Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2015
De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft de voormalige
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie namens de vaste commissie verzocht een
reactie te geven op de brief van 23 januari 2015 die zij heeft ontvangen van de Stichting
Verslavingsreclassering GGZ (SVG). Gaarne voldoe ik, mede namens de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan het verzoek van de vaste commissie.
Voornoemde brief is een reactie van de SVG op de beleidsreactie die door mijn ambtsvoorganger
op 16 januari jl. aan uw Kamer is toegezonden1 naar aanleiding van het in opdracht van de SVG opgestelde onderzoeksrapport «Gevangen
in Schuld». Uit het onderzoek dat is uitgevoerd door de Hogeschool Utrecht komt naar
voren dat een aanzienlijk gedeelte van de SVG-cliënten met (grote) schuldenproblematiek
kampt. Volgens de onderzoekers is verslaving, zeker in combinatie met de bij deze
doelgroep veel voorkomende psychische problematiek, veelal een contra-indicatie in
de schuldhulpverlening. Doordat schulden een negatieve invloed kunnen hebben op verschillende
leefgebieden (inkomen, woning, etc.) hebben de cliënten van de SVG volgens de onderzoekers
een grotere kans om terug te vallen in delictgedrag. De onderzoekers pleiten daarom
voor een meer integrale aanpak bij de aanpak van de schuldenproblematiek en doen hiervoor
een aantal aanbevelingen die met name gericht zijn op het beter toegankelijk maken
van de schuldhulpverlening.
In de eerder genoemde brief heeft mijn ambtsvoorganger mede namens de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een uitgebreide reactie gegeven op het onderzoeksrapport.
In deze reactie wees hij met name op de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor
de schuldhulpverlening en het belang van een goede samenwerking van alle betrokken
partijen. Aangezien de dienstverlening nog niet voldoende toereikend lijkt – zo schreef
mijn ambtsvoorganger – is het belangrijk dat alle betrokken partijen mede naar aanleiding
van dit rapport hun huidige dienstverlening tegen het licht houden en meer maatwerk
gaan bieden. Het onderzoeksrapport is inmiddels onder de aandacht gebracht van gemeenten,
de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Nederlandse vereniging voor schuldhulpverlening
en sociaal bankieren (NVVK). Ik vermeld in dit verband ook nog graag de portal effectieveschuldhulp.nl,
een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van SZW, Divosa, VNG, NVVK, MO-groep,
Nibud en Wijzer in geldzaken. Naast (beleids)informatie over schuldhulpverlening staan
hierop ook praktijkvoorbeelden over het voorkomen en oplossen van schulden. Partijen
kunnen kennis delen met andere partijen door projecten en activiteiten via de portal
in te dienen.
Ook wil ik u er op wijzen dat gemeenten het feit dat mensen verslaafd zijn, al dan
niet in combinatie met psychische problemen, niet mogen hanteren als categorale uitsluitingsgrond
of als algemeen geformuleerde weigeringsgrond. Gemeenten moeten altijd een individuele
afweging maken of iemand tot de gemeentelijke schuldhulpverlening wordt toegelaten.
Voorts wees mijn ambtsvoorganger in zijn brief op de maatregelen die moeten leiden
tot een meer gerichte en proportionele toepassing van het dwangmiddel gijzeling en
een beter beschermde beslagvrije voet. Over de laatste ontwikkelingen rond het vereenvoudigen
van de beslagvrije voet hebben de Staatssecretaris van SZW en ik uw Kamer geïnformeerd
bij brief van 23 maart jl. (Kamerstuk 24 515, nr. 300) Ook volgens de SVG zijn het gerichter toepassen van gijzelingen en een beter beschermde
beslagvrije voet belangrijke stappen om de schulden van verslaafden te stabiliseren,
maar deze zijn volgens de SVG in haar brief van 23 januari jl. niet voldoende om te
kunnen komen tot een sluitende aanpak. In haar brief pleit de SVG daarom voor een
bredere aanpak. Ik waardeer de inzet van de SVG voor haar doelgroep zeer. Ook ik herken
de specifieke problematiek waar verslaafde (ex-)gedetineerden zich voor geplaatst
zien bij het aanpakken van hun schuldenproblematiek. Alle betrokken partijen dienen
hierbij goed samen te werken, maar wel vanuit de eigen verantwoordelijkheden. Zoals
ook reeds vermeld in de brief van mijn voorganger, zijn gemeenten wettelijk verantwoordelijk
voor integrale schuldhulpverlening. Ik zie daarom geen aanleiding om het voorstel
van de SVG over te nemen om samen met het Ministerie van SZW projecten op te zetten
voor het uitwerken van voorzieningen voor schuldhulpverlening aan ex-gedetineerden.
Dit is iets wat de betrokken partijen in de uitvoering vanuit hun eigen verantwoordelijkheden,
juist gezamenlijk zouden moeten oppakken. De partijen kunnen bezien welke dienstverlening
voor mensen passend is en daarvoor producten ontwikkelen. Ik vertrouw er op dat gemeenten
en de SVG met elkaar in gesprek gaan en kijken of zij afspraken kunnen maken over
een integrale dienstverlening aan (ex-)gedetineerden met verslavingsproblematiek op
het gebied van de schuldhulpverlening.
Voor 1 juli 2016 zal de Staatssecretaris van SZW aan de Eerste en Tweede Kamer verslag
doen over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
in de praktijk. De brede toegankelijkheid van de gemeentelijke schuldhulpverlening
is daar onderdeel van. Daarin past het niet om vooraf afzonderlijke doelgroepen, zoals
(ex-)gedetineerden te onderscheiden. Dit voorstel van de SVG wordt daarom niet overgenomen.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
K.H.D.M. Dijkhoff