nr. 283
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2008
Graag voldoe ik via deze brief aan uw verzoek d.d. 25 april 2008
(08-Just-B-041) om uw Kamer een overzicht te doen toekomen van de capaciteit
per regio in het gevangeniswezen, met hierin ook opgenomen de regionale celbehoefte.
In mijn brief van 12 november 2007 over de modernisering van het
gevangeniswezen1 heb ik u bericht over de indeling
van gedetineerden in zes doelgroepen en de plaatsing van gedetineerden. Na
veroordeling in eerste aanleg worden gedetineerden bij voorkeur geplaatst
in het arrondissement van vestiging (veelal het arrondissement van vervolging)
of anders in een aanpalend arrondissement om de aansluiting met maatschappelijke
vervolgvoorzieningen zo goed mogelijk te faciliteren. Gezien het huidige gebouwenbestand
en de beschikbare locaties is regionale plaatsing echter niet voor alle doelgroepen
volledig te realiseren. Dit is ook niet noodzakelijk bij alle doelgroepen,
bijvoorbeeld bij strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen die onrechtmatig
in Nederland verblijven en na hun verblijf zullen worden uitgezet.
Mijn beleid is erop gericht om preventief gehechten in het arrondissement
van vervolging te plaatsen en om kortverblijvenden en langverblijvenden in
de laatste vier maanden van hun detentie te plaatsen in het arrondissement
van vestiging of aanpalend arrondissement. Begin dit jaar is hiermee een aanvang
gemaakt.
De capaciteit in het gevangeniswezen is onderverdeeld in 19 arrondissementen.
De beschikbare capaciteit voor gedetineerde mannen (preventief gehechten,
kortverblijvenden en langverblijvenden) op peildatum 15 januari 2008
is circa 12 200 plaatsen. Onderstaand schema geeft de beschikbare regionale
capaciteit en de geprognosticeerde regionale celbehoefte voor gedetineerden
mannen weer. De tweede kolom geeft de beschikbare capaciteit per arrondissement
aan. De derde kolom geeft inzicht in de benodigde celcapaciteit per arrondissement
conform de uitgangspunten voor regionale plaatsing. Kolom vier geeft het verschil
weer tussen de beschikbare capaciteit en de benodigde celcapaciteit.
| Arrondissement | Beschikbare capaciteit1 | Benodigde celcapaciteit2 | Beschikbare capaciteit
minus benodigde celcapaciteit |
|---|
| Alkmaar | 1 004 | 224 | 780 |
| Almelo | 223 | 328 | – 105 |
| Amsterdam | 858 | 1 306 | – 448 |
| Arnhem | 470 | 424 | 46 |
| Assen | 691 | 136 | 555 |
| Breda | 810 | 455 | 355 |
| Dordrecht | 372 | 237 | 135 |
| ’s-Gravenhage | 1 089 | 993 | 96 |
| Groningen | 434 | 275 | 159 |
| Haarlem | 368 | 8423 | – 474 |
| ’s-Hertogenbosch | 965 | 567 | 398 |
| Leeuwarden | 270 | 233 | 37 |
| Maastricht | 319 | 335 | – 16 |
| Middelburg | 207 | 143 | 64 |
| Roermond | 246 | 187 | 59 |
| Rotterdam | 1 193 | 1 096 | 97 |
| Utrecht | 547 | 475 | 72 |
| Zutphen | 388 | 250 | 138 |
| Zwolle | 1 190 | 344 | 846 |
1 Daarnaast worden 539 detentieplaatsen ingehuurd bij
de Directie Bijzondere Voorzieningen (Schiphol en Alphen aan de Rijn).
2 Benodigde capaciteit voor preventief gehechten, kortverblijvenden
en langverblijvenden met strafrestant van vier maanden bekend op 15 januari
2008.
3 De benodigde celcapaciteit in dit arrondissement is
hoog doordat Schiphol in dit arrondissement ligt.
In drie arrondissementen kan op dit moment de behoefte aan regionale celcapaciteit
niet geheel binnen het eigen arrondissement worden gedekt. Dit betreft de
arrondissementen: Amsterdam, Haarlem en Almelo. Het tekort van gemiddeld 16
plaatsen in Maastricht wordt opgevangen binnen de capaciteitsmarge van gemiddeld
8,7%.
Voor de drie genoemde arrondissementen geldt dat het tekort binnen de
aanpalende arrondissementen kan worden opgevangen. Mogelijkheden om in de
toekomst deze tekorten op te vangen zijn het intensiveren van meerpersoonscelgebruik
en vervangende nieuwbouw.
In de overige arrondissementen is voldoende capaciteit om preventief gehechten
arrondissementaal te plaatsen en kortverblijvenden en langverblijvenden met
een strafrestant van vier maanden in de regio van vestiging. De overige beschikbare
capaciteit wordt benut voor plaatsing van langverblijvenden met een strafrestant
langer dan vier maanden of voor gedetineerden uit een aanpalend arrondissement.
Voor de andere doelgroepen, namelijk vrouwen, bijzondere groepen en strafrechtelijke
vreemdelingen gelden de uitgangspunten voor regionale plaatsing niet. Bij
vrouwen en bijzondere groepen wordt geen onderscheid gemaakt naar verblijfsduur.
Deze doelgroepen zijn daarvoor te klein en daarnaast wordt concentratie van
deze groepen wenselijk geacht. Strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen
worden ook geconcentreerd geplaatst. Bij hen wordt wel onderscheid gemaakt
in verblijfsduur, namelijk strafrechtelijk kortverblijvende vreemdelingen
en strafrechtelijk langverblijvende vreemdelingen.
De regionale celbehoefte voor de komende jaren wordt meegenomen in het
meerjarencapaciteitsplan dat de Dienst Justitiële Inrichtingen opstelt.
Dit plan wordt, zoals ik u in mijn brief van 12 november 2007 heb bericht,
in 2009 definitief vastgesteld. Hierover informeer ik uw Kamer te zijner tijd.
De staatssecretaris van Justitie,
N. Albayrak