nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING1
De Registratiekamer is over het ontwerp-wetsvoorstel gehoord. Het op 14
juli 1995 uitgebrachte advies (kenmerk 95.A.05) heeft tot aanpassing van het
ontwerp-wetsvoorstel geleid.2
Dit wetsvoorstel strekt tot aanpassing van artikel 7, eerste lid, van
de Wet persoonsregistraties (verder te noemen: de WPR). Genoemd lid wordt
opnieuw geformuleerd, aangezien de in dat lid bedoelde algemene maatregel
van bestuur intussen tot stand is gebracht (het Besluit gevoelige gegevens,
in werking getreden op 1 juni 1993). Een inhoudelijke wijziging is niet beoogd.
Het wetsvoorstel strekt er voorts toe de termijn, genoemd in artikel 7,
derde lid, van de WPR voor het indienen van een voorstel van wet te vervangen
door de datum 1 juni 1997. De Registratiekamer heeft in deze zin geadviseerd.
Op 24 juli 1995 is de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad
van de Europese Unie betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer
van die gegevens aangenomen (nummer 95/46/EG, nog niet gepubliceerd) (verder
te noemen; de richtlijn bescherming persoonsgegevens). De richtlijn bescherming
persoonsgegevens bevat ondermeer specifieke voorschriften inzake het verwerken
van gevoelige gegevens. Na de implementatie van genoemde richtlijn zullen
deze voorschriften in de wet zijn opgenomen.
Nu de totstandkoming van de richtlijn bescherming persoonsgegevens een
feit is, is het weinig zinvol om een voorstel van wet ter uitvoering van artikel
7, derde lid, van de WPR, in te dienen. De termijn waarbinnen de richtlijn
bescherming persoonsgegevens geïmplementeerd moet zijn, is relatief kort,
namelijk drie jaren. De implementatietermijn loopt derhalve in juli 1998 af.
Zekerheidshalve is ervoor gekozen om de verplichting in artikel 7, derde
lid, van de WPR om een Wet gevoelige gegevens tot stand te brengen niet te
laten vervallen, maar daarvoor een concrete termijn te stellen. Wordt de richtlijn
bescherming persoonsgegevens onverhoopt niet tijdig geïmplementeerd,
dan zal in ieder geval uiterlijk 1 juni 1997 aan de Staten-Generaal een voorstel
voor de Wet gevoelige gegevens aangeboden worden. Ook dan zal
de verwerking van gevoelige gegevens rond juli 1998 bij de wet zijn geregeld.
Dit betekent dat het Besluit gevoelige gegevens zijn gelding behoudt.
Er zijn geen aanwijzingen dat het Besluit gevoelige gegevens sinds de inwerkingtreding
niet goed zou functioneren.
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager