Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 april 2012
Hierbij bied ik uw Kamer het Toezichtbericht PI Amsterdam Overamstel van de Inspectie
voor de Sanctietoepassing (ISt) aan.1
Aangezien eerdere ISt-rapporten over deze inrichting zeer kritisch van toon waren
en uw Kamer met regelmaat is geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen de PI Amsterdam
Overamstel (PIOA), voeg ik direct mijn inhoudelijke beleidsreactie op het Toezichtbericht
toe.
Toezichtbericht PI Amsterdam Overamstel
De ISt heeft in 2009 een zeer kritisch rapport uitgebracht over de situatie in de
PIOA. Dit rapport is de basis geweest voor een omvangrijk verbetertraject binnen de
inrichting. De ISt heeft de PIOA vervolgens in het najaar van 2010 doorgelicht. Tijdens
deze doorlichting heeft de ISt veel verbeteringen geconstateerd ten opzichte van het
onderzoek in 2009. De ISt gaf in 2010 aan dat de PIOA op de goede weg is, maar dat
nog steeds onverminderde inspanningen nodig zijn om de drie HvB (huis van bewaring)-torens
op een stabiel goed functionerend niveau te brengen.
In februari van dit jaar heeft de ISt een tussentijds toezicht in de PIOA uitgevoerd.
De uitkomsten van dit tussentijds toezicht hebben geleid tot het besluit van de Inspectie
om binnen een jaar een vervolgonderzoek in te stellen. Reden hiervoor is het aanhoudend
hoge personeelsverzuim en de onzekerheid over het op korte termijn realiseren van
de belangrijke nog openstaande aanbevelingen.
De ISt heeft nu geconstateerd dat de helft van de aanbevelingen uit het rapport van
2010 volledig is gerealiseerd. Een aantal verbeteringen uit 2010 houdt nog steeds
stand. Zo is het arbeidsaanbod nog steeds op orde, vindt het multidisciplinair overleg
frequent plaats, is voor personeel en leiding duidelijk hoe de processen zijn ingericht
en kan eenvoudig sturingsinformatie beschikbaar worden gesteld.
Een aantal van de belangrijkste aanbevelingen is evenwel nog steeds niet doorgevoerd,
zoals de invoering van het nieuwe dagprogramma. Tot daags voor het tussentijds toezicht
ontbrak het aan instemming van de medezeggenschap met de werktijdenregeling. Zonder
deze instemming kan het beoogde nieuwe dagprogramma niet ingevoerd worden. De ISt
geeft in haar toezichtbericht aan dat de verwachting is dat het per 1 mei 2012 kan
worden ingevoerd.
Een ander belangrijk aandachtspunt is volgens de ISt het zeer hoge ziekteverzuim.
De ISt had echter wel de indruk tijdens het bezoek dat er op de werkvloer in toenemende
mate vertrouwen is in de leiding. Het zeer hoge verzuim vormt echter nog een belangrijke
indicator voor de nog altijd aanwezige weerstand tegen elke vorm van verandering.
Beleidsreactie
Ik neem het oordeel van de Inspectie bij dit tussentijds toezicht serieus. Inmiddels
staat vast dat het nieuwe dagprogramma op 1 mei a.s. zal worden ingevoerd, nu de medezeggenschap
haar instemming heeft verleend aan de werktijdenregeling. Met de invoering van het
nieuwe dagprogramma zullen ook de meeste maatregelen op de aanbevelingen die de ISt
had gedaan in 2010 en waaraan nog geen uitvoering was gegeven, zoals het structureel
doorgang laten vinden van de werkoverleggen en het structureel aan de orde stellen
van penitentiaire scherpte, kunnen worden gerealiseerd. Materieel voldoet het dagprogramma
hiermee aan de landelijke eisen van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), met uitzondering
van de tijden waarop het programma aanvangt en eindigt.
Ook stuurt de inrichting sterk op het terugdringen van het hoge ziekteverzuim. Het
landelijke project Maatwerk Verzuim van DJI wordt ook in de PIOA met kracht ingezet.
Er heeft recent een evaluatie plaatsgevonden van het ziekteverzuimbeleid, waaruit
een aantal acties zijn voortgekomen, die door een werkgroep worden opgepakt. Ik merk
hierbij wel op dat het hoge ziekteverzuim niet geldt voor elke toren van de PIOA,
maar deels wordt veroorzaakt door langdurig zieke medewerkers in één huis van bewaring.
Doordat de inrichting een aantal maatregelen heeft genomen, zoals het inzetten van
medewerkers uit andere torens bij uitval, kan het dagprogramma doorgang vinden en
is er zo goed als geen sprake van uitval van activiteiten.
Gezien de gebouwelijke en personele situatie in de PIOA, verwacht ik dat ook de komende
jaren vele inspanningen nodig zijn om de uitvoering van de detentie op het hoogste
niveau te brengen. Tegelijkertijd kan worden geconstateerd dat na het kritische rapport
van 2009 de PIOA de weg omhoog heeft gevonden en dat de situatie in een gestaag tempo
verbetert. Ik ga er van uit dat, nu het nieuwe dagprogramma zal worden ingevoerd,
er een nieuwe fase is aangebroken waarin de directie en het personeel van de inrichting
de openstaande aanbevelingen van de ISt voortvarend en daadkrachtig zullen oppakken.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven