Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24556 nr. 25 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24556 nr. 25 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoetermeer, 28 augustus 1996
De Inspectie van het hoger onderwijs heeft in juni 1996 haar rapport Kwaliteitszorg Hoger Beroepsonderwijs 1995 (inspectierapport 1996-6) aan u aangeboden. In deze brief geef ik u mijn reactie op dit rapport.
De bevindingen van de inspectie
In het rapport doet de Inspectie verslag van haar activiteiten in het kader van de kwaliteitszorg in het h.b.o. Het gaat hier om de meta-evaluatie van de visitatierapporten, de identificatie van zorgelijke opleidingen en de evaluatie van de «bestuurlijke hantering». In haar slotbeschouwing wijdt zij uit over enkele verworvenheden van het visitatiestelstel en benadrukt zij het belang van een tweede visitatiecyclus.
Drie van de vier in 1995 door de Inspectie geëvalueerde visitaties voldoen redelijk tot goed aan de verbeter- en verantwoordingsfunctie van het onderwijs. Uitzondering daarop is de visitatie van de communicatie-opleidingen. De Inspectie heeft mij geadviseerd deze visitatie af te keuren en de HBO-Raad te verzoeken binnen drie jaar opnieuw deze opleidingen te laten visiteren.
De identificatie van zorgelijke opleidingen gebeurt aan de hand van het visitatierapport en de bestuurlijke reactie hierop. In 1995 heeft de Inspectie mij, op grond van elf visitatierapporten, die in of voor 1995 zijn uitgebracht, gemeld dat bij dertien van de honderdeneenenvijftig opleidingen waarop die visitaties betrekking hadden, zorg bestaat over de kwaliteit van het onderwijs. Bij de communicatie-opleidingen kon zij geen zorgelijke opleidingen identificeren, omdat de visitatie niet zorgvuldig genoeg was uitgevoerd.
Evaluatie van de «bestuurlijke hantering»
Ongeveer twee jaar na de visitatie evalueert de Inspectie de resultaten van de door opleidingen getroffen maatregelen naar aanleiding van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de visitatitiecommissie. In 1995 is dat gebeurd bij de in 1992 gevisiteerde opleidingen Bibliotheek en Documentaire Informatie en Boekhandel en Uitgeverij (Bdi/Bu) en de Deeltijdopleidingen voor leraar voortgezet onderwijs in de eerste graad in algemene vakken (Dav-1). De Bdi/Bu-opleidingen hebben adequaat gereageerd. Zij hebben o.a. een gemeenschappelijk kerncurriculum geformuleerd en hun opleidingen aan het nieuwe beroepsprofiel aangepast. Bij de Dav-1-opleidingen is echter het beeld na drie jaar nog niet structureel verbeterd. Het belangrijkste kritiekpunt van de visitatiecommissie was het gebrek aan een duidelijk opleidingskader en aan gespecificeerde eindtermen bij de opleidingen. In haar rapport constateert de Inspectie dat op dit punt nog geen duidelijke verbeteringen waarneembaar zijn. Ten aanzien van andere kritiekpunten van de visitatiecommissie hebben de instellingen zich ingespannen om te komen tot verbeteringen, maar de effecten van die inspanningen zijn beperkt, aldus de Inspectie. Een belangrijk probleem voor de Dav-1-opleidingen is de geringe, nog steeds dalende, instroom van studenten. De Inspectie adviseert mij om de problematiek van deze opleidingen fundamenteel aan te pakken.
In mijn reactie op dit rapport ga ik nader in op de bevindingen en aanbevelingen van de Inspectie.
Wat de visitatie communicatie-opleidingen betreft, heb ik het advies van de Inspectie opgevolgd en de HBO-Raad verzocht om aan het begin van de tweede visitatie-cyclus deze opleidingen opnieuw te laten visiteren. De HBO-Raad heeft mij schriftelijk laten weten het oordeel van de Inspectie te delen. Nadere beslissingen worden genomen zodra er helderheid is over de continuering van het stelsel na 1997.
De dertien opleidingen die zorgelijk zijn bevonden, zijn hiervan door mij op de hoogte gesteld en hebben plannen ingediend waarin zij aangeven hoe zij de onderwijskwaliteit van betreffende opleidingen in de komende tijd zullen verbeteren. Bij de evaluatie van de bestuurlijke hantering zal de Inspectie mij rapporteren of er nog zorg bestaat over de kwaliteit van deze opleidingen of dat deze zorg is weggenomen.
Evaluatie van de «bestuurlijke hantering»
De bevindingen van de inspectie in het kader van de evaluatie van de bestuurlijke hantering van de opleidingen Bdi/Bu zijn positief. In een brief aan de HBO-Raad heb ik nog wel een verzoek gedaan om mij nog de resultaten te melden van een commissie van externe deskundigen die over de postie van het Bdi/Bu-onderwijs in Nederland gaan discussiëren. Dit verslag wacht ik nog af. De in 1995 zorgelijk verklaarde Bdi-opleiding, heeft inmiddels bericht ontvangen dat de verklaring van zorgelijkheid is ingetrokken.
De bevindingen in het rapport over de Dav-1-opleidingen, beschouw ik als een zeer ernstig signaal. Ik beraad mij thans op maatregelen om de door de Inspectie geconstateerde zorgpunten structureel weg te nemen. Ik hoop daarover in het najaar van 1996 met de hogescholen in gesprek te komen en u over mijn inzet daarbij te berichten.
Het visitatiestelsel in de toekomst
In de slotbeschouwing van haar rapport legt de Inspectie grote nadruk op de verworvenheden van het huidige stelsel van kwaliteitszorg en geeft zij aan dat het stelsel in een tweede cyclus verder ontwikkeld en verbeterd zou moeten worden.
Overeenkomstig de naar aanleiding van het HOOP 1996 met het h.b.o. gemaakte afspraken, zullen de hogescholen dit najaar voorstellen doen over het stelsel van sectorale kwaliteitszorg en de rol van accreditering. Naar verwachting zal het overleg terzake in oktober of november kunnen worden gevoerd. De bevindingen van de Inspectie zullen in dat kader zeker een rol spelen. Samen met de Inspectie ben ik van mening dat het huidige stelsel in termen van verbetering en verantwoording in toenemende mate voldoet aan de verwachtingen die daaraan moeten worden gesteld. Ook internationaal groeit de waardering voor het stelsel.
Vooruitlopend op het overleg met de hogescholen, heb ik overeenkomstig een in het bestuurlijk overleg gemaakte afspraak, mijn programma van eisen kwaliteitszorg aan de HBO-Raad gezonden, waaraan ik zijn voorstel zal toetsen. Deze brief treft u bijgaand ter kennisneming aan.1
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24556-25.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.