Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 24565 nr. 10 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 24565 nr. 10 |
Vastgesteld 10 juni 1998
De vaste commissie voor Economische Zaken1, de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat2, de vaste commissie voor Justitie3, de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen4, de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken5 en de vaste commissie voor Financiën6 hebben op 15 april 1998 overleg gevoerd met minister Wijers van Economische Zaken, minister Jorritsma-Lebbink van Verkeer en Waterstaat, minister Sorgdrager van Justitie, minister Ritzen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, staatssecretaris Kohnstamm van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris Vermeend van Financiën over:
– de voortgangsrapportage actieprogramma elektronische snelwegen (24 565, nr. 6);
– de brief van 7 april 1998 inzake de notitie «boven NAP», herijking van het nationaal actieprogramma elektronische snelwegen, incl. de vier benchmarkstudies: «Zes maal een informatiemaatschappij», «De ICT-kennisinfrastructuur in Nederland», «Telecommunicatie-infrastructuur en diensten» en «Op weg naar de informatiemaatschappij».
Van het gevoerde overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissies
Mevrouw Van Zuijlen (PvdA) benadrukte het interim-karakter van de onderhavige rapportages, waaruit blijkt dat veel nog moet worden uitgewerkt. De o.a. tijdens een recent congres van de Internet society geuite kritiek, dat het het kabinet aan visie ontbreekt deelde zij niet. Uit het plan van aanpak spreekt duidelijk dat moet worden gestreefd naar zo groot mogelijke toegankelijkheid. In dat verband is het zorgelijk dat KPN-Telecom voornemens is de abonnementsprijzen te verhogen. Onduidelijk is, hoeveel mensen hiervan de dupe zullen worden. Hoe worden mensen hierover voorgelicht en hoe wordt mogelijke onrust rond deze maatregel voorkomen? Zorgelijk is ook de door HMG aangekondigde prijsverhoging. Consumenten kunnen immers nog niet kiezen voor betaalde of niet betaalde informatie. Ook zorgelijk zijn rapportages van de tijdelijke commissie voor het informatiebeleid en de onderwijsraad, die waarschuwen voor een tweedeling in het onderwijs en het achterblijven van kwetsbare groepen als allochtonen en langdurig werklozen. Op juiste wijze wordt in de herijking van het nationaal actieprogramma elektronische snelwegen (NAP) vanuit verschillende invalshoeken de rol van de overheid bij ICT-ontwikkelingen gedefinieerd. Helaas worden geen concrete acties geformuleerd en ontbreken een volledig instrumentarium en voldoende budget.
In de ICT-ontwikkeling kan de overheid een rol spelen als regelgever en organisator van het toezicht, als grootgebruiker (launching customer), als investeerder in infrastructuur, als stimulator, als opleider en als bewaker van het publieke domein. Als regelgever kan zij een rol spelen bij de formulering van regels die het liberaliseringsproces begeleiden en rechtszekerheid en rechtsgelijkheid organiseren. De liberalisering van de Telecommunicatiewet en de Mediawet is vooralsnog voltooid en het ministerie van Justitie heeft een uitstekende notitie gepresenteerd over wetgeving voor de elektronische snelweg. Onduidelijkheid is er nog over de trusted third parties (TTP's) en de rol die de overheid daarbij wil spelen. Hoe dicht wil de overheid hierop gaan zitten? Bepaalt de overheid de condities waaronder TTP's opereren en zo ja, wat houden die in?
Op zich steunde mevrouw Van Zuijlen het concept van de overheid als launching customer op de ICT-markt, maar vraagtekens zette zij bij de uitwerking ervan in de praktijk. Hoe wil de overheid die rol concreet verder uitwerken en welke belemmeringen doen zich daarbij voor? Het actieplan electronic government gaat uit van verbetering van de dienstverlening door de overheid, vergroting van de acceptatie van ICT en stimulering van innovatie. Dit laatste kan worden bevorderd door strategisch aanbesteden, maar daarbij stuit de overheid al snel op de grenzen van de Europese regelgeving. De dreigende mislukking van Edunet is hiervan een voorbeeld.
Teleurstellend vond mevrouw Van Zuijlen het dat in de praktijk weinig terecht komt van de mooie woorden die worden gewijd aan de rol van de overheid als investeerder in infrastructuur. In dit verband herinnerde zij aan de door haar fractie bij de begrotingsbehandeling ingediende motie over een evenwichtiger besteding van ICES-gelden. Tegen de achtergrond van de algemene roep om meer geld voor ICT-ontwikkelingen verbaasde het haar dat, met uitzondering van het CDA, negatief werd gereageerd op een motie waarin het initiatief van de IT-sector werd verwoord om de opbrengst van de veiling van frequenties gedeeltelijk indirect in de sector terug te laten vloeien. Zij vroeg fracties hun eerdere standpunt te heroverwegen en nam zich voor de motie alsnog in te dienen als er nu een meerderheid voor zou zijn te behalen. Verheugd was zij over de bereidheid om te investeren in de ontwikkeling van «Internet 2». In plaats van hierbij alles te zetten op R&D, moet meer nadruk worden gelegd op investeringen in de hiervoor benodigde telematica-infrastructuur. Er is grote behoefte aan investeringen in snelle verbindingen met een grote bandbreedte. In het NAP wordt die behoefte erkend, maar voldoende budget is er niet voor beschikbaar. Komt dat budget er en welk tijdschema staat de overheid bij de «Internet 2-ontwikkeling» voor ogen? Versnippering en tekortschietende investeringskracht verhinderen dat de kabel zich ontwikkelt tot een concurrerende vorm van infrastructuur. Vraagtekens zette zij in dit verband bij de ontwikkeling van WEB-TV. Welke rol kan de overheid hierbij spelen? Van digitalisering van de ether had zij hogere verwachtingen. Wanneer begint het experiment met digital video broadcasting (DVB)? Waarom wordt niet geïnvesteerd in digitalisering van de ether? De middelen daarvoor kunnen worden verkregen uit achtergestelde leningen, uit de opbrengst van de veiling van etherfrequenties of uit toekomstige veilingen van nieuwe, gedigitaliseerde frequenties.
Als stimulator kan de overheid een belangrijke rol vervullen, vooral bij de ontwikkeling van electronic commerce. In dat verband steunde mevrouw Van Zuijlen de inzet van de KREDO-regeling en het twinningproject. Zij betreurde het dat Nederlandse universiteiten op dit gebied minder geneigd zijn om risico's te nemen dan die in andere landen. Wil de minister van OCW bevorderen dat het reguliere onderwijs veel meer aandacht schenkt aan de ontwikkeling van ondernemersvaardigheden? De overheid kan de ontwikkeling van ICT o.a. stimuleren door een BTW-verlaging. Hoe reageert het ministerie van Financiën op internationale pleidooien om van het Internet een vrijhandelszone te maken? Hoe wordt elektronisch factureren praktisch geregeld? Hoe wil de overheid praktisch bevorderen dat veilige en anonieme betaalsystemen totstandkomen? Hoe wordt standaardisering bevorderd?
De overheid moet meer nadruk leggen op haar rol als opleider, zo bepleitte mevrouw Van Zuijlen. Het beleid moet erop gericht zijn dat alle leerlingen kunnen beschikken over goede ICT-apparatuur. In het algemeen moet veel meer aandacht worden besteed aan media-educatie. Zij bepleitte om het BTW-tarief voor educatieve software (17,5%) te verlagen tot 6%, zijnde het tarief dat wordt berekend voor studieboeken. Verbaasd was zij erover dat nog wordt onderzocht hoe middelen en diensten van Arbeidsvoorziening kunnen worden ingezet voor omscholing van mensen naar ICT-beroepen. Daar wordt toch al veel langer aan gewerkt? Waaruit bestaat dit actieprogramma?
Mevrouw Van Zuijlen herinnerde eraan dat haar fractie eerder trachtte de Kamer bij motie te laten uitspreken dat 15% van de distributie-infrastructuur gereserveerd moet blijven voor gemeenschapsdiensten. Bij de praktische invulling hiervan zou kunnen worden aangesloten bij suggesties inzake de oprichting van community media centres die opleiding en training verzorgen, die de productie van informatie ter hand nemen en die ondernemers op ICT-gebied stimuleren. Ook zou in dit verband gedacht kunnen worden aan de vorming van een gemeenschapsdienstenfonds en een cultureel research- en productiefonds. Hoe zien bewindslieden dit? Aandacht vroeg zij ten slotte voor een apart ICT-beleid gericht op kwetsbare groepen in de samenleving. Alleen het bevorderen van toegankelijkheid is op dit punt niet voldoende. In dit verband wees zij op voorhanden zijnde plannen van het NCB en de Stichting onderwijs allochtonen.
Mevrouw Voûte-Droste (VVD) herinnerde eraan, van meet af aan steun te hebben uitgesproken voor het NAP, dat Nederland tot een van de koplopers op de elektronische snelweg moet maken. De perspectieven hierop waren goed, omdat Nederland beschikt over een goede infrastructuur en een hoog opgeleide beroepsbevolking en omdat met het NAP nieuwe werkgelegenheid kan worden gecreëerd en de communicatie tussen burger en overheid kan worden verbeterd. Bij dit alles moet een tweedeling in de maatschappij worden voorkomen. Nu, vier jaar later moet helaas worden geconstateerd dat het NAP Nederland geen koploper op ICT-gebied heeft gemaakt. Nederland behoort in Europa tot de middenmoot. Landen als Denemarken, Zweden en de VS zijn veel verder met vergunningverlening, ontwikkeling van nieuwe diensten, informatievoorziening en communicatie met burgers. Ook is het teleurstellend aan de vooravond van de vorming van een nieuw kabinet te moeten constateren dat de herijking van het NAP eigenlijk geen nieuwe acties bevat en dat een financiële paragraaf ontbreekt. Wat is hiervan de reden? Bevatten de al voorhanden zijnde plannen wel een financiële paragraaf en zo ja, kan daar inzicht in worden gegeven? Hierover moet duidelijkheid komen in verband met de komende kabinetsformatie. Ook drong zij aan op uitvoering van aanvaarde moties inzake het ICT-beleid. In dit verband toonde zij zich teleurgesteld over de inhoud die is gegeven aan de rol van de overheid als launching customer. In de nota Electronic government zou hier invulling aan kunnen worden gegeven. Waarom heeft de Kamer die nota nog niet? Bundeling van krachten is nodig om de overheid echt te laten functioneren als veeleisende launching customer. Dat departementen op nog steeds een eigen ICT-beleid voeren, is hiermee in tegenspraak. Wat is hiervan de reden? Besparingen door bundeling van krachten kunnen worden gebruikt voor de bevordering van nieuwe vormen van dienstverlening aan burgers. Zo kan de overheid een vliegwieleffect teweeg brengen dat de aanbestedingen bij het Nederlandse bedrijfsleven bevordert. Teleurstellend is het in dit verband ook dat nog slechts de helft van de departementen een eigen website heeft. Waarom is het voorbeeld van GEMnet niet gevolgd? Zij vroeg aandacht voor een door haar partij opgesteld plan dat door middel van kleine, concrete acties de rol van de overheid als launching customer wil versterken. De doelmatigheidswinst die hiermee kan worden behaald, kan worden geherinvesteerd in de verlening van diensten, die de vliegwielwerking op gang moeten brengen die Nederland uiteindelijk een van de koplopers op ICT-gebied moeten maken. Zo zou, in combinatie met een betere follow-up van de zijde van de politie, winkelcriminaliteit kunnen worden bestreden door het «on line» digitaal doen van aangifte. Communicatie met de burger kan worden verbeterd door het project Overheidsloket 2000 (OL2000). Hoe staat het daarmee? Is al een oplossing gevonden voor het probleem dat overheidsdiensten verschillende standaarden gebruiken? ICT kan ook worden gebruikt als wapen bij het terugdringen van het fileprobleem. In dat verband bepleitte zij een grootschalige proef met telewerken. ICT kan ook worden gebruikt om de zorg toegankelijker te maken en ouderen een groter gevoel van veiligheid te geven. Ook de administratievelastendruk voor het bedrijfsleven kan worden teruggedrongen door meer gebruik te maken van ICT. Wanneer komt het kabinet met concrete voorbeelden op dit gebied? Al dit soort projecten is bedoeld om de burger het nut van ICT te doen inzien en zodoende het draagvlak voor ICT te verbreden.
Nadruk legde mevrouw Voûte op het belang van ICT-onderwijs. In dit verband bepleitte zij om meer te investeren in succesvolle pilotprojecten van ICT-voorhoedescholen en daarmee verkregen resultaten toe te passen op andere scholen. Ook vroeg zij bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van educatieve software. Zo zou iedere scholier een eigen e-mailadres moeten krijgen. De kosten daarvan kunnen beperkt blijven, omdat Internetproviders hierin een interessante mogelijkheid voor uitbreiding van hun markt kunnen zien. In Amerika is er zelfs al een provider die dit soort service gratis verleent. Willen bewindslieden inhoud geven aan dit idee?
O.a. door de aanpak van het millenniumprobleem is er een groot tekort aan informatici. In dit licht verbaasde het mevrouw Voûte dat ICT-bedrijven, ondanks het onlangs gesloten convenant, nog overcapaciteit hebben omdat overheidsaanbestedingen achterblijven. Dit is des te vreemder omdat de overheid een automatiseringsstop heeft ingevoerd om alle aandacht te kunnen geven aan de oplossing van het millenniumprobleem. Snelle aanbesteding lijkt gewenst deze stop zo snel mogelijk op te heffen. Waarom is er nog niet meer aanbesteed? Het tekort aan informatici wordt ook veroorzaakt door de euroconversie. Wat doet de overheid hieraan. Welke rol kan het telematicatopinstituut spelen bij de opleiding van voldoende informatici?
Veiligheid en privacy vond mevrouw Voûte van groot belang voor het verkrijgen van een voldoende groot draagvlak voor ICT. De mogelijkheid om via Internet te betalen is van groot belang voor de bevordering van electronic commerce. De overheid ziet voor zichzelf een rol weggelegd in verband met de TTP's. Kan dit niet ook aan het bedrijfsleven worden overgelaten? Bijvoorbeeld voor notarissen zou dit een aantrekkelijk nieuw werkveld zijn. Desgevraagd erkende zij dat o.a. op het gebied van cryptografie (ook internationaal) nog veel moet worden uitgewerkt. Zij steunde de voorkeur van het kabinet voor kaderwetgeving. In dit verband gaf zij aan dat er bij de implementatie van de databankrichtlijn aandacht moet zijn voor preservering van het Nederlandse culturele erfgoed (bibliotheken). Dit moet onderdeel van wetgeving zijn. Electronic commerce vereist dat de traditionele Nederlandse handelskracht wordt verbonden met de nieuwe kracht van de ICT. Daartoe moeten fiscale en juridische belemmeringen worden weggenomen. Er moet zekerheid komen over BTW-berekening over betalingen op Internet. In dit verband zag zij Internet als een afspiegeling van de samenleving: wat in de samenleving verboden is, is ook verboden op Internet. Er moeten meldpunten komen waar mensen misstanden kunnen aangeven. Ook zelfregulering is van groot belang. Het feit dat Internet een afspiegeling is van de samenleving, houdt ook in dat Internetondernemingen hetzelfde worden belast als normale ondernemingen. De gedachte van een vrijhandelszone op Internet sprak haar niet aan. Een nota over belastingheffing op Internet zag zij met belangstelling tegemoet. Wanneer komt dit? De belastingdienst accepteert thans nog niet dat nota's via Internet worden verzonden. Is dit aanvaardbaar als verzending van nota's via Internet wordt gekoppeld aan een digitale handtekening? Ook mevrouw Voûte vroeg ten slotte aandacht voor plannen van het NCB om ICT-gebruik door allochtone ondernemers te bevorderen. Komt er binnenkort informatie over de resultaten van het twinningproject? Ten slotte bepleitte zij een jaarlijkse evaluatie van de herijking van het NAP.
Mevrouw Roethof (D66) vond het een typerend voorbeeld van verkokering bij de overheid, dat ministeries hun eigen voorkeursbureaus opdracht gaven voor een benchmarkstudie. Opvallend is het ook, dat geen benchmarkstudies zijn verricht op beleidsterreinen waarop voortvarend wordt gewerkt, zoals de belastingdienst en Justitie. Interessant in de door laatstgenoemd departement gepresenteerde voortreffelijke nota «Wetgeving voor de elektronische snelweg» zijn vooral passages over internationale rechtsvragen rond het gebruik van Internet. De recente WRR-studie «Staat zonder land» geeft aan dat er niet alleen problemen zijn bij strafvervolging, maar ook op het gebied van belastingheffing en -fraude. Welke maatregelen heeft de staatssecretaris van Financiën in petto om belastingfraude via Internet te bestrijden? Uit de benchmarkstudies maakte zij op dat het kabinet op een aantal terreinen nog zoekt naar een goede koers. Centraal is de vraag: wat moet de overheid doen en wat kan aan de markt worden overgelaten? Een gemis is in dit verband de door haar fractie vaker bepleite notitie over het publieke domein. Mensen worden in de studies opgevoerd als consument of als burger in relatie tot de overheid, maar veronachtzaamd wordt dat de kracht van Internet schuilt in de mogelijkheid om mensen onderling contact te laten hebben. Derhalve moet de overheid niet alleen electronic commerce stimuleren, maar ook de electronic civic society. Eventueel gesubsidieerd door de overheid moeten maatschappelijke organisaties zoveel mogelijk op Internet aanwezig zijn. In een situatie waarin de omroepbijdrage in zijn huidige vorm onder druk kan komen te staan, zou ter financiering van een en ander kunnen worden gedacht aan introductie van een infotax op telefoontikken. Zo kan een groot, interessant publiek domein worden gecreëerd. Het zonder meer bestemmen van 15% van de infrastructuur voor publieke programmering wees zij af, omdat dit de effecten van ontbundeling en liberalisering gedeeltelijk teniet doet.
Mevrouw Roethof benadrukte dat een goede elektronische communicatie tussen overheid en burger de aantrekkingskracht van de elektronische snelweg zal vergroten. Daarom bepleitte zij de instelling van een centrale, interactieve overheidssite op Internet, ressorterend onder de RVD. Via hyperlinks zou deze centrale site kunnen verwijzen naar de sites van departementen en andere overheidsinstellingen. Verbetering van de interne communicatie bij de overheid vereist een cultuurverandering bij de departementen. Die kan worden gestimuleerd via externe prikkels. Zo zou burgers de mogelijkheid kunnen worden gegeven om (liefst via de Tweede Kamer) eenvoudige vragen te stellen aan departementen. Dergelijke vragen kunnen helpen bij het redigeren en ordenen van de aanwezige informatie. Departementen worden zo gedwongen om meer vraaggericht te opereren. Uit de notitie «boven NAP» blijkt, dat departementen de ICT-problemen nog te veel alleen vanuit de eigen verantwoordelijkheid bezien. Hoewel daar in de kringen van D66 genuanceerd over wordt gedacht, gaf zij aan persoonlijk van mening te zijn dat afstemming op ICT-gebied gediend zou zijn met aanstelling van een minister voor communicatie, media en cultuur. Die zou zich in een volgende regeerperiode uitsluitend moeten bezighouden met het oplossen van problemen op de elektronische snelweg. Hoe zien bewindslieden dit?
In de notitie «boven NAP» miste mevrouw Roethof een duidelijke visie op de toekomst. Het door haar fractie al jaren geleden bepleite register van elektronische handtekeningen had er al kunnen zijn als het kabinet op dit gebied niet zo lang had geaarzeld. Is de TTP-nota inderdaad zeer recent door de ministerraad aanvaard en zo ja, wanneer komt die naar de Kamer? In dit verband benadrukte zij, dat haar fractie altijd onderscheid heeft gemaakt tussen de TTP en het principe van «key escrol» of «key recovery». Een systeem waarin burger en bedrijf geacht worden ook hun geheime sleutels aan de overheid bekend te maken, wees zij af als te strijdig met de privacy. Snelle invoering van een TTP zou de Nederlandse concurrentiepositie kunnen verbeteren. Ook het beschikbaar hebben van een grotere bandbreedte is hierbij van belang. Hoever is de ontwikkeling van Eurohub, de digitale «mainport-Europa»? Welk budget wordt uitgetrokken voor het oprekken van lokale en nationale bandbreedten? Kan dit geld beschikbaar worden gesteld door het ministerie van Verkeer en Waterstaat? De ontwikkeling van Eurohub en Internet 2 zal in de volgende kabinetsperiode ongeveer 400 mln. vergen. Dit soort ontwikkeling kan worden versneld door Internetproviders toe te staan xDSL-technieken of «Etherloop» op het PTT-net te gebruiken. Wat vindt de minister van Verkeer en Waterstaat hiervan? Welk budget is beschikbaar voor aansluiting bij Internet 2?
Mevrouw Roethof vreesde dat de prioriteit die nu wordt gegeven aan de oplossing van het millenniumprobleem ten koste gaat van de aandacht voor de ontwikkeling van de elektronische snelweg. In dit verband was zij benieuwd naar de opstelling van het kabinet inzake de zeer recent aanvaarde motie-Jeekel c.s., strekkende tot zo spoedig mogelijke opheffing van de automatiseringsstop. Wat is de oorzaak van het uitstel van Edunet? Is er bij het ministerie van OCW niet voldoende knowhow aanwezig om dit goed te realiseren? Hoe zit het met de aanbesteding? Welke extra maatregelen neemt het kabinet om de nood op de volstrekt overspannen arbeidsmarkt voor ICT-personeel te lenigen? Moet het budget voor ICT-onderzoek niet worden verhoogd? Internationale vergelijking toont aan dat Nederland op dit gebied relatief weinig investeert. Daarbij tekende zij aan dat de desbetreffende TNO-studie nogal eenzijdig van opzet was. Duidt de forse doorstroming van ICT-experts naar managementfuncties erop dat er iets mis is met het imago van ICT-expert (o.a. op het gebied van salariëring)?
Voor de oplossing van het fileprobleem kan telewerken van groot belang zijn, zo betoogde mevrouw Roethof. Kan de minister van Verkeer en Waterstaat aangeven waarom op dit gebied zo weinig vorderingen worden gemaakt? Zij steunde het telewerk/filebestrijdingsplan dat is gepresenteerd door een van de medewerkers van Media Plaza. Wat vindt de minister daarvan? Moet de Arbo-wetgeving worden aangepast in verband met telewerken? Vreest het kabinet voor het weglekken van administratief werk naar lagelonenlanden als gevolg van de ICT-ontwikkelingen? Wanneer krijgt de Kamer de reactie van het kabinet op het groenboek convergentie? In dit verband is het te betreuren dat het in de afgelopen vier jaar niet is gelukt onderdelen van de communicatie-infrastructuur aan hun traditionele bejegening te onttrekken. Hoewel convergentie in de praktijk mogelijk was, volgde geen wettelijke gelijkstelling. Door deze cruciale fout heeft Nederland haar goede positie op het gebied van infrastructuur niet goed benut. Door de liberalisering van de Mediawet zou in Nederland volgens het kabinet een van de meest open mediamarkten zijn ontstaan. Onduidelijk is echter hoe dit in de praktijk blijkt. Een open mediamarkt veronderstelt dat de toegang tot de kijker goed is geregeld, maar juist op dat gebied ontbreekt er nog het nodige doordat niet is gewerkt aan de ontwikkeling van concurrerende infrastructuren. Mede hierom en om zoveel mogelijk ruimte te bieden aan het publieke domein, bepleitte ook zij versnelde digitalisering van de ether.
Gezien het grensoverschrijdend karakter van Internet miste mevrouw Roethof in de afvaardiging van het kabinet naar dit algemeen overleg een vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit ministerie zou een coördinerende rol moeten vervullen bij de aanpak van internationale vraagstukken die verband houden met de ontwikkeling van de elektronische snelweg. De volstrekt verschillende wijze waarop bewindslieden van Verkeer en Waterstaat en van Justitie recent nog antwoordden op vragen over de internationale aanpak van het vraagstuk van de encryptie, duidt op de noodzaak van coördinatie op dit gebied. Wil de minister van Economische Zaken tijdens de komende WTO-vergadering op 28 en 29 mei a.s. de dominantie van Microsoft op de wereldmarkt aan de orde te stellen? Wil hij, mede naar aanleiding van de ophef die hierover in de VS is ontstaan, de NMA verzoeken de positie van Microsoft op de Nederlandse markt te bezien?
Benieuwd was mevrouw Roethof hoe het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid denkt te kunnen bijdragen aan de toegankelijkheid van de elektronische snelweg. Het plaatsen van terminals in openbare ruimten is daarvoor niet genoeg. Hoewel zij er veel baat bij zouden kunnen hebben, zullen vooral ouderen en langdurig werklozen moeilijk toegang kunnen krijgen tot de elektronische snelweg, omdat zij zich geen PC kunnen veroorloven. Kan een (fiscale) regeling worden getroffen om deze mensen tegemoet te komen in de aanschaf van een PC? Sociale diensten kunnen die regeling uitvoeren. Wil het kabinet dit bestuderen?
Verwijzend naar hetgeen in de VS reeds aan ICT-regelgeving tot stand is gekomen of op stapel staat, vroeg mevrouw Roethof aandacht voor regelingen die anonimiteit ontmoedigen. Iedere website moet ten minste een telefoonnummer en een e-mailadres van de maker vermelden. Betreft het een bedrijf, dan moet ook het adres van dat bedrijf worden gemeld. Ook moet er een aparte domeinnaam (.adult) voor pornografie in het leven worden geroepen. Verder moet er een verbod komen op niet gevraagde commerciële e-mail. Het downloaden ervan kost telefoontikken en is dus niet gratis. Er mogen geen restricties komen voor het aanbrengen van hyperlinks. Verder moeten maatregelen worden genomen tegen de handel in domeinnamen. Er moet een aparte VN-internetorganisatie in het leven worden geroepen als platform om grensoverschrijdende internetvraagstukken ordelijk te bespreken.
Ten slotte hield mevrouw Roethof vast aan het eerder door haar fractie verwoorde standpunt inzake de motie betreffende het gedeeltelijk laten terugvloeien van de opbrengst van de veiling van frequenties naar de IT-sector. Die opbrengst moet worden gestort in de algemene middelen, waarna de besteding ervan nader kan worden afgewogen.
De heer De Haan (CDA) waarschuwde voor te overdreven verwachtingen van de rol van de overheid bij de ontwikkeling van de elektronische snelweg. Zij moet zich vooral richten op een voorwaardenscheppend en stimulerend beleid. Immers, door de liberalisering heeft zij haar directe invloed op de infrastructuur uit handen gegeven en gezien het karakter van de ICT-markt heeft zij ook op vraag en aanbod van diensten slechts beperkte invloed. Ook waarschuwde hij gezien het zeer gedecentraliseerde en gedifferentieerde karakter van de overheidsorganisatie voor grote verwachtingen van de rol van de overheid als «launching customer». In oplossing van dit probleem door middel van de aanstelling van een coördinerende bewindsman voor ICT-zaken zag hij niets. De minister van Economische Zaken heeft tot nu toe goed gefunctioneerd als regievoerder op dit gebied. Hoe ziet hij deze rol in de toekomst, mede in het licht van de enorme spreiding van de problematiek? Waardering had hij voor de door het ministerie van Justitie gepresenteerde nota Wetgeving voor de elektronische snelweg. Uitgangspunt is dat in Nederland zaken die «off line» strafbaar zijn, ook «on line» strafbaar zijn. Hoe verhoudt dit zich met de uitgangspunten op EU-niveau? Nederland is immers geen eiland. Hoe staat het met ontwikkelingen op het gebied van de elektronische handtekening en de verplichting tot digitale archivering? Hoe wordt het aftappen van telecommuncatiemiddelen voorkomen, welke kosten zijn daarmee gemoeid en welke invloed heeft liberalisering hierop?
Wie is verantwoordelijk voor het project electronic government en hoe staat het daarmee, zo vroeg de heer De Haan. Heeft beleid op dit gebied zowel betrekking op de centrale als de decentrale overheid? De ontwikkeling van dit beleid kan de rol van de overheid als launching customer vergroten. Ook bepleitte hij een snelle presentatie van de TTP-nota. Vraagtekens zette hij bij het realiteitsgehalte van de financiering van het door de VVD gepresenteerde ICT-actieplan. Welke problemen zijn te verwachten rond het verlenen van patent en octrooi op software? Is het mogelijk om op software octrooi aan te vragen? Het betreft hier immers niet zozeer een product, maar een proces. Het ministerie van OCW heeft in haar ICT-beleid gekozen voor een benadering van bovenaf. In dit verband signaleerde hij dat te weinig aandacht wordt besteed aan scholing van het onderwijzend personeel. In het algemeen is een gedegen scholing nodig om een voldoende draagvlak te creëren om te verzekeren dat de introductie van nieuwe technologieën ook echt vruchten kan afwerpen. Welke mogelijkheden ziet de minister van OCW om in de toekomst het beleid meer van beneden af te benaderen? Zo'n ombuiging van beleid zou de weerstanden in het onderwijs tegen toepassing van nieuwe technologieën kunnen verkleinen. Hij waarschuwde dat introductie van ICT-technologie een tweedeling in de maatschappij tot stand kan brengen tussen degenen die op dit gebied wel een gedegen opleiding hebben kunnen volgen en zij die niet dat voorrecht hebben gehad. De overheid heeft tot taak zo'n tweedeling te voorkomen. Onderwijs speelt hierbij een grote rol. In dit verband vroeg ook hij aandacht voor het NCB-initiatief. Welke mogelijkheden ziet de minister van OCW om ICT-kennis juist ook te spreiden onder mensen aan de «onderkant van de samenleving»? Hij sloot zich aan bij vragen over het ICT-beleid van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. In dit verband wees hij erop dat in het algemeen geen goede ervaringen worden opgedaan met telewerken. Veelal heeft het een daling van arbeidsproductiviteit tot gevolg. Wat verwacht heeft de minister van Economische Zaken hiervan?
De heer Rabbae (GroenLinks) onderschreef dat ICT-technieken nieuwe kansen bieden, maar tekende hierbij aan dat er ook risico's aan verbonden zijn. Zo vroeg hij er aandacht voor dat introductie van dit soort technieken de bestaande mondiale tweedeling verder kan versterken. Welke inspanningen getroost Nederland zich om dit zoveel mogelijk tegen te gaan? Zowel internationaal als nationaal is de ontwikkeling van een elektronische civiele maatschappij van het allergrootste belang. Dat biedt kansen voor communicatie, het verstrekken van informatie, democratisering en de bestrijding van dictaturen. Ook nationaal kan de introductie van ICT-technologie leiden tot een tweedeling. Zo dreigt in het onderwijs al een tweedeling te ontstaan tussen scholen die voorop lopen met de toepassing van nieuwe technieken en scholen die nog geen apparatuur hebben. Die kloof moet zo klein mogelijk worden gehouden. In dit verband benadrukte hij ten sterkste het belang van voldoende budget voor financiering van ICT-toepassingen in het onderwijs. Aandacht vroeg hij ook voor het wegnemen van achterstanden die sommige groepen in de samenleving (vrouwen, ouderen, ouders) op ICT-gebied dreigen op te lopen. In dit verband bepleitte hij om ouders de mogelijkheid te bieden om in de avonduren gebruik te maken van de apparatuur die aanwezig is in de scholen van hun kinderen. Hij sloot zich aan bij het pleidooi om werklozen door middel van een fiscale regeling toegang te bieden tot de elektronische snelweg. Aandacht vroeg hij ook voor de positie van allochtonen. Vele van de jongeren zullen in staat zijn om gebruik te maken van de mogelijkheden die de elektronische snelweg biedt, maar dat geldt niet voor hun ouders en degenen die om andere redenen in het onderwijs buiten de boot zijn gevallen. Zij dreigen geconfronteerd te worden met het moeilijk te bestrijden verschijnsel elektronisch analfabetisme. In dit verband riep hij het kabinet op zich in te zetten voor uitvoering van het NCB-plan. Het alleen plaatsen van computers in bibliotheken is geen oplossing voor het grote probleem van de dreigende tweedeling in de samenleving.
Benieuwd was de heer Rabbae hoe elektronische facturering en betalingen worden geregeld. Hij bepleitte om het BTW-tarief voor educatieve software gelijk te stellen aan dat voor studieboeken. Ten slotte benadrukte hij ten stelligste het grote belang dat bij de ontwikkeling en het gebruik van de elektronische snelweg moet worden gehecht aan de bescherming van de privacy. Welke stappen neemt de minister van Justitie op dit terrein? Zijn binnenkort desbetreffende voorstellen van haar te verwachten?
De beantwoording van de bewindslieden
De minister van Economische Zaken constateerde dat de NAP-aanpak in grote lijnen succesvol is geweest en dat het kabinet ook heeft uitgevoerd wat in het plan werd aangekondigd. De volgens tijdschema gerealiseerde liberalisering van de telecommunicatiestructuur (actielijn 1) heeft geleid tot een veel grotere dynamiek. De liberalisering van telecommunicatie- en mediadiensten (actielijn 2) heeft tot nu toe vooral effect op traditionele media. Een versnelling in de ontwikkeling van abonneetelevisie en andere vormen van betaaltelevisie is nog niet waarneembaar. Bij de invulling van de publieke zorgtaak (actielijn 3) is gekozen voor een gerichte, pragmatische aanpak. Daarbij ging de aandacht primair uit naar wetgeving rondom de elektronische snelweg en naar toegankelijkheid van overheidsinformatie. Op al deze gebieden zijn plannen ontwikkeld. Op het terrein van de vernieuwing van randvoorwaarden (actielijn 4) heeft het ministerie van Justitie de gedegen nota Wetgeving voor de elektronische snelweg gepresenteerd. Ook wordt aandacht geschonken aan zelfregulering. Het programma «IT en recht» is uitgevoerd. Verder zijn in totaal 23 voorbeeldprojecten (actielijn 5) in de openbare sector uitgevoerd. Hierin is ongeveer 250 mln. geïnvesteerd. Geleidelijk is overgeschakeld van een aanpak van onderaf in kleinschalige projecten, naar een aanpak van bovenaf. In dat kader geeft de overheid aanzetten in meer grootschalige projecten. Over initiatieven in de marktsector (actielijn 6) is intensief overlegd met het bedrijfsleven. Dit heeft geleid tot versnelde investeringen in infrastructuur en diensten. Via tal van acties wordt het midden- en kleinbedrijf bij ontwikkelingen betrokken. Ook is voorzien in financiering van actiepunten (in 1998 oplopend tot 90 mln. per jaar). Alleen op het gebied van de afbakening van het publieke domein is ondanks alle inspanningen tot nu toe nog niet het beoogde resultaat behaald.
Uit expertiseoverwegingen en niet op grond van de voorkeur van de diverse ministeries, is besloten benchmarkstudies door verschillende bureaus te laten uitvoeren. De studies geven aan dat de doelstelling om Nederland te laten behoren tot de koplopers op de elektronische snelweg weliswaar nog niet is gehaald, maar dat het zeker niet zo is dat Nederland is blijven steken in de grijze middenmoot. Vergeleken met de VS loopt Nederland inderdaad op praktisch alle gebieden achter, maar in de EU scoort Nederland op een aantal gebieden goed al zijn zeker nog vorderingen mogelijk. Dat Nederland niet slecht presteert blijkt uit een recente publicatie van de European IT-observer, die aangeeft dat Nederland na Zweden de grootste ICT-markt heeft. In Nederland wordt volgens deze publicatie 5,4% van het BBP besteed aan ICT-achtige toepassingen, wat zelfs meer is dan Japan. Duidelijk is echter wel dat nog een lange weg is te gaan. Daarbij waarschuwde de minister dat het dynamieke en soms ook «anarchistische» karakter van het ICT-proces, alsmede het feit dat het gaat om een leerproces, het ten enenmale onmogelijk maakt om ontwikkelingen te vatten in een allesomvattend programma. Gestreefd moet worden naar een aanpak die uitgaat van een balans tussen enerzijds het aanbrengen van structuren en het invullen van de publieke rol en anderzijds het in stand houden van het dynamische, «anarchistische» karakter van ICT-ontwikkelingen. De aard van de overheid legt haar een bescheiden rol op: soms moet zij condities formuleren, maar soms moet zij alleen volgen. De overheid is naar haar aard nu eenmaal geen organisatie die snel kan handelen en dezelfde risico's kan nemen als een particulier bedrijf. Dit betekent dat van de overheid niet kan worden verwacht dat zij op dit moment precies aangeeft in welk tempo, welke ontwikkelingen zijn te verwachten. Wel zal de overheid er zorg voor moeten dragen, bij alle ontwikkelingen betrokken te zijn. Gezien de vele onzekere factoren van ontwikkelingen moet daarbij de neiging worden vermeden om te trachten duidelijkheid te scheppen door alle kaarten op één bepaalde ontwikkeling te zetten.
In de herijkingsnota «boven NAP» is de actuele stand van zaken geschetst en is voor 1998 een aantal actiepunten geformuleerd. Ook is in de vorm van diverse programma's de basis gelegd waarop volgende kabinetten kunnen voortbouwen. Voor de uitvoering daarvan is over een periode van vier jaar ongeveer een 0,5 mld. à 1 mld. nodig. Het is aan een volgend kabinet om te beslissen over een precieze financiële invulling. De uit het VVD-actieplan sprekende suggestie dat het kabinet onvoldoende in ICT-ontwikkeling zou hebben geïnvesteerd en dat mede daardoor Nederland geen koppositie op dit gebied zou hebben verworven, wees de minister resoluut van de hand. Het door de VVD gepresenteerde plan voegt aan de inhoud van de herijkingsnota en de daarbij behorende financiële paragraaf eigenlijk geen nieuws toe en bovendien is eenmalige financiering van 250 mln. onvoldoende. Ook zag hij niets in de uit het VVD-programma sprekende voorkeur voor invulling van de overheidsrol als launching customer d.m.v. een centrale overheidsaanpak. De eventuele efficiencyvoordelen die daarmee zouden zijn te behalen, wegen niet op tegen het gevaar voor bureaucratie en verstarring van de overheidsorganisatie. Op sommige gebieden zijn er mogelijkheden voor betere afstemming, maar de dynamiek en de diversiteit van de ontwikkeling van de elektronische snelweg noopt tot een voortdurende afweging tussen voordelen van differentiatie en standaardisatie. Derhalve zag hij veel meer in voortzetting van de wijze waarop thans invulling wordt gegeven aan het begrip launching customer. De resultaten die hiermee zijn behaald door o.a. de belastingdienst en het CBS, tonen aan dat dit een goede aanpak is.
Gezien de nauwe verwevenheid van ICT-ontwikkelingen met vrijwel alle beleidsterreinen wees de minister de introductie van een coördinerende bewindspersoon voor het ICT-beleid volstrekt af. Dat suggereert grote verantwoordelijkheid, zonder de daarbij behorende bevoegdheden. Bovendien stimuleert het departementen niet om op dit gebied een actief beleid te blijven voeren. In de huidige opzet werken departementen onder lichte regie van het departement van Economische Zaken goed samen. De ICT-nota's die de departementen hebben gepresenteerd, tonen aan dat met deze werkwijze uitstekende resultaten kunnen worden behaald. In die opzet behoudt iedere bewindspersoon ook zijn eigen beheersverantwoordelijkheid tegenover de Kamer. Daarnaast kan aan de hand van een jaarlijkse voortgangsrapportage worden gedebatteerd over de algemene stand van zaken en over vraag of er in het beleid voldoende samenhang is. Het is aan de Kamer om te bepalen welke bewindspersonen voor zo'n debat worden uitgenodigd.
Wat de marktactiviteiten betreft, zijn belangrijke inspanningen geleverd door de groep van 18. In een tweetal notities is neergelegd hoe volgens de groep de ICT-ontwikkeling in Nederland kan worden versneld en welke afspraken op dit gebied zijn gemaakt. De kabelexploitanten lopen met hun investeringen in infrastructuur thans één jaar voor op het afgesproken tijdschema. Jaarlijks wordt ongeveer 5 mld. in infrastructuur geïnvesteerd. Achterstand is er nog in de vraag naar en aanbod van diensten. Uit het beroep dat wordt gedaan op de KREDO-regeling blijkt echter dat in het dienstenaanbod grote ontwikkelingen zijn te verwachten. Aanvullende actie is echter nodig om de doelstelling te halen. De achterstand in de dienstverlening wordt niet veroorzaakt doordat elektronische betalingen nog onvoldoende zijn geregeld. Nederland loopt zelfs voorop in het denken over en realiseren van betaalmogelijkheden via Internet. Wel is een hindernis dat Nederlanders in het algemeen minder geneigd zijn om gebruik te maken van creditcards. Via pilotprojecten (Interpay) wordt gewerkt aan verhoging van de veiligheid van het elektronisch betalingsverkeer. In samenwerking met banken wordt ook gewerkt aan een proef met microbetalingen. Ook elektronische facturering is volop in ontwikkeling. Op dit gebied kan de overheid volstaan met ervoor te zorgen dat de desbetreffende platforms goed blijven functioneren.
Om Nederland ook in de toekomst zijn functie als belangrijk knooppunt voor Internet te laten behouden, sloot de minister overheidsinvesteringen in infrastructuur niet op voorhand uit. Bij de ontwikkelingen rond Internet 2 moet Nederland tot de eerste actieve partijen behoren. Voorwaarde daarvoor is wel dat er op dat gebied een uitgekristalliseerd plan op tafel komt dat duidelijk aangeeft welke verdeling er is tussen overheid en particuliere partijen en welke inbreng er te verwachten is in de kennisinfrastructuur. De tot nu toe gepresenteerde plannen zijn nog te vaag om er een positief oordeel aan te verbinden. Speerpunten zijn de ontwikkeling van een Europees surfnetknooppunt en de ontwikkeling van Amsterdam Internet exchange. Omdat onderhandelingen nog gaande zijn, was hij desgevraagd niet bereid aan te geven welk bedrag de overheid in dit soort ontwikkelingen zou willen investeren. Wel gaf hij aan dat het hierbij gaat om «beduidende bedragen». Hij zegde toe zich ervoor in te spannen, partijen te stimuleren om concrete plannen tijdig gereed te hebben, opdat er rekening mee kan worden gehouden bij de komende kabinetsformatie.
Van negatieve publiciteit rond de KREDO-regeling nam de minister ten stelligste afstand. Daarbij benadrukte hij dat deze regeling juist bedoeld is voor subsidiëring van risicovolle projecten. Dat een aantal KREDO-projecten mislukt, zegt derhalve niets over het succes van de regeling als zodanig. Van de 110 projectvoorstellen die in 1996 in het kader van de regeling zijn gedaan, zijn er 30 gehonoreerd. Daarmee was 20 mln. gemoeid. Gezien de belangstelling is het budget voor 1997 en 1998 verhoogd tot 30 mln. Op grond van een gedurende 1998 uit te voeren evaluatieonderzoek zal eind 1998 bekend zijn welk resultaat met deze regeling is geboekt.
Onderzoek naar inzet van arbeidsvoorzieningsmiddelen op ICT-gebied is niet bedoeld om ontwikkelingen van de grond te tillen, maar om het volume ervan te vergroten en sectorgewijs (onderwijs) bepaalde activiteiten van de grond te tillen. Zo resulteert het recent gesloten millenniumconvenant in de beschikbaarstelling van 17 mln. voor de bemiddeling van zo'n 10 000 personen. Door dit convenant wordt de markt op dit gebied gestimuleerd en wordt tevens voorzien in opleiding van de deskundigen waaraan thans een tekort is. Naarmate de inventarisatiefase rond het millenniumprobleem verder vordert, zal deze markt zeker aantrekken. De ernst en de korte tijd die nog rest voor de oplossing van dit probleem rechtvaardigt de automatiseringsstop.
ICT-ontwikkelingen in de zorgsector zijn gericht op de ontwikkeling van een zorgpas en elektronische patiëntendossiers. Naar verwachting komt het departement van VWS binnenkort met een desbetreffend plan van aanpak.
Binnen de overheid worden al vele proeven gedaan met telewerken. Op dit gebied neemt Nederland een middenpositie in tussen enerzijds de VS en anderzijds het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. Omdat telewerken op bedrijfsniveau wordt georganiseerd en omdat belemmeringen op dit gebied niet technologisch maar vooral organisatorisch van aard zijn, zag de minister niet veel in een grootschalige regionale proef met telewerken.
Gezien de aard van het verschijnsel elektronische snelweg zag de minister ook niets in een aparte VN-organisatie op dit gebied. In de wereldwijd werkende Internet society zijn bedrijfsleven en wetenschap reeds vertegenwoordigd en er worden nauwe contacten onderhouden met overheden. In dit gremium worden afspraken gemaakt over Internetprotocollen en dergelijke. Op mondiaal niveau zal wel een oplossing moeten worden gevonden voor mededingingsvraagstukken die het gevolg kunnen zijn van de te verwachten grote machtsconcentraties op ICT-gebied. De WTO en de VN leken de minister hiervoor niet de eerstaangewezen gremia. In Nederland kunnen klachten over vermeend misbruik bij mededinging worden voorgelegd aan de NMA.
In het licht van de constatering dat er in breder verband sprake is van problemen rond de toegankelijkheid van de elektronische snelweg, betwijfelde de minister de noodzaak om maatregelen op dit punt al te zeer toe te spitsen op de groep allochtonen. Wel zegde hij toe in contact met het NCB te bezien of op basis van een voldoende financiële onderbouwing uitvoering kan worden gegeven aan (delen van) hun plan. De Kamer wordt hierover geïnformeerd.
De minister van Justitie zegde toe enkele gedetailleerde vragen schriftelijk te beantwoorden. Zij onderstreepte dat regelgeving op de elektronische snelweg van belang is voor ordening, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Uitgangspunt van de nota Wetgeving voor de elektronische snelweg is, dat de juridische normen uit de fysieke wereld volledig toepasbaar moeten zijn in een elektronische omgeving. Aanpassingen zijn alleen te overwegen bij knelpunten. Uitgangspunt is ook, dat de wetgever zich in deze materie terughoudend moet opstellen. Waar mogelijk, moet zelfregulering worden bevorderd. De wetgever kan daarbij een faciliërende of ondersteunende rol spelen en moet pas actief worden als fundamentele normen in het geding komen. Tegen deze achtergrond geeft de nota een toetsingskader voor wetgeving. Het actieplan dat aan de nota is toegevoegd, biedt een oplossing voor het grootste deel van de tot nu toe gesignaleerde knelpunten. Hierbij moet worden bedacht dat de problematiek van de elektronische snelweg een sterk internationaal karakter heeft. In dat licht zal in internationaal verband een juridische oplossing moeten worden geboden voor het vraagstuk van de rechtsmacht. Diverse internationale fora buigen zich over vraagstukken als deze. De VN vond zij niet het juiste forum om dit soort zaken aan de orde te stellen. Om met enige voortvarendheid te werk te kunnen gaan, is het beter de aandacht voorlopig te concentreren op overleg in de forum waarin tot nu toe de meeste vorderingen zijn gemaakt, te weten de Raad van Europa (vooral strafrecht) en de EU (strafrecht en civiel recht). Wat betreft regelgeving op de elektronische snelweg behoort Nederland internationaal tot de koplopers. Die positie opent mogelijkheden om in genoemde internationale fora invloed uit te oefenen op ontwikkelingen.
In het kader van het MDW-proces wordt gestudeerd op het vraagstuk van het elektronisch verrichten van rechtshandelingen. De Kamer wordt daar binnenkort over geïnformeerd. Overwogen wordt experimenteerbepalingen in het BW op te nemen op het gebied van het vermogensrecht. De introductie van dit soort bepalingen in het bestuursrecht moet het mogelijk maken om onder voorwaarden elektronische documenten gelijk te stellen aan schriftelijke documenten. Het intellectueel eigendom van software wordt niet beschermd door het octrooirecht, maar door het in verdragen verankerde auteursrecht. Zo is er een verdrag over softwarebescherming. Op ideeën als zodanig kan geen octrooi worden verleend. De minister was zich er zeer bewust van dat de sterk groeiende elektronicamarkt de handhaving van de bescherming van het intellectuele eigendom steeds moeilijker maakt. Voor de zomer bereikt de Kamer een aparte nota over auteursrecht en nieuwe media. In internationaal overleg zullen in het strafrecht bepalingen worden geïntroduceerd om misstanden te voorkomen. De wet computercriminaliteit bevat zo een bepaling die inbreken in computersystemen verbiedt. De wet computercriminaliteit II zal o.a. de aansprakelijkstelling van de provider regelen.
De minister had er begrip voor dat in het actieplan van de VVD het gebruik van ICT bij de bestrijding van winkelcriminaliteit wordt genoemd als mogelijkheid om in de ICT-ontwikkeling een vliegwielfunctie te creëren, maar daarbij tekende zij aan dat dit soort criminaliteit, hoe ernstig ook, slechts een klein deel van het gehele criminaliteitsscala vormt. In navolging van ontwikkelingen bij de belastingdienst wordt een experiment met elektronische aangifte overwogen. Van groter belang is, dat de rechterlijke organisatie de grote achterstand inhaalt die zij op ICT-gebied op de politie heeft. Die achterstand is niet alleen materieel en organisatorisch van karakter, maar betreft ook de cultuur en de werkhouding. Dit inhaalproces vergt grote investeringen. Uiteindelijk moeten advocaten elektronisch met de rechtbank kunnen communiceren over de vordering van zaken.
Spanning signaleerde de minister tussen de aandrang om fraude op de elektronische snelweg zo goed mogelijk te verhinderen en de wens om de privacy van het verkeer op die snelweg te beschermen. Uiteraard is encryptie wenselijk in verband met de privacy, maar juist omdat een duidelijke scheiding tussen legale en illegale communicatie niet is te maken, mogen daarbij overwegingen van veiligheid en openbare orde niet uit het oog worden verloren. Gezocht moet derhalve worden naar de juiste synthese tussen het mogelijk maken van versleutelde communicatie en criminaliteitsbestrijding door de overheid. De in voorbereiding zijnde TTP-notitie gaat in breder kader op dit soort vraagstukken in.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zegde eveneens toe schriftelijk terug te komen op detailvragen. Hij was doordrongen van het belang om in het onderwijs te bewerkstelligen dat Nederland op ICT-gebied internationaal een voorsprong neemt. Gezien negatieve ervaringen van Scandinavische landen is in het Nederlandse onderwijs bewust gekozen voor een benadering van onderaf, waarin scholen op basis van het schoolplan als totaal worden beschouwd. Doordat deze aanpak het ontstaan van zogenaamde voorhoedescholen impliceert, moet worden gewaakt voor tweedeling. Ook in de ontwikkeling van leerlingen moet hiervoor worden gewaakt. Van de leerlingen komt ongeveer 80% thuis al in aanraking met computers. De 20% waarvoor dit niet geldt, loopt kans een achterstand op te lopen. Extra probleem hierbij is, dat dit veelal juist de leerlingen zijn die ook om andere redenen op achterstand dreigen te geraken. Voor hen is het derhalve van groot belang dat scholen over computers beschikken. Tegen deze achtergrond heeft het kabinet zich (wettelijk) gebonden aan een programma dat ertoe moet leiden dat alle scholen in een periode van vier jaar tot voorhoedescholen uitgroeien. In dit verband meldde de minister met enige trots dat in Nederland op 14 april jl. als eerste in de wereld een lerarenopleiding is geopend die geheel werkt met ICT-technologieën. Hij zegde toe, na te gaan of het (naar Amerikaans voorbeeld) mogelijk is om scholen bij het gebruik van ICT-middelen vrij te stellen van de betaling van telefoontarieven. Onderzoek binnen de EU heeft uitgewezen dat het wellicht mogelijk is voor leermiddelen een uitzondering op het geldende BTW-regime te maken. Hij steunde het kabinetsbesluit over de opbrengst van de veiling van frequenties, maar voelde zich desondanks zeer aangesproken door de motie die tot uitdrukking brengt dat een deel ervan zou moeten terugvloeien naar de ICT-sector.
Het tekort aan informatici is een gevolg van nog achterblijvende belangstelling van jongeren voor dit beroep en niet van een gebrek aan opleidingscapaciteit. Vooral het bedrijfsleven kan een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van de belangstelling onder jongeren. Die signalen moeten dan wel consistent zijn op langere termijn. In het gebrek aan informatici kan mede worden voorzien door middel van bijscholing. Ook op dit gebied is er voldoende scholingscapaciteit voorhanden. Van belang is een goede organisatie ervan en een goede, reële vervulling van de wensen van het bedrijfsleven. In dit verband was de minister zorgelijk over bedrijven die jongeren tot indiensttreding trachten te verlokken door ze een opleiding te bieden. Vraag is, of jongeren met zo'n opleiding op langere termijn nog wel een goede positie op de arbeidsmarkt hebben. In dit verband zijn duale opleidingen een goede uitkomst. Nederland heeft internationaal een goede positie als het gaat om hoogwaardig ICT-onderzoek.
In samenwerking met private partijen wordt gewerkt aan de totstandkoming van een consortium per 1 mei a.s., dat zich zet aan het opstellen van een op 15 juni a.s. te presenteren plan voor de versteviging van de Nederlandse positie in de ICT-infrastructuur (knooppuntfunctie, Internet 2, Surfnet). Over Edunet wordt zeer binnenkort een beslissing genomen. Voorbereidingen voor de pilotfase zijn afgerond en financiering is beschikbaar.
De minister van Verkeer en Waterstaat vond de bestaande wet- en regelgeving op dit moment afdoende, maar onderschreef het oordeel van de Europese Commissie dat de voortgang van de convergentie op verschillende gebieden op den duur leidt tot spanningen met bestaande regelgeving. Vandaar het groenboek convergentie en een door de Europese Commissie eind 1998 te starten evaluatie van bestaande regelgeving. Ervan uitgaande dat het groenboek in dit stadium niet meer kan dan contouren aangeven, was zij voornemens er zo snel mogelijk op te reageren. Zij betreurde het dat het bij nader inzien niet mogelijk bleek de Kamer over het regeringsstandpunt inzake convergentie voorafgaand aan dit AO te informeren. Zij zegde toe de Kamer voor eind april nader te informeren over dit onderwerp. Op grond van ervaringen tot nu toe was de minister gematigd gestemd over de resultaten van telewerken. Ter bestrijding van de filevorming was zij voornemens in het nieuwe structuurschema verkeer en vervoer in samenwerking met het bedrijfsleven een grootschalig project te starten dat het mensen mogelijk moet maken om buiten de spitsuren te reizen.
Betrokken partijen zijn uitgenodigd hun belangstelling voor TDAB kenbaar te maken. Een dertigtal reacties is inmiddels ontvangen. Het ligt in het voornemen om nog voor de zomer een beleidsvoornemen te publiceren, waarin ook een voorstel wordt gedaan voor de verdeling van schaarse frequenties. Het is bekend welke frequenties beschikbaar zijn voor DVB. Het zijn er meer dan verwacht, maar daarbij dient te worden aangetekend dat per frequentie minder kan worden gedaan dan gedacht. Bedrijven bezien thans of op commerciële basis infrastructuur kan worden opgebouwd. Beschikbaarheid van digitale eindapparatuur is daarbij cruciaal. Gezien de grote risico's is een overheidsbijdrage niet uitgesloten. Het plan van aanpak voor een DVB-experiment wordt nog in 1998 door het ministerie voorbereid. Zij onderschreef het grote belang van breedbandige internationale verbindingen. De suggestie om goedkoop bandbreedte te creëren door internetproviders directe toegang tot het PTT-telecomnet te verlenen, wenste zij nader te bezien. De Kamer wordt hierover nog geïnformeerd.
Als gevolg van de uitspraak van OPTA over de «local loop» moet KPN kosten en opbrengsten opnieuw balanceren. Dat zal leiden tot hogere abonnementskosten en lagere «tikkosten». Voor een beperkte groep abonnees kan dit problemen opleveren. Met KPN wordt overlegd over een pakket dat voor een beperkte groep gebruikers mogelijke prijsstijgingen moet voorkomen. De Kamer wordt ook hierover nader geïnformeerd. Desgevraagd was zij bereid KPN te verzoeken bij de aankondiging van de prijsstijging mensen te informeren over een andere abonnementskeuze.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken onderstreepte het belang van ICT-ontwikkelingen voor de verbetering van het contact tussen overheid en burger en voor de verbetering van de serviceverlening door de overheid. Tegen die achtergrond schetste hij aan welke onderwerpen een nieuw kabinet in de BIOS-4-nota aandacht zou moeten schenken. Zo gaf hij aan dat wordt gestreefd naar één Internettoegang tot de frontoffice van de totale overheid. Het project OL2000 is tot nu toe zeer succesvol, al blijven organisatorische aanpassingen in de backoffice soms lastig. Maar op basis van de opgedane ervaringen kan worden gewerkt aan de ontwikkeling van OL2000 op rijksniveau. In het kader van electronic government wordt gewerkt aan de exploitatie van overheidsbestanden. Ook is er aandacht voor de ontwikkeling van het backoffice en wordt gewerkt aan het verstrekken van democratische basisinformatie (wetsteksten) via Internet. In verband met dit laatste wordt eraan gewerkt om het mogelijk te maken dat de overheid na afloop van het contract met de SDU betreffende de databank weten regelgeving (met inachtneming van de positie van uitgeverij Kluwer) de daarin opgenomen gegevens via Internet kan verspreiden. Enthousiast was hij over de resultaten die tot nu toe zijn behaald met de introductie van Internet in openbare ruimten als bibliotheken. Mede in dat verband moet worden bezien hoe de communicatie tussen overheid en burger verder kan worden bevorderd en hoe tweedeling in de samenleving kan worden voorkomen. Verder bepleitte hij bijzondere aandacht voor de rol die ICT-technologie kan spelen bij de democratische besluitvorming. Burgers kunnen met gebruikmaking hiervan buiten de Tweede Kamer om, direct vragen stellen aan de overheid. De controlerende rol van de Tweede Kamer vereist wel dat hier afspraken worden gemaakt. Ten slotte benadrukte hij dat uitzonderingen op de automatiseringsstop alleen worden toegestaan als kan worden aangetoond dat projecten capacitair en financieel geen invloed hebben op de aanpak van het millenniumvraagstuk.
De staatssecretaris van Financiën ontkende persberichten als zouden internetproviders massaal door de belastingdienst worden geconfronteerd met naheffingsaanslagen. Binnenkort ontvangt de Kamer een interimrapport van de werkgroep die studeert op vraagstukken rond de belastingheffing op internettransacties. Gezien de beperkte speelruimte die EU-regelgeving biedt, verdient het voorkeur om vraagstukken rond de belastingheffing over internettransacties op mondiaal niveau op te lossen. In OESO-verband wordt hierop gestudeerd. In de interim-rapportage wordt ook aan dit internationale aspect aandacht geschonken. Het creëren van een vrijhandelszone op Internet biedt geen oplossing voor problemen rond belastingheffing. Daarmee zou oneerlijke concurrentie ontstaan ten opzichte van op andere wijze verrichte dienstverlening. In de rapportage wordt verder aangegeven met welke fiscale faciliteiten het Internetgebruik en de innovaties rond Internet kunnen worden bevorderd. Een nieuw kabinet moet zich daarover uitspreken.
De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,
H. Vos
De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,
Biesheuvel
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,
V. A. M. van der Burg
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,
De Cloe
De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
M. M. H. Kamp
De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,
Ybema
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,
Tielens-Tripels
Samenstelling: Leden: Mateman (CDA), Blaauw (VVD), Van der Vlies (SGP), H. Vos (PvdA), voorzitter, Van Gelder (PvdA), Smits (CDA), Ter Veer (D66), G. de Jong (CDA), Leers (CDA), Van der Hoeven (CDA), Remkes (VVD), Voûte-Droste (VVD), ondervoorzitter, Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Jorritsma-van Oosten (D66), De Koning (D66), Hessing (VVD), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF), Van der Ploeg (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD) en Wagenaar (PvdA).
Plv. leden: Ten Hoopen (CDA), Van Rey (VVD), Van Middelkoop (GPV), Woltjer (PvdA), Sterk (PvdA), De Haan (CDA), Ybema (D66), Wolters (CDA), Lansink (CDA), Terpstra (CDA), Weisglas (VVD), Verbugt (VVD), Meyer (groep-Nijpels), M. B. Vos (GroenLinks), Bakker (D66), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Klein Molekamp (VVD), Witteveen-Hevinga (PvdA), Leerkes (Unie 55+), Verspaget (PvdA), Adelmund (PvdA), Roethof (D66), Passtoors (VVD), Feenstra (PvdA) en Poppe (SP).
Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), ondervoorzitter, Van den Berg (SGP), Lilipaly (PvdA), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Reitsma (CDA), Versnel-Schmitz (D66), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), Van Heemst (PvdA), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Van 't Riet (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Stellingwerf (RPF), Crone (PvdA), Roethof (D66), M. B. Vos (GroenLinks), Verkerk, Van Zuijlen (PvdA), Van Waning (D66), Keur (VVD), Assen (CDA), Ten Hoopen (CDA) en Luchtenveld (VVD).
Plv. leden: Blauw (VVD), Schutte (GPV), Van Gelder (PvdA), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Dankers (CDA), Jeekel (D66), Swildens-Rozendaal (PvdA), Terpstra (CDA), A. de Jong (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Hillen (CDA), Remkes (VVD), Leerkes (Unie 55+), Witteveen-Hevinga (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Rosenmöller (GroenLinks), Nijpels-Hezemans (groep-Nijpels), Valk (PvdA), Hoekema (D66), Klein Molekamp (VVD), Van der Linden (CDA), Meijer (CDA) en Te Veldhuis (VVD).
Samenstelling: Leden: V. A. M. van der Burg (CDA), voorzitter, Schutte (GPV), Korthals (VVD), Janmaat (CD), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Van de Camp (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, M. M. van der Burg (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Van Heemst (PvdA), Aiking-van Wageningen (groep-Nijpels), Rabbae (GroenLinks), Koekkoek (CDA), J. M. de Vries (VVD), Van Oven (PvdA), Van der Stoel (VVD), Dittrich (D66), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF), B. M. de Vries (VVD), Van Boxtel (D66), O. P. G. Vos (VVD) en Van Vliet (D66).
Plv. leden: Smits (CDA), Van den Berg (SGP), Van Blerck-Woerdman (VVD), Marijnissen (SP), Bremmer (CDA), Doelman-Pel (CDA), Wagenaar (PvdA), Feenstra (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Rehwinkel (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Apostolou (PvdA), Meyer (groep-Nijpels), Sipkes (GroenLinks), Biesheuvel (CDA), Rijpstra (VVD), Middel (PvdA), Passtoors (VVD), Wessels (D66), Van der Heijden (CDA), Leerkes (Unie 55+), Van den Doel (VVD), Roethof (D66), Weisglas (VVD) en De Koning (D66).
Samenstelling: Leden: Beinema (CDA), Van der Vlies (SGP), Van Nieuwenhoven (PvdA), M. M. H. Kamp (VVD), voorzitter, De Cloe (PvdA), Janmaat (CD), Van Gelder (PvdA), ondervoorzitter, Van de Camp (CDA), Mulder-van Dam (CDA), Hendriks, Rabbae (GroenLinks), Jorritsma-van Oosten (D66), De Koning (D66), Koekkoek (CDA), J. M. de Vries (VVD), Liemburg (PvdA), Stellingwerf (RPF), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Cornielje (VVD), Cherribi (VVD), Dijksma (PvdA), Sterk (PvdA), Van Vliet (D66) en Bremmer (CDA).
Plv. leden: Reitsma (CDA), Schutte (GPV), Lilipaly (PvdA), Klein Molekamp (VVD), Valk (PvdA), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Ten Hoopen (CDA), Van der Hoeven (CDA), Verkerk, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Bakker (D66), Van 't Riet (D66), De Haan (CDA), Van Heemskerck Pillis-Duvekot (VVD), Rehwinkel (PvdA), Leerkes (Unie 55+), Versnel-Schmitz (D66), Essers (VVD), Korthals (VVD), Passtoors (VVD), Huys (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Verhagen (CDA) en Lansink (CDA).
Samenstelling: Leden: V. A. M. van der Burg (CDA), Te Veldhuis (VVD), Van der Heijden (CDA), De Cloe (PvdA), voorzitter, Janmaat (CD), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Apostolou (PvdA), Zijlstra (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Remkes (VVD), Gabor (CDA), Koekkoek (CDA), Nijpels-Hezemans (groep-Nijpels), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Hoekema (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Essers (VVD), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), Rouvoet (RPF), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA) en Wessels (D66).
Plv. leden: Dankers (CDA), Van Hoof (VVD), Bijleveld-Schouten (CDA), Liemburg (PvdA), Poppe (SP), Schutte (GPV), Jeekel (D66), Duivesteijn (PvdA), Feenstra (PvdA), Verhagen (CDA), M. M. van der Burg (PvdA), Van der Stoel (VVD), Mateman (CDA), Mulder-van Dam (CDA), Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Van Boxtel (D66), Korthals (VVD), Luchtenveld (VVD), Assen (CDA), Klein Molekamp (VVD), Leerkes (Unie 55+), Van Oven (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA) en Bakker (D66).
Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Van Rey (VVD), Terpstra (CDA), Smits (CDA), Reitsma (CDA), Vliegenthart (PvdA), Ybema (D66), voorzitter, Schimmel (D66), Van Gijzel (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Hillen (CDA), A. de Jong (PvdA), Hoogervorst (VVD), ondervoorzitter, Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Voûte-Droste (VVD), Adelmund (PvdA), Giskes (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Van Dijke (RPF), Van der Ploeg (PvdA), B. M. de Vries (VVD), Van Walsem (D66) en Ten Hoopen (CDA).
Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Van Hoof (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Heeringa (CDA), Wolters (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), Bakker (D66), Jeekel (D66), Van Zijl (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), G. de Jong (CDA), Van Nieuwenhoven (PvdA), Rijpstra (VVD), Verkerk, Rosenmöller (GroenLinks), Hofstra (VVD), Crone (PvdA), Assen (CDA), M. M. H. Kamp (VVD), Leerkes (Unie 55+), Koenders (PvdA), Hessing (VVD), Van Boxtel (D66), De Haan (CDA) en Marijnissen (SP).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24565-10.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.