24 565
Elektronische snelwegen

nr. 5
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 21 april 1997

De vaste commissies voor Economische Zaken1, voor Verkeer en Waterstaat2, voor Justitie3, voor Binnenlandse Zaken4 en voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen5 hebben op 20 februari 1997 overleg gevoerd met minister Wijers van Economische Zaken, minister Jorritsma-Lebbink van Verkeer en Waterstaat, minister Sorgdrager van Justitie, staatssecretaris Kohnstamm van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris Nuis van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over de tweede voortgangsrapportage Actieprogramma elektronische snelwegen (24 565, nrs. 3 en 4) .

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Van Zuijlen (PvdA) vond het spijtig nog steeds te moeten constateren dat de liberalisering van de telecommunicatie-infrastructuur zo langzaam verloopt. Ook implementatie van Europese regelgeving verloopt heel moeizaam. De Kamer heeft maanden moeten aandringen op het veilingwetje voor DCS 1800 en ook het OPTA-wetsvoorstel was geen wonder van snelheid. Wanneer kunnen de antwoorden over dat voorstel overigens worden verwacht? Ook de WTV zal te laat in werking treden. Hoe zit het met de overgangssituatie? Krijgt OPTA wellicht tijdelijke bevoegdheden om regels te maken om problemen die zich in die overgangsfase voordoen op te kunnen lossen? Met name voor het bedrijfsleven is het essentieel dat in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijkheid wordt verschaft en dat betreft ook interconnectie, carrier selection en nummerportabiliteit. Zou TND geen actievere rol moeten spelen bij de totstandkoming van richtsnoeren voor interconnectie? Liggen de recent door KPN vastgestelde tarieven niet veel te hoog, mede omdat de werkelijke kosten nog niet inzichtelijk zijn? Voorts is de PvdA-fractie er nog steeds niet van overtuigd dat nummerportabiliteit pas per 1 januari 1999 kan worden ingevoerd. Hoe zit het overigens met de kostentoerekening van nummerportabiliteit? Ook was zij niet gerust over de mogelijke regeling van carrier selection. Het lijkt alsof nieuwe marktpartijen in het nadeel zijn t.o.v. KPN. Zij krijgen vier cijfers, maar waarop is dat gebaseerd?

Mevrouw Van Zuijlen herhaalde de opvatting van haar fractie dat de WTV en de Mediawet zouden moeten worden geïntegreerd omdat er in de toekomst geen of nauwelijks onderscheid meer kan worden gemaakt tussen telecom- en omroepdiensten. Aangezien op 10 maart a.s. uitvoerig over de mediawetgeving zal worden gesproken, wilde zij er nu niet al te diep op ingaan, maar wel de opvatting van haar fractie herhalen dat kabelexploitanten pas tot verlening van diensten mogen overgaan als de markt- c.q. kabeltoegang adequaat zou zijn geregeld. Zij is tevreden met de manier waarop het Commissariaat voor de media toch vrij onverwacht het toezicht op zich heeft genomen en ook heeft uitgevoerd, waardoor er op de markt een zekere rust is ontstaan. Het is dan ook een goede zaak dat het kabinet heeft besloten het commissariaat deze bevoegdheid nog een jaar langer te geven. De PvdA-fractie blijft er de voorkeur aan geven het toezicht bij OPTA onder te brengen en voorstander van een verdergaande samenwerking tussen OPTA en commissariaat. Op termijn zou OPTA dan onder de NKA kunnen worden gebracht.

Met actielijn 3 – publiek domein van de informatievoorziening – kan het kabinet invulling geven aan een moderne overheid en aangeven hoe zij ontwikkelingen kan stimuleren als grootaanbieder van informatie en grootgebruiker van informatie- en communicatietechnologie. Tot nu toe is de elektronische toegankelijkheid van overheidsinformatie nog te beperkt. Op de web-site van de verschillende ministeries staat feitelijk vaak niet meer dan een elektronische postbus 51-foldertje, al hebben die van OCW en VW wel meer inhoud. Kan iets over de ervaringen worden meegedeeld? Beleidsstukken zijn nog te weinig voorhanden. Wanneer zullen deze gratis via het net kunnen worden verkregen? Het is van belang dat BiZa snel komt met de al in juli toegezegde nota over de toegankelijkheid van overheidsinformatie. Burgers, actiegroepen, enz. moeten over dezelfde informatie kunnen beschikken als de overheid om die overheid op een adequate manier te kunnen volgen, controleren, bekritiseren en beïnvloeden.

Na december 1996 is er veel gebeurd op het terrein van ICT in het onderwijs. Aanvankelijk was het de bedoeling om er in 1997 10 mln. voor beschikbaar te stellen, oplopend tot 30 mln. in 1999, maar inmiddels hebben de ministers Wijers en Ritzen gezegd dat het nodig is om substantiëlere investeringen op dat punt te doen. Aan welke bedragen wordt dan gedacht en waar komen die vandaan? Wat is de reactie van het kabinet op de suggestie vanuit het bedrijfsleven om de opbrengst van de DCS 1800-veilingen, incl. de naheffingen, te besteden aan brede investeringen in ICT in het onderwijs?

Terecht ligt het accent zwaar op onderwijs, maar voldoende is dat niet. In Nederland is het debat over universal reach in tegenstelling tot bijvoorbeeld Scandinavië onvoldoende van de grond gekomen. Ook de universele dienst voor telefonie is begonnen met telefooncellen. Dat zou ook moeten gebeuren met Internet en computertechnologie, waarbij kan worden gedacht aan plaatsing van apparatuur op scholen, bibliotheken, buurthuizen, openbare gebouwen, ziekenhuizen, bejaardenhuizen, e.d. Wat dat betreft deelt het kabinet gelukkig al een goede rol toe aan de bibliotheken als laagdrempelige oprit naar de elektronische snelweg. Kan niet met de NBLC ervoor worden gezorgd dat alle bibliotheken, ook nevenvestigingen, op Internet worden aangesloten? Ook zou kunnen worden overwogen om alle burgers gratis een eigen e-mailadres te geven. Degenen die thuis geen computer hebben, kunnen dan de publieke opritten tot de elektronische snelweg – i.c. Internet – gebruiken. Dat zou niet alleen de toegankelijkheid vergroten, maar ook de aantrekkelijkheid voor marktpartijen om diensten aan te bieden.

Voor het publieke domein op de kabel heeft de lokale overheid een centrale verantwoordelijkheid. Bij de verkoop van kabelnetten moet niet alleen worden gekeken naar de hoogste prijs, maar ook naar de omvang van de publieke dienst. Wellicht is het verstandig eens te bezien hoe gemeenten kunnen worden gestimuleerd dat toch wat systematischer aan te pakken.

Mevrouw Van Zuijlen was blij met de terughoudendheid van het kabinet bij het opstellen van nieuwe regelgeving t.a.v. aansprakelijkheid, encryptie, auteursrecht. Tot nu toe blijkt dat bestaand recht veelal toepasbaar is op de elektronische snelweg. Zelfregulering van de Internetproviders en de ontwikkeling van software die gebruikers in staat stelt om hun kinderen voor ongewenste informatie te beschermen zijn van betekenis om de handhaafbaarheid van de regels en het gebruik van het net. Veel landen zijn bezig met het zoeken naar een evenwicht tussen het beschermen van het intellectueel eigendom van rechthebbenden en de vrijheid van gebruikers en intermediairs als bibliotheken en providers. Het uitdijen van het auteursrecht naar tijdelijke kopieën die samenhangen met surfen op het net, is mede onder Nederlandse druk voorkomen. De PvdA-fractie was tevreden over de opmerkingen van minister Sorgdrager over het punt van aansprakelijkheid. Ook bij encryptie en de verplichting voor medewerking aan decryptie zou de praktische haalbaarheid goed in het oog moeten worden gehouden.

Wat de openbare sector betreft, was zij blij met de digitale steden. De aandacht zou niet alleen moeten uitgaan naar voorlichtingsloketten, maar ook naar loketten waar echt zaken worden gedaan opdat gebruik kan worden gemaakt van het interactieve element. Elektronische post kan daarvoor een middel zijn. Welke rol speelt het project overheidscommunicatieprofiel?

Het kabinet probeert met het actieprogramma onder meer de markt te stimuleren. Er zijn twee werkgroepen opgericht, dienstenaanbieders en infrastructuur, maar niet duidelijk is wat die nu echt hebben bereikt. In de VS is eind verleden jaar web-tv opgericht. Philips brengt daarvoor een kastje op de markt waarmee via de tv op Internet kan worden gewerkt. Heeft dat fenomeen web-tv ook in de werkgroepen aandacht gekregen? In hoeverre zou de overheid een actievere rol spelen bij het stimuleren van ontwikkelingen? In Deventer tracht de lokale overheid in samenwerking met het bedrijfsleven de komst van de decoder en dienstenontwikkeling te stimuleren. Het bleek mogelijk om de decoder te combineren met een kabelmodem voor Internettoegang. Waarom is die mogelijkheid door de EZ-werkgroep zo snel afgewezen?

De overheid zou ook als vrager een actievere rol moeten spelen. Is het juist dat VW en EZ een plan uitwerken voor de digitalisering van de ether? Het zou de bedoeling zijn om de daarmee verkregen frequenties te veilen en om met de opbrengst overal decoders te plaatsen. In de werkgroepen is geen overeenstemming over de decoder bereikt. De markt heeft wel de standaard bepaald voor decodering van het digitale tv-signaal, maar overeenstemming over afrekening en klantenbestanden is niet bereikt. Betekent dat geen vertraging? Meningsverschillen tussen Philips, KPN en Nethold zetten de samenwerking voor betaal-tv op losse schroeven. Waarom legt de overheid geen verplichte open standaard op voor de voorwaardelijke toegang incl. de vrijheid voor dienstenaanbieders om eigen klantenbestanden te beheren? Er komen steeds meer berichten dat KPN, Philips en ook buitenlandse bedrijven genoeg krijgen van de kabelmarkt en zich daaruit terugtrekken. Wat vindt de minister van EZ van deze ontwikkeling?

Ten slotte vroeg mevrouw Van Zuijlen zich af, waarom de publieke omroep niet is ingegaan op het aanbod van Nethold om Nederland 1, 2 en 3 gratis via de satelliet uit te zenden.

Mevrouw Voûte-Droste (VVD) merkte op dat de ontwikkelingen op de elektronische snelweg bijzonder snel gaan, hetgeen doet vermoeden dat die in Nederland in grote lijnen is geaccepteerd. Verleden jaar, bij de eerste evaluatie, wees zij al op het door sommigen gesignaleerde HDR-syndroom: Hype, Denial of Reality? Voor sommigen is de elektronische snelweg nog steeds de hype, anderen denken dat het wel niet zo'n vaart zal lopen en wordt het eigenlijk ontkend, maar gelet op het feit dat het zeer ingrijpt in een aantal onderdelen van de samenleving is het toch echt reality. Vandaar dat voor haar fractie uitgangspunt is dat de wereld van Internet de spiegel van de samenleving is. Alles wat op Internet verboden is, is ook verboden in de samenleving en omgekeerd, maar in het geval van Internet is er dan nog sprake van een opsporingsprobleem. Als wordt erkend dat het een realiteit is, is het ook van groot belang dat de overheid er een brede aandacht aan besteedt. De zogenaamde oude werkgelegenheid verdwijnt en nieuwe werkgelegenheid met name gerelateerd aan de informatietechnologie komt op. Om dat te ondersteunen is het van belang dat het fenomeen op zich geaccepteerd wordt en daarvoor is onder meer nodig dat privacy bij de ontwikkelingen op de elektronische snelweg gegarandeerd is.

Uit de rapporten die de werkgroep infrastructuur en de werkgroep diensten hebben uitgebracht blijkt dat het kip-eibeeld als zodanig niet echt is doorbroken, want is het nog niet steeds een experimenteerfase? Voor een goede ontwikkeling zou er sprake moeten zijn van een kritische massa en derhalve zou er meer moeten worden gedaan aan standaardisatie. Zou de ontwikkeling daarvan niet moeten worden gestimuleerd door een overheid als launching customer? Wat dit betreft, memoreerde zij haar motie die zij bij de begrotingsbehandeling EZ heeft ingediend en waarin zij onder andere vroeg om een soort deltaplan voor de economie. Het verheugde haar dat de minister van EZ blijkens zijn gisteren ontvangen brief enkele zaken daaruit heeft overgenomen en dat de samenwerking tussen BiZa en Defensie goed verloopt, maar de daarmee bespaarde middelen zouden dan wel aan diensten moeten worden besteed. De nieuwe aanpak van overheidsprojecten gaat nu uit van het op elkaar laten aansluiten van openbare ruimten, zoals bibliotheken, gemeentehuizen, buurthuizen, enz., hetgeen ertoe kan bijdragen om die kritische massa te bereiken. Het kabinet gaat weliswaar een plan van aanpak uitwerken, maar heeft daarbij nog niets gezegd over de financiën.

Tijdens de begrotingsbehandeling van EZ had zij in het kader van de elektronische snelweg ook grote aandacht gevraagd voor het onderwijs. Er moet immers voor worden gezorgd dat de jeugd van nu goed wordt opgeleid voor de arbeidsmarkt van de eenentwintigste eeuw die volgens verschillende gezaghebbende rapporten zeker voor 75% zal zijn gerelateerd aan informatietechnologie. Om alle scholen aan te sluiten op het Internet zou heel goed gebruik kunnen worden gemaakt van het net van Defensie. Als dat zo privacygevoelig is, zou software moeten worden ontwikkeld om aan dat bezwaar tegemoet te komen. Al is dat enigszins tegenstrijdig met haar pleidooi voor een overheid als launching customer, er moet toch gewoekerd worden met de beperkte financiële middelen. Als van het net van Defensie gebruik kan worden gemaakt, kan het geld dat daardoor wordt uitgespaard worden gebruikt voor dienstverlening.

Voorts ging mevrouw Voûte in op de zogenaamde jaar-2000-problematiek die zowel overheid als bedrijfsleven veel geld zal kosten. Er is nu een grote informatiecampagne gaande over de euro. Kan daaraan wat de automatisering betreft niet meteen worden gekoppeld informatie omtrent het jaar 2000?

Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is dat de overheid probeert zo terughoudend mogelijk met regelgeving te zijn. Belangrijke vraagpunten daarbij zijn o.a. auteursrecht, intellectueel eigendom en encryptie. Nu het is gelukt om de eerste twee internationaal goed te regelen, is het van belang een goede regeling te treffen voor encryptie opdat de privacy gewaarborgd wordt. Daarbij kan worden gedacht aan betalen via Internet dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld de VS in Nederland nog steeds niet op grote schaal gebeurt. De digitale handtekening bestaat weliswaar al, maar zou nog veel beter kunnen worden gebruikt en ook dat is een kwestie van investeren in software.

Voor eind 1997 zal de minister van Justitie een kader voor toekomstige wetgeving schetsen, maar is dat nu echt noodzakelijk? Nederland waarschuwt terecht voor het creëren van rechten die niet te controleren of te handhaven zijn of door technische ontwikkelingen snel worden achterhaald. Is het niet verstandiger eerst een inventarisatie te maken van mogelijke problemen en pas in te grijpen als zaken echt dreigen mis te gaan?

Serviceproviders zijn een belangrijk onderdeel in de acceptatie van de consument van het gebruik van Internet en de elektronische snelweg. Als de kwaliteit van de providers niet goed is, zal dat de consument weerhouden gebruik te maken van e-mail, Internet, enz. De dienstverlening laat soms nog wel eens wat te wensen over. Ook op dit punt hechtte de VVD-fractie aan zelfregulering en wellicht zou de overheid in overleg met de providers kunnen werken aan een code of conduct, waarin eveneens de kwestie van meldpunten wordt meegenomen. Er is nu een meldpunt voor kinderporno, maar er zou ook aan een meldpunt kunnen worden gedacht voor gokken.

Internationaal gezien werken enkele grote steden met elkaar via het net, zoals Stockholm, Eindhoven, Orlando, Singapore. In Nederland zijn ook vele steden op het net actief en is het niet mogelijk die alle eens bij elkaar te brengen en samenwerking te stimuleren?

Met belangstelling volgde zij OL2000 en ON21. Waar liggen nu nog de knelpunten? Lukt het om het ministerie van OCW erbij te krijgen?

In de nieuwe dienstverlening die door de IT nu zo'n grote vlucht neemt, is jong ondernemerschap in de IT van groot belang. Verdient het geen overweging om een prijs in te stellen voor het jong ondernemerschap in de IT, ook al omdat die jonge en vaak kleine bedrijven een belangrijke bijdrage leveren aan de groei van de nieuwe werkgelegenheid?

Volgens de heer Rabbae (GroenLinks) zullen op een terrein waar de ontwikkelingen zo snel gaan de teleurstellingen vaak overheersen. Uiteraard wil men de ontwikkelingen het liefst voor zijn, maar het kost al de nodige moeite om bij de les te blijven en het zal aanzienlijke inspanningen vergen om de ontwikkelingen te volgen.

Maurice de Hond blijkt falikant tegen de door het kabinet ingeslagen weg te zijn – kabel, doosje, tv – omdat dat zijns inziens een achterhaalde infrastructuur is. De Hond stelt de kabel tegenover de telefonie en stelt dat investeren daarin veel beter is en veel meer mogelijkheden zal bieden, dus ook meer rendement. Wat is daarop de reactie van de minister van EZ?

De minister van EZ blijkt op Europees niveau zijn collega's op dit punt te hebben aangesproken en voorgehouden dat Europa in vergelijking met Japan en de VS nogal achterloopt. Is het juist dat zijn collega's afwijzend hebben gereageerd op zijn suggestie voor een Europees instituut dat zich met standaardisatie moet bezighouden? Zo ja, wordt het dan niet heel moeilijk om op Europees niveau met elkaar samen te werken op dit terrein?

De Nederlandse economie moet het vooral hebben van de dienstverlening die ook een belangrijk onderdeel van IT uitmaakt. Vooral de software vergt aanzienlijke researchactiviteiten. Aan welk van de vijf topinstituten die EZ tezamen met OCW in het leven heeft geroepen, is die research toevertrouwd?

In een brief laat NCW/VNO weten een platform van overheid, burgers en bedrijfsleven missen. Is dat er inderdaad niet?

Het kabinet zet terecht zwaar in op het onderwijs, maar de vraag is welke middelen naast de al gevoteerde 30 mln. beschikbaar worden gesteld en hoe worden ze gedekt?

Zou naar analogie van het sofi-nummer elke burger ook niet een eigen e-mailadres moeten hebben, opdat dit nieuwe medium nog gemakkelijker toegankelijk wordt en een bredere verspreiding krijgt?

Voorkomen moet worden dat deze nieuwe ontwikkelingen elitaire ontwikkelingen worden. Investeren in het onderwijs biedt wel een belangrijke verbreding, maar dat is pas over tien à vijftien jaar rendabel. Vele groepen burgers zouden zijns inziens specifieke aandacht behoeven.

Is de minister van EZ van mening dat op deze markt ook nog machtsconcentraties kunnen ontstaan van partijen die bijvoorbeeld serviceproviders zijn op het ene en meer uitgever op het andere terrein of beheerder van een kabel? Zo ja, hoe denkt hij dat te kunnen controleren?

De heer Rabbae vroeg of het kabinet zichtbaar kan maken, bijvoorbeeld via onderzoek van het CPB, welke werkgelegenheidseffecten deze ontwikkeling heeft, c.q. kan hebben. Het zou zijns inziens ook goed zijn als een poging werd ondernomen om de effecten op de mobiliteit te meten. Deze ontwikkeling maakt immers thuiswerken en vergaderen veel gemakkelijker. Een vermindering van de mobiliteit is bovendien weer goed voor het milieu.

Wat zullen volgens de minister van Justitie de gevolgen van deze ontwikkelingen op het terrein van privacy zijn? Aan welke instrumenten denkt zij om de privacybescherming op Internet te garanderen?

De IT-ontwikkelingen hebben ook grote gevolgen voor de Derde Wereld. Er dreigt een tweedeling te ontstaan tussen die Derde Wereld en de Westerse landen, niet alleen in termen van informatie gesproken, maar ook in termen van economie. Het is van belang dat voor deze landen educatieve programma's worden ontwikkeld. Is het kabinet bereid de mogelijkheden daartoe al dan niet in Europees verband serieus te bezien?

Mevrouw Roethof (D66) merkte allereerst op dat de minister voor Ontwikkelingssamenwerking mede naar aanleiding van een motie die haar fractie bij de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken in 1994 heeft ingediend per 1 januari jl. het International Institute for Communications and Development heeft opgericht en daarvoor 25 mln. beschikbaar heeft gesteld, mede om telecommunicatie in ontwikkelingslanden te stimuleren.

In Amsterdam worden binnenkort 65 Internetterminals in openbare ruimten in gebruik genomen, waardoor elke Amsterdammer met dit medium kan kennismaken. In deze publiek-private samenwerking tussen de gemeente, IBM, Energie Noord-West en de PTT, heeft de landelijke overheid op geen enkele manier de hand gehad, maar zij is voortgekomen uit een Europees initiatief.

Op landelijke schaal wordt eigenlijk te weinig voortgang geboekt met de opbouw van de elektronische snelweg. Daarvoor zijn zeer verschillende oorzaken aan te geven, maar een van de belangrijkste daarvan is wel de infrastructuur. Het totaal aan kabel-, ether- en satellietruimte is de back bone van het geheel en die zou zo snel mogelijk breedbandig en interactief moeten worden gemaakt, maar wie gaat dat betalen? Vooralsnog gaat het kabinet ervan uit dat er voldoende winstmarges zijn om de investeringen uit de markt te halen en ook haar leek dat mogelijk mits de wetgever maar geen strikte regels en voorwaarden ten aanzien van de exploitatie stelt. Doet de wetgever dat wel, dan zal die de investeringen zelf moeten opbrengen.

In tegenstelling tot de VS is geen enkel land in Europa er nog in geslaagd om media en telecommunicatie in één telecommunicatiewet onder te brengen. Aangezien het nationale mediabeleid in vrijwel elk land specifieke culturele en historische verworvenheden en gevoeligheden raakt, komt het vrijgeven van de markt heel traag op gang en is er van een harmonisatie nog geen sprake. In Nederland heeft de convergentie tussen telefoon en televisie nog niet geleid tot het bedenken van een nieuw juridisch kader, zodat er ten aanzien van de rechtspositie van de Internetprovider nog niets is geregeld.

In de informele Industrieraad van 2 en 3 februari jl. kwam een rapport van de minister van EZ aan de orde waaruit blijkt dat Europa bij het tot stand brengen van de elektronische snelweg achterop raakt bij de VS, Japan en Korea. Aangezien het voor veel elektronische diensten niet uitmaakt waar ze worden vervaardigd, is dat toch een zorgelijke constatering. Vlak na die informele raad maakte de minister van EZ bekend dat het kabinet honderden miljoenen aan computers in het onderwijs wil uitgeven. Een deel van het geld is bestemd voor educatieve software en opleidingen voor leraren. Dat is weliswaar een eerste stap in de goede richting, maar er zal veel meer nodig zijn om de VS en Japan in te halen. In de VS richt de aandacht zich thans op de juridische contouren van het Internet. Als financiële transacties via Internet met elektronische handtekeningen worden bezegeld, kunnen ze rechtsgeldigheid krijgen en dat is toch voorwaarde voor het ontstaan van een cybermarkt. Het zou heel goed zijn als Europa eens keek naar het National Information Infrastructure Programme.

Ook wat betreft de integratie van beleid kan Europa veel van de VS leren. De federale overheid heeft een taskforce in het leven geroepen waarin alle betrokken departementen en agentschappen vertegenwoordigd zijn. Om toe te zien op een vrije en eerlijke competitie hebben de VS één toezichthouder, de Federal Communications Committee, terwijl in Europa iedere lidstaat straks een eigen toezichthouder heeft, in Nederland vooralsnog zelfs drie verschillende instanties. Naar de mening van de D66-fractie hebben tot nu toe gevestigde belangen in de discussie te zeer de boventoon gevoerd, maar een offensieve strategie vergt juist het stimuleren van vernieuwing.

De D66-fractie vroeg zich af, of bij de liberalisering van de telecom-infrastructuur niet meer vooruitgang zou kunnen worden bereikt door een scheiding tussen de toekomst van de publieke informatievoorziening, vooral de publieke omroep, en anderzijds de liberalisering van de infrastructuur. De doorgifteplicht van de publieke omroep zou haars inziens niet alleen voor de kabel moeten gelden, maar voor elke infrastructuurbeheerder die audiovisuele diensten verspreidt. In de discussie over de infrastructuur domineert het vraagstuk van toegang tot de kabel en de ether, ook omdat er in de overgang van analoge naar digitale transmissie sprake is van schaarste. Die kan alleen maar worden opgelost door meer infrastructuren actief te krijgen en zeker niet om de meest levensvatbare back bone voor de elektronische snelweg, de kabel, op te zadelen met forse nutsverplichtingen; nu willen veel partijen op de kabel en straks ook nog in het basispakket. Zij pleitte derhalve voor een snelle overgang van analoog naar digitaal en hoopte dat de overheid erin slaagt om meer ruimte op de bestaande infrastructuren te creëren. Wat denkt het kabinet van het idee om televisie uit de ether te halen en radio en telefoon erin? De 8% van de huishoudens die geen kabel hebben, kunnen dan het basispakket voor de publieke omroep via de satelliet of de wireless local loop ontvangen. De vrijkomende ruimte in de ether kan dan worden gedigitaliseerd waardoor het schaarsteprobleem wordt opgelost. De D66-fractie is van mening dat er nu eens een heel duidelijke keuze moet worden gemaakt; of er wordt gedereguleerd zodat de markt in de infrastructuur kan investeren, of er wordt gereguleerd en zal de overheid zelf en veel meer dan nu moeten investeren.

Mevrouw Roethof herhaalde dat zolang er geen zero baseonderzoek heeft plaatsgevonden haar fractie niet veel voelt voor het veilen van frequenties voor commerciële radio. Als men wil voorkomen dat er te veel Engelstalige producten komen, zullen Nederlandse commerciële omroepen in de overgang van analoog naar digitaal op zijn minst moeten worden ontzien.

Zij vond het jammer dat de toegezegde notitie publiek domein nog niet is verschenen. Nu de overheid veel gemakkelijker aan haar verplichtingen tot openbaarheid van bestuur kan voldoen, is het de vraag hoe die openbaarheid wordt georganiseerd. Met behulp van zoekprogramma's moet het mogelijk zijn de burgers de weg te wijzen binnen de rijksdienst. Op welke termijn zal het overheidsapparaat zich als civic service center kunnen c.q. willen presenteren? Zij bleef overigens van mening dat elektronische overheidsinformatie gratis ter beschikking zou moeten worden gesteld. Is de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken bereid de Kamer een notitie voor te leggen over de relatie tussen die wens en de wens van geprivatiseerde overheidsinstanties die o.a. in hun inkomen (willen) voorzien door het verkopen van informatie, zoals de SDU, het Kadaster, CBS, KNMI, enz.? Is de bewindsman voorts bereid een notitie te maken over de gevolgen van de informatisering voor de samenwerking van de verschillende bestuurslagen? Krijgen lokale overheden bepaalde verplichtingen opgelegd en op welke gegevens mag de rijksoverheid straks recht doen gelden?

De kwestie van de toegang tot de kabel die in actielijn 3 aan de orde komt, hoorde haars inziens overigens thuis in actielijn 1.

Volgens haar was actielijn 4 op dit moment veruit de belangrijkste. In dat verband herhaalde zij haar pleidooi om snel tot invoering van de elektronische handtekening over te gaan. Is de minister van Justitie het ermee eens dat ook voor het handhaven van het auteursrecht het gebruik van cryptografie onmisbaar is? Welke vormen van encryptie zullen worden toegestaan? Bij het gebruik van cryptografie speelt in de eerste plaats een rol de mogelijkheid van burgers en bedrijven om vertrouwelijk met elkaar te communiceren, vervolgens de betrouwbaarheid van het dataverkeer en de authenticiteit van de documenten en de mogelijkheid om in geval van strafvorderlijk onderzoek via trusted third parties de identiteit van de pleger van een strafbaar feit te achterhalen.

Met zorg keek de D66-fractie naar het samensmelten van verschillende functies waardoor fraudebestrijding op gespannen voet kan komen te staan met de vertrouwelijkheid van financiële transacties. Hoe zal de Nederlandsche Bank in de toekomst de elektronische gulden kunnen beschermen tegen valsemunterij? Ligt het in de bedoeling om het elektronische geld niet alleen detecteerbaar te laten zijn, maar ook herleidbaar naar de bron? In welke wet zal de specifieke richtlijn inzake consumentenbescherming bij op afstand gesloten overeenkomsten worden geïmplementeerd?

Reeds verleden jaar mei heeft de minister van Justitie het parlement opgeroepen om een uitspraak te doen over de positie van de Internetproviders. Vanuit het oogpunt van een goede rechtsbescherming en optimale duidelijkheid leek het haar van belang om in de wet vast te leggen wanneer de provider wel en niet aansprakelijk kan worden gesteld.

Bij de voorbeeldprojecten in de openbare sector valt het op dat met name de aanvragen van departementen zijn gehonoreerd. Welke selectiecriteria zijn daarbij gehanteerd? De D66-fractie stond enigszins kritisch t.o.v. OT2000, waarmee wordt beoogd de overheidsvraag naar telefoniediensten zo goed mogelijk te bundelen, want dat staat haaks op de telecomliberalisatie, maar ook op de verzelfstandiging van overheidsorganen. Voorts is er een opvallend verschil te constateren tussen rijksoverheid en lagere overheden. Van de 80 ingediende voorstellen in het kader van OL2000 zijn er maar vijftien gehonoreerd, maar de stand van zaken daarvan is ook niet echt duidelijk.

Als het inderdaad de bedoeling is om in het kader van de IT zo veel te investeren in het onderwijs en in het linken van alle scholen aan het Internet, pleitte zij ten slotte voor een tender om uit te maken welke marktpartij dat zo goed mogelijk kan.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) memoreerde dat tijdens het eerste overleg over elektronische snelwegen zowel kabinet als Kamer behoorlijke ambities hadden; Nederland moest de electronic gateway to Europe worden. Zo'n anderhalf jaar later moet toch worden geconstateerd dat er nogal wat hobbels op de weg hebben gelegen, waardoor het aanzienlijk trager gaat dan toen werd gedacht. Wat lijkt volgens het kabinet nog in deze kabinetsperiode nog gerealiseerd te kunnen worden van die zo ambitieuze plannen uit 1995? Een van de onderwerpen die in deze voortgangsnotitie niet meer is terug te vinden betreft die van de overheid als opdrachtgever voor maatschappelijk relevante diensten. Dat is jammer omdat de overheid als launching customer toch een heel belangrijke rol kan spelen. De aspecten van die elektronische snelweg zijn over de verschillende departementen verdeeld en daarom nogal versnipperd. Waarom toch niet de minister van EZ zijn coördinerende rol laten spelen, zoals de vorige keer ook is gevraagd?

Hiermee wilde zij zeker niet zeggen dat er ondertussen niets is bereikt en moest zij toegeven dat op sommige punten ook heel terecht pas op de plaats is gemaakt. De gekozen weg voor de wetgeving, nl. aanpassing c.q. modernisering van de huidige wetgeving met name met het oog op Europa, bleef zij de goede weg vinden, al heeft dat tot gevolg dat het soms wel eens wat langzaam gaat. Echter, als een te grote snelheid wordt betracht, is het risico dat de wetgeving technologieafhankelijk wordt en in ieder geval de CDA-fractie was blij dat die valkuil is vermeden.

Liberalisering van de telecommunicatie-infrastructuur verloopt wat langzamer dan verwacht, met name als gevolg van de trage besluitvorming in Europa, waardoor wellicht ook nieuwe Nederlandse wetgeving per 1 januari 1998 niet haalbaar is. Wat zal de inzet van het kabinet op dit punt zijn tijdens het EU-Voorzitterschap? Kan het vooruitlopen op het terrein van liberalisering van spraaktelefonie ertoe leiden dat de Nederlandse markt wel open is voor het buitenland, maar de buitenlandse markt niet voor Nederland? Kan overigens ook nog niets worden gezegd over de verstrekte vergunningen en de machtigingen met gebiedsbeperking?

Op 10 maart a.s. zal uitgebreid worden gesproken over liberalisering van de mediawetgeving, maar vooruitlopend daarop vroeg zij zich wel af of, als door de kabelexploitant moet worden betaald voor het doorgeven van signalen, los van auteursrechten, het dan niet logisch is om de abonnee ook te laten betalen? Zo ja, in hoeverre gaan dan de lokale programmaraden geen beleid voeren dat daar haaks op staat?

Over het publiek domein van de informatievoorziening zou het kabinet komen met een kaderstellende principiële notitie, maar die is er nog niet. Al eerder is gevraagd naar de toegankelijkheid van de overheidsinformatie en de betaling ervan. Ook daarover is nog niets vernomen. Zij hoopte in ieder geval dat die notitie nog voor het zomerreces zal komen.

Het kabinet kiest voor vier op zich waardevolle concrete aspecten in plaats van het principiële debat: de toekomst van de publieke omroep, de toegankelijkheid van de overheidsinformatie, de implementatie van de BIOS-3-nota en de rol van de bibliotheken. De CDA-fractie hecht er zeer aan dat de bibliotheken, zoals al in Amsterdam gebeurt, worden gebruikt als een laagdrempelige oprit naar de elektronische snelweg. Daarmee zou ook een koppeling kunnen worden gelegd met de zo noodzakelijke extra investeringen in het onderwijs, maar ligt dat ook in de bedoeling?

De CDA-fractie juichte het toe dat de Internetproviders een meldpunt voor kinderporno hebben ingesteld, maar dergelijke meldpunten zouden op meer terreinen wenselijk zijn. Hoe werkt dat meldpunt en welke acties zijn er inmiddels uit voortgevloeid? Overigens herhaalde zij haar opvatting dat internationale afspraken nodig zijn over aansprakelijkheid voor strafbare informatie op het Internet, te beginnen in het verband van de EU. Welke initiatieven denkt het kabinet op dit punt te ondernemen tijdens het Nederlandse voorzitterschap? Zij was het van harte eens met de waarschuwingen die Nederland afgeeft voor het creëren van rechten die niet te controleren c.q. te handhaven zijn en voor wetgeving die gemakkelijk door snelle technische ontwikkelingen kan worden achterhaald, maar kan de eigen wetgeving echter de toets op deze terechte kritiek doorstaan?

Tijdens het overleg over de voorbeeldprojecten openbare sector is onder meer geconstateerd dat de ambities verder reiken dan de financiële polsstok, maar ook dat de overheid bijvoorbeeld in het kader van OT2000, eigenlijk bezig is met iets wat haaks staat op andere voornemens. Toen heeft staatssecretaris Kohnstamm dat ontkend, maar gelet op deze notitie bleef mevrouw Van der Hoeven haar twijfels houden.

Zij onderstreepte de prioriteit die in twee projecten is gelegd op het terugdringen van administratieve lasten. De doelgroep van een van die twee projecten, nl. RINIS, zijn met name de uitvoeringsorganisaties in de sociale sector, maar waarom staat USZO daar niet bij?

Voor de betrokkenheid van overheden bij dergelijke projecten spelen verschillende factoren een rol, toegankelijkheid, kosten en bescherming van gegevens. Afgezien van het feit dat de verschillende overheden de gegevens op hun eigen wijze beschermen, zijn er blijkbaar geen algemeen geldende afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het beschermingsniveau. Zou ook op dit punt geen ISO-9000-achtige aanpak moeten worden overwogen?

Zij was het voorts eens met de constatering dat het niet zo hard loopt met de initiatieven uit de marktsector vooral op terreinen waarop de overheid voor zichzelf ook nog een rol ziet, maar vroeg zich af, of de drie door het kabinet geformuleerde kernkwesties wel echte kernkwesties zijn. Van de eerste, de definitie van een open conditional access systeem en de digitale decoder, is het de vraag of dat wel een overheidstaak is. De overheid moet inderdaad voor die open toegang zorgen en voorkomen dat misbruik kan worden gemaakt door een dominante positie, maar moet zij zich dan ook bezighouden met de definitie? Kan die open toegang en het voorkomen van misbruik ook niet beter via de WEM worden geregeld? Voor de tweede, de specificaties van een kaartlezer voor verschillende chipcardsystemen voor o.a. betalingen, geldt in feite dezelfde vraag. Waarom dat niet aan de markt overgelaten? Met de derde, het creëren van de mogelijkheid voor uniform tweewegverkeer over kabeltelevisienetten, was zij het echter wel eens, want dat is toch een van de voorwaarden voor die algemeen gewenste versnelling van de elektronische snelweg. Het is dan wat mager als de kabelexploitanten zich bereid hebben verklaard om 70% van de kabels binnen drie jaar daarvoor geschikt te maken. Kan dat commitment niet wat harder worden gemaakt?

De CDA-fractie was er beducht voor dat Nederland eigen standaards en eigen zaken gaat ontwikkelen. Moet niet ten minste worden aangesloten bij datgene wat er in Europa gebeurt en zeker als het gaat om standaards?

Er zijn twee groepen aan het werk, de initiatiefgroep infrastructuur en een kerngroep dienstenaanbieders. Is daarvan niet het risico dat een kleine groep marktpartijen standaarden gaan stellen en daarbij elkaars normen vormen? Nieuwe monopolies, waarvan de consument toch de rekening krijgt voorgelegd en waardoor de toegang van nieuwe aanbieders door de al aanwezige aanbieders wordt bepaald, moeten sowieso worden voorkomen.

Voorts ging mevrouw Van der Hoeven in op enkele fiscale aspecten, zoals het omzeilen van btw-betaling door aankopen via Internet, maar zijn niet meer van dergelijke problemen te verwachten? Wat zijn de ervaringen in andere landen op dit punt?

Zij was het ermee eens dat het onderwijs een speerpunt is van beleid, maar kijkend naar de noodzakelijke investeringen stelt 10 mln. in 1997 oplopend tot 30 mln. in 1999 voor de school van de eenentwintigste eeuw toch niet zo erg veel voor. Het is van groot belang om het onderwijs een zodanig vorm te geven dat het optimaal gebruik kan maken van nieuwe ontwikkelingen. Het gaat daarbij niet alleen om teleleren maar ook om informatie- en communicatietechnologie als een leermiddel voor de eenentwintigste eeuw. De CDA-fractie zag graag dat de minister van Onderwijs daarover zijn visie eens aan de Kamer voorlegt. Als het van belang wordt geacht dat de scholen van Internet gebruik maken, dat de scholen de beschikking hebben over tweewegkabels, zou dan niet met de huidige marktpartijen – telefoonmarkt- en kabelmarktpartijen – kunnen worden bezien hoe dat bewerkstelligd kan worden?

In een van zijn brieven schrijft de minister van Onderwijs: «Op den duur zullen eindtermen en examenprogramma's eisen ten aanzien van ICT bevatten». Het is toch niet de bedoeling om van ICT een eindexamenvak te maken? Het gaat toch om meer dan alleen om kennis van de technologie? Het gaat er toch om om van die technologie gebruik te maken? Ook dat zal het nodige geld kosten en zal dat ook opgenomen zijn in de 3 mld. extra die de minister van Onderwijs voor de volgende kabinetsperiode heeft geclaimd?

Ten slotte ging zij in op de topinstituten en vroeg zij wanneer de Kamer de selectie krijgt voorgelegd en hoe de Kamer bij de uiteindelijke keuze wordt betrokken.

De heer Rouvoet (RPF) sprak mede namens de SGP-fractie waardering uit voor de homepage van het ministerie van EZ over het EU-voorzitterschap en vroeg of hij goed had begrepen dat de openheid die daarop wordt betracht over allerlei beraadslagingen niet door alle lidstaten op even hoge prijs is gesteld. Zo ja, zal die homepage nu verdwijnen of komt er een soort intergouvernementele censuur op te liggen?

Als men zo'n tien jaar geleden in de krant had gelezen dat Bill Gates met Russische intercontinentale ballistische raketten tientallen satellieten wil lanceren voor zijn Internetnetwerk en dat het aanbod van kleinere satellieten op de lanceermarkt beperkt is omdat de trend neigt naar zwaardere draagraketten die dus zwaardere kunstmanen kunnen meenemen, had men dat toch niet serieus genomen. Als die ontwikkeling inderdaad zo snel gaat, is het van belang om de voortgang ervan goed in het oog te houden.

Over het algemeen was hij van mening dat de discussie nog te veel de sfeer ademt van meedoen, bijblijven, niet achterop raken, enz. Het komt erop neer dat men er geen idee van heeft waartoe alle ontwikkelingen leiden, maar dat men zo bang is de boot te missen. Hij miste het cultuur-politieke perspectief; wat zijn nu de maatschappelijke en culturele gevolgen van deze revolutionaire ontwikkelingen, hoe reëel is het gevaar van die tweedeling en moet je maar alles willen wat op dit punt mogelijk is? Gaat Internet de bestaande media verdringen of komt het erbij en wat is daarbij de rol van de overheid? Elementen van die vragen komen wel in de rapportage aan de orde, maar het zou goed zijn als het totale perspectief wat meer naar voren kwam.

Als wordt gekozen voor de toepassing van nieuwe ontwikkelingen in communicatie- en informatietechnologie en nieuwe media moet dat weloverwogen en met open ogen gebeuren, met aandacht voor schaduwzijden en mogelijk negatieve gevolgen, zoals die zo gevreesde tweedeling. Dat houdt toch in een achterstand in beschaving, in mogelijkheden van degenen die niet meedoen, de «haves» en de «have nots», maar men mag er ook niet de ogen voor sluiten dat er ook de «wants» en de «want nots» zijn, mensen die bewust voor «digitale onthouding» kiezen en dus ook geen behoefte hebben aan een gratis e-mailnummer en meer face to face willen blijven communiceren dan interface to interface. Inderdaad is er ook een groep die wel mee zou willen doen, maar dat niet kan en het risico dat die groep groter wordt zal groter worden naarmate het belang van die elektronische snelweg toeneemt. Recent is er een discussie gevoerd met allerlei maatschappelijke geledingen onder het thema «de elektronische snelweg loopt ook door uw huis» en die maakt wel duidelijk dat deze kwestie iedereen raakt. Het verslag van die discussie wordt echter via Internet openbaar gemaakt waarna er vervolgens elektronisch over is gediscussieerd, maar daaraan konden dus alleen maar mensen meedoen die er al bij betrokken zijn. Zo bereik je in ieder geval niet degenen die je zou willen bereiken.

In dat kader kunnen de openbare bibliotheken als laagdrempelige oprit naar de elektronische snelweg een zeer belangrijke functie vervullen, maar hoe staat het daarmee? Hetzelfde geldt voor het onderwijs dat het nog te vaak moet doen met afdankertjes van bijvoorbeeld de belastingdienst.

In het kader van de liberalisering van telecommunicatie-infrastructuur wordt met betrekking tot de nieuwe WTV als een van de drie hoofdlijnen genoemd maatschappelijke randvoorwaarden. Er wordt daar gesproken over verschillende waarborgen, maar wel in zeer algemene termen. Wat zijn bijvoorbeeld precies die buitengewone omstandigheden waarover in dit verband wordt gesproken? Op welke manier spelen openbare orde en staatsveiligheid een rol en op welke wijze wordt die consumentenbescherming vorm gegeven?

Over liberalisering van de mediawetgeving komt de Kamer inderdaad nog uitvoerig te spreken, maar vooruitlopend daarop wilde de heer Rouvoet toch nog speciale aandacht vragen voor het beheer van de kabel. Beziet het kabinet het beheer van en het toezicht op de kabel louter en alleen vanuit de optiek van de mededinging of spelen ook hier cultuurpolitieke overwegingen zoals kwaliteit en pluriformiteit een rol? Heeft het Commissariaat voor de media een blijvende rol, bijvoorbeeld bij conflicten over het aanbod op de kabel?

Tijdens de behandeling van de begroting van Justitie is al uitvoerig gesproken over de eventuele aansprakelijkheid van Internetproviders en is al gewezen op het probleem van het aanpakken van «digitale» delicten omdat ze per definitie grensoverschrijdend zijn. Toen is gebleken dat in principe zonder meer het Nederlandse strafrecht van toepassing is, maar dat zich bij de handhaving ongetwijfeld allerlei praktische problemen zullen voordoen. In ieder geval is wel duidelijk geworden dat Internet ook naar de mening van het kabinet geen rechtsenclave mag zijn c.q. worden. In dat debat heeft de minister voor eind 1997 nog wel een uitgebreide notitie toegezegd over uitgangspunten van wetgeving op de elektronische snelweg. Gelet op de snelheid waarmee de ontwikkelingen zich voltrekken, leek het de heer Rouvoet van belang dat die notitie zo snel mogelijk komt.

In het begrotingsdebat had hij ook gevraagd naar het rapport «digitaal rechercheren» en is toegezegd dat de Kamer dat zou krijgen, maar is dat al gebeurd? In dat verband wees hij nog op een eindrapport van de werkgroep open bronnen van de CRI «Wat wil je weten?» over de informatiehuishouding van de politie. Kan de minister van Justitie reageren op de aanbevelingen van dat rapport, desgewenst schriftelijk? Wat vindt zij van de toch onthutsende mededeling dat in veel korpsen niet of nauwelijks wordt bijgehouden voor wie, wanneer en waarnaar gezocht is en met welke resultaat! Ten slotte vroeg hij of er binnen het kabinet specifieke aandacht wordt besteed aan het fenomeen «digitale duurzaamheid van informatie». Zo ja, wie is daarvoor met name verantwoordelijk? Het is van belang dat de digitale informatie ook op langere termijn leesbaar is.

Antwoord van de regering

De algemene teneur van de inbreng in eerste termijn verbaasde de minister van Economische Zaken zeer: het is zo'n beetje kommer en kwel rondom die elektronische snelweg, de ambities zijn niet goed of ze worden niet gerealiseerd, enz., maar de feiten wijzen zijns inziens eerder op het tegenovergestelde. Hij waardeerde het echter zeer dat de heer Rouvoet in ieder geval het fenomeen positiever benaderde dan bij vorige gelegenheden toen hij het vanuit zijn levensovertuiging meer als een bedreiging zag.

Binnenkort komt er een OECD-rapport uit waaruit blijkt dat Nederland het op dit punt in vergelijking tot andere OECD-landen zeer goed doet. De omvang van de IT-markt in Nederland is in de periode 1987–1995 met zo'n 150% toegenomen en is daarmee een van de snelste groeiers in het OECD-gebied met een gemiddelde jaarlijkse groei van 12%. Het CBIN heeft verleden jaar gezorgd voor aanzienlijke investeringen in Nederland en van het aantal bedrijven dat verleden jaar naar Nederland is gekomen houdt zich zo'n 40% bezig met ICT. Deze categorie zorgt voor zo'n 10% van de investeringen en zo'n beetje de helft van het aantal arbeidsplaatsen! Voorts laat Nederland een aanzienlijke groei zien in het aantal regelmatige Internetgebruikers, zowel zakelijk als privé; eind 1995 250 000, oktober 1996 700 000 en naar verwachting zal dat in 1997 het miljoen fors voorbij schieten! Ook dat levert werkgelegenheid op. Volgens schattingen gaat het nu al om zo'n 2000 directe arbeidsplaatsen bij Internetproviders en zo'n 2000 aan daarmee gerelateerde andere vormen van dienstverlening.

Wetenschappelijk gezien kan inderdaad niet worden aangetoond of de bedrijvenplatforms de facto tot verandering dan wel versnelling hebben geleid, maar de bedrijven zelf hebben het in ieder geval als zeer goed en stimulerend ervaren. Er zijn inmiddels afspraken gemaakt over het upgraden van netwerken, kabelmodems, standaarden voor alle kabelmaatschappijen, standaardisatie van Internetapplicaties, chipcards, enz. Voor de decoder zijn internationale standaarden ontwikkeld en gaat het vervolgens om de vraag welke functies eraan kunnen c.q. moeten worden gehangen, zoals identificatie, decoderen, betalen, modemfunctie, e.d., hetgeen weer bepalend is voor de keuze voor digitaal of analoog. Overigens zijn die standaarden en/of functies niet zo problematisch, maar meer de marktintroductie en dus de prijs die uiteraard omlaag kan als het om grote aantallen gaat. Daarover gaat ook meer het verschil van opvatting met Maurice de Hond die meer kijkt naar specifieke toepassingen, terwijl het naar de mening van de bewindsman allereerst moet gaan om massatoepassingen, om volume.

Het is een markt die zich zo snel ontwikkelt en ook zeer snel verandert en waarop het bovendien gaat om zulke aanzienlijke bedragen dat hij zich afvroeg of de overheid haar middelen goed zou besteden door ze in bijvoorbeeld een subsidie voor de digitale decoder te stoppen.

Bedrijven hebben zeer grote investeringsplannen voor de infrastructuur en de kabeltelevisiebedrijven investeren nu al miljarden en hebben dat al toegezegd. PTT-telecom realiseert de komende jaren een forse verbetering van de Internettoegang en versterkte backbone. Veel marktpartijen investeren aanzienlijk waardoor de mogelijkheden voor dienstenaanbieders alleen maar groter worden. Zo is het nu al bijna mogelijk om beelden van videokwaliteit via verschillende kanalen over te brengen.

Sommige bedrijven, waaronder Philips, vragen zich af, of het gegeven hun core bussines wel zo voor de hand ligt om in deze markt te investeren, waarbij dan bovendien nog factoren als regelgeving rondom de kabel een rol spelen. De markt heeft zich overigens ook nog niet gezet. Zo zal bijvoorbeeld ook de scope van de nutsfunctie moeten worden gedefinieerd.

Als je kijkt naar de hoeveelheid diensten die vanuit de platforms zijn aangekondigd, dan gaat het de komende jaren om investeringen van honderden miljoenen. Daarenboven zijn er nog vele bedrijven die buiten de platforms om aanzienlijke investeringen plegen in de dienstverlening. Echter, vele diensten bevinden zich nog in het ontwikkelingstraject en het is van belang om te proberen die innovatiecyclus via een pool zoveel mogelijk te versnellen. Daartoe is onder meer de KREDO-regeling in het leven geroepen die overigens sinds kort door de Europese Commissie is goedgekeurd. Er zijn meer dan 100 projecten in de sfeer van elektronische projecten met een investeringsvolume van meer dan 200 mln. aan R&D. Zo'n 40% van het budget van deze regeling is gegaan naar bedrijven met vijf of minder werknemers. Blijkens CBS-cijfers van de laatste jaren laten dienstverlenende sectoren een zeer sterke innovatiegroei zien.

Op de laatste informele Industrieraad is inderdaad het thema van de ICT aan de orde geweest en is uitgesproken dat het nu tijd wordt voor concrete acties. Naar aanleiding van deze discussie heeft de Commissie toegezegd te zullen komen met een actieplan, waarin het onder meer gaat om harmonisering en liberalisering van de Europese markt, het versnellen van standaardisatieprocessen, bevorderen van startende bedrijven, een meer marktgerichte R&D en ICT in het onderwijs. In de formele Industrieraad van april zal daarop worden teruggekomen.

De suggestie van mevrouw Voûte voor een stimuleringsprijs voor jong ondernemerschap in de ICT zal hij samen met zijn collega van VW oppakken.

Als rijkseigendom wordt verkocht, gaat de opbrengst in principe in het FES, dus ook van de DCS-1800-veiling. Op basis van prioritering van projecten beslist het kabinet over de besteding.

In de bedrijvenplatforms is zeker ook over web-tv gesproken en daarbij is doorslaggevend de vraag of het straks een televisietoestel is met een muis en toetsenbord of een PC die steeds meer gaat lijken op een televisie. Op zichzelf wordt web-tv zeer positief en kansrijk gewaardeerd en zeer geschikt geacht om het gebruik van Internet te verbreden. Dat het nog niet in Europa is aangeboden heeft een heel praktische verklaring: in de VS is het Internetgebruik veel groter.

Dat bijvoorbeeld in de VS heel veel betalingen via Internet verlopen, wil naar de mening van de bewindsman niet zeggen dat dit allemaal zo goed verloopt. Men moet het nummer van zijn creditcard opgeven en het is met andere woorden een zeer onveilige manier van betalen. Europese banken wijzen dit systeem niet voor niets af en werken aan een veilig betalingsprotocol dat naar verwachting eind 1997 zal worden vastgelegd. Inmiddels loopt in Nederland vanaf augustus ook de I-Payproef, uniek in Europa en zelfs in de wereld. Het project van de chipcard wordt ondersteund door EZ. Voorlopige indruk is dat de ontwikkeling gunstig verloopt en dat Nederland ook op dit punt koploper is. Overigens is elektronisch betalen niet per se noodzakelijk op Internet; men kan ook elektronisch bestellen en op de klassieke manier betalen.

Voorts memoreerde de bewindsman dat juni verleden jaar is afgesproken dat het besluit over het kabeltoezicht zou worden genomen op basis van enkele evaluaties en verwees hij naar de brief van het kabinet d.d. 31 januari jl., waarin wordt gesteld dat voor het toezicht op de kabeltoegang gebruik zal worden gemaakt van het algemene mededingingstoezicht; de WEM heeft immers bewezen in de praktijk goed te werken. Conform de afspraak vervalt per 1 januari 1998 of zoveel eerder als de nieuwe WEM van kracht is, de tijdelijke bevoegdheid van het Commissariaat voor de media. Er komen nog nadere afspraken over de consultatie tussen OPTA, VW, Commissariaat voor de media en OCW. Specifieke regelgeving moet alleen worden overwogen als uit de praktijk blijkt dat algemene regelgeving, in dit geval dus de Algemene mededingingswet, niet voldoet. Nu is gebleken dat de WEM voldoet, is voor die specifieke regelgeving dus ook geen aanleiding. Mocht die in de loop van de tijd toch wenselijk blijken, dan zal daartoe uiteraard worden overgegaan. Dat die ene kabel aan twee regimes is blootgesteld, zoals mevrouw Van Zuijlen opmerkte, leek hem geen probleem, want in de praktijk zal het veel vaker voorkomen, zoals in de sfeer van elektriciteitsvoorziening, openbaar vervoer, telecommunicatie, enz. enz., dat het nutsverschijnsel wordt verengd tot het netwerk, de echte infrastructuur, en de productiekant wordt geliberaliseerd. Er zullen dan altijd vragen blijven over de afstemming tussen de specifieke regulator en de algemene mededingingsautoriteit. Dat zal lang niet altijd even gemakkelijk zijn, maar het kan anderzijds ook nooit een argument zijn om algemene regelgeving heel diep, heel sectoraal te verbijzonderen.

De bewindsman merkte vervolgens op dat ook voor machtsconcentraties, waarover de heer Rabbae sprak, de WEM van toepassing is.

De 2000-problematiek is inderdaad aanzienlijk, maar gelukkig houden veel softwarebedrijven zich daar al intensief mee bezig.

Het project in Amsterdam met 65 Internetterminals krijgt een landelijk vervolg. Dat EZ dit initiatief niet heeft ondersteund, is echter niet juist; dat is gedaan in het kader van de activiteiten rondom de Internetwereldtentoonstelling.

De elektronische snelwegen raken elk facet van de samenleving. Het kabinet is daarom uitgegaan van een heel lichte coördinatiestructuur. Het zou geen zin hebben als de minister van EZ naar de Kamer zou komen als het gaat om specifieke telecommunicatiewetgeving. Binnen het kabinet worden de ministers aangesproken op de voortgang of het ontbreken daarvan. Er is bovendien een specifieke onderraad voor ingesteld. Een zwaardere coördinatie wekt wellicht de suggestie dat die versnellend kan werken, maar zal in de praktijk ongetwijfeld remmend werken.

Naar verwachting zal het kabinet in de loop van maart een standpunt innemen over het advies inzake de topinstituten.

De suggestie van VNO-NCW om bijvoorbeeld een breed samengesteld forum in te stellen om de sociale vraagstukken op te pakken, ontmoette bij de bewindsman geen bezwaar als maar duidelijk kan worden aangegeven waartoe een dergelijk forum dient. Er wordt al veel met heel veel partijen gesproken en ook daarin moeten prioriteiten worden gesteld. Als er een agenda kan worden gemaakt, graag, kan dat niet, dan liever niet.

Het veelbesproken onderwijsproject is in deze fase een project van de ministers van OCW en van EZ. Dat op dat punt een intensieve samenwerking bestaat, is niet zo vreemd, want er moeten condities worden gecreëerd voor versnelling vanuit het bedrijfsleven zelf. Mede daarom heeft de overheid enkele grote projecten opgezet waarin in het kader van grote maatschappelijke vraagstukken wordt bezien hoe de ICT kan worden gebruikt. Onderwijs ligt dan wel erg voor de hand, mede om de toekomstige burgers ermee vertrouwd te laten worden. Het gaat daarbij zeker niet om computerkunde sec, maar om een hulpmiddel om heel andere doelstellingen te bereiken. Zoals gezegd kan dit project een grote impuls voor de markt zijn; educatieve software, helpdesks, enz. Hoeveel geld er uiteindelijk mee gemoeid zal zijn, is nog niet te zeggen. Als het basis-, het middelbaar en het beroepsonderwijs integraal met ICT wil kunnen werken, dan zal daarvoor een aanzienlijke investering nodig zijn die overigens niet ineens behoeft te worden gedaan. Over de omvang zal over enkele komende maanden wel meer duidelijkheid kunnen worden verschaft.

De minister van Verkeer en Waterstaat gaf toe dat het met de OPTA niet al te snel verloopt, maar was het er niet mee eens dat hetzelfde zou gelden voor de WTV. Het voorstel op zich is klaar en kan, nadat het deze week de ministerraad heeft gepasseerd, naar de Raad van State voor een spoedadvies. Dus is er alle gelegenheid voor de Kamer om het voorstel uitgebreid voor 1 januari a.s. te behandelen. Waar het gaat om de OPTA had zij het concept begin december 1996 naar de Kamer gestuurd en op 7 februari jl. het verslag gekregen. Voor het einde van de maand zal zij daarop reageren.

Inderdaad is de WTV vooral gebaseerd op een nog niet bestaande Europese richtlijn, al is het concept daarvan natuurlijk wel bekend. Zodra de definitieve tekst klaar is, zal het voorstel waar nodig worden aangepast. Naar zij hoopte zal het lukken om de eerste richtlijnen in de Raad van maart vast te stellen en anders in mei. Wat dit betreft hoopte zij dat de leden van de commissie bij hun Europese collega's op enige spoed zullen aandringen en wellicht ook nog enkele aspecten naar voren zullen brengen. Op zich zou zij bijvoorbeeld geen bezwaar hebben tegen een Europese regulator, maar kan van landen die vrijwel niet of nog nooit afstandelijke regelgeving hebben gemaakt, net iets onafhankelijks hebben ingesteld en nu de markt op moeten nog voordat zij die stap hebben gezet alweer worden gevraagd nog een stap verder te zetten en een en ander over te dragen aan een ander overheidsorgaan, waarvan overigens absoluut niet vaststaat of dat een toegevoegde waarde zal opleveren? In ieder geval is afgesproken dat er per 1 januari a.s. in Europa sprake zal zijn van een volledige liberalisatie van zowel de infrastructuur als van de spraaktelefonie. Daar zijn nog enkele richtlijnen voor nodig, zoals ONP spraak, interconnectie en vergunningen. Het Nederlandse voorzitterschap heeft twee Telecomraden gepland om die te kunnen afronden, de eerste in maart, de tweede in de tweede helft van mei.

Op dit moment worden de knelpunten opgelost die zijn ontstaan door de liberalisatie van de spraaktelefonie per 1 juli a.s. Daarom zal de huidige WTV op twee puntjes moeten worden aangepast en wel terzake van de bevoegdheden van de OPTA op interconnectie en bijzondere toegang en ook zullen enkele AMvB's moeten worden gewijzigd.

Vervolgens wees de bewindsvrouwe op de veilingwet voor commerciële frequenties en het wetsvoorstel DCS-1800 inclusief de veiling daarvan.

Het ministerie beperkt zich natuurlijk niet tot wetgevende activiteiten om de kansen voor concurrentie in de telecommunicatiemarkt te bevorderen, maar vindt het ook van belang om projecten te starten dan wel eraan mee te doen die op de Europese economie een stimulerende werking hebben. De activiteiten moeten met andere woorden bijdragen aan de ontwikkeling van een hoogwaardige, veilige en voor bedrijfsleven en burgers breed toegankelijke infrastructuur en dienstverlening.

Een belangrijke stap in die richting is de digitalisering van de ether. De toegenomen vraag naar de capaciteit aan tv-kanalen, maar ook de toenemende behoefte aan veilige afrekenmethodes via de zogenaamde conditional access, zullen worden geholpen door de introductie van die digitale transmissietechnologie. Op dit moment wordt op het ministerie de laatste hand gelegd aan een projectplan waarin introductiescenario's voor digitale toepassingen via de aardse zenders worden onderzocht. Het project staat nog in de kinderschoenen, maar het beoogde doel, digitalisering van de ether, zal in ieder geval moeten leiden tot nieuwe economische perspectieven en een forse stap voorwaarts in het bevorderen van concurrentie in de telecommunicatiesector, maar zover is het nog lang niet. Er zal nog veel onderzoek verricht moeten worden en er komen ook diverse opinies uit de maatschappij naar voren, zoals die van Maurice de Hond enerzijds en anderen uit de kabelwereld anderzijds. Daarover moet uiteraard verder worden gesproken, maar de bewindsvrouwe zag de resultaten van die gesprekken in ieder geval met vertrouwen tegemoet. De overgang van analoog naar digitaal zal kostbare ruimte opleveren in de ether die kan worden aangewend voor nieuwe economische impulsen die op hun beurt versnellend kunnen werken voor de elektronische dienstverlening. Na afronding zal het projectplan, met ongetwijfeld ook een tijdsplanning, aan de Kamer worden voorgelegd. Het zullen overigens realiseerbare scenario's zijn, want met haar collega van EZ was zij buitengewoon huiverig voor invoeringsstrategieën die de overheid veel geld kosten en waarvan niet zeker is dat het wel de goede strategie is. De ontwikkelingen gaan daarvoor veel te snel.

Uiteraard wordt ook veel aandacht besteed aan de randvoorwaarden. Het project de trusted third party is een gezamenlijk project van EZ, Justitie en VW waarin wordt geprobeerd de condities te identificeren waaronder een infrastructuur voor informatiebeveiliging moet worden gerealiseerd. Het beschikbaar komen van die infrastructuur is niet alleen voor de markt van grote waarde, maar ook voor de ontwikkeling van die beveiliging van zeer groot belang, want daar bestaat immers een zeer grote vraag naar.

Gevraagd is naar de consequenties als Nederland een halfjaar eerder liberaliseert dan de rest van Europa. Enkele landen, zoals Finland, Zweden en het VK, zijn al voorgegaan. De rest van de wereld volgt zo snel dat een zo vroeg mogelijke liberalisering eerder kansen biedt dan een bedreiging is, zeker gelet op de recente WTO-overeenkomst.

Wat de nummerportabiliteit betreft, verwees de bewindsvrouwe naar de brief waarin zij haar beleid terzake uiteen heeft gezet. Desgevraagd voegde zij daar nog aan toe dat de operators de eigen opzetkosten betalen, dat voor de administratiekosten een verrekening met de ontvangende operator plaatsvindt en dat de transmissiekosten in onderhandeling behoren te worden bepaald en uiteindelijk gearbitreerd te worden, straks via de OPTA. Het op dit punt bereikte compromis vond zij heel goed werkbaar. Overigens zullen, naar zij pas had begrepen, de eerste blokken niet in 1998 maar waarschijnlijk al in het laatste kwartaal van 1997 beschikbaar komen.

Wat de interconnectie betreft, moet PTT in overleg met andere partijen de tarieven vaststellen. Komt men er niet uit, dan kan arbitrage worden gevraagd. Zover is het nog niet gekomen. TND is wel degelijk betrokken bij de voorbereiding van de richtsnoeren, overigens samen met de beleidsafdeling HDTP die uiteindelijk ook verantwoordelijk is voor voorbereiding van de wetgeving. Er lopen dus nu drie trajecten: de richtsnoeren die in Europa moeten worden vastgesteld, de overgangsregeling voor 1 juli 1997 om de spraaktelefonie ook goed mogelijk te maken en de lagere regelgeving in de WTV voor de introductie per 1 januari a.s. Er wordt zeker rekening gehouden met wat er in andere landen gebeurt, maar allereerst moeten de richtlijnen worden gevolgd.

Vervolgens ging de minister in op de carrierselectie, een interessant onderwerp waarover zo'n vijf maanden geleden nog niemand sprak en nu zo'n beetje als enige manier wordt gezien om snel een markt tot stand te brengen. Zij had inmiddels een bepaald standpunt ingenomen dat zij zeer binnenkort aan de Kamer kenbaar zal maken. Zeer recent heeft zij van de twee infrastructuuraanbieders het dringende verzoek gekregen daarover nog eens met hun te willen spreken, maar zij kon zich niet aan de indruk onttrekken dat het hun gaat om een andere behandeling dan de andere aanbieders. Zij kon dat alleen maar doen in het geval van monopolisten. De asymmetrische regelgeving moet er immers op gericht zijn om sneller een normale marktsituatie te bewerkstelligen en mag er nooit op gericht zijn om de ene aanbieder te bevoordelen boven de ander. Met de tweecijferige code zijn er maar twee nummers beschikbaar en er zal dus een viercijferige moeten worden gehanteerd. Dat behoeft geen probleem te zijn, want de eerste twee cijfers zullen altijd hetzelfde zijn, zodat men er in principe toch maar twee hoeft te onthouden.

In het groenboek nummers wordt aandacht besteed aan het e-mailnummer, maar de bewindsvrouwe gaf toch hogere prioriteit aan het afronden van de vraagstukken rondom de telefoonnummers. Daarna kan worden geïnventariseerd en geanalyseerd wat de problemen en mogelijkheden zijn waar het gaat om Internetadressen.

Er zijn 1400 regionale infrastructuurvergunningen aangevraagd, waarvan er inmiddels 800 zijn toegekend.

De heer Rouvoet sprak nog over de maatschappelijke randvoorwaarden en de WTV. In de WTV wordt de universele dienst geregeld, geschillencommissie en consumentenbescherming, de specifieke bescherming van persoonsgegevens in de telecomsector en de nummeridentificatie, de verzekering van de openbare orde en veiligheid – zoals regels voor aftappen in het belang van opsporing – en wanneer in buitengewone omstandigheden de beschikbaarheid van telecomfaciliteit kan worden afgedwongen dan wel beïnvloed.

Aangezien het kabinet prioriteit geeft aan liberalisering per 1 januari a.s. is het niet mogelijk om direct ook aan een multimediawet te gaan werken. De minister bleef het verstandig vinden dat de telecomsector niet afhankelijk van de gebruikte techniek in de WTV is ondergebracht en het mediadeel – met name de inhoud en omvang van de publieke omroep – separaat is behandeld. Zo is de WTV in principe eigenlijk al redelijk multimediaal: het gaat om alles wat getransporteerd wordt via infrastructuur, of het nu vaste of mobiele is.

Desgevraagd merkte de bewindsvrouwe ten slotte nog op dat de consumentenbescherming bij op afstand gesloten overeenkomst, dus koop op afstand, zeker niet in de WTV zal worden geregeld.

De minister van Justitie voegde daaraan toe dat die bescherming in het Burgerlijk Wetboek zal worden opgenomen als de desbetreffende Europese richtlijn zal zijn goedgekeurd.

Zij herhaalde dat bij nieuwe wet- en regelgeving terughoudendheid wordt betracht, ook al omdat ervan wordt uitgegaan dat het bestaande recht in beginsel toepasbaar is op de elektronische snelweg. Of dat in de toekomst altijd zal blijken het geval te zijn, zal moeten worden afgewacht. Het verheugde haar dat de Kamer deze handelwijze ondersteunt, want het is in meer gevallen heel goed om ontwikkelingen af te wachten alvorens te besluiten om nieuwe wetgeving op te stellen.

In de rapportage staat inderdaad dat eind 1997 een notitie zal worden uitgebracht met een kader voor eventuele toekomstige wetgeving en dat is dus nog geen kaderwet. Dat kader zal zijn gebaseerd op de studie die dit jaar wordt gedaan naar de ontwikkelingen op het terrein van de elektronische snelweg. Pas als er echt aanleiding toe bestaat, zal nieuwe wetgeving worden geïnitieerd. De aanleiding die nu al is geconstateerd betreft het strafrecht waar het gaat om de aansprakelijkheid van de providers.

Op het ministerie is een projectgroep ingesteld die de verschillende terreinen van het recht die te maken hebben met de elektronische snelweg inventariseert, met elkaar combineert en beziet wat er vanuit verschillende invalshoeken eventueel moet gebeuren mede in relatie met de vraag welke rol de overheid moet vervullen in de informatiemaatschappij. Het gaat daarbij om privacy, auteursrecht, mediarecht, telecommunicatie, strafrecht, enz.

In de eerste plaats wilde de minister ook op dit punt allereerst de mogelijkheden van zelfregulering bezien. Organisaties die in de sfeer van het Internet werkzaam zijn, zijn volwassen organisaties waaraan derhalve ook eisen kunnen worden gesteld en in zekere mate ook zelfregulering kan worden overgelaten. Zo zal het totstandkomen van een code of conduct voor providers vanuit de overheid zeker gestimuleerd worden. Uiteraard heeft zij daarbij een stimulerende functie vervuld, maar de providers hebben al dat meldpunt voor kinderporno opgericht. Hadden zij dat niet gedaan, dan was de volgende stap uiteraard wetgeving geweest. De CRI houdt de ontwikkeling van dat meldpunt nauwlettend in de gaten en zal dat ook evalueren. Voorzover thans kan worden bezien, zijn de resultaten positief, niet in de zin dat er zoveel strafzaken uit voortvloeien, maar wel in de zin van signalering, zodanig dat men ertoe gebracht wordt dergelijke zaken van het Internet af te halen. Er bestaat bij de providers bereidheid nog een meldpunt in te stellen voor racistische taal en ook dat zal zij zeker stimuleren. Komt dat er niet, dan zijn er verschillende mogelijkheden om daartegen maatregelen te nemen. Als een provider bewust bepaalde informatie toelaat, moet hij daarop kunnen worden aangesproken en kan hij zeker niet zeggen, zoals wel eens wordt gezegd, dat hij niet verantwoordelijk is voor de informatie die via zijn net wordt verstrekt. Desgevraagd verklaarde zij zich bereid, deze kwestie van uitingsdelicten op het Internet mee te nemen in de notitie die zij voor eind 1997 had toegezegd.

Een andere vorm van zelfregulering ligt meer bij de consument. Als er software is die de consument in staat stelt informatie te selecteren waarvan hij verschoond wil blijven, is het aan die consument om die software al dan niet te gebruiken.

In december 1996 had zij al geconstateerd dat kabinet en Kamer het eens zijn over de lijn die gevolgd moet worden bij het intellectuele eigendom en naburige rechten, met name naar aanleiding van het Nederlandse optreden op de WIPO-conferentie dat toch zeker tot enig resultaat heeft geleid.

Het kraken van beveiligingssystemen met het oogmerk om inbreuk te maken op het auteursrecht is onrechtmatig verklaard en dat geldt eveneens voor versleutelingstechnieken. De EU-lidstaten overleggen op dit moment over de ratificatie van de op de WIPO-conferentie totstandgekomen verdragen.

Het leek ook de bewindsvrouwe verstandig om de strafrechtelijke aspecten in Europees verband aan de orde te stellen, maar daarbij kan het niet blijven, want ongewenste informatie op het Internet komt immers uit alle delen van de wereld. In dat verband herhaalde zij haar opmerking tijdens de begrotingsbehandeling dat het Internet geen rechtsenclave mag worden, maar het is en blijft een groot probleem als men anoniem informatie op het net kan zetten.

Voorts zegde zij de heer Rouvoet zonder meer toe de notitie digitaal rechercheren naar de Kamer te sturen. Zij had overigens wel verwacht dat dat al zou zijn gedaan, want het is een zeer belangrijk rapport. De werkgroep open bronnen heeft zijdelings met dit onderwerp te maken, maar gaat meer specifiek over de IT-functie bij de politie waaraan in het kader van de beleidsplannen voor de politie grote aandacht zal moeten worden besteed en waarbij zij zeker zal aangeven wat zij van plan is met de verschillende aanbevelingen te doen.

Zij was het eens met de opmerking dat de verplichting om medewerking te verlenen aan decryptie niet verder mag gaan dan praktisch mogelijk is. Iemand is verplicht mee te werken als algemeen wordt aanvaard dat hij dat kan. Overigens bestaat al zo'n medewerkingsverplichting voor in computers opgeslagen informatie en wel in de Wet computercriminaliteit uit 1993. Dat daar nog haken en ogen aan zitten, zal duidelijk zijn, want een dergelijke verplichting kan natuurlijk nooit aan een verdachte worden opgelegd. Er wordt geen verbod op crypto overwogen, maar er zullen wel voorwaarden worden gesteld waar het gaat om ontcijferen.

Aan de kwestie van de elektronische handtekening zitten verschillende problemen. Wanneer is cryptografie zo veilig dat het als betrouwbaar middel kan worden aangemerkt? Absolute veiligheid kan ook in dit verband niet worden gegarandeerd. Bovendien, hoe veiliger het moet zijn, des te duurder het zal worden. De mate van veiligheid zal dus altijd in een afweging moeten worden bepaald. In het Burgerlijk Wetboek zijn verschillende bepalingen opgenomen waarin een schriftelijke handtekening is vereist en thans wordt bezien welke artikelen veranderd moeten worden om die elektronische handtekening mogelijk te maken. Doorgeredeneerd moet je overigens zeggen dat een pincode waarmee geld uit de automaat wordt gehaald in feite ook een digitale handtekening is, waarmee de bewindsvrouwe maar wilde zeggen dat lang niet voor alle toepassingen direct ook nieuwe regelgeving nodig is. Het is overigens niet de bedoeling om het handtekeningenregister bij de overheid onder te brengen. Dat zou aan zo'n trusted third party kunnen worden overgelaten.

Eveneens moet worden toegegeven dat Internet enkele verworvenheden op het gebied van bescherming van persoonsgegevens onder druk zet en dat moet nauwgezet in de gaten worden gehouden. Nu heeft de EU al een richtlijn vastgesteld die ook betrekking heeft op gegevens die via het Internet lopen. De Raad van Europa heeft een werkgroep nieuwe technologieën waarvan bescherming van de privacy een van de belangrijke onderdelen is en in samenwerking tussen de OECD, de VS, Canada en Japan worden ook mogelijkheden bezien van een internationale code op dit punt voor Internetgebruikers.

Rechtshandhaving op het Internet is een internationale aangelegenheid en kan nooit door een land alleen worden geregeld. Datzelfde geldt voor de belangenafweging tussen privacy en fraudebestrijding. Daarbij mag overigens niet worden vergeten dat de consument zo langzamerhand ook andere ideeën krijgt over bescherming van sommige gegevens. Kijk maar naar de ontwikkeling van producten zoals Airmiles. Als de consument er voordeel van heeft, blijkt die privacybescherming in veel gevallen ineens niet meer zo erg belangrijk. Maar er is een Wet persoonsregistraties en er komt een Wet bescherming persoonsgegevens, waarbij uiteraard rekening zal worden gehouden met de ontwikkeling van software die daarbij behulpzaam kan zijn.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken memoreerde dat het verzoek om departementale voorbeeldprojecten op ICT-gebied een grote respons heeft gehad. Sommige projecten hebben een direct nut, zoals dat van de belastingdienst, andere zijn heel leuk en weer andere zullen op termijn kunnen bijdragen aan het realiseren van die kritische massa en van de functie van met name de rijksoverheid als launching customer. Daarnaast is een prijsvraag georganiseerd voor ideeën voor projecten die in januari is uitgemond in een prijsuitreiking. Bij de volgende ronde overheidsprojecten zal een meer inhoudelijke sturing plaatsvinden. Daarover heeft de Kamer nog gisteren een brief ontvangen. De twee uitgekozen projecten betreffen het onderwijs, de toegankelijkheid via bibliotheken, maar ook andere publieke ruimtes en het aantrekkelijker maken van het aanbod.

Inderdaad zou de overheid op het terrein van de ICT launching customer moeten zijn, maar daarmee is de suggestie voor het gebruik maken van het netwerk van Defensie toch wel enigszins in strijd. Dat de zogenaamde zwaailichtensector daarvan gebruik maakt, is verklaarbaar, maar de publieke sector zou toch juist een kritische massa moeten vormen opdat de openbare infrastructuur daarvan profiteert in plaats van een daarvan afgeschermd defensienetwerk.

Het ligt in de bedoeling om de nota toegankelijkheid eind maart, begin april uit te brengen. Het concept is vandaag het interdepartementale overleg ingegaan. Zij bevat enkele nogal weerbarstige vraagstukken waardoor het niet is gelukt om de nota eind 1996 uit te brengen, zoals de bedoeling was. Het eerste vraagstuk is de reikwijdte van de Wet openbaarheid van bestuur in relatie tot elektronische informatie en actieve openbaarmaking, het tweede zijn de voorwaarden waaronder databestanden, ontwikkeld door en bij de overheid, commercieel benut kunnen worden, mede in relatie tot de Wet openbaarheid van bestuur, het derde is de grens wat aan de overheid moet en aan de markt kan worden overgelaten en het vierde is de vraag of hetgeen wordt beoogd wel past binnen de contracten die de overheid heeft met verschillende uitgevers. Vooralsnog wordt uitgegaan van het principe dat daar waar burgers geacht worden de wet na te leven de overheid waar mogelijk actieve openbaarheid van wet- en regelgeving en de daaraan ten grondslag liggende discussie, gratis dan wel tegen zeer geringe kosten, moet stimuleren.

In antwoord op schriftelijke vragen had de bewindsman al toegezegd nog voor de zomer nader terug te komen op het vraagstuk van het jaar 2000 na overleg met diverse ministeries.

Voorts zegde hij toe de zijns inziens aantrekkelijke suggestie om de verschillende digitale steden bij elkaar te brengen met de VNG op te nemen.

Natuurlijk zijn er knelpunten bij het OL2000 en het ON21, maar aan de oplossing ervan wordt hard gewerkt. Met het OL2000 gaat het in ieder geval heel goed. Overal waar daarvan onderdelen zijn gerealiseerd, gaat het inderdaad in de richting van zo'n overheids civic service center en zijn het bijdragen bij uitstek aan de maatschappelijke dienstverlening, toch de uiteindelijke doelstelling van de BIOS-3.

Hij vroeg zich vervolgens af wat er mis aan is als de launching customer de markt probeert «uit te melken» waar dat mogelijk en ook nuttig is. Dat is bij telefonie nu expliciet het geval. Als goedkopere en/of betere dienstverlening kan worden gecreëerd via Overheidstelefonie 2000 dan kan dat toch niet strijdig zijn met welke marktwerking of filosofie dan ook, zeker wanneer er daadwerkelijk tot liberalisering wordt gekomen?

Tenslotte memoreerde hij een eerder overleg met de Kamer waarin de digitale duurzaamheid al nadrukkelijk en uitvoerig aan de orde is gekomen.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappenerkende het belang van bibliotheken als laagdrempelige toegang tot de elektronische snelweg en in dat licht gezien zal hij er zonder meer naar streven om ook in elke nevenvestiging een terminal te plaatsen, maar een probleem daarbij is wel dat de bibliotheken zijn gedecentraliseerd. Met de NBLC worden thans de mogelijkheden en voordelen van bundeling bezien, niet alleen voor aanschaf van apparatuur, maar ook voor contracten met aanbieders van infrastructuur. Het gaat nu weliswaar om een zaak voor de gemeenten, maar als die het niet voor elkaar kunnen krijgen, bijvoorbeeld financieel niet, zal moeten worden bezien welke bijdrage de rijksoverheid dat kan c.q. moet geven. Het mooiste zou natuurlijk zijn als ook alle scholen, gemeentehuizen, buurthuizen, enz. erbij zouden kunnen worden betrokken. Dat wordt ook geprobeerd, maar ook wat dit betreft, zijn de mogelijkheden uiteraard beperkt.

Op 25 maart a.s. gaat van start een consortium cultureel erfgoed, bestaande uit de bibliotheken, de Koninklijke Bibliotheek, de Nederlandse museumvereniging, een groot aantal wetenschappelijke instellingen, de Rijksdienst voor oudheidkundig bodemonderzoek, enz., waarmee in ieder geval een poging is gedaan om voor een massa te zorgen.

Met het ICT deltaplan voor het onderwijs hoopte de bewindsman snel te kunnen komen. Het moet nog door het kabinet, uiteraard voorzien van een financiële paragraaf. Het gaat daarbij niet alleen om het vertrouwd raken met computers, netwerken, transportdiensten, educatieve softwareontwikkeling, opleiding c.q. nascholing van docenten e.d. maar om een daadwerkelijke inschakeling van computers c.a. bij het onderwijs. In een recent advies heeft de Raad voor cultuur bijvoorbeeld gewezen op het rapport media-educatie. Niet alleen in het basisonderwijs, maar ook in het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs moet daar nu al rekening mee worden gehouden, waardoor het tekort aan kennis op dit terrein, dat inderdaad aanwezig is, eerder kan zijn weggewerkt. Bovendien besteedt het plan ook de nodige aandacht aan de BVE, de volwasseneneducatie, overigens ook een belangrijk onderdeel van actielijn 5.

Met de minister van Verkeer en Waterstaat was hij het eens dat de aandacht zich allereerst moet richten op de kabel, omdat die toch zo'n 90% van het totaal uitmaakt. Satellieten hebben niet alleen een veel kleiner bereik, maar ook is de markt nog niet uitgekristalliseerd. Met wie zou bijvoorbeeld nu al over doorgifteverplichtingen moeten worden gesproken?

De NOS heeft om een aantal redenen gezegd het nog te vroeg te vinden om de zenders via de satelliet door te geven. Omdat er nog geen sprake is van een duidelijke markt, zou de NOS zich schuldig kunnen maken aan het dienstbaar maken aan winst van derden, hetgeen volgens de Mediawet niet mag. Ook spelen de auteursrechtvergoedingen een rol en ongetwijfeld ook de plannen om gezamenlijk iets met de Wereldomroep te doen.

De vragen over de programmaraad wilde de bewindsman graag doorschuiven naar het overleg van 10 maart a.s. Vooruitlopend daarop wilde hij wel opmerken dat een kabelexploitant met programmaraad zijns inziens niet wezenlijk in een andere positie verkeert als een kabelexploitant zonder.

De heer Rouvoet sprak over het recht op digitale onthouding. Zijns inziens zal een totale digitale onthouding niet veel voorkomen, maar bij periodieke digitale onthouding kan hij zich wel iets voorstellen. Wat dit betreft, wilde hij ook nog verwijzen naar het regeringsstandpunt over het rapport van de commissie-Verwers, want het kabinet heeft geprobeerd dit aspect in de toekomst van de publieke omroep mee te nemen. Het komt ook voor dat mensen geen geld hebben om (voldoende) gebruik te maken van het zeer omvangrijke aanbod van de informatiemarkt. In dat geval hebben zij het recht om in een soort van open ruimte op een behoorlijke manier geïnformeerd te raken over alles wat zich in de samenleving afspeelt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

H. Vos

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Biesheuvel

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

V. A. M. van der Burg

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,

De Cloe

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

M. M. H. Kamp

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Tielens-Tripels


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Van Erp (VVD), ondervoorzitter, Mateman (CDA), Blaauw (VVD), Van der Vlies (SGP), H. Vos (PvdA), voorzitter, Van Gelder (PvdA), Smits (CDA), Ter Veer (D66), De Jong (CDA), Leers (CDA), Van der Hoeven (CDA), Remkes (VVD), Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Jorritsma-van Oosten (D66), De Koning (D66), Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Crone (PvdA), Zonneveld (CD), Van Dijke (RPF), Van der Ploeg (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Van Walsem (D66) en Houda (PvdA).

Plv. leden: Passtoors (VVD), Ten Hoopen (CDA), Van Rey (VVD), Van Middelkoop (GPV), Woltjer (PvdA), Sterk (PvdA), Van Rooy (CDA), Ybema (D66), Wolters (CDA), Lansink (CDA), Terpstra (CDA), Weisglas (VVD), R. A. Meijer (groep-Nijpels), M. B. Vos (GroenLinks), Bakker (D66), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Verbugt (VVD), Klein Molekamp (VVD), Witteveen-Hevinga (PvdA), Poppe (SP), Leerkes (Unie 55+), Verspaget (PvdA), Adelmund (PvdA), Roethof (D66) en Feenstra (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), ondervoorzitter, Van den Berg (SGP), Lilipaly (PvdA), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Reitsma (CDA), Versnel-Schmitz (D66), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), Van Heemst (PvdA), Verbugt (VVD), Van Rooy (CDA), Poppe (SP), Van 't Riet (D66), Duivesteijn (PvdA), H. G. J. Kamp (VVD), Stellingwerf (RPF), Crone (PvdA), Roethof (D66), M. B. Vos (GroenLinks), Verkerk (AOV), Van Zuijlen (PvdA), Van Waning (D66), Keur (VVD), Hofstra (VVD) en Assen (CDA).

Plv. leden: Blauw (VVD), Schutte (GPV), Van Gelder (PvdA), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Dankers (CDA), Jeekel (D66), Swildens-Rozendaal (PvdA), Terpstra (CDA), Huys (PvdA), Korthals (VVD), Th. A. M. Meijer (CDA), Hillen (CDA), H. Vos (PvdA), Remkes (VVD), Leerkes (Unie 55+), Witteveen-Hevinga (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Rosenmöller (GroenLinks), Nijpels-Hezemans (groep-Nijpels), Valk (PvdA), Hoekema (D66), Klein Molekamp (VVD), Te Veldhuis (VVD) en Van der Linden (CDA).

XNoot
3

Samenstelling: Leden: V. A. M. van der Burg (CDA), voorzitter, Schutte (GPV), Korthals (VVD), Janmaat (CD), De Hoop Scheffer (CDA), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Van de Camp (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, M. M. van der Burg (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Aiking-van Wageningen (groep-Nijpels), Rabbae (GroenLinks), J. M. de Vries (VVD), Van Oven (PvdA), Van der Stoel (VVD), Dittrich (D66), Verhagen (CDA), Dijksman (PvdA), De Graaf (D66), Rouvoet (RPF), B. M. de Vries (VVD), O. P. G. Vos (VVD) en Van Vliet (D66).

Plv. leden: Koekkoek (CDA), Van den Berg (SGP), Van Blerck-Woerdman (VVD), Marijnissen (SP), Biesheuvel (CDA), Bremmer (CDA), Doelman-Pel (CDA), Van Traa (PvdA), Van Heemst (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Rehwinkel (PvdA), Noorman-Den Uyl (PvdA), R. A. Meijer (groep-Nijpels), Sipkes (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Middel (PvdA), Passtoors (VVD), Van Boxtel (D66), Van der Heijden (CDA), Apostolou (PvdA), Roethof (D66), Leerkes (Unie 55+), Van den Doel (VVD),Weisglas (VVD) en De Koning (D66).

XNoot
4

Samenstelling: Leden: Van Erp (VVD), V. A. M. van der Burg (CDA), Te Veldhuis (VVD), Van der Heijden (CDA), De Cloe (PvdA), voorzitter, Janmaat (CD), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Apostolou (PvdA), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Remkes (VVD), Gabor (CDA), Koekkoek (CDA), Nijpels-Hezemans (groep-Nijpels), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Hoekema (D66), Essers (VVD), Dittrich (D66), Dijksman (PvdA), De Graaf (D66), Cornielje (VVD), Rouvoet (RPF) en Rehwinkel (PvdA).

Plv. leden: Korthals (VVD), Dankers (CDA), Van Hoof (VVD), Bijleveld-Schouten (CDA), Liemburg (PvdA), Poppe (SP), Schutte (GPV), Jeekel (D66), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Feenstra (PvdA), Verhagen (CDA), Van der Stoel (VVD), Mateman (CDA), Mulder-van Dam (CDA), Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Van Boxtel (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Assen (CDA), M. M. van der Burg (PvdA), Bakker (D66), Klein Molekamp (VVD), Leerkes (Unie 55+) en Van Oven (PvdA).

XNoot
5

Samenstelling: Leden: Beinema (CDA), Van der Vlies (SGP), Van Nieuwenhoven (PvdA), M. M. H. Kamp (VVD), voorzitter, De Cloe (PvdA), Janmaat (CD), Van Gelder (PvdA), ondervoorzitter, Van de Camp (CDA), Mulder-van Dam (CDA), Hendriks, Rabbae (GroenLinks), Jorritsma-van Oosten (D66), De Koning (D66), Koekkoek (CDA), J. M. de Vries (VVD), Liemburg (PvdA), Stellingwerf (RPF), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Cornielje (VVD), Cherribi (VVD), Dijksma (PvdA), Sterk (PvdA), Van Vliet (D66) en Bremmer (CDA).

Plv. leden: Reitsma (CDA), Schutte (GPV), Lilipaly (PvdA), Klein Molekamp (VVD), Valk (PvdA), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Ten Hoopen (CDA), Van der Hoeven (CDA), Verkerk (AOV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Bakker (D66), Van 't Riet (D66), De Haan (CDA), Van Heemskerck Pillis-Duvekot (VVD), Rehwinkel (PvdA), Leerkes (Unie 55+), Versnel-Schmitz (D66), Essers (VVD), Korthals (VVD), Passtoors (VVD), Huys (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Verhagen (CDA) en Lansink (CDA).

Naar boven