Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201224446 nr. 47

24 446 Ruimtevaartbeleid

Nr. 47 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 juli 2012

Binnen de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie hebben enkele fracties de behoefte om enige vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over de brief van 26 juni 2012 inzake ruimtevaartbeleid (Kamerstuk 24 446, nr. 46).

De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 3 juli 2012.

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Van der Ham

Adjunct-griffier van de commissie, Schüssel

Inhoudsopgave

   

Blz.

     

I

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

2

 

Vragen van de leden van de VVD-fractie

2

 

Vragen van de leden van de PvdA-fractie

2

 

Vragen van de leden van de CDA-fractie

2

 

Vragen van de leden van de SP-fractie

3

 

Vragen van de leden van de D66-fractie

3

II

Antwoord / Reactie van de minister

4

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen van de leden van de VVD-fractie

De beschikbare middelen voor ruimtevaart op de Nederlandse begroting lopen terug van gemiddeld € 100 miljoen per jaar naar € 63 miljoen in 2015, zo lezen de leden van de VVD-fractie. Na aftrek van bijdragen aan verplichte programma’s is het beschikbare budget voor optionele programma’s van de European Space Agency (ESA) minder dan een derde ten opzichte van 2008. De leden van de VVD-fractie vinden dit een erg forse terugschroeving van de middelen. De ruimtevaartindustrie is een vitaal onderdeel van onze kenniseconomie. Graag willen de leden van de VVD-fractie van de minister weten waarom hij juist zo sterk kort op het budget voor ruimtevaart. Het gaat hier immers om een korting van bijna 40%. Is deze korting onderdeel van de taakstelling of om knelpunten of intensiveringen elders te dekken? Zijn er geen andere posten op zijn begroting waar hij een deel van dit bedrag kan vinden? Van elke euro die in ruimtevaart wordt gestopt verdienen we in Nederland € 2,20 terug aan extra opdrachten voor het bedrijfsleven. De kosteneffectiviteit van investeringen in ruimtevaart is dus goed. De waarde van ruimtevaart voor innovatie is ook de minister bekend. Zijn er volgens de minister geen terreinen waar de kosteneffectiviteit van investeringen lager is? Waarom kiest de minister er dan niet voor op die terreinen wat extra te korten?

Vragen van de leden van de PvdA-fractie

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Beleidsbrief Ruimtevaart. Daarin staat dat als gevolg van o.a. het Lenteakkoord de uitgaven aan ruimtevaart dalen van € 100 miljoen nu naar € 63 miljoen in 2015. In het Financieel Dagblad van 28 juni jl. staat dat dit gaat leiden tot een «enorme teruggang in omzet en werkgelegenheid» in de ruimtevaartsector. Kan het kabinet hier een reactie op geven? Wat zijn de gevolgen in termen van omzet, werkgelegenheid en de positie van Nederland en het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) binnen de ESA?

Vragen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie vragen de minister slechts één ding. Is de minister bereid om in aanloop van de in november aanstaande geplande ESA-ministersconferentie de mogelijkheden te onderzoeken om alsnog een alternatieve dekking binnen de begroting van EL&I, of wellicht daarbuiten, te vinden voor het voorkomen van de nu per 2015 geplande structurele verlaging van de ESA-contributie met € 33 miljoen per jaar? De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat de resultaten van deze inventarisatie van mogelijkheden om de korting van € 33 miljoen per jaar voor 1 oktober a.s. afgerond moeten zijn. Is de minister hiertoe bereid? Graag een reactie van de minister hierop.

Vragen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over het ruimtevaartbeleid. Graag stellen zij hier een aantal vragen over.

De leden van de SP-fractie zien de ruimtevaartsector in Nederland als een belangrijke speler op het gebied van innovatie. Zo staat ESTEC in de top 5 van onderzoeksinstellingen in Nederland. Research & Development (R&D) activiteiten zijn van onschatbare waarde voor de Nederlandse economie. De leden vragen dan ook wat de gevolgen van de voorgenomen bezuinigingen zijn op het streven van dit kabinet om in de top-5 van kenniseconomieën van de wereld te komen? Daarnaast zouden de leden graag inzichtelijk krijgen wat de directe gevolgen zijn voor ESTEC?

Zoals in de Beleidsbrief Ruimtevaart te lezen is, blijkt de Nederlandse ruimtevaartsector zich steeds beter te positioneren voor de commerciële markt en daarnaast producten te ontwikkelen met een toenemend «re-curring» karakter. De ruimtevaarttechnologie is vaak ondersteunend aan andere industriesectoren en maatschappelijke diensten. In de ruimtevaartsector zijn direct en indirect veel MKB-bedrijven werkzaam. Deze leden zouden graag van de minister vernemen wat de effecten van het terugbrengen van het budget van € 100 miljoen naar € 63 miljoen gaan zijn voor deze ondernemers? Ook zouden de leden graag vernemen wat de gevolgen zijn voor de werkgelegenheid.

De leden van de SP-fractie zijn positief dat het kabinet werkt aan een definitieve vestiging van een onderdeel van de Galileo-organisatie in Noordwijk. In hoeverre kunnen de leden er van uitgaan dat een dergelijk onderdeel zich daadwerkelijk gaat vestigen in Noordwijk?

Kan de minister ten slotte aangeven waarom het kabinet de keuze heeft gemaakt om op het ruimtevaartbeleid te bezuinigen terwijl bekend is dat de spin-off effecten van deze sector zeer groot zijn? Is het niet zo dat de investeringen in deze sector zich ruim terug verdienen voor de Nederlandse economie?

Vragen van de leden van de D66-fractie

De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van de Beleidsbrief Ruimtevaart en willen graag hun zorgen uitspreken. De leden erkennen het belang voor en de grote impact van het ruimtevaartprogramma op Nederland. Zij hebben dan ook moeite met de bezuiniging die door de minister wordt ingeboekt op het ruimtevaartbudget. Zij willen daarom graag enkele vragen stellen.

Allereerst willen de leden van de fractie van D66 een toelichting hebben op het persbericht dat met het versturen van de Beleidsbrief Ruimtevaart naar de Kamer is uitgezonden. In het persbericht werd namelijk een link gelegd tussen de ruimtevaartbezuiniging en het Begrotingsakkoord 2013 dat dit voorjaar is gesloten. Deze leden willen graag weten hoe de minister dit verband legt. Zij zien een verband met de taakstellingen uit het Regeerakkoord en de invulling zoals de minister van EL&I hieraan heeft gegeven. Klopt het dat de minister alle vrijheid had om voor de taakstellingen op zijn ministerie andere keuzes te maken dan een bezuiniging op ruimtevaart? Kan de minister drie alternatieven schetsen waarin nog altijd aan de taakstelling wordt voldaan, maar de bezuiniging niet neerslaat bij ruimtevaart? En afsluitend, ziet de minister mogelijkheden in de aanstaande begrotingsonderhande-lingen te zoeken naar oplossingen om de korting van € 33 miljoen op ruimtevaart per 2015, zoals geschetst in de brief, ongedaan te maken?

II Antwoord / Reactie van de minister

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen die zijn gesteld door de fracties van VVD, PvdA, CDA, SP en D66 over de brief inzake ruimtevaartbeleid. De vragen werden mij toegestuurd op 29 juni 2012 onder nummer 24446.

Vragen van de leden van de VVD-fractie

De beschikbare middelen voor ruimtevaart op de Nederlandse begroting lopen terug van gemiddeld € 100 miljoen per jaar naar € 63 miljoen in 2015, zo lezen de leden van de VVD-fractie. Na aftrek van bijdragen aan verplichte programma’s is het beschikbare budget voor optionele programma’s van de European Space Agency (ESA) minder dan een derde ten opzichte van 2008. De leden van de VVD-fractie vinden dit een erg forse terugschroeving van de middelen. De ruimtevaartindustrie is een vitaal onderdeel van onze kenniseconomie. Graag willen de leden van de VVD-fractie van de minister weten waarom hij juist zo sterk kort op het budget voor ruimtevaart. Het gaat hier immers om een korting van bijna 40%. Is deze korting onderdeel van de taakstelling of om knelpunten of intensiveringen elders te dekken? Zijn er geen andere posten op zijn begroting waar hij een deel van dit bedrag kan vinden? Van elke euro die in ruimtevaart wordt gestopt verdienen we in Nederland € 2,20 terug aan extra opdrachten voor het bedrijfsleven. De kosteneffectiviteit van investeringen in ruimtevaart is dus goed. De waarde van ruimtevaart voor innovatie is ook de minister bekend. Zijn er volgens de minister geen terreinen waar de kosteneffectiviteit van investeringen lager is? Waarom kiest de minister er dan niet voor op die terreinen wat extra te korten?

Antwoord aan de leden van de VVD fractie

Het Regeerakkoord van 2010 bevat een bezuinigingspakket van € 18 miljard. Een onderdeel daarvan is een stevige beperking van de uitgaven van de Rijksoverheid. In het kader daarvan bevat het Regeerakkoord een ombuiging op de themagerichte innovatiemiddelen van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van structureel € 300 miljoen in 2015 (zie p. 8 tabel B, bijlage bij regeerakkoord), waarbij de nadruk ligt op de innovatiesubsidies van o.a. Syntens, het luchtvaartbeleid, het ruimtevaartbeleid en de innovatieprogramma’s (zie p.8 toelichting tabel B).

Naast deze structurele ombuiging van € 300 miljoen zijn de FES-uitgaven ten behoeve van de kennisinfrastructuur op nul gezet. De taakstelling van € 300 miljoen is verdeeld over de innovatie-uitgaven van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en betekent ruwweg een halvering van de uitgaven voor innovatie op artikel 2 «Een sterk innovatievermogen» (thans artikel 12). De resterende innovatiemiddelen zijn ingezet in de Innovatie Prestatie Contracten, het Innovatiefonds MKB+ en de kennisinfrastructuur bij TNO en de Grote Technologische Instituten.

Deze financiële taakstelling impliceerde het nemen van zeer ingrijpende maatregelen zoals het volledig afschaffen van de uitgaven voor de innovatieprogramma's, het afschaffen van het specifieke luchtvaartbeleid en het opnemen van Syntens in de Ondernemerspleinen (en het dientengevolge op nul zetten van de uitgaven voor Syntens). Gelet op de omvang van de taakstelling en het feit dat deze taakstelling volgens het Regeerakkoord betrekking heeft op de uitgaven voor innovatie, was het onvermijdelijk op de uitgaven voor ruimtevaart een stevige ombuiging in te boeken. De korting op het ruimtevaartbudget vloeit voort uit de taakstelling van € 300 miljoen en is niet bedoeld om elders knelpunten op te lossen of intensiveringen te dekken. In het Begrotingsakkoord 2013 is niet teruggekomen op deze korting op het ruimtevaartbudget. Ik ben van mening dat Nederland in de komende jaren met de gebudgetteerde Nederlandse bijdragen aan de verplichte en optionele ESA-programma’s een verantwoorde inzet pleegt voor de komende begrotingsperiode van ESA en een volwaardige rol kan spelen tijdens de ESA-ministersconferentie in november 2012. Mocht uw Kamer evenwel in meerderheid alternatieve dekking, binnen of buiten de begroting van EL&I, voorstellen dan ben ik bereid deze in overweging te nemen.

De kosteneffectiviteit en het belang van de ruimtevaart voor innovatie zijn mij bekend.

Vragen van de leden van de PvdA-fractie

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Beleidsbrief Ruimtevaart. Daarin staat dat als gevolg van o.a. het Lenteakkoord de uitgaven aan ruimtevaart dalen van € 100 miljoen nu naar € 63 miljoen in 2015. In het Financieel Dagblad van 28 juni jl. staat dat dit gaat leiden tot een «enorme teruggang in omzet en werkgelegenheid» in de ruimtevaartsector. Kan het kabinet hier een reactie op geven? Wat zijn de gevolgen in termen van omzet, werkgelegenheid en de positie van Nederland en het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) binnen de ESA?

Antwoord aan de leden van de PvdA-fractie

De daling van de uitgaven aan ruimtevaart komt voort uit het Regeerakkoord van 2010. In het Begrotingsakkoord 2013 is er voor gekozen om de bezuinigingen op de uitgaven voor innovatie respectievelijk de uitgaven voor ruimtevaart te handhaven.

Zonder dat er door uw Kamer in meerderheid dekking wordt aangegeven heb ik geen mandaat om, en zie ik geen mogelijkheden voor, het begroten van extra middelen voor de ruimtevaart.

Met de contributie van Nederland, andere lidstaten en de EU aan ESA worden nieuwe ruimtevaartprogramma’s ontwikkeld. Als onderdeel van deze programma’s worden opdrachten verstrekt aan kennisinstellingen en bedrijven voor de ontwikkeling van satellieten en instrumenten. De geo-return regel van ESA stelt dat de organisaties in een lidstaat tot een maximum van 1,0 aan opdrachten kunnen verwerven; de Nederlandse ruimtevaartsector zit daar over het algemeen boven (1,09 in 2011). Een lagere bijdrage van Nederland aan de ESA begroting betekent dat er minder opdrachten verworven kunnen worden door de Nederlandse «upstream» (ontwikkelen en bouwen ruimtevaartinfrastructuur) sector. Als de sector dat niet kan compenseren via opdrachten uit de markt (hetzij ruimtevaart, hetzij in andere sectoren) kan dat tot een teruggang in omzetten leiden.

Naar verwachting zal de positie van Nederland in ESA-kader teruglopen, gerekend naar het percentage van het BNP en gerelateerd aan het aandeel van andere lidstaten in het ESA budget. De precieze positie kan pas berekend worden wanneer de hoogte van inschrijving van de andere ESA lidstaten bekend is. ESTEC voert programma’s uit op basis van de totale bijdragen van alle ESA-lidstaten. Als alle lidstaten minder bijdragen en het totale ESA budget lager wordt, zal dat impact hebben op ESTEC. Ook is het zo dat bij besluitvorming over het plaatsen van nieuwe activiteiten bij de ESA vestigingen onder meer gekeken wordt naar de bijdragen (via ESA of bilateraal) van de gastlanden. Een lagere bijdrage van Nederland kan als resultaat hebben dat nieuwe activiteiten niet naar ESTEC komen, maar naar één van de andere locaties gaan. Op den duur kan daardoor het totale activiteitenniveau op ESTEC teruglopen. Het kabinet probeert dit vanzelfsprekend te voorkomen, o.a. door activiteiten voortvloeiende uit het EU-ruimtevaartprogramma Galileo bij ESTEC gevestigd te krijgen op grond van synergie met bestaande ESTEC-activiteiten.

Alles afwegende acht ik de voorgenomen Nederlandse inzet voor de komende ESA-ministersconferentie verantwoord als volwaardige bijdrage aan de volgende ESA-begrotingsperiode.

Vragen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie vragen de minister slechts één ding. Is de minister bereid om in aanloop van de in november aanstaande geplande ESA-ministersconferentie de mogelijkheden te onderzoeken om alsnog een alternatieve dekking binnen de begroting van EL&I, of wellicht daarbuiten, te vinden voor het voorkomen van de nu per 2015 geplande structurele verlaging van de ESA-contributie met € 33 miljoen per jaar?

De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat de resultaten van deze inventarisatie van mogelijkheden om de korting van € 33 miljoen per jaar voor 1 oktober a.s. afgerond moeten zijn. Is de minister hiertoe bereid? Graag een reactie van de minister hierop.

Antwoord aan de leden van de CDA-fractie

Zoals ik in mijn antwoord aan de leden van de VVD-fractie heb aangegeven, noopte de taakstelling in het Regeerakkoord van € 300 miljoen op de innovatie-uitgaven van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie tot het nemen van scherpe maatregelen. Daarbij konden de uitgaven voor ruimtevaart niet worden ontzien. In het Begrotingsakkoord 2013 is niet terug-gekomen op deze korting op het ruimtevaartbudget. Ik sta achter de gemaakte keuzes. Mocht evenwel uw Kamer in meerderheid met voorstellen komen voor alternatieve dekking van extra budget voor ruimtevaart binnen of buiten de EL&I-begroting, dan ben ik bereid deze voorstellen in overweging te nemen.

Vragen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over het ruimtevaartbeleid. Graag stellen zij hier een aantal vragen over.

De leden van de SP-fractie zien de ruimtevaartsector in Nederland als een belangrijke speler op het gebied van innovatie. Zo staat ESTEC in de top 5 van onderzoeksinstellingen in Nederland. Research & Development (R&D) activiteiten zijn van onschatbare waarde voor de Nederlandse economie. De leden vragen dan ook wat de gevolgen van de voorgenomen bezuinigingen zijn op het streven van dit kabinet om in de top-5 van kenniseconomieën van de wereld te komen? Daarnaast zouden de leden graag inzichtelijk krijgen wat de directe gevolgen zijn voor ESTEC?

Zoals in de Beleidsbrief Ruimtevaart te lezen is, blijkt de Nederlandse ruimtevaartsector zich steeds beter te positioneren voor de commerciële markt en daarnaast producten te ontwikkelen met een toenemend «re-curring» karakter. De ruimtevaarttechnologie is vaak ondersteunend aan andere industriesectoren en maatschappelijke diensten. In de ruimtevaartsector zijn direct en indirect veel MKB-bedrijven werkzaam. Deze leden zouden graag van de minister vernemen wat de effecten van het terugbrengen van het budget van € 100 miljoen naar € 63 miljoen gaan zijn voor deze ondernemers? Ook zouden de leden graag vernemen wat de gevolgen zijn voor de werkgelegenheid.

De leden van de SP-fractie zijn positief dat het kabinet werkt aan een definitieve vestiging van een onderdeel van de Galileo-organisatie in Noordwijk. In hoeverre kunnen de leden er van uitgaan dat een dergelijk onderdeel zich daadwerkelijk gaat vestigen in Noordwijk?

Kan de minister ten slotte aangeven waarom het kabinet de keuze heeft gemaakt om op het ruimtevaartbeleid te bezuinigen terwijl bekend is dat de spin-off effecten van deze sector zeer groot zijn? Is het niet zo dat de investeringen in deze sector zich ruim terug verdienen voor de Nederlandse economie?

Antwoord aan de leden van de SP-fractie

Wat betreft de vraag van de leden van de SP-fractie naar de directe gevolgen voor ESTEC en het streven van dit kabinet om in de top-5 van kenniseconomieën van de wereld te komen, het volgende. Zoals in het antwoord op de vraag van de leden van de PvdA-fractie aangegeven, voert ESTEC programma’s uit op basis van de totale bijdragen van alle lidstaten. Als alle lidstaten minder bijdragen en het totale ESA budget lager wordt, zal dat impact hebben op ESTEC. Op dit moment heb ik daar nog geen zicht op. De bezuiniging van Nederland op het ruimtevaartbudget heeft dan ook geen direct effect op ESTEC en de top-5 positie van Nederland.

Wat betreft de vraag van de leden van de SP-fractie naar de gevolgen van de bezuinigingen voor de ondernemers en de werkgelegenheid, het volgende. Het is juist dat de ruimtevaartsector zich steeds beter positioneert ten opzichte van de commerciële markt en dat de ruimtevaartsector ondersteunend is voor de industrie en diverse maatschappelijke doelstellingen op een breed terrein (denk aan metingen luchtvervuiling, precisielandbouw, medisch onderzoek, etc). De bezuiniging leidt er op zichzelf toe dat er minder opdrachten naar het «upstream» deel (ontwikkelen en bouwen ruimtevaartinfrastructuur) van het Nederlandse bedrijfsleven zullen gaan. Met het bedrijvenbeleid in algemene zin probeer ik de ruimtevaartsector juist te ondersteunen met o.a. de WBSO, de RDA en de TKI-toeslag. De topsector High Tech Systemen en Materialen heeft een roadmap space en de versterking van deze topsector komt ook de positie van de ruimtevaart ten goede. Voorts is het van belang bij de inzet van de middelen voor de optionele programma's in ESA-verband te kiezen voor een inzet die aansluit bij de sterktes van het Nederlandse bedrijfsleven. Ik heb het NSO gevraagd hierover uiterlijk eind september een advies uit te brengen. Dit advies zal ik gebruiken bij mijn voorstellen voor de inzet van beschikbare middelen van Nederland. Zoals aangegeven in de beleidsbrief, zal ik uw Kamer in oktober 2012 informeren over de keuzes die ik voornemens ben te maken bij de inschrijving op de ESA-programma’s en het daaraan gerelateerde nationale beleid.

Voor wat betreft de vestiging van een onderdeel van de Galileo-organisatie in Noordwijk kan ik u meedelen dat daarover een politieke toezegging is van Eurocommissaris Tajani aan minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus. De overeenkomst over de precieze invulling wordt uitgewerkt door de Europese Commissie samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Wat betreft de vraag van de leden van de SP-fractie naar de reden voor het kabinet om te bezuinigen op ruimtevaart, verwijs ik naar mijn antwoord op dezelfde vraag van de leden van de VVD-fractie.

Vragen van de leden van de D66-fractie

De leden van de fractie van D66 hebben kennisgenomen van de Beleidsbrief Ruimtevaart en willen graag hun zorgen uitspreken. De leden erkennen het belang voor en de grote impact van het ruimtevaartprogramma op Nederland. Zij hebben dan ook moeite met de bezuiniging die door de minister wordt ingeboekt op het ruimtevaartbudget. Zij willen daarom graag enkele vragen stellen.

Allereerst willen de leden van de fractie van D66 een toelichting hebben op het persbericht dat met het versturen van de Beleidsbrief Ruimtevaart naar de Kamer is uitgezonden. In het persbericht werd namelijk een link gelegd tussen de ruimtevaartbezuiniging en het Begrotingsakkoord 2013 dat dit voorjaar is gesloten. Deze leden willen graag weten hoe de minister dit verband legt. Zij zien een verband met de taakstellingen uit het Regeerakkoord en de invulling zoals de minister van EL&I hieraan heeft gegeven. Klopt het dat de minister alle vrijheid had om voor de taakstellingen op zijn ministerie andere keuzes te maken dan een bezuiniging op ruimtevaart? Kan de minister drie alternatieven schetsen waarin nog altijd aan de taakstelling wordt voldaan, maar de bezuiniging niet neerslaat bij ruimtevaart? En afsluitend, ziet de minister mogelijkheden in de aanstaande begrotingsonderhandelingen te zoeken naar oplossingen om de korting van € 33 miljoen op ruimtevaart per 2015, zoals geschetst in de brief, ongedaan te maken?

Antwoord aan de leden van de D66-fractie

Zoals in het antwoord op de vragen van de leden van de VVD-fractie is aangegeven, vloeit de bezuiniging op de uitgaven voor ruimtevaart geheel voort uit het Regeerakkoord. Gelet op de omvang van de taakstelling van € 300 miljoen en het feit dat de taakstelling volgens het Regeerakkoord betrekking heeft op de innovatie-uitgaven van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, was een stevige ombuiging op de ruimtevaart onvermijdelijk. In het persbericht van vorige week naar aanleiding van de Beleidsbrief ruimtevaart heb ik alleen willen aangeven dat in het kader van het Begrotingsakkoord 2013 is besloten de voorgenomen bezuiniging op ruimtevaart te handhaven. Tot heden heeft uw Kamer niet gevraagd om de inzet van extra middelen voor ruimtevaart. Mocht u in meerderheid met een voorstel komen voor extra middelen met dekking binnen of buiten de EL&I-bedrgroting, dan ben ik bereid die in overweging te nemen.