24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting

Nr. 696 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ARMOEDEBELEID, PARTICIPATIE EN PENSIOENEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 april 2023

Hierbij informeer ik uw Kamer over de stand van zaken van de verkorting van de aflosperiode van minnelijke schuldregelingen.

De afgelopen weken heeft er veelvuldig overleg plaatsgevonden met betrokken stakeholders, zoals de VNG, NVVK en Divosa over de verkorting van de aflosperiode in het minnelijke traject. Ook hebben hierover gesprekken met schuldeisers plaatsgevonden. Om duidelijkheid te creëren voor alle betrokkenen en om te voorkomen dat er veel verschillende werkwijzen ontstaan, is het van belang om een gezamenlijke ingangsdatum in het vooruitzicht te hebben. Ik informeer uw Kamer bij deze dat schuldhulpverleners zullen worden opgeroepen om vanaf 1 juli 2023 schuldregelingen met een aflosperiode van 18 maanden voor te stellen aan schuldeisers voor nieuwe minnelijke schuldregelingen. Deze wijziging vraagt uiteraard veel van gemeenten, (Rijks)uitvoeringspartijen en schuldeisers de komende periode. Nog niet alle systemen zullen bijvoorbeeld vanaf 1 juli al zijn ingericht op de nieuwe situatie. De komende maanden wordt er verder gewerkt aan de benodigde aanpassingen en in de tussentijd wordt gebruik gemaakt van pragmatische oplossingen.

Een verkorting van de aflosperiode betekent niet dat de begeleiding van mensen in een schuldregeling of na afloop van de schuldregeling ook korter wordt. Ik hecht er belang aan dat er stevig wordt ingezet op begeleiding en nazorg, met als uitgangspunt: begeleiding zo kort als kan en zo lang als nodig. Hierover blijf ik de komende periode in gesprek met de VNG, Divosa, de NVVK en schuldeisers om te komen tot concrete afspraken.

Enkele leden van uw Kamer hebben gevraagd of het wenselijk is om de verkorting van de aflosperiode in het minnelijk traject vast te leggen in wetgeving. De wet schrijft geen regels voor over het minnelijk traject. Dat past ook niet goed bij het karakter ervan, omdat het minnelijk traject ruimte biedt om in onderlinge afstemming tussen schuldhulpverleners en schuldeisers tot overeenstemming te komen, waarbij er ook ruimte is voor maatwerk. Daarom worden de afspraken over de periode van aflossing nu ook niet vastgelegd in wetgeving. We evalueren na één jaar of en zo ja welke belemmeringen er zijn bij het afsluiten van minnelijke regelingen met een aflosperiode van 18 maanden.

Ik ontvang signalen dat mensen zich afvragen wat er met de lopende schuldregelingen gebeurt. Of er een aanpassing komt voor lopende regelingen en voor welke gevallen dat het geval zou moeten zijn, is nog onderwerp van gesprek. Ik zal uw Kamer eind mei in de Voortgangsrapportage van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden verder informeren over de stand van zaken.

Tijdens de uitzending van OP1 van 12 april jl. heb ik per abuis gezegd dat de wijziging van de Wsnp per 1 juli 2023 in werking treedt. De wet, waarin is opgenomen dat de duur van een schuldsaneringstraject wordt verkort naar 18 maanden, treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.1 Omdat het minnelijk traject voorafgaat aan het wettelijke traject is het wenselijk dat in beide trajecten dezelfde aflosperiode worden gehanteerd. Dit heb ik ook bevestigd in de Kamerbrief over de stand van zaken van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden van 3 februari jl.

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten

Naar boven