nr. 9
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 27 april 1998
Tijdens het Algemeen overleg over de herijking van het Nationaal actieprogramma
elektronische snelwegen, dat op 15 april jl. werd gehouden, heb ik toegezegd
enkele vragen van het lid van uw Kamer mevrouw Roethof schriftelijk te zullen
beantwoorden. Deze brief strekt daartoe.
Mevrouw Roethof vroeg – in relatie tot de Nota wetgeving voor de
elektronische snelweg – naar de voornemens tot wetgeving op enkele specifieke
terreinen.
Allereerst ging het daarbij om regelgeving over Internetdomeinnamen. Uitgangspunt
voor mij is dat de Nederlandse overheid slechts zeggenschap kan claimen over
een beperkt aantal domeinnamen, namelijk de top-level domeinnamen met de extensie
«.nl». Andere domeinnamen worden veelal in de Verenigde Staten
toegekend. Toewijzing van de eerst genoemde categorie domeinnamen geschiedt
door de Stichting Internet Domeinregistratie, op basis van zelfregulering.
In de Nota wetgeving voor de elektronische snelweg is aangekondigd dat het
kabinet met deze stichting in overleg zal treden om te bezien in hoeverre
aanvullend wetgeving wenselijk is. Ik zie dan ook geen aanleiding in afwachting
van dit overleg nu reeds wetgeving aan te kondigen, zeker nu niet is gebleken
dat het bestaande stelsel van zelfregulering in de praktijk tekort schiet.
Daarnaast noemde mevrouw Roethof de wenselijkheid van regelgeving ter
bestrijding van het zogenoemde «spammen», het ongevraagd toesturen
van e-mails.
Dit onderwerp komt op twee plaatsen aan de orde in het ontwerp van de
Telecommunicatiewet dat onlangs door de Tweede Kamer is aanvaard. Artikel
11.7 verbiedt het gebruik van automatische oproepsystemen voor het toezenden
van commerciële, ideële of charitatieve doeleinden zonder toestemming
van de abonnee. Voor het overige geldt blijkens het tweede lid dat betrokkenen
bezwaar kunnen maken.
Wanneer het ongevraagd toesturen toesturen van E-mail leidt tot stoornis
van Internet, is zulks na aanvaarding van de Telecommunicatiewet strafbaar
ingevolge de artikelen 161sexies of 161septies van het Wetboek van Strafrecht.
Deze artikelen worden in artikel 19.11, onder 4, van de Telecommunicatiewet
gewijzigd in die zin dat zij ook betrekking hebben op stoornis in de uitvoering
van een openbare telecommunicatiedienst. Ook Internet is een dergelijke dienst.
Hiermee is naar mijn oordeel de bescherming tegen spammen voldoende geregeld.
Een ander onderwerp van regelgeving zou kunnen zijn het ontmoedigen van
anonimiteit op de elektronische snelweg. Hoewel ik evenals mevrouw Roethof
van mening ben dat anoniem optreden op de elektronische snelweg risico's meebrengt,
acht ik regelgeving op dit moment toch niet aan de orde. Er zijn immers ook
redenen anonomiteit juist aan te moedigen. De Nota wetgeving voor de elektronische
snelweg stelt een aantal maatregelen voor die uit oogpunt van privacy anoniem
verkeer beter mogelijk moeten maken. Net zoals in de fysieke omgeving is anonimiteit
op de elektronische snelweg in veel gevallen een beschermenswaardig goed.
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager