Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1995-199624496 nr. 12

24 496
Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en van een aantal andere wetten

nr. 12
VIERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 18 april 1996

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

I

Artikel I, onderdeel P, punt 2 komt te luiden:

2. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt na het eerste lid een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt:

2. De aanvrager van een rijbewijs dient zich te legitimeren met een op zijn naam gesteld identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° of 2°, van de Wet op de identificatieplicht dan wel met een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat nog geldig is. Gelijke verplichting geldt voor degene ten aanzien van wie een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt ingesteld.

II

In de artikelen IV, V, onderdeel B, VII tot en met XII en XIV wordt «een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994» vervangen door «een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994».

Toelichting

Artikel I

Op grond van de tekst van artikel 111, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals voorgesteld in artikel I, onderdeel P punt 2, van het wetsvoorstel dient de aanvrager zich bij de aanvraag van een rijbewijs te legitimeren met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° of 2°, van de Wet op de identificatieplicht. Het rijbewijs is in de betrokken bepaling van de Wet op de identificatieplicht niet als zodanig aangewezen. Legitimatie zal ingevolge de voorgestelde tekst daarom slechts kunnen plaatsvinden op basis van een aan de aanvrager verstrekt geldig reisdocument of, indien het een vreemdeling betreft, op basis van de documenten waarover een vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit en verblijfsrechtelijke positie.

Tijdens de voorlichtingsbijeenkomsten die in het kader van de voorbereiding van de invoering van hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 zijn gehouden ten behoeve van ambtenaren van de afdelingen burgerzaken van de gemeenten, is gebleken dat het wetsvoorstel op dit punt algemeen als te stringent en daardoor als onpraktisch en klant-onvriendelijk wordt ervaren. De ambtenaren van de afdelingen burgerzaken worden in hun bezwaren krachtig gesteund door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Bij nadere overweging achten ook wij de voorgestelde legitimatieplicht te stringent. In verband hiermede wordt voorgesteld artikel 111, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 zodanig aan te vullen dat de aanvrager zich bij de aanvraag van een rijbewijs ook kan legitimeren met een op basis van de Wegenverkeerswet dan wel de Wegenverkeerswet 1994 aan hem afgegeven rijbewijs dat nog geldig is.

Artikel II

In een negental wetten is het op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs aangewezen als document waarmee men zich in een specifieke situatie kan legitimeren. In de artikelen IV, V onderdeel B, VII tot en met XII en XIV van het wetsvoorstel wordt abusievelijk voorgesteld de in die wetten voorkomende verwijzing naar een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder 3°, van de Wegenverkeerswet, te vervangen door een verwijzing naar een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994. Het onbedoelde gevolg daarvan is dat reeds in omloop zijnde, nog geldige rijbewijzen die zijn afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, na inwerkingtreding van hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 niet meer als identiteitsdocument zouden kunnen fungeren in de situaties waarop de bedoelde negen wetten betrekking hebben. Bij de behandeling van het voorstel van Wet op de identificatieplicht en de behandeling van het wetsvoorstel Wegenverkeerswet 1994, beide in juni 1993, is aanvaard dat de burger zich in de hier bedoelde situaties nog gedurende tien jaren na inwerkingtreding van de nieuwe regeling met een oud rijbewijs (d.w.z. een rijbewijs zonder sofi-nummer) kan legitimeren.

De voorgestelde wijziging strekt ertoe voor de toepassing van de in de betrokken artikelen van het wetsvoorstel genoemde wetten zowel geldige rijbewijzen die zijn afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, als rijbewijzen die worden afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994, te kunnen laten fungeren als identiteitsbewijs.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager