24 549
Voorstel van wet van de leden Van Heemst en Korthals tot wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met maatregelen tegen overlast bij gebruik van woningen, woonketen, woonwagens en andere gebouwen (Wet Victor)

nr. 6
BRIEF VAN DE LEDEN VAN HEEMST EN KORTHALS

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 november 1996

Tot onze spijt is het niet gelukt de Nota naar aanleiding van het verslag tijdig uit te brengen. Wij zullen een uiterste inspanning leveren om dit stuk voor de aanvang van het kerstreces te produceren.

Met oog op de afhandeling van wetsvoorstel 24 699 (Wijziging van de Gemeentewet, houdende opneming daarin van de bevoegdheid van de burgemeester om woningen, niet voor het publiek toegankelijke lokalen of bij die woningen of lokalen behorende erven te sluiten bij verstoring van de openbare orde als gevolg van gebruik van en handel in drugs) willen wij een aantal zaken onder uw aandacht brengen.

De afgelopen maand is met de staatssecretarissen van Binnenlandse Zaken afgesproken dat ons initiatiefvoorstel wordt beperkt tot vervolgmaatregelen die getroffen worden na ontruiming en sluiting. Dat betekent dat het regeringsvoorstel zich zal richten op de maatregelen tot en met ontruiming en sluiting.

Wij onderstrepen nogmaals en wellicht ten overvloede dat naar onze mening vervolgmaatregelen onmisbaar zijn om ernstige overlast effectief te kunnen bestrijden.

Op een punt is het regeringsvoorstel inmiddels aangepast aan het initiatiefvoorstel, namelijk waar het gaat om het brede criterium «verstoring van de openbare orde» in plaats van het aanvankelijke beperkte criterium «verstoring van de openbare orde als gevolg van gebruik van en handel in drugs».

Op twee onderdelen volgt het regeringsvoorstel niet het initiatiefvoorstel.

Allereerst gaat het om de mogelijkheid om andere, minder vergaande maatregelen dan ontruiming en sluiting te treffen.

Een dergelijke voorziening heeft als voordeel dat ontruiming en sluiting nadrukkelijker worden beschouwd als een uiterste middel. Daar staat tegenover dat er een nieuwe bevoegdheid wordt geïntroduceerd die de inzet van een verdergaande bevoegdheid, te weten sluiting en ontruiming, zou kunnen blokkeren op momenten waarop en in situaties waarin dat de passende bestuurlijke reactie is.

In de tweede plaats kent het initiatiefvoorstel de mogelijkheid van «preventief» ingrijpen. Naar aanleiding van de kritiek op deze mogelijkheid beraden wij ons op de vraag of ze aan nadere voorwaarden kan worden verbonden, waarbij onze gedachten uitgaan naar een dusdanige aanscherping van deze bevoegdheid dat daaruit duidelijk blijkt dat ze is gekoppeld aan hetzij het optreden van (overwegend) dezelfde persoon of personen bij een andere woning of voor het publiek toegankelijk lokaal, hetzij het optreden van (overwegende) andere personen bij een woning of voor het publiek toegankelijk lokaal dat eerder door een sluitingsbevel is getroffen.

Tot slot signaleren wij dat het regeringsvoorstel inmiddels de mogelijkheid biedt een sluitingsbevel te verlengen. Tussen deze nieuwe mogelijkheid en de maatregelen die ons initiatiefvoorstel bevat kan een zekere spanning ontstaan.

Immers het is (nog) niet duidelijk of de bevoegdheid die het initiatief-voorstel de gemeente toekent om het beheer van een woning of een niet voor het publiek toegankelijk lokaal gedurende een jaar over te nemen ook kan worden gehanteerd in de gevallen waarin geen verlenging van het sluitingsbevel heeft plaatsgevonden.

Wij hopen in elk geval dat bij de afwikkeling van beide voorstellen op dit onderdeel een naadloze juridische afstemming wordt bereikt.

Vanzelfsprekend zullen wij de beraadslagingen over het regeringsvoorstel en het resultaat daarvan betrekken bij de hiervoor aangekondigde Nota naar aanleiding van het verslag.

Van Heemst Korthals

Naar boven