nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET EINDVERSLAG
Wij zijn verheugd te kunnen constateren dat de beslissing om de termijn
in artikel 7, derde lid, van de wet te verlengen niet tot vragen aanleiding
heeft gegeven.
Wel hebben de leden van de VVD-fractie een toelichting gevraagd bij elk
in artikel 7, eerste lid, van de wet opgenomen persoonsgegeven over de reden
waarom deze is opgenomen.
Deze toelichting is reeds in het kader van de totstandkoming van de wet
gegeven. Tot op heden is in de reden voor opneming geen verandering gekomen.
In algemene zin kunnen wij daarom verwijzen naar de parlementaire geschiedenis
over de totstandkoming van de Wet persoonsregistraties (Kamerstukken 11 1984/85,
19 095, nr. 3, p. 38 en volgende).
Zakelijk weergegeven zijn bedoelde gegevens om de volgende reden opgenomen.
De in artikel 7 genoemde persoonsgegevens kunnen naar hun aard de persoonlijke
levenssfeer diepgaand raken. De vastlegging ervan brengt in het maatschappelijk
verkeer bijzondere risico's met zich mee. Achtergrond bij het opnemen van
deze persoonsgegevens is onder meer dat gegevens omtrent de godsdienst of
levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, seksualiteit of intiem levensgedrag,
persoonsgegevens van medische of psychologische aard en persoonsgegevens van
strafrechtelijke of tuchtrechtelijke aard als een grond voor discriminatie
gebruikt kunnen worden.
De opsomming in artikel 7 is grotendeels ontleend aan artikel 6 van het
(in het kader van de Raad van Europa tot stand gekomen) Verdrag van Straatsburg
uit 1981 over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming
van persoonsgegevens in geautomatiseerde systemen (zie genoemde Memorie van
Toelichting, p. 38). Dat de daar genoemde gegevens gevoelig zijn, wordt algemeen
aanvaard binnen de Raad van Europa. Het verdrag verplicht ons de vastlegging
van deze gevoelige gegevens van bijzondere waarborgen te voorzien. Nu Nederland
genoemd verdrag heeft bekrachtigd, is het niet meer mogelijk aan die opsomming
afbreuk te doen.
Daarnaast wijzen wij er op dat de EG-richtlijn bescherming persoonsgegevens
in artikel 8, eerste lid, een vergelijkbare opsomming van gevoelige gegevens
geeft.
Tot slot merken wij nog op dat het onderhavige wetsvoorstel in de beweegredenen
voor het opnemen van genoemde persoonsgegevens in artikel 7, eerste lid, van
de wet geen verandering brengt.
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager