24 515
Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting

29 764
Harmonisatie van inkomensafhankelijke regelingen (Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen)

nr. 116
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 14 juni 2007

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft op 23 mei 2007 overleg gevoerd met staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:

– de brief van 28 september 2006 over de stand van zaken schuldenproblematiek (24 515, nr. 97);

– de brief van 29 januari 2007 houdende het rapport «de armoedeval, een nieuwe kijk op een oud probleem» (29 764, nr. 48);

– de brief van 26 maart 2007 over armoede en schulden (24 515, nr. 100);

– de brief van 15 mei 2007 met nadere informatie over armoede en schulden.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand samenvattend verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Karabulut (SP) stelt vast dat niet iedereen profiteert van de economische opleving. Veel Nederlanders leven nog in armoede en de inkomensongelijkheid is gestegen. Er zijn echter nieuwe kansen en die moet het kabinet benutten.

– Wat gaat de staatssecretaris doen om ervoor te zorgen dat de voedselbanken over 4 jaar overbodig zijn?

– Armoede kan ernstige sociale gevolgen hebben. Het is geen schande, maar wel een schandvlek voor Nederland. Wat gaat de staatssecretaris doen om duizenden gezinnen uit de armoede te halen?

– Werken is een goede manier om uit de armoede te geraken, maar het helpt niet iedereen. Soms is de afstand tot de arbeidsmarkt te groot. Er moet dus ook perspectief op leven worden geboden en dat vereist een zekere financiële armslag.

– Hoe gaat de staatssecretaris de armoedeval en het niet gebruiken van voorzieningen aanpakken?

– Het kabinet trekt 280 mln. uit voor gerichte armoedebestrijding en arbeidsparticipatie aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Als daarvan 200 mln. wordt uitgetrokken voor armoedebestrijding in 600 000 huishoudens, vindt de staatssecretaris dat dan voldoende?

– De SP wil het sociaal minimum verhogen. Verder moet er een werkbonus worden ingevoerd die werken lonend maakt en de armoedeval aanpakt.

– De categorale bijstand moet weer worden ingevoerd.

– De SVB moet de bijzondere bijstand voor 65-plussers regelen zodat de stille armoede onder ouderen wordt aangepakt.

– De kinderbijslag moet inkomensafhankelijk worden.

– De keerzijde van groeiende armoede is dat steeds meer mensen zich in de schulden moeten steken om te kunnen overleven. Daarnaast is er sprake van al te gemakkelijk leengedrag maar ook van agressieve leenreclames. Mensen met schuldproblemen moeten zo vroeg mogelijk schuldhulpverlening krijgen en het is dan ook schokkend te moeten vernemen dat mensen die bij de gemeenten aankloppen niet worden geholpen. Is het kabinet bereid de tijdelijke extra impuls voor gemeenten structureel te maken? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden voor een wettelijke basis van het minnelijk traject?

– De leenbijstand moet worden afgeschaft. Bijzondere bijstand voor noodzakelijke kosten dient te behoren tot bijzondere bijstand om niet.

De heer Nicolaï (VVD) merkt op dat uit onderzoek blijkt dat sociaal actieve mensen zich minder snel arm voelen dan mensen die niet sociaal actief zijn. Heeft naar de mening van de staatssecretaris armoede te maken met uitkeringen, inkomenssuppleties en andere voorzieningen of met neergaande spiralen waarin mensen terecht kunnen komen?

– Zullen er in het beleidsprogramma van het kabinet concrete voorstellen staan om het probleem van de voedselbanken op te lossen?

– Hoe staat het met het onderzoek van de Belastingdienst naar het niet gebruiken van voorzieningen?

– Hoe denkt de staatssecretaris zijn coördinerende rol handen en voeten te geven?

– Kan meer duidelijkheid worden verschaft over het certificeringstraject?

– De armoedeval begint verontrustende trekken aan te nemen. Het wordt steeds minder aantrekkelijk om te gaan werken of om meer te gaan werken. Welke lessen trekt het kabinet uit het rapport over de armoedeval? Wil het een ex ante armoedevaltoets ontwikkelen bij het uitvaardigen van maatregelen?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) vindt de problemen voor de sociale minima onverminderd groot. Er zijn nog steeds honderdduizenden kinderen in Nederland die in armoede opgroeien. Niet iedereen profiteert van de economische voorspoed van deze tijd. Het is bijzonder treurig dat pas in 2009 de koopkrachtenveloppe tot gelding komt.

– Wat gaat er gebeuren om de schandvlek van de voedselbanken uit te wissen?

– Welke voortvarende plannen zijn er om de armoedeval aan te pakken? Wat vindt de staatssecretaris van een earned income tax credit?

– Preventie is het belangrijkste middel om schuldenproblemen te voorkomen. Soms krijgen mensen leningen opgedrongen zonder dat wordt nagegaan of zij die wel kunnen afbetalen. Wat vindt de staatssecretaris van het idee om instellingen die deze check niet uitvoeren en/of zich bedienen van agressieve reclame achteraan te zetten in de rij schuldeisers? Wooncorporaties en energiebedrijven zouden dan voor moeten gaan om de basisvoorzieningen in stand te houden. Welke ideeën heeft de staatssecretaris over schuldenregistratie?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie) is blij dat de staatssecretaris al druk bezig is om mensen met problematische schulden tegemoet te komen. Een wettelijk schuldsaneringstraject is een laatste redmiddel; problemen moeten zoveel mogelijk in een minnelijk traject worden afgehandeld. De effecten van een wettelijk traject blijken in de praktijk tegen te vallen. Wat is daarvan de oorzaak?

– Zijn de wachtlijsten bij de schuldsanering inmiddels weggewerkt? Wat is de gemiddelde duur tussen het moment van verzoek en de gang naar de rechter? Vaak lopen in die periode de schulden nog verder op. Kredietverstrekkers hebben hier ook een grote verantwoordelijkheid. Het alleen inzetten op wegnemen van schulden is symptoombestrijding en daarom is integrale schuldhulpverlening – inclusief nazorg – erg belangrijk.

– Wat vindt de staatssecretaris van het idee om de huur- en zorgtoeslag voor mensen met schulden gedurende bepaalde tijd rechtstreeks over te maken aan de corporatie en de zorgverzekeraar?

– Hoe denkt de staatssecretaris de effecten van voorlichting te gaan meten? Is hij ook niet van mening dat er maatregelen moeten worden genomen die direct leiden tot een meer verantwoord uitgavenpatroon? Te denken valt aan een budgetteringscursus en informatie over inkomensondersteunende maatregelen voor mensen met een plotselinge inkomensterugval.

– Budgetteren moet onderdeel worden van het lesprogramma op middelbare scholen.

– Schuldenvrije mensen blijven nog 5 jaar lang geregistreerd. Dat levert soms grote beperkingen en veel frustraties op. Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om deze situatie te veranderen, b.v. in de vorm van een voorwaardelijke BKR-registratie?

– Welke plannen heeft de staatssecretaris om kwetsbare groepen (b.v. mensen met een AOW-hiaat) duurzaam boven de armoedegrens te krijgen?

Mevrouw Koşer Kaya (D66) zegt dat de discussie over armoede- en schuldenbeleid niet losgekoppeld kan worden van de beschavingsnormen die in Nederland gelden. Het gaat nu over de wijze waarop mensen in armoede of met problematische schulden het beste kunnen worden geholpen.

– Wanneer denkt de staatssecretaris de op 7 mei gestelde vragen over schuldhulpverlening aan mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats te beantwoorden?

– Vindt de staatssecretaris ook niet dat het voor sommige mensen al te gemakkelijk is om grote leningen aan te gaan en dat agressieve marketingpraktijken moeten worden aangepakt?

– Voedselbanken moeten zo snel mogelijk overbodig worden gemaakt.

– Zeker in deze tijd van economische groei moeten er echte banen komen voor werklozen, ook al zullen er altijd mensen zijn die aangewezen zijn op een vorm van gesubsidieerde arbeid. Al te vaak worden mensen met een gesubsidieerde baan door de werkgever niet naar een vaste baan geholpen.

– Voor ouders die werk en arbeid moeten combineren, dienen de openingstijden van dienstverlenende instanties flexibeler te worden gemaakt.

Mevrouw Spies (CDA) merkt allereerst op dat het aantal huishoudens met een laag inkomen is gedaald en dat Nederland tot de top-8 van landen met weinig armoede behoort. Tegelijkertijd groeien het aantal mensen dat rood staat bij de bank en het aantal huishoudens dat zegt moeilijk rond te kunnen komen. Bedacht moet worden dat generieke maatregelen niet altijd specifieke problemen kunnen oplossen. Het zijn vooral de gemeenten die maatwerk kunnen bieden.

– De aanpak van het armoedeprobleem moet bestaan uit drie trappen. De eerste is werk. Het is erg belangrijk dat ook lastig bemiddelbare mensen aan de slag gaan. Dat werk moet natuurlijk wel lonen en jammer genoeg is het probleem van de armoedeval nog niet geheel opgelost

– De tweede trap van de aanpak van het armoedeprobleem is het perspectief bieden aan mensen die in de (schuld)problemen zitten. Wanneer denkt de staatssecretaris precies in beeld te hebben hoeveel mensen risicovolle schulden hebben?

– Preventie van schuldproblemen is uitermate belangrijk. Mensen moeten leren hoe zij met geld dienen om te gaan. Wellicht dat voor groepen waar de risico’s het grootst zijn nog iets meer drang kan worden uitgeoefend. Wil de staatssecretaris met initiatieven komen? Wil hij de kredietverstrekkers aanspreken op hun verantwoordelijkheid? Welke sanctiemogelijkheden zijn er als bedrijven zich niet aan de codes of certificeringsafspraken houden? Moeten zij niet achteraan sluiten in de rij schuldeisers bij schuldsanering?

– De effectiviteit van de schuldhulpverlening daalt enorm. Zou voorrang moeten worden gegeven aan gezinnen met kinderen?

– Schuldhulpverlening dient ook een signaleringsfunctie te hebben. Schulden zijn vaak niet een op zichzelf staand probleem.

– De derde trap van de aanpak van het armoedeprobleem is het financieel ondersteunen van mensen die langdurig in krappe omstandigheden verkeren. Mensen moeten weten welke voorzieningen er voor hen zijn. De overheid moet toewerken naar een positieve bemoeizorg, vooral ook om mensen uit hun isolement te halen. Is de staatssecretaris bereid, de gemeenten meer ruimte voor experimenten te geven? Is hij ook niet van mening dat er in bijzondere omstandigheden onorthodoxe maatregelen moeten kunnen worden genomen?

De heer Fritsma (PVV) vindt dat er te weinig wordt stilgestaan bij de verantwoordelijkheid van de individuele burger om werk te zoeken. Uitkeringsgerechtigden vertonen berekenend gedrag als de stap van uitkering naar werk moet worden gemaakt. Hoe geringer de financiële verbetering, hoe geringer de prikkel om te werken. Nu moeten er duizenden Oost-Europeanen naar Nederland worden gehaald om moeilijk vervulbare vacatures op te vullen.

– Werken voor een inkomen moet de norm zijn. Iedereen die kan werken, moet ook werken.

– Misbruik van sociale voorzieningen moet nog sterker worden bestreden. Het recht op een uitkering zou moeten vervallen als het verrichten van arbeid wordt geweigerd.

– Dat veel aanvragers van bijstand geen uitkering nodig hebben, blijkt ook uit de work first-projecten in enkele gemeenten. De gemeenten die op dit terrein succes boeken, verdienen navolging. Is de staatssecretaris ook van mening dat de work first-benadering bij elke bijstandsaanvrage moet worden toegepast?

– Voor mensen die echt niet op eigen kracht het hoofd boven water kunnen houden, blijven degelijke voorzieningen nodig.

– Sommige sociale diensten geven een doorgeslagen service aan bijstandsgerechtigden. Wat vindt de staatssecretaris van de mededeling van een medewerkster van Prenatal dat bijstandsgerechtigden de allerduurste kinderwagens mogen uitzoeken en ook voor het overige vrijuit mogen winkelen?

– De zorgtoeslagen worden nogal eens gebruikt voor andere doeleinden. Wat vindt de staatssecretaris van het idee om de premies automatisch in te houden op bijstandsuitkeringen? Dan wordt ook het probleem van de wanbetaling opgelost.

De heer Spekman (PvdA) vindt armoede niet een relatief begrip. Armoede wordt immers elke dag gevoeld en dat geeft de overheid de dure plicht om dat verschijnsel te bestrijden. Hij vindt dat de overheid ook met de Nibud-cijfers moet gaan werken, o.a. om te kunnen toetsen wat de effecten van het beleid zijn voor de diverse typen huishouding.

– De afgelopen twee weken zijn in Zutphen 92 huishoudens afgesloten van de waterleiding. Dat kan natuurlijk niet. Wil de staatssecretaris kijken wat hij hieraan kan doen?

– Er moeten meer mogelijkheden komen voor gemeenten voor een gericht armoedebeleid. De huidige bureaucratie is veel te prijzig. Het ligt veel meer voor de hand om een categoraal beleid te voeren. Het bereik van een dergelijk beleid is vele malen hoger, terwijl de kosten lager zijn

– Er moeten extra middelen komen voor het armoede- en schuldenbeleid die dan constant worden gehouden in de komende vier jaar.

– Bij de ondersteunende rijksvoorzieningen gaat het o.a. om de LangLaag-regeling. Overheveling naar de gemeenten kan volgens sommigen worden gezien als een bezuiniging.

– In enkele grote steden verschijnen steeds meer pandjesbanken die met behulp van een wet uit 1910 meer dan 20% rente vragen. Hoe oordeelt de staatssecretaris hierover?

– Schuldproblemen hangen vaak samen met andere problemen. Voor een bepaalde groep mensen zou de schuldsanering een verplichtend karakter moeten hebben.

– Schuldhulpverlening laten bekostigen vanuit het werkdeel zal de wachtlijsten aanmerkelijk doen verminderen.

– Preventief beleid voor dak- en thuislozen is dringend gewenst. Het kabinet moet met voorstellen op dit punt komen.

– Bij armoedebestrijding hoort ook dat het kabinet oog heeft voor allerlei perfide technieken, zoals het bestoken van zwakzinnigen met agressieve reclames.

De heer Van der Vlies (SGP) benadrukt dat het debat over armoedebestrijding een belangrijke morele dimensie heeft. Het kabinet geeft terecht prioriteit aan de armoedebestrijding. Wel wil hij ook aandacht vragen voor succesvolle private minnelijke schuldhulpverleningsinstanties.

– Wat betreft preventie van armoede moet er een tandje bij worden gezet. Het consumentisme wordt alleen maar aangewakkerd door agressieve reclames. Uiteraard zijn de mensen zelf verantwoordelijk voor hun reactie op die reclames, maar het is de overheid die daarvoor ruimte biedt.

– Is de staatssecretaris ook niet van mening dat kansspelen en gokken moeten worden ontmoedigd?

– Aan de ene kant komt er meer ruimte voor voorzieningen die rechtstreeks ten goede komen aan de participatie van bepaalde groepen in de samenleving, maar aan de andere kant zorgt de Wet werk en bijstand ervoor dat er zo weinig mogelijk extra voorzieningen zijn. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

– Het zou beschamend zijn als de gunstige conjunctuur ook niet ten goede komt aan mensen die in armoede verkeren.

– De grote gezinnen moeten ook in beeld blijven.

Het antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris merkt op dat het kabinet zwaar inzet op de sociale samenhang. Als het even kan, moet iedereen meedoen aan de samenleving. Armoede en schulden kunnen echter dat meedoen in de weg staan. Uiteraard mag er ook een beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid onder erkenning van het feit dat sommigen niet goed met die verantwoordelijkheid kunnen omgaan. Armoede is niet in de eerste plaats honger lijden, maar vooral sociale verarming en uitsluiting. Het kabinet is van plan extra geld uit te trekken voor armoedebestrijding en schuldhulpverlening.

– Betaald werk is de beste manier om de armoede- en schuldenproblematiek aan te pakken. Nu de conjunctuur het mogelijk maakt, moet arbeidsparticipatie volop aandacht worden gegeven.

– Er dient een nauwe samenhang te bestaan tussen gericht armoedebeleid, inkomensondersteuning, schuldhulpverlening en bevordering van arbeidsdeelname.

– Het ligt in het voornemen, de mogelijkheden voor gemeenten voor schuldhulpverlening te verruimen. In het beleidsprogramma zal het resultaat van het overleg met de VNG hierover worden vermeld.

– Kansen van kinderen mogen niet gedicteerd worden door sociale omstandigheden waarin zij toevallig terecht zijn gekomen. De overheid heeft hier beperkte mogelijkheden, maar toch ook een zekere verantwoordelijkheid.

– Het is maar de vraag of enige vorm van armoedeval helemaal kan worden uitgesloten. Er is ondertussen een kaartenhuis van maatregelen opgebouwd en je kunt er niet zomaar een kaart uittrekken. Het spreekt voor zich dat het kabinet tracht, de kans op armoedeval zo klein mogelijk te houden. In het coalitieakkoord staan afspraken over de toepassing van de earned income tax credit. In ieder geval moet werken lonen voor mensen die vanuit een uitkeringspositie komen.

– Er moet een goede balans worden gevonden tussen generieke en specifieke maatregelen. Moet je een gezin dat in een armoedesituatie verkeert een tas boodschappen geven of een pc aanbieden?

– De koopkracht van gezinnen aan de onderkant heeft de bijzondere aandacht van het kabinet. Er zullen maatregelen worden genomen die procenten koopkracht kunnen gaan schelen.

– Met de gemeenten wordt overlegd over vorm en inhoud van de langdurigheidstoeslag. Er is behoefte aan lokaal maatwerk en daarom wordt overwogen deze toeslag te decentraliseren. Daarnaast kunnen er collectieve voorzieningen in het leven worden geroepen die aansluiten bij b.v. wijkontwikkeling.

– Als de situatie erom vraagt – b.v. in gevallen van gokverslaving – verdient het overweging om voorzieningen in natura aan te bieden.

– Inkomensafhankelijke kinderbijslag beïnvloedt de armoedeval in negatieve zin. Het kabinet voelt meer voor een inkomensafhankelijke kindertoeslag. Op die manier worden gezinnen met lage inkomens ondersteund en wordt ook het probleem opgelost dat veel gezinnen momenteel de kinderkorting niet kunnen verzilveren.

– Schuldhulpverlening strandt soms op onwil van betrokkenen om mee te werken. Het gebeurt dat mensen leningen afsluiten in het informele circuit en ook dat belemmert de reguliere schuldhulpverlening. Verder is er het probleem van de terugval in oude fouten.

– Er zal contact worden opgenomen met het waterleidingbedrijf dat gezinnen in Zutphen heeft afgesloten. Het is de bedoeling om in meer algemene zin in gesprek te blijven met bedrijven die kunnen worden beschouwd als potentiële schuldeisers.

– Preventie is erg belangrijk, maar dan moeten de scholen wel bereid zijn om met het ontwikkelde materiaal aan de slag te gaan. Gemeenten doen overigens ook al het nodige op dit gebied.

– Met de minister van Justitie zal contact worden opgenomen over de plaats van het kansspelbeleid in de armoedebestrijding.

– Verhoging van het minimumloon en het sociaal minimum heeft negatieve gevolgen voor de rest van het loongebouw. Bovendien is het geen oplossing voor mensen met structurele armoede- en schuldenproblemen.

– Naar verwachting zal in het najaar of wellicht iets later een certificeringsnorm voor schuldhulpverlening kunnen worden gepresenteerd. Of nu al het sanctiemiddel op tafel moet worden gelegd, is nog maar de vraag. Er mag immers van worden uitgegaan dat certificering werkt.

– Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening kan in het algemeen niet worden afbetaald. Mensen die daar echt behoefte aan hebben, moeten niet worden ondersteund door middel van leenbijstand maar door een gift. De gemeenten hebben hier echter een eerste verantwoordelijkheid.

