24 565
Elektronische snelwegen

nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 17 oktober 1997

Mede namens mijn collega's van Verkeer en Waterstaat en Justitie en de Staatssecretarissen van Binnenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, bied ik u hierbij een rapportage aan over de voortgang van het Actieprogramma Elektronische Snelwegen.1

Het begin van het Actieprogramma

Sinds december 1994 wordt uitvoering gegeven aan het Actieprogramma Elektronische Snelwegen. Naast de oorspronkelijke initiatiefnemers (EZ, V&W, BiZa, OCW) neemt sinds 1996 Justitie actief deel en sinds dit jaar ook SoZaWe. De andere ministeries nemen deel door voorbeeldprojecten uit te voeren.

Met het Actieprogramma heeft het Kabinet de juiste randvoorwaarden willen scheppen waaronder de elektronische snelweg tot ontwikkeling kan komen. De «elektronische snelwegen» is daarbij een metafoor voor zowel de infrastructuur als de nieuwe diensten.

Bij het creëren van de juiste condities namen het liberaliseren van de telecommunicatie- en de mediamarkt een zeer belangrijke plaats in. Dit is in grote lijnen volgens de uitgestippelde aanpak gerealiseerd. Aan de ontwikkeling van andere randvoorwaarden (zoals b.v. cryptografie, privacy, de positie van de overheid in de informatiemarkt) wordt, vaak in internationale gremia, hard gewerkt. Dit gebeurt in wisselwerking met de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij ervaring is opgedaan met vormen van zelfregulering.

Het tweede spoor van het Actieprogramma was het stimuleren van nieuwe elektronische diensten. In de richting van de markt is een intensief samenwerkingsproces afgesloten en zijn een reeks generieke instrumenten operationeel (ontwikkelingskredieten, voorlichting, demonstratie). Op het gebied van de overheid zijn twee series «bottom-up» voorbeeld-projecten geïnitieerd. Eind 1996 is vervolgens de stap gezet naar een top-down benadering. «Investeren in voorsprong» en «Toegang voor iedere burger» zijn daar de eerste voorbeelden van.

Stand van zaken

Voor een aantal actielijnen zijn de voorgenomen acties volledig uitgevoerd; aan andere onderwerpen wordt nog volop gewerkt. Zo zal najaar 1997 de Kamer een notitie over het Publiek Domein worden aangeboden.

Een beschrijving van het gevoerde beleid is vastgelegd in de bijgaande notitie «Resultaten Actieprogramma Elektronische Snelwegen 1994–1997». Het jaar 1997 wordt gebruikt om een tweede fase van het actieprogramma voor te bereiden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van evaluatie van het gevoerde beleid, benchmarkonderzoek waarin de positie van Nederland in vergelijking met 5 andere landen wordt opgemaakt (hieruit kunnen ook nieuwe aandachtvelden zichtbaar worden) en verkenning van specifieke onderwerpen. Tevens komen dit najaar een aantal externe adviezen en studies gereed, zoals bijvoorbeeld het advies van de Tijdelijke Commissie voor het Informatiebeleid en het project «Uitgangspunten voor wetgeving op de Elektronische snelweg» van Justitie.

In de periode tot december wordt een externe gespreksronde gehouden om de bereikte resultaten te beoordelen en nieuwe aandachtspunten in kaart te brengen. Een aantal nieuwe onderwerpen die zich nu al aandienen hoeven daar niet op te wachten. Dit zijn ICT-starters, Electronic Commerce en TTP's (Trusted Third Parties).

Herijking Actieprogramma

Bij de herijking van het Actieprogramma wordt gewerkt langs vier verschillende invalshoeken. In januari 1998 is op basis van dit proces een notitie in hoofdlijnen gereed die dan aan de Kamer zal worden gezonden.

1. Infrastructuur

In een benchmarkonderzoek wordt de stand van de Nederlandse telecommunicatie-infrastructuur bepaald (beschikbaar december 1997). De kwaliteit en het prijsniveau van deze voorzieningen zijn een belangrijke vestigingsplaatsfactor. Tevens wordt nagegaan welke knelpunten zich op specifieke deelinfrastructuren kunnen voordoen voor de overstap van analoge naar digitale systemen. Bij «infrastructuur» ligt, evenals bij «mensen en kennis» een verbinding met het ICES-traject.

2. Mensen en kennis

Benchmarkonderzoek naar de kennispositie van Nederland (dit onderzoek is in december 1997 gereed). Het gaat daarbij om ten eerste de omvang, opbouw (bv. samenwerkingsrelaties) en produktiviteit van de kennisinfrastructuur en specifieke overheidsmaatregelen ter versterking van de kennisinfrastructuur. Ten tweede gaat het om de afstemming van het onderwijs op de arbeidsmarkt (incl. analyse van de knelpunten). Als laatste is in dit onderzoek aan de orde hoe WO- en HBO-opleidingen voorbereiden op ondernemerschap. Tevens worden de succesfactoren van startende ICT-bedrijven (als spin-off vanuit universiteiten of hogescholen) onderzocht.

In september 1997 is het SER-advies «ICT en werk» uitgebracht.

3. Gebruik van ICT

A. Bedrijfsleven. Het benchmarkonderzoek naar elektronische diensten (incl. Internet-ontwikkeling) is in december 1997 beschikbaar. Momenteel vindt onderzoek plaats ter voorbereiding van stimuleringsbeleid gericht op startende ICT-bedrijven. In het afgelopen half jaar is in nauw overleg met het bedrijfsleven gewerkt aan de opzet en invulling van een actieplan op het gebied Electronic Commerce; dit sluit nauw aan bij Europese initiatieven op dit gebied. Hierover zal de Kamer nog dit jaar nader worden geïnformeerd.

B. Overheidsdiensten en maatschappelijke sectoren. Er wordt een benchmarkonderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken bij de overheid op het gebied van de interne organisatie, de elektronische dienstverlening aan burgers en bedrijfsleven en de mate waarin de overheid haar voorbeeldfunctie vervult. In het onderzoek zal aandacht worden besteed aan grootschalige overheidsprojecten. Het onderzoek is in december 1997 beschikbaar. Daarnaast worden kansrijke toepassingsgebieden binnen deze sectoren verkend: het gaat in het bijzonder om de uitvoering van overheidsbeleid, zoals op het gebied van gezondheidszorg, milieu, sociale zekerheid, verkeer & vervoer.

4. Juridische en maatschappelijke randvoorwaarden voor gebruik van ICT

Het project «Uitgangspunten voor wetgeving op de Elektronische snelweg» wordt in december 1997 afgerond. Op basis van dit project zullen voorstellen worden gedaan waarmee enerzijds wordt beoogd de verdere ontwikkeling van ICT-toepassingen te faciliteren (bv. op het gebied van electronic commerce) en anderzijds fundamentele waarden en normen (zoals bescherming privacy, vrijheid van meningsuiting) te beschermen.

In november 1997 wordt het advies van de Tijdelijke Adviescommissie voor het Informatiebeleid uitgebracht over het algemeen bereik van informatiediensten (daarin onder andere aandacht voor de rol van het onderwijs, kwaliteit en pluriformiteit informatievoorziening, specifiek beleid gericht op sociale cohesie). Er zal tevens gebruik worden gemaakt van het werk van de SER-werkgroep Consumenten en ICT.

De eerste tranche van onderzoekprogramma naar de maatschappelijke gevolgen van ICT-ontwikkelingen door NWO en SCP is gestart; de eerste onderzoekresultaten worden dit najaar verwacht.

De activiteiten op deze gebieden spelen zich niet alleen in Nederland af, ze zijn ingebed in internationale ontwikkelingen. Ook in de Europese beleidsvorming is sprake van een veranderende oriëntatie op het onderwerp. Op verschillende niveaus is er interactie tussen de nationale en internationale beleidsvorming. De internationale dimensie zal in de volgende periode alleen maar meer aandacht vergen.

De Minister van Economische Zaken,

G. J. Wijers


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven