Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1995-199624552 nr. 10

24 552
Regels inzake de financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten (Financiële-verhoudingswet)

nr. 10
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 8 mei 1996

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 8, eerste lid, wordt in de tabel, in tabelregel B, «voorzieningen van de gemeenten» vervangen door: voorzieningen in de gemeenten.

B

In artikel 24a, tweede lid, eerste zin, wordt na «bedragen per eenheid» ingevoegd: behorend bij de in het eerste lid bedoelde maatstaven,.

Toelichting

Beide wijzigingen zijn verbeteringen van de redactie van bij de eerste nota van wijziging aangebrachte veranderingen.

De wijziging onder A heeft betrekking op de in artikel 8, eerste lid, opgenomen tabel met kenmerken en onderscheidingen van de verdeelmaatstaven. Bij de maatstaven die betrekking hebben op de inwoners van de gemeenten dient, overeenkomstig de bepaling in dat lid, onder meer als onderscheiding aangebracht te worden, het beroep op voorzieningen van de gemeenten. Hieraan is uitwerking gegeven in de maatstaven lokaal en regionaal klantenpotentieel en in de nieuwe leerlingenmaatstaf.1 Om nu het misverstand te voorkomen dat het alleen zou gaan om voorzieningen van (in de zin van in eigendom van) de gemeenten, wordt de tekst gewijzigd in voorzieningen in de gemeenten.

Artikel 24a, eerste lid, bepaalt dat voor de eerste maal bij wet bepaald wordt welke verdeelmaatstaven worden gehanteerd en hoe deze worden gehanteerd. Het tweede lid van artikel 24a beoogt om aan te geven dat de bedragen per eenheid die behoren bij de in dat eerste lid bedoelde maatstaven over het eerste uitkeringsjaar eveneens bij wet worden vastgesteld. Om deze bedoeling duidelijk weer te geven is de zinsnede «behorend bij de in het eerste lid bedoelde maatstaven» in het tweede lid ingevoegd. Voor zover overigens op een later tijdstip maatstaven worden toegevoegd, zullen de hierbij behorende bedragen per eenheid op de in artikel 9 voorziene wijze worden vastgesteld.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

A. G. M. van de Vondervoort

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend


XNoot
1

De maatstaven lokaal en regionaal klantenpotentieel zijn opgenomen in tabel 2 bij het gewijzigd voorstel voor de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet (kamerstukken 2, 24 553, nr. 7). Bij tweede nota van wijziging op deze Invoeringswet (kamerstukken 2, 24 553, nr. 8) is een nieuwe leerlingenmaatstaf ingevoerd in verband met de decentralisatie van de onderwijshuisvestingsvoorzieningen.