nr. 7
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 3 september 1996
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel XVI wordt «artikel 1a» vervangen door: artikel
1a, onder 1°,.
B
Onder vernummering van artikel XIX tot artikel XXII worden drie nieuwe
artikelen ingevoegd, die als volgt luiden:
ARTIKEL XIX
Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet wordt het rampenplan,
bedoeld in artikel 3 van de Rampenwet, aangepast aan artikel I, onder G, onderdeel
2, van deze wet.
ARTIKEL XX
Artikel 9, tweede lid, van de Archiefwet 1995 komt als volgt te luiden:
2. Onze Minister-President kan regels stellen op grond waarvan in geval
van buitengewone omstandigheden kan worden afgeweken van hetgeen in deze wet
is bepaald met betrekking tot de vernietiging van archiefbescheiden.
ARTIKEL XXI
A
Indien deze wet eerder in werking treedt dan de Invoeringswet Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden, komt artikel XXIV van die wet als volgt te luiden:
ARTIKEL XXIV
De artikelen 59 en 60 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen komen als
volgt te luiden:
Artikel 59
1. Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk
maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President,
artikel 60 in werking worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld
een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden omtrent
het voortduren van de werking van de bij het in het eerste lid bedoelde besluit
in werking gestelde bepaling.
3. Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt
bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepaling
die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, onverwijld buiten werking
gesteld.
4. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President,
wordt de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, buiten
werking gesteld zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5. Het in het eerste, derde en vierde lid bedoelde besluit wordt op de
daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de
bekendmaking.
6. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder
geval geplaatst in het Staatsblad.
Artikel 60
Onze Minister van Defensie is bevoegd, voor zover militaire belangen zulks
vorderen, van de krachtens deze wet uitgevaardigde regelen en voorschriften
af te wijken, dan wel deze voor zolang dat nodig is buiten werking te stellen
en zelf ter zake een tijdelijke regeling te geven.
B
Indien deze wet later in werking treedt dan de Invoeringswet Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden, wordt de Wet vervoer gevaarlijke stoffen als volgt
gewijzigd:
1. Artikel 59 vervalt.
2. De artikelen 60 en 61 worden vernummerd tot 59 en 60.
3. Artikel 61 komt als volgt te luiden:
Artikel 61
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat voor de verschillende hoofdstukken, paragrafen, artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
C
Indien deze wet eerder in werking treedt dan de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden,
wordt in artikel 10 van die wet «artikel 61» vervangen door: artikel
60.
D
Indien deze wet later in werking treedt dan de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden,
worden in de bij die wet behorende lijsten A en B de woorden «van de
Wet vervoer gevaarlijke stoffen: artikel 61» vervangen door: van de
Wet vervoer gevaarlijke stoffen: artikel 60.
Toelichting
In het voorgestelde artikel XVI worden de artikelen 2c, eerste lid, en
11b, tweede lid, van de Rampenwet – voor zover de overtreding van het
bij of krachtens deze artikelen bepaalde is aangeduid als strafbaar feit –
ingevoegd in de alfabetische rangschikking van artikel 1a van de Wet op de
economische delicten. Abusievelijk is achter artikel 1a «onder 1°»
weggelaten. Bij onderdeel A van deze nota van wijziging wordt deze omissie
hersteld.
In de wet van 16 september 1993 tot wijziging van de Rampenwet inzake
informatieverschaffing en afstemming van rampen- en rampbestrijdingsplannen
alsmede opneming van de planverplichtingen op het terrein van de rampenbestrijding
in de bijlage bij de nieuwe Gemeentewet en de nieuwe Provinciewet (Stb. 1993,
503) is in artikel IV, eerste lid, onder meer bepaald dat uiterlijk twee jaar
na de inwerkingtreding van die wet de raden van de gemeenten ervoor zorgen
dat hun rampenplan regels bevat met betrekking tot de informatieverschaffing
als bedoeld in het nieuwe onderdeel f van artikel 4, eerste lid, van de Rampenwet.
In het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld dat een rampenplan ook
een plan in hoofdlijnen dient te bevatten over de wijze waarop de gemeente
de schadelijke gevolgen van een ramp of een zwaar ongeval beperkt. Daarbij
is echter niet, zoals bij de wet van 16 september 1993, een overgangstermijn
opgenomen waarbinnen de gemeenteraden aan deze verplichting moeten voldoen.
Artikel XIX voorziet alsnog in een dergelijke termijn (zie onderdeel B van
deze nota van wijziging).
Van deze gelegenheid is tevens gebruik gemaakt om, eveneens in onderdeel
B van deze nota van wijziging, enige fouten van zuiver technische aard te
herstellen die na de totstandkoming van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
en de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden aan het licht
zijn getreden.
In artikel XLVIII van de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
is abusievelijk het – overigens niet bestaande – tweede lid van
artikel 10 van de Archiefwet 1995 gewijzigd in plaats van artikel 9, tweede
lid. Deze vergissing wordt in artikel XX hersteld.
De in artikel XXIV van genoemde invoeringswet opgenomen artikelen 60 en
61 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen zijn nadien vernummerd tot de artikelen
59 en 60. Artikel XXI, onderdelen A en B, is nodig om ervoor te zorgen dat
de noodwettelijke bepalingen op de juiste plaats komen te staan.
De onderdelen C en D van artikel XXI strekken ertoe dat de bij de Coördinatiewet
uitzonderingstoestanden behorende bijlagen A en B worden aangepast aan deze
vernummering, zodat daarin naar het juiste artikel van de Wet vervoer gevaarlijke
stoffen wordt verwezen.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. F. Dijkstal