24 565
Elektronische snelwegen

nr. 13
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 13 juli 1998

Tijdens het Algemeen Overleg over de herijking van het Nationaal Actieprogramma Elektronische Snelwegen, dat op 15 april jongstleden werd gehouden (24 565, nr. 10), heb ik toegezegd nadere informatie aan u te doen toekomen naar aanleiding van een vraag van het voormalige lid mevrouw Roethof. Het antwoord op deze vraag heeft, gezien de snelle ontwikkelingen en de complexiteit van de materie, alsmede de tijd die nodig bleek voor bredere consultatie, iets langer op zich laten wachten.

Mevrouw Roethof vroeg in hoeverre het Internet Service Providers (ISP's) wordt toegestaan gebruik te maken van nieuwe xDSL-technieken of «Etherloop»-technieken op het PTT-netwerk, waarmee een versnelde groei van de elektronische snelweg kan worden bereikt.

De xDSL-technieken, waarvan de bekendste variant het ADSL (Asymmetric Digital Subscriber Line) betreft, zijn nieuwe technieken om de transportcapaciteit van het vaste openbare telefoonnetwerk te vergroten. Op dit moment voert KPN Telecom, in samenwerking met de NOB en Surfnet, onder de naam Snelnet, een ADSL-pilot uit in 1000 huishoudens in Amsterdam.

Bij de ADSL-techniek worden ADSL-modems aan weerszijden van de aansluitlijn, dit is de fysieke verbinding tussen het netwerkaansluitpunt bij de eindgebruiker en de lokale centrale, geplaatst. Hierdoor kan informatie met een snelheid van 2–8 Mb/s vanuit het toegangspunt in de lokale centrale naar de eindgebruiker worden toegezonden en door de eindgebruiker worden teruggezonden. Dit maakt het mogelijk om over de bestaande aansluitlijn naast de telefoondienst zogenaamde breedbanddiensten, zoals video-on-demand en snelle Internettoegang, aan te bieden. Daarbij behoudt de eindgebruiker van een ADSL-aansluiting zijn toegang tot de telefoondienst. De ADSL-modems zijn namelijk voorzien van een zogenaamde POTS-splitter waardoor twee aansluitingen mogelijk zijn, een analoge telefonie-aansluiting en een digitale breedbandaansluiting.

Bezien vanuit zowel het huidige als het toekomstige wettelijke regime is de vraag in hoeverre een Internet Service Provider de toegang kan afdwingen tot de ADSL-aansluiting van KPN Telecom, gelijk aan de vraag of de toegang die de Internet Service Provider tot het ADSL-modem wenst te verkrijgen (nog) te beschouwen is als een redelijk verzoek om bijzondere toegang tot KPN Telecom's vaste openbare telefoonnetwerk.

Op grond van artikel 4aa van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen (Wtv) is KPN Telecom namelijk verplicht te voldoen aan alle redelijke verzoeken om toegang tot haar vaste openbare telefoonnetwerk op andere netwerkaansluitpunten dan die aan de meeste eindgebruikers worden geboden.

Onder het regime van de nieuwe Telecommunicatiewet, die thans voorligt ter behandeling in de Eerste Kamer, geldt een vergelijkbare verplichting tot het geven van bijzondere toegang. In de nieuwe Telecommunicatiewet wordt de plicht tot het voldoen aan alle redelijke verzoeken tot bijzondere toegang namelijk opgedragen aan aanbieders van vaste openbare telefoonnetwerken en vaste openbare telefoondiensten, aanbieders van mobiele openbare telefoonnetwerken en mobiele openbare telefoondiensten, alsmede aan aanbieders van huurlijnen die beschikken over een aanmerkelijke macht op de relevante markt. In het overgangsrecht is KPN Telecom voor twee jaar aangewezen als aanbieder met een aanmerkelijke macht op de markt voor vaste openbare telefoonnetwerken en vaste openbare telefoondiensten.

Verder geldt zowel onder het regime van de Wtv als onder de nieuwe Telecommunicatiewet dat in het geval een toegang vragende partij en KPN Telecom niet tot overeenstemming komen, zij het alsdan ontstane geschil kunnen voorleggen aan de OPTA. Het is dan aan de OPTA om in een concreet voorliggend geval te beslissen of een verzoek om toegang van een Internet Service Provider tot het ADSL-modem moet worden beschouwd als een redelijk verzoek om bijzondere toegang tot het vaste openbare telefoonnetwerk.

In dit verband zij nog opgemerkt dat de OPTA op 4 juni jongstleden een zogenoemd consultatiedocument heeft uitgebracht over bijzondere toegang. In dit consultatiedocument komt ook de toegang tot het ADSL-modem aan de orde. Na de vraag opgeworpen te hebben of er in het geval van toegang tot de ADSL-aansluiting nog sprake is van toegang tot het vaste openbare telefoonnetwerk, komt de OPTA vooralsnog tot de volgende conclusie: «In de huidige, noch in de nieuwe ontwerp-wetgeving is een verplichting af te leiden voor toegang tot een ADSL-aansluiting waarop diensten via lokale servers worden geleverd. Er is immers geen sprake van de toegang tot een vaste openbare telefoondienst of een vast openbaar telefoonnet.» Aan partijen in de markt wordt gevraagd hierop voor 1 augustus aanstaande een reactie te formuleren. Aan de hand van deze consultatie zal de OPTA een standpunt ten aanzien van bijzondere toegang tot het ADSL-modem bepalen.

Tot slot zij nog opgemerkt dat uiteraard ook de algemene mededingingsregels onder omstandigheden een toegangsverplichting mee kunnen brengen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Naar boven