Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 december 2016
Hierbij licht ik uw Kamer in over de onderzoeksresultaten van het onderzoek van de
AFM naar de effectiviteit van de kredietwaarschuwing «Let op! Geld lenen kost geld»1. Deze waarschuwing moet sinds 1 april 2009 verplicht worden opgenomen in reclames
voor consumptief krediet. Doel van het onderzoek was om meer inzicht te krijgen in
hoe de waarschuwing het gedrag van consumenten en hun percepties van lenen en leenreclames
beïnvloedt en wat belanghebbenden vinden van de waarschuwing.
Uit de toelichting op de kredietwaarschuwing, opgenomen in het Besluit Gedragstoezicht
financiële ondernemingen Wft (Bgfo), leidde de AFM de volgende doelen van de kredietwaarschuwing
af:
-
1) de consument stimuleren zijn keuze beter te overdenken;
-
2) bewustwording bij de consumenten creëren door te attenderen op de gevolgen die verbonden
zijn aan krediet; en
-
3) tegenwicht bieden aan het neergezette beeld in sommige kredietreclames dat lenen voor
consumptieve uitgaven iets vanzelfsprekends is.
De AFM heeft een breed onderzoek opgezet, dat bestaat uit literatuurstudie en een
experimenteel onderzoek naar enerzijds de invloed van de kredietwaarschuwing op het
keuzegedrag van consumenten, en anderzijds op de percepties van consumenten. Tenslotte
heeft de AFM consumenten, deskundigen en brancheorganisaties gevraagd hoe ze denken
over de kredietwaarschuwing.
Uit het experiment, dat werd uitgevoerd in de online verkoopomgeving van een bancaire
kredietaanbieder, blijkt dat de kredietwaarschuwing geen onmiddellijk effect heeft
op het gedrag van consumenten bij het aanschaffen van consumptief krediet. De AFM
heeft gekeken naar klikgedrag van consumenten op banners, de wijze waarop een consument
zich online oriënteert en de keuzes die consumenten uiteindelijk maken. Dit gedrag
wordt niet beïnvloed door de aanwezigheid van de kredietwaarschuwing. Uit het tweede
experiment bleek dat het tonen van de kredietwaarschuwing nauwelijks impact heeft
op de opvattingen van mensen over geld lenen en hoe ze de kredietreclame ervaren.
Communicatie-, gedrags-, schulddeskundigen en brancheorganisaties die de AFM in het
kader van het onderzoek sprak verwachten weinig direct effect van de kredietwaarschuwing
op keuzegedrag van consumenten. Mogelijk zijn mensen ook gewend geraakt aan de aanwezigheid
van de waarschuwing en lezen ze deze niet meer. Tegelijkertijd heeft de kredietwaarschuwing
mogelijk wel de sociale norm in Nederland over lenen beïnvloed. Daarnaast kan de kredietwaarschuwing
tegenwicht bieden tegen reclames. Marketeers zijn namelijk geneigd woorden als «lenen»
en «krediet» te vermijden omdat deze woorden de emotie van de consument negatief kunnen
beïnvloeden. Een brancheorganisatie heeft aangegeven dat de kredietwaarschuwing aanbieders
in hun communicatie beperkt bij de sfeer die ze willen uitstralen en het gevoel dat
ze willen oproepen in de reclame.
De conclusie van het onderzoek is dat de kredietwaarschuwing in de context van een
bancaire aanbieder van krediet geen onmiddellijke impact heeft op keuzes van consumenten.
De kredietwaarschuwing heeft echter mogelijk wel andere positieve effecten. Zo kan
deze invloed hebben op de sociale norm in Nederland omtrent lenen. De waarschuwing
draagt verder mogelijk bij aan de herkenbaarheid van krediet. Dit kan belangrijk zijn
in een omgeving waar het niet direct duidelijk is dat het gaat om een lening. Verder
is er veel draagvlak onder consumenten voor de kredietwaarschuwing. De werking van
de kredietwaarschuwing zou tenslotte mogelijk anders kunnen zijn bij bijvoorbeeld
goederenkrediet (zoals voor de aankoop van een auto). Het is mijns inziens daarom
te vroeg en ongewenst om in dit stadium al wijzigingen door te voeren in de kredietwaarschuwing.
Ik zie dit rapport als een waardevolle stap. De schuldenproblematiek baart mij zorgen
en daarom wil ik ervoor zorgen dat de bescherming van consumenten bij consumptief
krediet beter wordt. Als vervolgstap zal ik het advies van de AFM opvolgen en de komende
tijd opnieuw kritisch kijken naar de beleidsdoelstellingen van de kredietwaarschuwing.
Indien nodig zal worden gekeken of, naast de bestaande maatregelen, alternatieve maatregelen
nodig zijn om de doelstellingen te behalen. Ik zal de AFM vragen om de risico’s voor
consumenten op de consumptiefkredietmarkt verder in kaart te brengen en daarbij ook
te kijken naar verschillende soorten krediet. Over de vervolgstappen zal ik uw Kamer
dit voorjaar informeren.
De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem