24 587
Justitiële Inrichtingen

nr. 345
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 1 juli 2009

De vaste commissie voor Justitie1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Justitie over de brief van 19 mei 2009 inzake het Masterplan gevangeniswezen 2009–2014 (Kamerstuk 24 587, nr. 341).

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 30 juni 2009. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

De Pater-van der Meer

Adjunct-griffier van de commissie,

Van Doorn

1

Wat is momenteel de bezettingsgraad, hoeveel gedetineerden zijn er gemiddeld per penitentiair inrichtingswerker (PIW’er)? Of, indien deze cijfers wel beschikbaar zouden zijn, met hoeveel man personeel staat men gemiddeld op hoeveel gedetineerden? Zijn deze cijfers te vergeleken met twee, vijf en tien jaar geleden?

De bezettingsgraad van gedetineerden in de beschikbare detentiecapaciteit in de eerste maanden van 2009 was 92,6%. De beschikbare capaciteit is die capaciteit die ook daadwerkelijk gebruikt kan worden. Een deel van de huidige capaciteit is buitengebruik vanwege brandveiligheidsmaatregelen.

Standaard is dat er op elke 24 gedetineerden 2 penitentiaire inrichtingswerkers (PIW’ers) aanwezig moeten zijn. Deze norm varieert echter per soort regime en programma dat gedraaid wordt; bijvoorbeeld binnen een Extra Beveiligde Inrichting ligt het aantal PIW’ers per gedetineerde hoger.

Het aantal in dienst zijnde PIW’ers is hoger dan de standaardnorm door verlof, ziekte en roosterdiensten van PIW’ers. Onderstaande tabel geeft het aantal gedetineerden per PIW’er weer. De fluctuatie in het aantal gedetineerden per PIW’er wordt verklaard doordat het aanbod aan gedetineerden niet helemaal evenredig daalt met het aantal PIW’ers.

Aantal PIW’ers per gedetineerde op peildatum 30 september

 20042005200620072008
Populatie14 82115 20613 71812 76911 934
Aantal PIW’ers5 2294 8034 6604 4094 358
Gedetineerde per PIW’er2,83,22,92,92,7

2

Is ook overwogen personeel in dienst te houden om meer personeel in te zetten op de werkvloer dan nu het geval is, zodat de werkdruk onder het gevangenispersoneel kan worden verlaagd?

De normen die gehanteerd worden, bepalen het aantal benodigde medewerkers per gedetineerde. Deze normen zijn op een zorgvuldige manier vastgesteld. Bij werkdruk gaat het vaak om de beleefde werkdruk. Vorig jaar heeft de Arbeidsinspectie vastgesteld dat van de 825 ondervraagde medewerkers 43% regelmatig of structureel last heeft van stress op het werk. Als belangrijkste veroorzakers van stress noemt de Arbeidsinspectie ongewenste omgangsvormen en de hoeveelheid werk.Hierin speelt een groot aantal factoren een rol, variërend van onderbezetting, piekbelasting, mate van controle over de werkzaamheden, en ook overbezetting. Zoals de minister van Justitie heeft aangekondigd in zijn brief van 8 september 20091 worden door DJI diverse maatregelen op het gebied van onder andere ongewenste omgangsvormen, mobiliteit en werkdruk.

Het optimaliseren van de inzet van het personeel om onnodige werkdruk te voorkomen, is daarnaast onderdeel van het programma Modernisering Gevangeniswezen.

3

Wat is het verschil tussen «what works» en de niet-effectieve sancties in de periode na de tweede wereldoorlog?

De What Works-aanpak is gebaseerd op een methode uit Canada en Groot-Brittannië om de recidive te verminderen. De What Works-aanpak wordt gekenmerkt door programma’s die een wetenschappelijke effectiviteittoets hebben doorstaan. Andere kenmerken zijn het belang dat wordt gehecht aan risico-inschatting en aan selectiviteit, een gedifferentieerd aanbod van programma’s en de toepassing van cognitieve gedragsveranderingmethoden.

De Canadese resultaten zijn aanleiding geweest om te bekijken of een What Works-aanpak in Nederland zou kunnen bijdragen aan de bestrijding van recidive. In het verleden was sprake van een veelheid van programma’s in de penitentiaire inrichtingen die gedetineerden moesten helpen bij hun voorbereiding op terugkeer naar de maatschappij. Hieraan waren geen vooraf gestelde criteria verbonden. Met de start van het programma Terugdringen recidive heeft het recidivebeleid in de Nederlandse penitentiaire inrichtingen volgens de What Works-aanpak vorm gekregen. Het gaat om een samenwerking tussen het gevangeniswezen en de drie reclasseringsorganisaties.

4

Is het mogelijk om bij meer leegstand vrouwelijke gevangenen te spreiden?

Nee, vanwege de beperkte omvang van deze doelgroep is bewust gekozen voor het niet plaatsen van vrouwen naar verblijfsduur. De doelgroep vrouwen kent specifieke huisvestingsvereisten. Daarnaast zijn er ook programmatische verschillen ten opzichte van de doelgroep mannen. Om aan zowel de huisvestingseisen als de programmatische eisen recht te kunnen doen is een zekere kwantiteit nodig. Ook al zou de behoefte aan detentiecapaciteit verder afnemen dan nog verdient het de voorkeur deze groep geconcentreerd te plaatsen.

5

Hoeveel cellen zullen er nodig zijn als alle personen die zijn veroordeeld voor een straf van 6 jaar of meer, in afwachting van cassatie direct zouden worden opgesloten?

Personen die door het hof – in hoger beroep – zijn veroordeeld tot een straf van 6 jaar of meer, verblijven voor het merendeel in een penitentiaire inrichting op het moment dat ze in cassatie gaan. Zij leggen dus op dat moment al beslag op de detentiecapaciteit.

Het exacte aantal personen dat nu in de vrije maatschappij verblijft en door een gerechtshof is veroordeeld tot een straf van 6 jaar of meer en in cassatie is gegaan, is mij niet bekend. Als er sprake van is, is dit aantal in ieder geval zeer gering. Indien deze personen nog voordat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan zouden worden geplaatst in een penitentiaire inrichting op grond van het niet-onherroepelijke arrest van het Hof, heeft dit alleen tot gevolg dat er eerder beslag wordt gelegd op de detentiecapaciteit. Het aantal uit te zitten detentiejaren verandert niet.

6

Zijn taakstraffen, elektronische detentie en dergelijke vergeldingsvormen volgens u gepaste straffen voor zware delicten?

Ik ben van mening dat taakstraffen en elektronische detentie geen gepaste straffen zijn voor zware delicten. Elektronische detentie kan alleen worden toegepast bij onherroepelijke onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen van maximaal drie maanden. Zedendelinquenten, veroordeelden die een delict hebben gepleegd dat grote maatschappelijke onrust veroorzaakt en gedetineerden bij wie sprake is van (een ernstig vermoeden van) een psychosociale of psychiatrische stoornis of alcoholof drugsproblematiek komen niet in aanmerking voor elektronische detentie. Tijdens het spoeddebat op 17 juni 2009 over elektronische detentie heb ik uw Kamer aangekondigd dat ik de criteria voor deelname aan elektronische detentie ga aanscherpen. Hierbij sluit ik aan bij het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel taakstraffen dat dit jaar bij uw Kamer zal indienen. Dit betekent dat elektronische detentie niet meer mogelijk is bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld en wanneer elektronische detentie in het verleden al eerder aan iemand is opgelegd.

7

Is uit testen gebleken dat de persoonsgerichte aanpak werkt?

Het streven is erop gericht om bij het werken aan recidivevermindering, in alle fasen van het proces, bewezen effectieve middelen in te zetten. Diagnostisch instrumentarium, gedragsinterventies, zorg en behandeling die onder justitiële titel geboden worden, moeten wetenschappelijk onderbouwd zijn. In deze kabinetsperiode werken wij aan een volledig «evidence based» aanbod. In het programma Terugdringen Recidive staat de systematische aanpak van criminogene factoren bij gedetineerden centraal. Langverblijvenden krijgen gedragsinterventies aangeboden die bewezen effectief zijn en wetenschappelijk erkend. De Erkenningscommissie Gedragsinterventies heeft daarbij een spilfunctie en toetst of justitiële gedragsinterventies aan vastgestelde criteria voldoen. Gedragsinterventies die niet «evidence based» zijn, worden niet erkend. Voor volwassen zijn momenteel drie interventies erkend en drie voorlopig.

De persoonsgerichte aanpak wordt tevens gevormd door een samenhangend pakket sancties, tenuitvoerleggingen en reïntegratiemaatregelen, die zijn toegesneden op de dader, het delict en het risico dat de dader vormt voor de samenleving. Deze aanpak is gericht op een vermindering van de recidive en is derhalve onverkort van toepassing op personen ten aanzien van wie de verwachting bestaat dat zij zonder deze aanpak vervallen in herhalingscriminaliteit.

Met het project Veiligheid begint bij Voorkomen wordt een recidivevermindering nagestreefd in de periode 2002–2010. Voor volwassen ex-gedetineerden is het doel om de 7-jaarsrecidive na de ten uitvoerlegging ook te laten dalen met 10%-punt, oftewel van 73,9% naar 63,9%. Deze daling moet tot uiting komen in een daling van het 2-jaars recidivepercentage met 7,7%-punt, oftewel van 56,5% recidive over de afgedane zaken in 2002 naar 48,9% over de afgedane zaken in 2008. Het WODC is gevraagd de 2-jaars recidive te onderzoeken van ex-gedetineerden en jeugdigen die in de periode 1997–2006 een strafzaak hadden of uitstroomden uit een justitiële inrichting. Dit onderzoek wordt eind 2009 afgerond. Zodra de recidivecijfers bekend zijn zal de Minister van Justitie uw Kamer nader informeren.

8

Zijn er ook testen die aantonen dat de persoonsgerichte aanpak niet werkt?

Zie mijn antwoord op vraag 7.

9

Wat kost de persoonsgerichte aanpak?

In het programma Modernisering Gevangeniswezen staat de persoonsgerichte aanpak van gedetineerden centraal. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het screenen van gedetineerden bij binnenkomst. Deze aanpak wordt gefinancieerd uit interne middelen.

Voor de persoonsgerichte aanpak in brede zin zijn financiële middelen opgenomen in het programma Veiligheid begint bij Voorkomen zijn financiële middelen opgenomen voor de persoonsgerichte recidivemaatregelen, die gedekt worden uit de pijler 5-portefeuille (Veiligheid, stabiliteit en respect), exclusief de middelen gericht op jeugdigen en TBS’ers. Zie onderstaande tabel:

Jaar20082009201020112012
Bedrag121,9 mln.31,4 mln.47,7 mln.86 mln.86 mln.

1 Bedragen zijn inclusief de gereserveerde tranches bij het ministerie van Financiën, d.w.z. dat voor planvorming en uitwerking uitgegaan wordt van de veronderstelling dat de pijler 5 middelen (zij het in tranches) beschikbaar zullen komen.

10

Wat is het verwachte recidivepercentage na de persoonsgerichte aanpak?

Zie mijn antwoord op vraag 7.

11

Op welke manier wordt de persoonsgerichte aanpak bekostigd?

Uit pijler-5 middelen almede door interne reallocatie.

12

Na welk aantal recidives komt een persoon niet langer in aanmerking voor de persoonsgerichte aanpak?

De persoonsgerichte aanpak geldt voor elke justitiabele, ook als er sprake is van recidive.

13

Wat is het recidivepercentage in de situatie zonder de «what works» theorie?

Het kabinet beoogt een vermindering van de recidive met 10%-punt ten opzichte van 2002. De huidige situatie zonder systematische beleidsinterventie is zodanig dat – afgaande op de cijfers in voorgaande jaren – ruim 70% van de gedetineerden binnen zeven jaar zal recidiveren.

In het programma Terugdringen Recidive staat de systematische aanpak van criminogene factoren bij gedetineerden centraal. Langverblijvenden krijgen gedragsinterventies aangeboden die bewezen effectief zijn en wetenschappelijk erkend. Op deze manier wordt bij 10 tot 15% van de gedetineerdenpopulatie gestructureerd ingezet op het bewerkstelligen van gedragsverandering. Internationaal onderzoek laat zien dat met deze aanpak voor deze specifieke groep een positief effect van 10–20% recidivevermindering kan worden bereikt. De effectiviteit van het terugdringen recidive programma zal worden gemeten aan de hand van een effectevaluatie.

14

Wat zijn precies de oorzaken van de wisselende vraag naar detentiecapaciteit en in het bijzonder de dalende vraag naar detentiecapaciteit? Kan het ook zijn dat de dalende vraag naar detentiecapaciteit verband houdt met de huidige hoeveelheid aangiftes en de opsporing en vervolging van misdrijven? Anders gezegd: zou het kunnen zijn dat mensen minder aangifte zijn gaan doen omdat zij weinig vertrouwen hebben in de opsporing en vervolging van het misdrijf en volstaat de huidige manier van opsporen en vervolgen volgens u?

De ontwikkeling in de behoefte aan detentiecapaciteit wordt in het bijzonder bepaald door de tendens in de zwaardere vormen van misdaad. Zo wordt de daling van het beroep op celcapaciteit na 2003 teweeggebracht door de substantiële vermindering tot en met 2007 van het aantal levensdelicten (moord en doodslag), diefstallen met geweld en afpersing (berovingen, overvallen), gekwalificeerde diefstal (inbraken in woningen en auto’s) en handel in hard drugs. Er zijn nog geen cijfers beschikbaar over 2008. Deze cijfers worden naar verwachting eind juli 2009 door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd.

De mate waarin burgers melding doen van misdrijven en daarvan aangifte doen, is al langere tijd constant. De vermindering van de vraag naar insluitingcapaciteit komt dus niet van een daling van de bereidheid aangifte te doen1. Wel wordt geprobeerd om de bereidheid tot het doen van aangifte te vergroten.

15

Kunt u een overzicht geven van de bij de politie bekende misdrijven en het daaraan gekoppelde ophelderingspercentage?

In het navolgende overzicht staat het aantal door de politie opgemaakte processen-verbaal wegens misdrijf, en het percentage zaken dat opgehelderd is2. Ik kan uw Kamer nog niet informeren over de geregistreerde criminaliteit en het ophelderingspercentage in 2008. Deze cijfers worden naar verwachting eind juli 2009 door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerd.

 Geregistreerde criminaliteitOphelderingspercentage
20001 328 90916%
20011 379 45417%
20021 401 87118%
20031 369 27120%
20041 319 48222%
20051 255 07922%
20061 218 44723%
20071 214 50323%

16

Kunt u een overzicht geven van misdrijven die ter kennis van de politie zijn gekomen en welke vervolgens wegens bijvoorbeeld een capaciteitsgebrek niet in behandeling zijn genomen? In hoeveel van de hiervoor genoemde gevallen, voorzover deze voorkomen, was een daderindicatie aanwezig?

Er bestaat geen overzicht van de misdrijven die ter kennis van de politie komen en die, ondanks eventuele daderindicatie, terzijde worden gelegd. Er zijn geen aanwijzingen dat het aantal «plankzaken» substantieel is toegenomen, zeker niet in aanmerking nemend dat na 2002 geïnvesteerd is in het aanpakken van de misdrijven met daderindicatie in het kader van het Veiligheidsprogramma («40 000 zaken meer naar het OM»).

17

Kunt u concreet aangeven wat efficiënter roosteren van personeel inhoudt? Wat betekent dit voor het gevangenispersoneel op de werkvloer?

Het uitgangspunt van de nieuwe roostersystematiek is het personeel daar inzetten waar gedetineerden zijn. Deze nieuwe systematiek is ingevoerd omdat een kwaliteitsslag wenselijk was ten aanzien van het inroosteren van personeel. Deze kwaliteitsslag leidt vervolgens tot onderstaande verbeteringen:

– betere dagprogramma’s voor gedetineerden waarin pieken worden vermeden, dat sluit beter aan bij de dienstlengtes van personeel.

– betere afstemming van de werkroosters op de dagprogramma’s

– de planning niet per afdeling maar per inrichting organiseren met ondersteuning van professionele planners

– alle taken van het personeel een goede plek geven in het rooster.

– heldere spelregels voor een transparante balans tussen persoonlijke roosterwensen en bedrijfsbelang.

18

Wordt er op het moment niet efficiënt geroosterd in het gevangeniswezen?

Analyses van de roosters hebben uitgewezen dat er nu op zichzelf al goed wordt ingeroosterd, maar dat dit nog beter kan. Dit is onder andere aangetoond in een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar de belangenafwegingen bij het roosteren.

19

Op welke wijze kan de efficiëntie in het roosteren worden verbeterd?

Zie mijn antwoord op vraag 17.

20

Waaruit blijkt dat door efficiënter roosteren de kwaliteit wordt verhoogd?

De kwaliteitsverhoging wordt gerealiseerd doordat alle taken die gedaan moeten worden een betere plek in het rooster krijgen, ze worden allemaal geëxpliciteerd en deels geprotocolleerd, waardoor er geen taken meer in het gedrang komen. De beschikbare diensttijden worden zo beter ingericht en benut.

21

Hoe verhoudt de uitspraak, dat de capaciteitsprognoses over 2009–2014 een onvoorziene dalende lijn laten zien, zich tot de tabel waarin vanaf 2010 een stijgende lijn is te zien en vanaf 2012 meer capaciteit nodig zal zijn dan voorspeld?

Elk jaar wordt op basis van het prognosemodel Justitie door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum de verwachte behoefte aan detentiecapaciteit vastgesteld. De behoefte aan detentiecapaciteit voor de komende jaren is lager dan eerder is geprognosticeerd. De capaciteitsbehoefte in de periode 2009–2014 stijgt licht als gevolg van de effecten van het Europees Kaderbesluit inzake de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en de uitwerking van de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling.

22

Waarom is het slechts «aannemelijk» dat gedwongen ontslagen kunnen worden voorkomen? Dat is toch uit te sluiten?

Alleen bij voldoende mobiliteit van het personeel kan ik gedwongen ontslagen voorkomen. Mijn verwachting is dat het personeel, mede door de faciliteiten en mogelijkheden die worden aangeboden, bereid is elders werk te aanvaarden.

23

Is het mogelijk dat door de economische crisis en de grotere werkloosheid er meer misdrijven gepleegd zullen worden en dat hierdoor de criminaliteitscijfers extra zullen stijgen?

Het is niet ondenkbaar dat de economische crisis effect heeft op de criminaliteit. Dit is evenwel geen vanzelfsprekend effect: er is geen direct verband tussen economische ontwikkelingen zoals werkloosheid en criminaliteitscijfers. Mochten de criminaliteitscijfers inderdaad gaan stijgen, dan biedt de in het Masterplan aangehouden reservecapaciteit voldoende ruimte om deze stijging op te vangen.

24

Zijn de door het kabinet genomen maatregelen tegen de gevolgen van de crisis als effectief en efficiënt te beschouwen?

Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de Monitor Arbeidsmarktmaatregelen, die uw Kamer binnenkort van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ontvangt.

25

Zijn de taken van de vacature-mobiliteitscommissie niet op te lossen door betere onderlinge communicatie tussen de besturen van de ketenpartners over vacatures en dergelijke?

Door het oprichten van de vacature-mobilteitscommissies worden interne partijen van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) bij elkaar gebracht. Er ontstaat hierdoor een intern netwerk. Op deze wijze kan door middel van één aanspreekpunt contact wordt gelegd met (keten)partners. Door het regionaal inzetten van deze vacature-mobiliteitscommissies worden regionale kennis en contacten optimaal benut.

26

Wat zijn de kosten van de vacature-mobiliteitscommissie?

Er is voor de jaren 2009 tot en met 2012 een budget van circa € 95 miljoen beschikbaar. Dit budget is bestemd voor de financiering van de kosten voor het Sociaal Flankerend beleid en de uitvoeringskosten van het personeelsbeleid gericht op het beperken van personele boventalligheid en het voorkomen van gedwongen ontslagen. Het gaat hier overigens om het opvangen van de personele consequenties van zowel het Masterplan als de uit te voeren tekortbeperkende maatregelen.

27

Hoe wordt de vacature-mobiliteitscommissie samengesteld?

Een vacature-mobiliteitscommissie bestaat uit:

• (Algemeen) directeur van een penitentiaire inrichting (voorzitter)

• Projectssecretaris

• P&O adviseur

• Loopbaanadviseur

• Locatiedirecteuren van penitentiaire inrichtingen

28

Hoe zien de werkzaamheden van de vacature-mobiliteitscommissie er precies uit?

De regionale commissie heeft een aantal taken:

1. Het beoordelen van vacatures op mogelijkheden om ze door middel van doorstroom binnen de regio in te vullen.

2. Het maken van een kansenkaart voor de regio met daarin opgenomen de mogelijkheden om medewerkers intern en of extern te plaatsen eventueel via detachering. Voor de arbeidsmarkt analyse zal nauw samen gewerkt worden met het UWV Werkbedrijf.

3. Het maken van regionale afspraken met UWV/Werkbedrijf, andere (overheids-)organisaties over mogelijkheden om medewerkers extern te plaatsen of te detacheren.

Tevens komt er op landelijk niveau een mobiliteits- en vacaturecommissie die de noodzakelijkheid van het extern openstellen van vacatures beoordeelt.

Daarnaast komt er een landelijk werkteam dat, indien nodig, overkoepelende landelijke afspraken maakt met het UWV Werkbedrijf of landelijk opererende organisaties. Het team heeft ook de coördinatie over afspraken rond de Arrangementen in het kader van Substantieel Bezwarende Functies en over de toepassing van het Sociaal Flankerend Beleid.

29

Hoe worden de verwachte effecten van beleid en/of wetgeving op de benodigde celcapaciteit ingeschat? Over welke wetten en welk beleid gaat het precies?

De behoefte aan detentiecapaciteit wordt op basis van een raming vastgesteld. Deze raming is opgebouwd uit twee onderdelen:

1) Beleidsneutrale ramingen: deze zijn gebaseerd op historische gegevens en worden opgesteld door het WODC middels het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). Het gaat hier om een econometrisch model voor de middellange termijn, dat jaarlijks wordt bijgesteld en dat de basis vormt voor de capaciteitsplanning voor de verschillende partners in de Justitieketen.

2) Kwantificering van de effecten van toekomstig beleid en/of nieuwe wetgeving.

De beleidsneutrale ramingen aangevuld met verwachte effecten van nieuw beleid en/of wetgeving vormen samen de beleidsrijke raming.

Bij nieuw beleid en/of wetgeving moet u bijvoorbeeld denken aan de effecten van het programma Veiligheid begint bij Voorkomen of de wet voorwaardelijke invrijheidstelling. Het verwachte effect van de wet voorwaardelijke invrijheidsstelling is dat een deel zich niet aan de voorwaarden zal houden waaronder ze in vrijheid zijn gesteld. Deze groep komt opnieuw in detentie.

30

Waarom wordt het aantal zorgplaatsen naar beneden bijgesteld, terwijl een groot deel van de gevangenispopulatie juist zorgbehoevend is? Is het niet verstandiger om het aantal zorgplaatsen juist uit te breiden?

In het totaal aantal te realiseren plaatsen in de vijf Penitentiair Psychiatrische Centra (PPC’s) is voorzien in een uitbreiding van het aantal zorgplaatsen met 191 plaatsen ten opzichte van het huidige aantal zorgplaatsen. Daarnaast zijn in totaal 320 plaatsen ingekocht in de GGz op basis van een aanbesteding. Het totaal aantal zorgplaatsen voor gedetineerden wordt naar beneden bijgesteld omdat op grond van de PMJ prognoses de totale capaciteit naar beneden is bijgesteld. Vanaf 2010 zal daarnaast binnen elke vestiging van het gevangeniswezen een extra zorgvoorziening aanwezig zijn.

31

Wat gebeurt er in deze plannen met verslavingsbegeleidingsafdelingen? Is er speciaal beleid voor het begeleiden van verslaafden?

Zoals ik u in mijn brief d.d. 19 maart 20091 over de uitvoering van de motie Joldersma/Teeven heb aangekondigd gaan de VBA-afdelingen verdwijnen. In het kader van het programma Modernisering Gevangeniswezen heb ik namelijk besloten om in plaats van de meer dan veertig regimes een indeling van zes doelgroepen in het gevangeniswezen te hanteren (preventief gehechten, kortverblijvenden, langverblijvenden, vrouwen, bijzondere groepen en strafrechtelijke vreemdelingen). Door deze indeling is het mogelijk om maatwerk per gedetineerde te leveren.

Primair is mijn beleid erop gericht om (chronisch) verslaafden vrijwillig of onder drang toe te leiden naar de GGz voor ambulante of klinische zorg. De gedetineerde kan op elk moment, bij binnenkomst of gedurende de detentie, vragen om hulp voor zijn verslavingsproblematiek. Er bestaan gedurende het gehele justitiële traject mogelijkheden om verslaafden naar zorg toe te leiden. Indien doorgeleiding naar de GGz niet mogelijk is, gelet op het strafrestant en de zorg- en beveiligingsbehoefte, komen ernstig verslaafden die meer zorg nodig hebben dan basiszorg in aanmerking voor plaatsing in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC).

32

Is het juist dat er ook speciale regimes, zoals LABG-afdelingen (Landelijke Afdeling Beheersmatige Gedetineerden) en TA-afdelingen (Terroristen Afdeling), zijn in de te sluiten inrichtingen? Wat gaat er gebeuren met deze en mogelijk andere bijzondere groepen?

In unit 1 in Vught is een terroristen afdeling (TA) afdeling gevestigd. Voor 1 januari 2012, de feitelijke datum van sluiting, zal worden bepaald waar deze TA in Vught zal worden gehuisvest.

33

Hoe verhoudt de uitspraak dat het aantal overvallen is gedaald zich tot de cijfers die aantonen dat het aantal winkelovervallen ernstig is toegenomen?

Het aantal diefstallen met geweld en afpersing lag in 2001 en 2002 op een niveau van 21 000. In 2007 was dat met ruim 35% gedaald tot 13 000. Dit betreft zowel straatroof als gewelddadige overvallen bijvoorbeeld op winkeliers of op geldtransporten. Bij die laatste categorie is na een daling van zo’n 2500 in 2002 naar 1800 in 2006 weer een stijging met enige honderden gevallen per jaar waarneembaar. Voor een analyse hiervan, alsmede voor de aanpak van overvalcriminaliteit, verwijs ik naar de brief die de minister van Justitie hierover op 31 maart 2009 aan de Tweede kamer zond1. De consequenties van de stijging van de overvalcriminaliteit is meegenomen bij het maken van het Masterplan en kan zonodig worden opgevangen door de gehanteerde capaciteitsbuffer van 13,8 procent.

34

Zijn de delicten waar het kabinet op doelt de absolute of de geregistreerde cijfers?

Bij de analyse van de ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan de dalende behoefte aan insluitingcapaciteit is zowel gekeken naar het aantal door de burgers ondervonden misdrijven (uit slachtofferenquêtes), als naar de misdrijven zoals die door de politie worden geregistreerd.

35

Is het mogelijk dat het aantal delicten wel is toegenomen, maar dat ze minder worden geregistreerd door een lagere aangiftebevoegdheid?

Uit de jaarlijkse slachtofferenquêtes van het CBS blijkt na 2002 het aantal door de burgers gemelde misdrijven systematisch daalt, bij een gelijkblijvende geneigdheid tot het doen van melding en aangifte bij de politie.

36

Zijn in de prognose voor de gecorrigeerde benodigde capaciteit ook de gevolgen van het minder blauw op straat door de politiebesparingen meegenomen?

Eventuele maatregelen die voortkomen uit de noodzaak tot bezuiniging zijn niet in de prognoses verwerkt. Omdat de capaciteitsbehoefte in grote mate bepaald wordt door de ontwikkeling bij zwaardere delicten waar de politie natuurlijk prioriteit aan geeft, is niet op voorhand te verwachten dat «minder blauw op straat» leidt tot een extra reductie van de vraag naar detentiecapaciteit.

37

Wat kunnen de gevolgen van de politiebesparingen zijn voor de verwachte criminaliteitscijfers?

Deze leiden niet op voorhand tot een ongunstig effect omdat de criminaliteitscijfers zo zijn gedaald. Besparingen vinden immers, naar verwachting plaats in de context van een geringer aantal misdrijven.

38

Zal de economische crisis negatieve gevolgen hebben voor de criminaliteitscijfers?

Zoals in het antwoord bij vraag 23 is aangegeven, is het niet ondenkbaar maar zeker niet vanzelfsprekend dat de economische ontwikkeling doorwerkt in de criminaliteitontwikkeling.

39

Kunt u nog wat explicieter aangeven waarom u denkt dat een bufferpercentage van 13,8 procent zal volstaan om fluctuaties in de behoefte aan cellen adequaat op te vangen?

In 2002 is, omdat er op dat moment sprake was van een capaciteitstekort, onderzoek gedaan door het Instituut Nyfer naar de capaciteitsproblematiek in het gevangeniswezen. Dit onderzoek is uitgevoerd door professor dr. E. J. Bomhoff en heeft geresulteerd in het rapport «Tekort aan cellen». Het onderzoek gaf aan dat, rekening houdend met de onvermijdelijke onzekerheid van de prognosecijfers een buffer van 13,8 procent noodzakelijk zou zijn om fluctuaties in de cellenbehoefte op adequate wijze op te vangen. Ik heb deze conclusie uit het rapport overgenomen.

40

Door de minister van Justitie is een voorstel aan de Kamer gezonden betreffende voorstellen tot het reguleren van de taakstraf. Daarbij is het de bedoeling dat er geen taakstraffen meer kunnen worden uitgedeeld bij gekwalificeerde misdrijven en in geval van recidive. Om hoeveel zaken gaat het hier en tot welke aantallen celdagen geeft dit aanleiding? Is hiermee in de celcapaciteit rekening gehouden?

In 2006 zijn 352 kale taakstraffen opgelegd bij schuldigverklaringen voor een ernstig gewelds- of zedendelict (zie tabel 3.1 van het rapport Moord, doodstraf, taakstraf dat op 26 juni 2008 aan de Tweede Kamer is toegezonden1 ). Hoeveel minder taakstraffen zullen worden opgelegd, als er geen kale taakstraffen meer mogen worden opgelegd voor geweldsdelicten, zedendelicten en dergelijke zware delicten, kan op voorhand niet worden gezegd. Dit hangt mede af van het aantal en de aard van de zaken die worden voorgelegd aan de rechter.

41

Waar is het aantal van 500 lopende vonnissen op gebaseerd in tabel 1 met de uitwerking van de maatregelen?

Het gaat hier om het beschikbaar stellen van 500 cellen voor de executie van 50 000 vonnissen.

42

Wat is precies de betekenis van de capaciteitsmarge van 8,7% en 13,8%? Kunt u aangeven of dit voldoende capaciteit genereert in het geval van een grote stijging, bijvoorbeeld een groot aantal criminelen die in korte tijd berecht moeten worden?

Zie mijn antwoord op vraag 39.

43

Worden er op dit moment of in de nabije toekomst penitentiaire inrichtingen of detentiecentra gebouwd die geheel dan wel gedeeltelijk door particuliere bewakingsbedrijven zullen worden bewaakt? Zo ja, om hoeveel en om welke locaties gaat het?

In 2010 en 2012 worden er detentiecentra gebouwd in Rotterdam respectievelijk Schiphol. Voor het gevangeniswezen is in de planning opgenomen dat er in Zaanstad in 2014 een nieuwe inrichting is gerealiseerd. Deze inrichtingen worden middels een publiek-private samenwerking (PPS) constructie gerealiseerd, waarbij via een consortium zowel het gebouw als enkele ondersteunende diensten worden uitbesteed. Hieronder vallen niet de beveiligingstaken.

Los van de dienstverlening middels de PPS in deze penitentiaire inrichtingen, wordt bij DJI gekozen voor een beperkte inzet van particuliere beveiligingsbedrijven bij diverse inrichtingen.

44

Zijn er op dit moment penitentiaire inrichtingen of detentiecentra waarvoor een zogenaamd DBFMO (design-build-finance-maintain-operate)-contract geldt of gaat gelden? Zo ja, om welke locaties gaat het? Hoe wordt er in de praktijk uitvoering gegeven aan het «operate»-deel van die contracten? Wat is de looptijd van die contracten?

Ja, de penitentiaire inrichting Zaanstad als vervangende nieuwbouw voor de penitentiaire inrichting Overamstel. Door de Rijksgebouwendienst is op 8 juni 2009 PPS aangekondigd.

Het aan te besteden project omvat het voorzien in huisvesting van de penitentiaire inrichting Zaanstad en het leveren van een aantal diensten en middelen.

De opdrachtnemer is volledig verantwoordelijk voor het leveren van integrale dienstverlening wat betreft de diensten die binnen de scope vallen en voor het voorzien in de middelen die binnen de scope vallen. Hieronder valt het geheel van inkoop (met uitzondering van voeding ten behoeve van de justitiabelen), de benodigde ruimten, middelen, bemensing (niet van het primaire proces), coördinatie en aansturing, daadwerkelijke uitvoering en levering, financiële afhandeling, beoordelen en meten (monitoring) en rapportage, die nodig zijn om te komen tot de gewenste eindresultaten.

De volgende onderdelen zijn in ieder geval uitgesloten van het dienstverleningscontract:

• De diensten met betrekking tot bewaking, beveiliging, begeleiding en intern vervoer justitiabelen, calamiteiten en receptie.

• Schoonmaak van de ruimten waar justitiabelen verblijven.

• Inkoop van de voeding ten behoeve van justitiabelen.

• Post, repro en archief.

• Het begeleiden en organiseren van activiteiten, zoals het leveren van sportdocenten en het verzorgen van training/sportlessen, bibliotheek, bezoek.

• Het beschikbaar stellen van zorgfaciliteiten: medische, geestelijke en psychiatrische verzorging, tandheelkundige verzorging, kapper.

• Ondersteunende processen: tolken/vertalers, vervoer, afhandeling vervoer, beheer privé-goederen justitiabelen, personele en financiële administratie, inkoop overige diensten en middelen. Management ten behoeve van het primaire proces: directie, managementondersteuning, controller, beleid, accountmanagement e.d.

De looptijd voor het contract is gesteld op 25 jaar.

45

Welke bestaande, lopende en eventueel nieuwe publiek-private samenwerkingsprojecten zijn er met betrekking tot detentie?

Zie mijn antwoorden op de vragen 43 en 44.

46

Waarom zijn er geen mogelijkheden om detentiecapaciteit te benutten in een andere sector, zoals capaciteit voor jeugd, vreemdelingen of tbs’ers? Zijn hier slechts problemen met de gebouwen die niet geschikt zijn of zijn er meer redenen?

De mogelijkheid om detentiecapaciteit te benutten in de andere sectoren van DJI (bijzondere voorzieningen, justitiële jeugdinrichtingen en forensische zorg) is verkend. Bouwkundige uitwisseling van capaciteit tussen sectoren is niet eenvoudig.

47

Kan de tabel worden toegelicht waarin staat hoeveel meerpersoonscel (MPC)-plaatsen worden omgezet in eenpersoonscellen? Hoeveel MPC-plaatsen worden in welk jaar omgezet in eenpersoonscel (EPC)-plaatsen? Hoeveel MPC-plaatsen blijven er uiteindelijk over indien deze prognoses zich zouden verwezenlijken?

Masterplan gevangeniswezen20102011201220132014
MPC1 4231 4231 4231 4231 423
Omzetten MPC in EPC– 610– 301000
mpc die verdwijnt door sluiten inrichting– 57– 57– 106– 106– 183
Nieuwbouw Zaanstad 1040 plaatsen waarvan MPC    864
MPC totaal7561 0651 3171 3172 104

Bovenstaande tabel laat zien dat in eerste instantie sprake zal zijn van het het omzetten van meerpersoonscellen in eenpersoonscellen. Als de capaciteitsbehoefte weer aantrekt neemt ook de ingebruikname weer toe. In 2014 zal de totale meerpersoonscelcapaciteit in gebruik zijn.

48

Waarom worden niet alle MPC-plaatsen omgezet in EPC-plaatsen voor de tijd dat die capaciteit beschikbaar is, zodat er geen personeel ontslagen hoeft te worden?

Een deel van de meerpersoonscellen wordt omgezet tot eenpersoonscellen. De rest is nodig om te kunnen voldoen aan het uitgangspunt van regionale plaatsing van gedetineerden.

49

Wat vindt u van de suggestie van het personeel in Bankenbosch om deze inrichting als longstay-capaciteit voor tbs’ers te gaan gebruiken? Welke bezwaren zouden hier aan zitten?

Eind 2009 zal de beschikbare tbs-capaciteit vrijwel overeenkomen met de taakstelling in de begroting van 2009, namelijk 2099 plaatsen. De huidige tbs capaciteit en de afspraken over de aanstaande tbs capaciteit voorzien in de behoefte op basis van de prognoses. In 2010 zal er evenwicht zijn tussen de behoefte aan en beschikbare tbs-capaciteit. Aanvullende capaciteit, bijvoorbeeld van Bankenbosch, is vooralsnog niet benodigd. Zie hiervoor ook de beantwoording van de Kamervragen van het lid Van Velzen (SP) over de opgelopen wachttijd voor tbs’ers1.

50

Wat gebeurt er met de locaties die gesloten worden en bestaat de mogelijkheid om deze, in geval van dringende behoefte hieraan, weer te openen?

De penitentiaire inrichtingen die worden gesloten, worden overgedragen aan de Rijksgebouwendienst (RGD). Afhankelijk van de toestand van de voorzieningen is denkbaar dat deze locaties worden heropend, uiteraard voorzover de locatie beschikbaar is. Overigens ga ik er vanuit dat de gehanteerde capaciteitsbuffer van 13,8% voldoende is om fluctuaties in de behoefte aan detentiecapaciteit op te vangen.

51

Is er bij Veenhuizen ook rekening gehouden met de factor werkgelegenheid, gelet op het feit dat daar 46+272 plaatsen wegvallen?

Uitgangspunt bij het Masterplan is regionale plaatsing. Wanneer dit strikt zou worden toegepast zou de bezetting in Veenhuizen nog lager uitvallen. Juist om zoveel mogelijk capaciteit in die regio te realiseren zijn Vreemdelingen in Strafrecht daar geconcentreerd en wordt er veel overloop gerealiseerd uit de omliggende arrondissementen.

52

Wordt er slechts 1 (Z)BBI gesloten of zijn er meer? Hebben niet juist (Z)BBI’s een positief effect op soepele terugkeer van ex-gedetineerden in de maatschappij? Zouden er niet juist meer (Z)BBI’s moeten komen in plaats van minder?

Er wordt inderdaad minder beveiligde capaciteit gesloten. Ten aanzien van (Z) BBI capaciteit wordt eveneens het uitgangspunt regionaal plaatsen gehanteerd. In het kader van het programma Modernisering Gevangeniswezen wordt bekeken op welke wijze in de bestaande gesloten penitentiaire inrichtingen uitvoering kan worden gegeven aan het uitgangspunt beveiliging op maat en daarmee ook aan detentiefasering.

53

Wat is uw reactie op de aan u geadresseerde brief van 29 mei 2009 van de gedetineerden in Bankenbosch? Vindt u dat zij gelijk hebben wanneer zij stellen dat juist een inrichting die niet in de Randstad staat (voor velen de oude omgeving), een positief effect op hen heeft?

Nee, de meeste gedetineerden willen juist wel regionaal geplaatst worden zodat zij gemakkelijker contacten kunnen onderhouden met het thuisfront. Daarnaast is regionale plaatsing gewenst om de samenwerking met ketenpartners te verbeteren.

54

Is het waar dat juist in de penitentiaire inrichting Bankenbosch de arbeid goed draait en dat er nuttige arbeid wordt verricht door de gedetineerden? Is er met dit aspect rekening gehouden bij de keuze voor de te sluiten inrichtingen?

De volgende aspecten zijn van belang geweest bij de keuzes om een inrichting te sluiten:

• Regionaal plaatsen

• Bedrijfseconomische eisen

• Huisvestingseisen

• Personele aspecten (regionale arbeidsmarktomstandigheden)

55

Hoe lang is de wachttijd voor de tbs?

De gemiddelde wachttijd bedroeg in 2008 261 dagen. Dit is een stijging van 47 dagen ten opzichte van 2007. De gemiddelde wachttijd wordt sterk beïnvloed door een kleine categorie passanten, de zwakbegaafde tbs-gestelden, die het gemiddelde sterk omhoog brengen. Zoals ik uw Kamer op 14 mei 20081 heb bericht zijn er in 2008 verschillende maatregelen genomen om de wachttijd voor deze categorie te verkorten.

Er is gewerkt aan de omzetting van reguliere tbs-capaciteit naar capaciteit voor zwakbegaafde tbs-gestelden. Daarnaast is met inrichtingen gesproken over verdere capaciteitsuitbreiding. Dit heeft erin geresulteerd dat veel extra tbs-plaatsen zijn opgeleverd voor deze categorie tbs-gestelden. Deze uitbreiding van plaatsen heeft echter pas in de loop van de tweede helft van 2008 plaatsgevonden. De effecten van deze maatregelen zijn derhalve nog niet zichtbaar in de gemiddelde wachttijd in 2008. Dit zal wel het geval zijn voor de gemiddelde wachttijd in 2009.

56

Hoe lang is de wachtlijst voor de tbs?

Zie mijn antwoord op vraag 55.

57

Waarom zijn alle te sluiten locaties onder a) t/m g) bij elkaar opgeteld slechts 1392 plaatsen, en geen 1990? Op welke locaties gaan er nog meer cellen dicht?

Het aantal van 1990 plaatsen is het totaal van de te sluiten capaciteit in het kader van het Masterplan minus de penitentiaire inrichting Oude Gracht (deze penitentiaire inrichting blijft reservecapaciteit) plus de te sluiten PIOA Amsterdam minus het omzetten van acht eenpersoonscellen in meerpersoonscellen.

Capaciteit Masterplan 1392 plaatsen

PIOA Amsterdam 652 plaatsen +

Penitentiaire Inrichting Oude Gracht 46 plaatsen –

EPC omzetten in MPC     8 plaatsen –

Totaal: 1 990 plaatsen

58

Hoeveel geld is er de laatste jaren in de te sluiten gebouwen geïnvesteerd?

De afgelopen jaren zijn in de te sluiten gebouwen alleen investeringen gepleegd die nodig waren voor het reguliere beheer en onderhoud. In het kader van brandveiligheid zijn de te plegen investeringen beperkt gebleven tot het niveau bestaande bouw. De investeringen in het kader van brandveiligheid in de units 1&2 van de penitentiaire inrichtingen Scheveningen.

59

Hoeveel personeel is in de te sluiten locaties werkzaam?

De gepresenteerde cijfers komen uit het personeelsregistratiesysteem met de stand eind mei 2009 (de huidige bezetting kan dus afwijken).

Voor alle locaties betreft het een reële benadering van de aantallen omdat sommige overhead functies alleen op inrichtings- of PI niveau geregistreerd worden. Deze overhead functies zijn in de gepresenteerde aantallen buiten beschouwing gelaten. Het daadwerkelijk aantal betrokken medewerkers kan daardoor enkele FTE hoger liggen.

Voor de locaties Scheveningen, Vught, Schutterswei en ’t Keern wordt de schatting onnauwkeuriger omdat ook een aantal functies in het primair proces gecombineerd met andere eenheden worden geregistreerd.

Voor Scheveningen en Vught betreft het units binnen een locatie. Locaties Schutterswei en ’t Keern werken nauw samen met locatie Westlinge waardoor de cijfers een enigszins vertekend beeld geven.

Bij locatie Bankenbosch zijn op dit moment 193 capaciteitsplaatsen in gebruik, de resterende plaatsen zijn in gebruik bij de GGZ.

De exacte aantallen zijn onderwerp van de uitwerking per inrichting en worden vastgelegd in een Organisatie en Formatie Rapport dat zo spoedig mogelijk met de lokale medezeggenschap zal worden besproken.

LocatieTe sluiten Capaciteit Schatting Huidige bezetting in FTE
Geheel of gedeeltelijke sluiting in 2009
Scheveningen Unit 1 en 2 282 200–220
Noordsingel 295 293
Bankenbosch 272 147
Later te sluiten
Schutterswei 122 90–100
’t Keern 27  
Maashegge 216 180
Vught Unit 1 82 75–85

86

Op welke wijze is de medezeggenschap momenteel betrokken? Op welke wijze zijn de vakbonden momenteel betrokken? In hoeverre is er voor de medezeggenschap en de vakbonden nog serieuze mogelijkheid om uw voorstellen te beïnvloeden? Is het draagvlak van bonden en medezeggenschap van groot belang voor u?

Met de medezeggenschap en de vakbonden wordt op dit moment op zeer constructieve wijze overleg gevoerd. De uitgangspunten van het Masterplan Gevangeniswezen 2009–2014 staan in die gesprekken niet centraal. Het gesprek wordt vooral gevoerd over de wijze waarop het sociaal flankerend beleid zal worden toegepast. Het is voor mij van groot belang dat mijn voorstellen en de wijze waarop ik daar uitvoering aan ga geven, worden gedragen door de medezeggenschap en de vakbonden. De wijze waarop de gesprekken op dit moment verlopen geven mij het vertrouwen dat we in gezamenlijkheid koersen op afspraken die zien op een evenwichtige wijze van uitvoeren van het Masterplan Gevangeniswezen 2009–2014.

60

Is het inzetten van personeel waar dit conform de regionale capaciteitsbehoefte nodig is niet erg kostbaar, gelet op de benodigde vervoersbewijzen, verhuisvergoedingen en dergelijke? Wat zijn de concrete kosten die hieraan verbonden zijn?

Het is niet de bedoeling een structurele situatie te creëren waarbij medewerkers over grote afstanden moeten reizen om in de regionale capaciteitsbehoefte te voorzien. Dit is niet in het belang van de medewerkers en brengt inderdaad hoge kosten mee.

Om dit te voorkomen wordt gewerkt aan een aanpak waarin enerzijds actief wordt gestuurd op instroom, doorstroom en uitstroom op basis van de verwachte benodigde personele bezetting. Daarnaast wordt van de medewerker gevraagd om vooral binnen de regio mobiel te zijn.

Voor de korte termijn kan het echter wel voorkomen dat medewerkers te maken krijgen met langere reistijden bijvoorbeeld als gevolg van het sluiten van inrichtingen. De extra kosten die hiermee gemoeid zijn vallen onder het Sociaal Flankerend Beleid.

Van de kosten die in het kader van het sociaal flankerend beleid worden gemaakt is een inschatting gemaakt. De exacte kosten zullen afhangen van welke voorzieningen medewerkers gebruik gaan maken.

61

Zijn er al afspraken gemaakt met andere onderdelen van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), andere overheidsinstanties of andere organisaties om personeel over te gaan nemen? Zo nee, bent u dat nog van plan?

Onderdeel van de aanpak is het maken van verdere afspraken met andere (overheids-)organisaties.

Op dit moment houdt binnen DJI het Bureau Bevordering Arbeidsparticipatie zich bezig met het begeleiden van medewerkers die in het kader van reorganisaties boventallig worden. Vanuit deze praktijk zijn er al afspraken gemaakt met organisaties, zoals het COA, diverse GGZ-instellingen en Reclassering Nederland. Deze afspraken zullen verder worden uitgebouwd en er zullen nieuwe afspraken gemaakt worden.

62

Hoeveel mobiliteit wordt verwacht van het personeel? Wat verwacht u van mensen qua reistijd, omscholing, het gaan verrichten van geheel ander werk, etc.?

Zoals in het Masterplan is aangegeven, wordt geprobeerd de boventalligheid op basis van vrijwilligheid op te lossen. Het Sociaal Flankerend Beleid biedt een aantal voorzieningen om dit te faciliteren. Over het algemeen geldt dat een reistijd tot maximaal 1,5 uur enkele reis nog als passend wordt beschouwd, maar dit zal afhankelijk zijn van de individuele situatie van de medewerker. Wanneer een medewerker dit aangeeft zijn er ook mogelijkheden om medewerkers te begeleiden naar ander werk. In dat licht zal DJI ook maximaal gebruik maken van de mogelijkheden die er zijn in het kader de regeling Arrangementen tweede carrière na Substantieel Bezwarende Functie.

DJI streeft ernaar dit op een zorgvuldige manier toe te passen rekening houdend met de individuele omstandigheden van de medewerker. Daarnaast is de toepassing ook nog onderwerp van gesprek met de vakorganisaties.

63

Indien mensen naar ander werk binnen de regio worden begeleid, hoe groot is dan een regio? Is het bijvoorbeeld acceptabel dat iemand 100 kilometer verderop moet gaan werken? En 50 kilometer? Waar ligt de grens?

De omvang van de regio’s waarin de mobiliteits- en vacaturecommissie werkt is niet bepalend voor de reisafstand die een medewerker moet afleggen. Een acceptabele reisafstand wordt bepaald door de benodigde reistijd; als algemene norm geldt dat een enkele reistijd tot maximaal 1,5 uur nog als passend wordt beschouwd.

64

Welke cursussen en opleidingen worden aangeboden aan personeel dat moet vertrekken? Wordt er ook aan loopbaantrajectbegeleiding gedaan? Wanneer zal dit starten?

Indien een cursus kan bijdragen aan de bemiddelbaarheid van een medewerker worden (korte) cursussen aangeboden waardoor een medewerker meer toegerust is voor functies buiten DJI, dan wel buiten de sector Rijk.

Op dit moment geldt dat gewerkt wordt aan het stimuleren van mobiliteit op basis van vrijwilligheid. Pas wanneer de personele problematiek niet (meer) op die basis is op te lossen kunnen mensen worden aangemerkt als herplaatsingskandidaat.

In beide situaties zijn er voorzieningen die de medewerkers begeleiden in het vinden van passend werk, zoals:

• Trajectbegeleiding waarbij een mobiliteitsadviseur samen met een medewerker een herplaatsingsplan opstelt;

• Bemiddeling, loopbaanbegeleiding en reïntegratietrajecten door het Bureau Bevordering Arbeidsparticipatie.

• Vergoeding van opleidingskosten indien deze bijdragen aan herplaatsing binnen of buiten het rijk;

• Voorrang bij de vervulling van vacatures.

Met de medezeggenschap is afgesproken dat fase 2 vanaf 15 juni 2009 is ingegaan. In deze fase worden medewerkers op basis van vrijwilligheid mobiel.

65

Wanneer gaat u gesprekken voeren met ondermeer de politie, defensie, en marechaussee om personeel over te gaan nemen? Worden hier convenanten over opgesteld en wanneer zal dat geregeld zijn?

Op dit moment vinden reeds verkennende gesprekken plaats met ketenpartners, Ook op lokaal niveau vinden dergelijke gesprekken al plaats. In de penitentiaire inrichting Scheveningen heeft bijvoorbeeld de reclassering voorlichting gegeven aan medewerkers over het werken bij de reclassering. Tevens heeft de Koninklijke Marechaussee het management benaderd voor beveiligingswerkers. Afhankelijk van de mogelijkheden bij ketenpartners en de behoefte van het personeel van de penitentiaire inrichting Scheveningen zullen afspraken gemaakt worden.

66

Verwacht u zoveel mobiliteit van het personeel dat u ook bijvoorbeeld beveiligingswerk aan de buitenkant van een inrichting tot de vervangende werkgelegenheid rekent?

Nee, ik acht het niet nodig om personeel beveiligingswerk aan de buitenkant van een penitentiaire inrichting te laten verrichten.

67

Hoeveel personeel is momenteel extern ingehuurd bij de DJI? In welke functies zitten zij en in welke inrichtingen? Wat zijn de plannen met extern ingehuurd personeel? worden zij als eerste gevraagd uit te kijken naar ander werk?

In 2008 zijn 700 FTE aan particulier beveiligingspersoneel ingehuurd, deze groep valt niet onder de definitie externen. In 2008 werd daarnaast een vergelijkbaar aantal van circa 700 FTE aan externen ingehuurd door DJI. De belangrijkste functiecategorieën bij deze inzet zijn automatisering, organisatieadvies, medisch personeel en uitzendkrachten in het kader van brandveiligheid en bedrijfshulpverlening.

Bij de keuze om personeel extern in te huren gaat het vooral om de tijdelijkheid van de werkzaamheden (bijvoorbeeld bij cursussen BHV en vervanging bij ziekte), een flexibele inzet van personeel en de afwezigheid van specifieke deskundigheid binnen DJI (bijvoorbeeld bij automatisering en juridisch advies).

Gezien de soort functies en de reden waarom externen worden ingezet, verschilt de inzet per inrichting in de loop van de tijd.

Ten aanzien van extern personeel hanteert DJI het beleid zomin mogelijk extern personeel in te zetten en waar mogelijk het aantal terug te dringen.

68

Wat zijn in het algemeen de voor- en nadelen van het inhuren van extern personeel voor DJI, zoals bijvoorbeeld van particuliere beveiligingsorganisaties?

Zie mijn antwoord op vraag 67.

69

Staan in het personeelsplan ook de verwachte kosten om het personeel te begeleiden naar een nieuwe baan?

In de begroting van het Masterplan is een bedrag gereserveerd ten behoeve van Sociaal Flankerend Beleid. Dit bedrag is gebaseerd op een inschatting van het aantal medewerkers dat gebruik zal maken van het sociaal flankerend beleid. Hierin is een onderverdeling gemaakt tussen medewerkers die zullen uitstromen, medewerkers die bij DBV gedetacheerd of geplaatst zullen worden, medewerkers die extern worden gedetacheerd en medewerkers die niet mobiel worden maar wel gebruik maken van de basale voorzieningen uit het sociaal flankerend beleid. Hierbij kan gedacht worden aan een loopbaanscan of loopbaangesprek.

70

Wordt de Kamer ook betrokken bij de uitwerking van het plan?

Ik zal uw Kamer in het kader van de tweede voortgangsrapportage Modernisering Gevangeniswezen nader informeren over de uitwerking van het personeelsplan.

71

Hoe worden de werknemers vertegenwoordigd die niet bij een vakbond zitten?

Werknemers die niet lid zijn van een vakbond worden door middel van de (lokale) medezeggenschap vertegenwoordigd.

72

Kunt u een toelichting geven op de manier waarop mensen naar ander werk worden begeleid, vooral op het aspect dat kennis, expertise en interesse maximaal behouden blijven?

Op dit moment geldt dat gewerkt wordt aan het stimuleren van mobiliteit op basis van vrijwilligheid. Pas wanneer de personele problematiek niet (meer) op die basis is op te lossen kunnen mensen worden aangemerkt als herplaatsingskandidaat. Zie voor nadere toelichting mijn antwoord op vraag 64.

73

Kunt u aangeven welk sociaal flankerend beleid gevoerd zal gaan worden en in het bijzonder wat de rol van de ondernemingsraad hierin is?

Op basis van een zogeheten houtskoolschets (globaal beeld van de situatie en gevolgen) zijn en worden procesafspraken gemaakt met de Groepsondernemingsraad Gevangeniswezen. Met de vakbonden worden op dit moment gesprekken gevoerd over de wijze waarop het Sociaal Flankerend Beleid zal worden ingezet.

87

Hoe groot is de regio-indeling waar het personeel over verdeeld kan worden?

In de huidige fase van vrijwillige mobiliteit wordt de regio waarin personeel herplaatst bepaald door de maximale reistijd en de individuele mogelijkheden van de medewerker. Zie tevens mijn antwoord op vraag 62.

74

Wat zijn de verwachte kosten van het hele plan?

Op basis van de verwachte boventalligheid en een inschatting van het gebruik van de voorzieningen uit het Sociaal Flankerend Beleid is budget beschikbaar gesteld. Tijdens de uitvoering van het beleid zal het gebruik van de voorzieningen en de uitputting van het budget gevolgd worden.

75

Waarom worden de vakbonden betrokken bij het uitwerken van het plan?

Ik overleg met de vakbonden en de medezeggenschap over de wijze waarop het Sociaal Flankerend Beleid zal worden ingezet. Een concrete afspraak die reeds is gemaakt is het bespreken van de sluiting van unit 1 en 2 van de penitentiaire inrichting Scheveningen.

76

Kunt u aangeven waarom na 2012 juist weer behoefte is aan instroom van personeel?

Ondanks dat er al in 2011/2012 weer instroom van nieuwe medewerkers nodig is, is het Sociaal Flankerend Beleid van toepassing. De personele gevolgen van de in het Masterplan opgenomen maatregelen verschillen namelijk per regio. De verwachte behoefte aan nieuwe medewerkers in 2012 is gebaseerd op het niet of maar zeer beperkt invullen van het natuurlijk verloop door externe instroom. Om de vacatureruimte op basis van natuurlijk verloop met eigen personeel in te kunnen vullen, is het wel van belang dat medewerkers hier actief aan mee werken onder andere door bereid te zijn op een andere locatie te werken of een andere functie te vervullen.

77

Als er vanaf 2012 weer instroom nodig is, is het dan niet mogelijk om tot die tijd personeel te behouden en tijdelijk wat meer overcapaciteit te hebben met het oog op het behoud van gekwalificeerde arbeidskrachten?

Onze inzet is een substantieel deel van het personeel dat boventallig wordt, binnen de eigen organisatie naar een nieuwe werkplek te begeleiden. Hierdoor blijft hun kennis en expertise behouden. Daarnaast worden de mogelijkheden in kaart gebracht van uitstroom of detachering bij ketenpartners, zoals de drie reclasseringsorganisatie, het CJIB of de GGZ.

78

Kunt u toelichten waarom er de komende jaren mensen moeten vertrekken vanwege boventalligheid, en er vanaf 2012 weer (fors) meer mensen nodig zijn? Is daar niets op te verzinnen?

Zie mijn antwoord op vraag 76.

79

Wat is de laatste stand van zaken in de besprekingen met België? Gaat het lukken de Kamer voor het debat op 1 juli 2009 te informeren?

De besprekingen met de Belgische regering zijn constructief van aard en rechtvaardigen de verwachting dat zij positief zullen worden afgerond. Ik zal uw Kamer tijdens het debat van 1 juli 2009 informeren over de laatste stand van zaken.

80

Worden de gevangenissen aan België beschikbaar gesteld of verhuurd?

Onderwerp van de bespreking met België vormt het tegen een geldelijke vergoeding ter beschikking stellen van de PI Tilburg voor de tenuitvoerlegging van Belgische opgelegde vrijheidsstraffen.

81

Is ook de mogelijkheid onderzocht om celcapaciteit aan Duitsland te verhuren?

Nee, er zijn geen gesprekken gevoerd met de Duitse autoriteiten om celcapaciteit te verhuren aan Duitsland.

82

Hoe staat het met de onderhandelingen over het verdrag met de België?

Zie mijn antwoord op vraag 79.

83

Op welke wijze gaat het Masterplan gevangeniswezen 2009–2014 bijdragen aan een veiliger Nederland?

Een van de uitgangspunten van het opstellen van het Masterplan is het uitgangspunt van regionale plaatsing. Ik verwacht door het regionaal plaatsen van gedetineerden de samenwerking met ketenpartners te verbeteren. Door een betere samenwerking tussen het gevangeniswezen en haar ketenpartners kan gewerkt worden aan verminderen van de recidive. Hierdoor ontstaat een veiliger Nederland.

84

Indien Belgische gedetineerden in de penitentiaire inrichting Tilburg kunnen worden geplaatst, is het dan zeker dat de Noordsingel en Bankenbosch voorlopig niet hoeven te worden gesloten? Welke personele consequenties zou dit hebben?

Zoals ik in mijn brief van 19 mei jl. heb aangegeven, heeft een overeenkomst met België positieve gevolgen voor het personeel. In dat geval zal de voorgenomen sluiting van de penitentiaire inrichting Noordsingel in Rotterdam en de penitentiaire inrichting Bankenbosch in Veenhuizen worden uitgesteld tot in ieder geval 1 januari 2013. Daardoor is meer tijd beschikbaar om het betrokken personeel van DJI van werk naar werk te begeleiden. Hierdoor kunnen de personele consequenties van het Masterplan detentiecapaciteit tot een minimum worden beperkt.

85

Bent u van mening dat Nederland voorwaarden kan en moet stellen aan het opnemen van Belgische gevangenen in Nederlandse gevangenissen, in het bijzonder met het oog op de mogelijkheid dat België gevangenen uit Guantanomo Bay wil opnemen?

In de onderhandelingen met België heeft Nederland steeds aangegeven dat bij de plaatsing van Belgische gedetineerden in de penitentiaire inrichting te Tilburg rekening gehouden moet worden met Nederlandse belangen die in het geding kunnen zijn. In de concepttekst van het verdrag zijn daartoe bepalingen opgenomen. Aangezien het verdrag zal zien op gedetineerden aan wie in België onherroepelijk een vrijheidsstraf is opgelegd, vallen ex-gevangenen van Guantánamo Bay niet onder de reikwijdte van het verdrag.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), De Krom (VVD), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Roemer (SP), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA), Anker (CU) en Vacature (GL).

Plv. leden: Sterk (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Smeets (PvdA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Leijten (SP), Ulenbelt (SP), De Vries (CDA), Weekers (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Karabulut (SP), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Slob (CU) en Van Gent (GL).

XNoot
1

Kamerstukken II 2007/08, 24 587, nr. 300.

XNoot
1

Criminaliteit en Rechtshandhaving 2007, tabellen 3.10–3.13.

XNoot
2

Criminaliteit en Rechtshandhaving 2007, tabel 4.1.

XNoot
1

Kamerstukken II 2008/09, 31 700, nr. 112.

XNoot
1

Kamerstukken II 2008/09, 28 684, nr. 210.

XNoot
1

Kamerstukken II 2007/08, 31 200 VI, nr. 172.

XNoot
1

Kamerstukken II, 2008/09, nr. 2659.

XNoot
1

Kamerstukken II 2007/08, nr. 2332.

Naar boven