24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 416 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 maart 2011

Op 1 oktober 2010 heeft mijn ambtsvoorganger vragen van het lid Koopmans beantwoord over de geconstateerde gebreken binnen het detentiecentrum te Alphen a/d Rijn1. In de antwoorden is melding gemaakt van een onderzoek naar aard en omvang van de (bouw)technische gebreken die in dat centrum zijn geconstateerd. Inmiddels is het bedoelde onderzoek afgerond.

De integrale scan geeft uitsluitsel over welke gebreken zich in/aan het pand voordoen. Op technisch vlak is helder welke herstelwerkzaamheden aan het pand verricht moeten worden. Deze herstelwerkzaamheden zijn inmiddels ter hand genomen. Inzet is om in september 2011 ten minste 50 % van het centrum weer beschikbaar te hebben voor gebruik.

Wie aansprakelijk is voor de gebreken en de kosten van herstel, staat nog niet vast. De inzet was er primair op gericht aard en omvang van de gebreken vast te stellen. Nu dat gebeurd is en het herstel ter hand is genomen, kan het overleg over aansprakelijkheid een aanvang nemen.

In het scanrapport zijn per item de bevindingen, conclusies en aanbevelingen tot herstel opgenomen, waar mogelijk voorzien van een indicatie van de kosten. Op een aantal punten zal nader technisch onderzoek moeten plaatsvinden om de precieze hoogte van de kosten van herstel te kunnen vaststellen. Op basis van de thans voorliggende scan worden de kosten geraamd op circa 15 miljoen euro. De oorspronkelijke investeringssom bedroeg 70 miljoen euro ten tijde van de oplevering in 2007. De kosten van het herstel bedragen dus een substantieel deel van deze investeringssom. Vooropgesteld dat de ontstane situatie uniek is bij realisering van justitiële inrichtingen door de Rijksgebouwendienst, zullen vanzelfsprekend ook intern binnen deze dienst alle eventueel noodzakelijke maatregelen worden getroffen om vergelijkbare situaties in de toekomst te voorkomen.

Gelet op de eerdere vragen over het detentiecentrum hecht ik eraan de Kamer van het voorgaande in kennis te stellen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner


X Noot
1

Aanhangsel van de Handelingen TK 2010–2011, nr. 100.

Naar boven