– Problematische gevallen in een schuldhulpverleningstraject dwingen, is lastig. Hierover wordt overleg gevoerd met de VNG. Als burgers dat willen, doen gemeenten aan inkomensbeheer zodat de basisvoorzieningen in ieder geval worden betaald.

– Over het fenomeen pandjesbanken zal contact worden opgenomen met het ministerie van Financiën.

– Het is onacceptabel dat er voorzieningen zijn waar mensen geen gebruik van maken. Mede daarom worden gemeenten aangespoord om aanvullende bijstand door de SVB te laten uitbetalen. Misschien kunnen de bestanden worden gekoppeld om het mogelijk te maken dat mensen gericht worden aangeschreven.

– Momenteel wordt de positie van kredietverstrekkers geëvalueerd. Daarbij zal ook worden bezien of kredietverstrekkers die onvoldoende informatie verstrekken achter in de rij van schuldeisers kunnen worden geplaatst. Ook de kwestie van agressieve en onvolledige reclames heeft volop aandacht. De overheid kan overigens niet interveniëren in de markt zelf, waarvan ook de BKR een onderdeel is. Zij kan natuurlijk wel richtinggevende uitspraken doen in het overleg met marktpartijen.

– Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan een overheidsborgstelling voor startende ondernemers. Binnen afzienbare tijd zal het kabinet met concrete plannen komen.

– De vragen van mevrouw Koşer Kaya over schuldhulpverlening aan dak- en thuislozen zijn 15 mei jl. beantwoord.

– In de Wet sanering natuurlijke personen wordt hard ingezet op het minnelijke traject. Het rapport van de commissie-Kortmann, waarin ook aandacht wordt besteed aan het wettelijk traject, zal medio 2007 worden uitgebracht. Dit traject moet nadrukkelijk worden gezien als het sluitstuk van de schuldhulpverlening.

– Van een scholingsplicht voor alleenstaande moeders kan meer worden verwacht dan van een sollicitatieplicht. In nauw overleg met minister Rouvoet wordt een wetsvoorstel voorbereid.

– De work first-benadering is een fantastische methode, zeker als de gemeente twijfelt aan de goede trouw van de aanvrager van de uitkering. De methode werkt echter niet bij iedereen.

– Het is nu ook al mogelijk om uitkeringen in te trekken van mensen die het systeem van solidariteit treiteren. De staatssecretaris is erg geïnteresseerd in het praktijkvoorbeeld van de kinderwagen van Prenatal.

– De werkbonus zal vorm worden gegeven via de earned income tax credit.

– Het is nog steeds de intentie om voedselbanken overbodig te maken. Een voedselbank kan worden beschouwd als een aspirientje, niet als een geneesmiddel. Met de VNG wordt overlegd over de vraag hoe mensen die nu nog naar de voedselbanken gaan, naar een overheidsloket kunnen worden geleid waar zij beklijvende steun krijgen. Voedselbanken kunnen immers niet een samenhangend pakket van maatregelen nemen. Voor sommige mensen – bijvoorbeeld illegalen – is het overigens noodzaak dat er voedselbanken zijn.

De griffier van de vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Wit

De griffier van de vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Post


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), De Wit (SP), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Hamer (PvdA), Blok (VVD), Nicolaï (VVD), Jan Jacob van Dijk (CDA), Smeets (PvdA), Omtzigt (CDA), Van Hijum (CDA), Koşer Kaya (D66), Jonker (CDA), ondervoorzitter, Luijben (SP), Ulenbelt (SP), Verdonk (VVD), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Koppejan (CDA), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Karabulut (SP) en Vos (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Gerkens (SP), Vendrik (GroenLinks), Wolfsen (PvdA), De Krom (VVD), Weekers (VVD), De Rouwe (CDA), Depla (PvdA), Sterk (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Pechtold (D66), Spies (CDA), Irrgang (SP), Lempens (SP), Zijlstra (VVD), Cramer (ChristenUnie), Biskop (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Joldersma (CDA), Fritsma (PVV), Tang (PvdA), Crone (PvdA), Ouwehand (PvdD), Gesthuizen (SP) en Heijnen (PvdA).

Naar boven