in Nederland zouden kunnen indienen.

Van Nederlandse zijde wordt ook hier het probleem aangehaald dat verdachten lange tijd in een politiecel moeten doorbrengen voordat hun proces aanvangt. De Staatssecretaris geeft aan dat dit deel is van het capaciteitsprobleem, maar ook dat de hervorming van de politie die op dit moment plaatsvindt hierin een oplossing zou kunnen bieden. Die hervorming staat de komende drie jaar op de agenda.

Ook is gesproken over baby’s bij de moeder in de cel. De Staatssecretaris geeft aan dat het Noorse beleid is dat de vrouw buiten de gevangenis blijft totdat het kind 1 jaar is. Daarna wordt het kind bij familie of de kinderbescherming ondergebracht zodat de moeder de straf alsnog kan uitzitten.

Tenslotte is kort ingegaan op jihadisten en Syriëgangers. De Staatssecretaris geeft aan dat dit tot dan toe niet tot grote problemen heeft geleid. Er heeft op 28 augustus 2014 een grote IS-demonstratie plaatsgevonden voor het gebouw van het parlement. De Staatssecretaris was blij te zien dat veel moslims kiezen voor Noorse zijde.

De voorzitter van de delegatie, Jadnanansing

De griffier van de delegatie, Hessing-Puts

Naar boven