24 446 Ruimtevaartbeleid

Nr. 102 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE, VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2026

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) is in februari 2024 door de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie gevraagd om advies uit te brengen over hoe de Nederlandse regering zou moeten inspelen op de internationale veiligheidsontwikkelingen in het ruimtedomein. Aanleiding was het toenemende belang van het gebruik van de ruimte tegen de achtergrond van een wereldwijd verslechterde veiligheidssituatie. Op 23 juni 2025 heeft de AIV het advies «Regie op veiligheid in de ruimte» gepubliceerd. Hierbij ontvangt u namens het kabinet reactie op het AIV-advies.

Introductie

Het kabinet dankt de AIV voor het adviesrapport. Dit advies is gepubliceerd in een tijd waarin dreigingen in en vanuit de ruimte toenemen. Tegelijkertijd vormen satellieten en ruimtevaarttechnologie een onzichtbare, maar essentiële infrastructuur, die van groot belang is voor de samenleving, de nationale veiligheid en de open strategische autonomie van Nederland en Europa.

Ruimtevaart is een infrastructuur die zelden zichtbaar is, maar waarvan de samenleving dagelijks afhankelijk is. Satellieten maken het mogelijk dat burgers, bedrijven en overheden beschikken over navigatie, communicatie, weersvoorspellingen en nauwkeurige tijd- en plaatsbepaling. Ook vitale processen, zoals energie- en drinkwatervoorziening, financiële transacties, defensie en logistiek, zijn in hoge mate afhankelijk van ruimte-infrastructuur. Juist deze afhankelijkheid vergroot de kwetsbaarheid. Door ruimteweer, sabotage, manipulatie of verstoring kan deze infrastructuur uitvallen. De gevolgen beperken zich dan niet tot één sector, maar verspreiden zich snel door de gehele samenleving.

Satellieten zijn daarnaast van cruciaal belang voor de krijgsmacht. Of het nu gaat om operaties op zee, op land, in de lucht of in het cyberdomein, in alle gevallen is de krijgsmacht afhankelijk van informatie en communicatie vanuit de ruimte. Dit komt duidelijk naar voren in de inmiddels vier jaar durende grootschalige Russische invasie van Oekraïne. Satellieten worden ingezet om drones en raketten naar hun doel te geleiden, communicatie te onderscheppen, troepenbewegingen waar te nemen en inlichtingen te vergaren. De krijgsmacht die het snelst beschikt over betrouwbare informatie heeft een beslissend voordeel.

Het is dan ook zaak om de weerbaarheid van de ruimteketen te vergroten. Hiervoor is de uitbouw en bescherming van ruimte-infrastructuur benodigd. Wie niet meedoet, raakt achterop en onbeschermd. Verschillende inspanningen zijn reeds gedaan of worden voorgenomen om strategievorming en governance te versterken. Zo werd op 21 februari 2025 de kabinetsreactie op de Lange Termijn Ruimtevaartagenda1 naar uw Kamer gezonden. Vanwege de inmiddels cruciale rol van het gebruik van de ruimte voor de samenleving en de inzet van onze strijdkrachten werd op 1 juli 2025 het Commando Luchtstrijdkrachten hernoemd tot het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten. Vorig jaar werd tevens de eerste zelfstandige Nederlandse militaire satelliet operationeel. De Europese Commissie publiceerde in juni 2025 de mededeling «A Vision for the European Space Economy» en het voorstel voor een verordening, de «EU Space Act».2 Tot slot bracht de NAVO tijdens de Top in Den Haag de NAVO Commerciële Ruimtestrategie uit.

De AIV adviseert op drie terreinen actie te ondernemen. Ten eerste pleit de AIV voor investeringen in Europese ruimtecapaciteiten, waardoor Europese open strategische autonomie op dit terrein wordt vergroot. Ten tweede roept de AIV op tot de doorontwikkeling van internationaal recht gekoppeld aan diplomatieke initiatieven om waar mogelijk een militaire wapenwedloop in de ruimte te beperken. Tot slot adviseert de AIV een verbetering van governance te bewerkstelligen, zodat beleidsinitiatieven nationaal en internationaal beter op elkaar worden afgestemd. Aan de drie terreinen waarop AIV actie adviseert, geeft de AIV nadere invulling middels negen specifieke aanbevelingen. Hieronder wordt per aanbeveling een reactie gegeven. De in deze kabinetsreactie genoemde investeringen die het kabinet voornemens is te doen, zullen plaatsvinden binnen de bestaande budgettaire kaders.

Aanbeveling 1: Verbeter de weerbaarheid en bescherming van de gehele ruimteketen.

Het gebruik van de ruimte is van essentieel belang voor onze samenleving en nationale veiligheid. Tegelijkertijd constateert het kabinet, net zoals de AIV, dat de ruimteketen steeds meer onder druk komt te staan door toenemende dreigingen en risico’s. Zoals 22 april 2024 aan uw Kamer gerapporteerd,3 onderzocht de MIVD ruimtecapaciteiten van landen van zorg en een breed scala aan dreigingen jegens satellietcapaciteiten. Deze dreigingen variëren van onder meer satellietsignaal-verstorende activiteiten tot de ook in open bronnen gerapporteerde ontwikkeling van een nucleair antisatellietwapen door de Russische Federatie.

Om de weerbaarheid van de ruimte-keten te vergroten, is goed zicht op wat zich in de ruimte afspeelt onmisbaar. Nederland investeert daarom in systemen voor ruimtemonitoring, waaronder de twee telescoopsystemen die het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten momenteel bouwt. Met dergelijke Space Situational Awareness capaciteiten kunnen de koers van asteroïden, satellieten en ruimtepuin worden gevolgd, botsingsrisico’s worden ingeschat en verstoringen of dreigingen eerder worden herkend. Deze capaciteiten kunnen ook ingezet worden voor Space Domain Awareness, waarbij dreigingen in en vanuit de ruimte worden geïdentificeerd, geanalyseerd, geattribueerd en mogelijk geneutraliseerd. Deze capaciteiten worden verder ontwikkeld voor de krijgsmacht en de MIVD in samenwerking met NAVO-bondgenoten. Daarnaast zal civiele samenwerking op het gebied van Space Situational Awareness worden versterkt.

De ruimte wordt bovendien drukker. Het aantal objecten in een baan om de aarde neemt toe, inclusief ruimtepuin. Hierdoor is de kans op incidenten, zoals botsingen van satellieten of ongecontroleerde terugkeer van objecten naar de aarde, toegenomen. Bij zulke incidenten zijn verschillende partijen betrokken bij de beheersing of bestrijding daarvan. Om slagvaardig op te kunnen treden wordt inmiddels een interdepartementaal responsmechanisme verder ontwikkeld en beoefend. Hierdoor is in geval van een incident duidelijk welke overheidsorganisatie waarvoor verantwoordelijk is en welke acties, informatiedeling en ondersteuning van elkaar verwacht mogen worden.

Nederland treft diverse maatregelen om verstoringen en manipulatie van satellietnavigatiesystemen voor plaats-, navigatie- en tijdsbepaling aan te pakken, aangezien deze, mede door cascade effecten, in potentie zeer verstorend voor het merendeel van onze vitale processen zijn. Het kabinet werkt met gebruikers in vitale sectoren om bewustwording te vergroten, afhankelijkheden in kaart te brengen en risico's te mitigeren. Daarnaast verkent het kabinet het gebruik van robuuste grondgebonden oplossingen als alternatief op satellietnavigatiesystemen voor plaats-, navigatie- en tijdsbepaling. Specifiek voor overheidsdiensten wordt ingezet op het beschikbaar maken van het beveiligde en versleutelde Galileo-signaal, de Public Regulated Service. Tot slot draagt Nederland zorg voor de beveiliging en facilitering van het grondsegment van Galileo op Nederlands grondgebied, waaronder het Galileo Reference Centre in Noordwijk en het Galileo Sensor Station op Bonaire.

Aanbeveling 2: Pak met urgentie de verdere ontwikkeling van internationale regulering van veiligheidsuitdagingen in het ruimtedomein op.

De ruimte wordt steeds drukker en raakt meer betwist. Het risico op escalatie neemt toe en de gevolgen van een ongecontroleerd conflict in de ruimte zijn desastreus voor onze veiligheid, economie en maatschappij. Nederland zet zich in voor het voorkomen van een wapenwedloop in de ruimte door deelname aan de hierop gerichte VN-werkgroep Open-Ended Working Group on the Prevention of an Arms Race in Outer Space in all its aspects. Het kabinet erkent het belang van het bevorderen van het internationaal juridisch kader voor de ruimte. Internationale afspraken over verantwoord gedrag in de ruimte moeten bijdragen aan strategische stabiliteit door voorspelbaarheid te creëren en risico’s te verminderen. Daarnaast heeft Nederland er belang bij dat er geen afspraken worden vastgelegd die onze eigen defensie en innovatie beperken. Het kabinet benadrukt daarom in dit verband dat het internationaal recht, inclusief de verplichting tot vreedzaam gebruik van de ruimte, het gebruik van de ruimte als operationeel domein ter versterking van defensiecapaciteiten niet uitsluit. Toekomstige afspraken mogen volgens het kabinet deze interpretatie niet ondermijnen. Een slecht gedefinieerd en niet verifieerbaar verbod op wapens in de ruimte, zoals voorgesteld in het ontwerpverdrag on the Prevention of the Placement of Weapons in Space, the Threat or Use of Force Against Space Objects van Rusland en China, staat haaks op de Nederlandse belangen en die van bondgenoten.

Binnen het United Nations Committee on the Peaceful Uses of Outer Space werkt Nederland aan de ontwikkeling van een juridisch kader voor vreedzaam en duurzaam gebruik van de ruimte. Hierbij ligt de nadruk op de ratificatie van de vijf VN-ruimteverdragen4 door zoveel mogelijk staten. Het gaat daarbij om het reguleren van het verkeer in de ruimte en het terugdringen van bestaand ruimtepuin alsmede het voorkomen van nieuw ruimtepuin. Daarnaast hecht Nederland belang aan transparantie, registratie van activiteiten in het ruimtedomein en het delen van data over botsingsrisico's.

In de afgelopen jaren is toenemende verwevenheid ontstaan tussen discussies binnen het comité en andere VN-gremia. Nederland pleit voor samenhang binnen het multilaterale werk op space safety, security en sustainability,5 maar waakt ervoor dat dit niet leidt tot verregaande politisering van onderwerpen die juist baat hebben bij een primair juridisch-technische benadering.

De aanbeveling van de AIV om te verkennen hoe het comité op termijn kan beschikken over een internationaal toezichtmechanisme, naar voorbeeld van civiele luchtvaart (ICAO-model), behoeft verdere studie. Zo bestaan er belangrijke internationale, juridische en technische verschillen tussen het lucht- en ruimtedomein. Daarnaast vormen het comité, de International Telecommunication Union, maar ook andere VN-gremia al een belangrijk platform voor de bespreking van internationale samenwerking, met inbegrip van toezicht.

Voor het kabinet spreekt het voor zich dat soft law instruments geen afbreuk mogen doen aan bestaande verplichtingen. Op dit moment ziet het kabinet geen aanleiding tot zorg. Bestaande soft law instruments, met inbegrip van de Artemis Akkoorden6, bieden de mogelijkheid tot verduidelijking van het internationaal recht en het versterken van de veiligheid in de ruimte door samenwerking te stimuleren.

Aanbeveling 3: Verminder de Nederlandse en Europese afhankelijkheid van non-Europese cruciale ruimtevaartdiensten en formuleer stevige ambities voor de Europese ruimtetechnologie van de toekomst.

Het kabinet hecht belang aan het verminderen van afhankelijkheden en het bewerkstelligen van Europese open strategische autonomie, met tegelijkertijd blijvende aandacht voor het belang van de trans-Atlantische samenwerking. Dit is in lijn met de breed gedragen ambitie binnen de EU om de eigen technologische en industriële basis te versterken.

Daarom zet het kabinet in op een sterke Nederlandse ruimte-industrie. In de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029 is ruimtetechnologie als één van de prioritaire focusgebieden voor Defensie geïdentificeerd. In EU-verband zet Nederland in op een industrieel strategische aanpak, waarin veiligheidskritische technologie bij voorkeur binnen de EU wordt ontwikkeld en geproduceerd. Indien dergelijke technologie niet Europees beschikbaar is, zou een uitzonderingstoepassing moeten gelden. Inkoop van niet-Europese alternatieven dient dan gezamenlijk in EU-verband en/of in consistentie met programma’s van de European Space Agency, het EU-ruimtevaartprogramma en NAVO-interoperabiliteitsvereisten te geschieden. Deze inzet versterkt de Europese open strategische autonomie en borgt kansen voor de Nederlandse ruimtevaartsector, terwijl tegelijkertijd leveringszekerheid gewaarborgd blijft.

Daarnaast investeert Nederland in eigenstandige militaire capaciteiten om daarmee minder afhankelijk te zijn van informatie van derden. Met eigenstandige aardobservatie en monitoring van de ruimte kan Defensie onafhankelijk over informatie beschikken en zicht houden op wat er zich op aarde en in de ruimte afspeelt. Een eigenstandige inlichtingenpositie is noodzakelijk om informatiedominantie te garanderen voor een moderne, in alle domeinen opererende krijgsmacht.

Het kabinet onderschrijft het belang van de European Space Agency als intergouvernementele organisatie voor Europese samenwerking in het ruimtedomein en de technische motor achter de ontwikkeling van gezamenlijke civiele ruimtetechnologie, die tevens voor militaire doeleinden relevant kan zijn. Het kabinet richt zich, via het Ministerie van Economische Zaken, in dit kader op investeringen in civiele ruimtetechnologie zoals satellietcommunicatie, optische navigatie, aardobservatie en het ontwikkelen van lanceermogelijkheden voor Europese toegang tot de ruimte. Defensie werkt ook aan toegang tot de ruimte door middel van samenwerkingen met strategische partners. In dit licht worden samenwerkingen met commerciële partijen niet uitgesloten. De European Space Agency kan benut worden voor het versterken van de Nederlandse industriële participatie, zoals ook genoemd in de Kabinetsreactie op de Lange Termijn Ruimtevaartagenda, en voor een betere aansluiting op Europese instrumenten. Hiermee wordt zowel Europese open strategische autonomie als het concurrentievermogen van de Nederlandse ruimtesector versterkt.

Verder erkent het kabinet dat de commerciële ruimte-industrie in staat is om snel militair operationele ruimtecapaciteiten te ontwikkelen. Op dit moment onderzoekt het Ministerie van Defensie de mogelijkheden om eventueel via de European Space Agency in technologische innovaties te investeren. Dit sluit aan bij het rapport-Wennink, waarin wordt benadrukt dat strategische relevantie en weerbaarheid van Nederland en Europa vragen om gerichte investeringen in sleuteltechnologieën binnen het veiligheids- en weerbaarheidsdomein, waarin de European Space Agency een sleutelrol kan spelen bij het versnellen van veiligheidsrelevante innovaties.7

Aanbeveling 4: Verbeter de samenwerking tussen de EU en de NAVO op het gebied van ruimtevaart en verbeter de EU-governance van het ruimtedomein.

Het kabinet erkent de noodzaak van betere politiek-strategische en militair-operationele coördinatie tussen de EU en de NAVO op het gebied van ruimteveiligheid. Nederland pleit binnen onderhandelingen over EU-instrumenten, zoals bij het European Competitiveness Fund, voor een structurele dialoog tussen de EU en de NAVO om complementariteit en capaciteiten te versterken. Daarnaast pleit Nederland voor EU-betrokkenheid bij NAVO-oefeningen en vice versa, om het gezamenlijke beeld van de dreigingscontext in het ruimtedomein en de benodigde capaciteiten te versterken. Dit verbetert procedures, communicatie en voorbereiding voor een geïntegreerde respons op crises waarbij beide organisaties betrokken zullen zijn.

Het kabinet deelt de AIV-analyse dat Europese open strategische autonomie in het ruimtedomein staat of valt met een sterke civiel-militaire industriële basis. De Nederlandse inzet is gericht op nauwe afstemming tussen NAVO-ambities, EU-initiatieven en programma’s van de European Space Agency, die als doel hebben om industriële en technologische samenwerkingen te versterken. In lijn met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029, de Nationale Technologiestrategie en de Lange Termijn Ruimtevaartagenda zet het kabinet prioritair in op het versterken van waardeketens waarin Nederland aantoonbaar excelleert, zoals optica, fotonica, (opto)mechatronica, lasersatellietcommunicatie, kwantum en data-interoperabiliteit. Door gerichte samenwerking met Europese partners en gezamenlijke inkoop- en ontwikkeltrajecten kan Nederland bijdragen aan robuuste en interoperabele Europese ruimtecapaciteiten, terwijl tegelijkertijd het concurrentievermogen van de Nederlandse industrie wordt vergroot.

Aanbeveling 5: Verruim de mogelijkheden om bestaande Europese ruimtecapaciteiten beschikbaar en geschikt te maken voor militair gebruik en door gecoördineerd en gezamenlijk nieuwe militaire ruimtesystemen te ontwikkelen; langs de lijnen zoals vastgelegd in het NAVO ruimtevaartbeleid.

Nederland zal zich binnen de EU en NAVO sterk maken voor een afwegingskader voor het ontwikkelen van nieuwe ruimtesystemen, gebaseerd op de grondhouding: waar mogelijk commercieel/publiek en waar noodzakelijk militair. Hiermee wordt doelmatigheid van investeringen gewaarborgd.

Voor Defensie is het van cruciaal belang dat ruimtecapaciteiten te allen tijde beschikbaar zijn, omdat zij deel uitmaken van de keten voor de inzet van wapensystemen. Daarom zullen er naast capaciteiten die zowel civiel als militair kunnen worden gebruikt ook altijd eigenstandige militaire capaciteiten benodigd zijn. Op korte termijn kan het European Defence Agency een faciliterende rol vervullen door de capaciteiten van diverse landen bij elkaar te brengen, inclusief waar dit voor de doelstellingen van de NAVO relevante capaciteiten betreft.

Het Witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030 van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid stelt enkele EU Priority Capability Areas vast om gaten in veiligheidskritische defensiecapaciteiten te dichten. Een van deze initiatieven ziet toe op ruimtecapaciteiten, waarop Nederland heeft aangegeven bij te willen dragen. Verder maakte de NAVO in de zomer van 2025 de NAVO Commerciële Ruimtestrategie openbaar. Deze strategie heeft als doel de samenwerking met commerciële partners uit de ruimtesector te versterken en de toegankelijkheid tot het snel groeiende aanbod van commerciële ruimtediensten te verbeteren. Complementariteit tussen deze EU- en NAVO-initiatieven is onverminderd van belang. Daarnaast is het mogelijk dat Europees ontwikkelde ruimtecapaciteiten beschikbaar worden gesteld voor NAVO-bondgenoten, die geen EU-lidstaat zijn.

Beveiligde en robuuste satellietcommunicatie is cruciaal voor het wereldwijde multi-domein optreden van onze krijgsmacht. Daarom is in de Defensienota 2022 budget voorzien voor het verder ontwikkelen van satellietcommunicatiecapaciteit. In de Defensienota 2024 zijn eveneens middelen beschikbaar gesteld voor versterkingen van bredere ruimtecapaciteiten. Voor robuuste satellietcommunicatie zet Defensie in op een mix of means om de gewenste effecten te bereiken. Dit varieert van de inzet van commerciële satellietcapaciteit voor laag beveiligde toepassingen en samenwerking met Europese partners voor (extra) beveiligde communicatie tot aan internationale partnerschappen voor satellietcommunicatie op strategisch niveau. Ook het ontwikkelen van een eigen satellietconstellatie past binnen deze ambitie. Defensie onderzoekt daarnaast de mate van relevantie voor militaire toepassingen van het EU-project Infrastructure for Resilience, Interconnecitvity and Security by Satellite. Dit project is gericht op beveiligde satellietcommunicatie.

Defensie ontwikkelt tevens eigen Space Surveillance and Tracking sensoren, ten behoeve van Space Domain Awareness, die vanaf 2026 operationeel zullen worden. Daarnaast neemt Nederland samen met Duitsland, Frankrijk en Italië deel aan het EU Permanent Structured Cooperation-programma European Military Space Surveillance Awareness Network om het delen van met ruimtecapaciteiten verkregen data in EU-verband beter in te richten.

Defensie is momenteel voor vroegtijdige waarneming van raketlanceringen afhankelijk van het Amerikaanse Shared Early Warning, dat beschikbaar is voor alle NAVO-bondgenoten. In EU-verband ontwikkelt Defensie via het European Defence Fund een architectuur voor een Europees Space-Based Missile Early Warning System. Door satellieten in de ruimte te laten brengen, die interoperabel zijn met radarsystemen op de grond, kan Defensie tevens bijdragen aan een Integrated Air and Missile Defence-capaciteit.

Het kabinet onderschrijft dat de European Space Agency, als technische organisatie met sterke industriële inbedding, een waardevolle rol kan spelen bij de ontwikkeling van zowel civiel als militair in te zetten ruimtecapaciteiten, zoals satellietcommunicatie, Shared Early Warning en Space Surveillance and Tracking. Het civiele mandaat van de European Space Agency, vastgelegd in Artikel 2 van de conventie van het agentschap, biedt ook ruimte voor de ontwikkeling van technologie die militair toegepast kan worden, binnen de bestaande internationale kaders die daarop van toepassing zijn. Dit heeft het agentschap middels een juridische analyse van haar conventie herbevestigd.

Het kabinet zal binnen de European Space Agency bepleiten dat civiele ontwikkelprogramma’s waar relevant kunnen bijdragen aan militaire toepassingen, met inachtneming van de verplichtingen van Nederland onder internationaal recht. Dit bevordert efficiënt gebruik van middelen en versterkt zowel de Europese strategische autonomie als het technologische en economische belang van de Nederlandse sector.

Het kabinet onderschrijft het belang van samenhang tussen nationale en Europese ruimtecapaciteiten. Bij de ontwikkeling van nationale systemen zal Nederland waar mogelijk tevens sturen op technische interoperabiliteit, informatie-uitwisseling en veilige koppelingen met NAVO-systemen.

Het kabinet deelt de doelstelling van het voorstel voor een EU Space Act om de weerbaarheid van Europese ruimtesystemen te versterken, maar benadrukt dat de onderhandelingen hierover nog gaande zijn en dat de huidige uitwerking vragen oproept. Nederland zet met gelijkgestemde lidstaten in op aanpassing van het voorstel, zodat maatregelen risico-gebaseerd, proportioneel en uitvoerbaar blijven voor zowel de overheid als het bedrijfsleven. Daarnaast is het belangrijk dat nationale bevoegdheden, zoals de Nederlandse vergunningverlening en het toezicht onder de Wet ruimtevaartactiviteiten, volledig worden gerespecteerd en dat de verordening geen onnodige overlap creëert met bestaande EU-kaders voor cyber- en fysieke weerbaarheid, zoals de Network and Information Security richtlijn en Critical Entities Resilience richtlijn. Tot slot staat het kabinet op het principiële standpunt dat de EU Space Act niet van toepassing mag zijn op volledig en gedeeltelijk militaire ruimtecapaciteiten ten behoeve van het beschermen van de nationale veiligheid en dat Defensie uitgesloten dient te zijn van een vergunningplicht voor uitvoering van activiteiten in de ruimte.

In tegenstelling tot ons omringende landen beschikt Nederland niet over een Space Command als een apart Defensieonderdeel. Met vaststelling van de ruimte als vijfde operationele domein en de oprichting van het Defence Space Security Center heeft Defensie reeds belangrijke resultaten geboekt. Een doorontwikkeling naar een Space Command is nodig om nationale operationele capaciteiten binnen de door de NAVO vastgestelde functiegebieden door te ontwikkelen, in te zetten en in stand te houden. Het is de intentie van Defensie om een Space Command in te richten, maar de snelheid waarmee dit kan worden gerealiseerd, is afhankelijk van de beschikbaarheid van budget binnen de Defensiebegroting en momenteel lopende besluitvorming op dit vlak.

Aanbeveling 6: Verzeker de NAVO van toegang tot ruimtecapaciteiten voor militair gebruik.

NAVO-bondgenoten, waaronder Nederland, leveren eigenstandige militaire capaciteiten aan de NAVO, waarmee zij gezamenlijk bijdragen aan de behartiging en versterking van de veiligheidsbelangen van het bondgenootschap. De NAVO coördineert de inzet van deze capaciteiten en bespoedigt vroegtijdige onderlinge afstemming over nationaal te ontwikkelen capaciteiten, zodat de NAVO-bondgenoten gezamenlijk over een volwaardige en interoperabele ruimte-architectuur beschikken. Naast ruimtecapaciteiten levert Nederland een bijdrage aan de NAVO met de plaatsing van twee militairen bij NATO Space Operations Center en op strategische functies binnen de NAVO, zoals in NATO's Space Centre of Excellence, NATO's Supreme Headquarters Allied Powers Europe en NATO's Joint Air Power & Space Staff Element.

In Europees verband wordt via het European Defence Fund, het European Defence Agency en de EU Permanent Structured Cooperation in diverse samenwerkingsprojecten ingezet op de ontwikkeling van militaire ruimtecapaciteiten om daarmee te voldoen aan de NAVO-doelstellingen.

Het staat partijen uit alle NAVO-landen al vrij om gebruik te maken van de civiele en publiek toegankelijke Galileo-diensten. De krijgsmachten van individuele EU-lidstaten kunnen gebruikmaken van het beveiligde Galileo-signaal, maar dat is niet hetzelfde als NAVO-brede inzet. Het verstrekken van toegang tot het beveiligde Galileo-signaal is een besluit dat alleen op EU-niveau genomen kan worden. De EU voert reeds met sommige landen onderhandelingen hierover.

Met betrekking tot het verbeteren van de functionele relatie tussen de European Space Agency en NAVO kiest het kabinet voor een technisch-inhoudelijke samenwerking met lidstaten van de European Space Agency, die behoefte hebben aan interoperabele systemen met de NAVO, zonder institutionele overlap of aantasting van nationale soevereiniteit. Binnen deze kaders kan het agentschap fungeren als civieltechnische systeemarchitect, onder meer op het gebied van satellietcommunicatie, sensoriek en weerbaarheid van ruimte-infrastructuur.

Aanbeveling 7: Versterk de Nederlandse ruimtevaartindustrie zodat Nederland waar mogelijk mede richting kan geven aan de toekomst van de Europese ruimtevaart.

Op civiel terrein vinden de belangrijkste Nederlandse investeringen in het ruimtedomein plaats via de European Space Agency. Het kabinet heeft bij de Ministeriële Conferentie van de European Space Agency in november 2025 aangekondigd in de periode 2026–2028 in totaal 450 miljoen euro in programma’s van het agentschap te investeren. Daarvan is 85 miljoen euro een aanvullende bijdrage vanuit het Ministerie van Economische Zaken. Vanuit het Ministerie van Defensie is dekking van een aanvullende bijdrage van 24 miljoen euro, onder voorwaarden dat de investeringen meetellen met de NAVO-norm, passen binnen artikel 2 van de ESA-conventie en dat Defensie sturing geeft aan de inzet van de middelen aan ESA-projecten die voor Defensie meerwaarde opleveren. Deze aanvullende middelen zijn incidenteel toegevoegd en zullen bij een eventuele volgende inschrijving niet vanzelfsprekend opnieuw beschikbaar zijn. Elke euro die Nederland investeert in deze programma’s draagt bij aan opdrachten voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen en versterkt daarmee de Nederlandse ruimtesector. Met huidige bijdrage van 450 miljoen wordt de in de Lange Termijn Ruimtevaartagenda geschetste uitbreiding van ESA-budget echter nog niet bereikt. Om dit ambitieniveau te realiseren en de positie van Nederland binnen de European Space Agency duurzaam te versterken, zullen op termijn aanvullende structurele middelen nodig zijn. Zoals gebruikelijk vindt eventuele besluitvorming hierover plaats tijdens de integrale weging in het voorjaar.

Het kabinet onderkent dat aanvullende rechtstreekse investeringen kunnen bijdragen aan het behoud van een sterke en innovatieve Nederlandse ruimtesector. In dit verband wordt in het rapport-Wennink geconstateerd dat Nederlandse bedrijven een sterke uitgangspositie hebben op het gebied van defensiegerelateerde ruimtetechnologie en satellietcapaciteiten. In het rapport worden voorstellen gedaan voor investeringen ter grootte van circa 1 miljard euro om dit marktpotentieel beter te benutten en te koppelen aan concrete operationele behoeften van de NAVO en de Nederlandse krijgsmacht.8 Defensie investeert direct in de ruimte-industrie en zal ook als afnemer van commerciële bedrijven optreden. Hierbij heeft Defensie behoefte aan versnelling in de ontwikkeling van innovatieve ruimtecapaciteiten om over betere capaciteiten te beschikken dan onze tegenstanders.

Europese ontwikkelingen in het ruimtedomein bieden een groot marktpotentieel, zowel in de ruimte als voor toepassingen in economie, infrastructuur en maatschappij. Nederland heeft hierin een sterke uitgangspositie dankzij een robuust industrieel- en kennisecosysteem met hoogwaardige kennisinstellingen zoals TNO, NLR en TU Delft en de aanwezigheid van het technisch hoofdkwartier van de European Space Agency in Noordwijk. Het kabinet zet in op tijdige profilering van nationale technologische sterktes bij EU-instellingen en de European Space Agency, zodat Nederlandse partijen in een vroeg stadium kunnen deelnemen aan aanbestedingen en consortiavorming. Het Netherlands Space Agency, voorheen het Netherlands Space Office, speelt hierbij reeds een belangrijke uitvoerende rol door bedrijven en kennisinstellingen te ondersteunen bij het identificeren en benutten van kansen, het onderhouden van contacten met de European Space Agency en de Europese Commissie en het stimuleren van matchmaking binnen Europese waardeketens.

Het advies van de AIV om publiek-private samenwerking te bevorderen sluit aan bij missie 5 van de Lange Termijn Ruimtevaartagenda, waarin het verzilveren van internationale groeikansen centraal staat. Deze inzet sluit tevens aan bij de Nationale Technologiestrategie, die sleuteltechnologieën zoals kwantum, (opto)mechatronica en fotonica, aanwijst als cruciaal voor toekomstig verdienvermogen en Europese open strategische autonomie. Hierin vormt het ruimtedomein een belangrijke toepassings- en schaalmotor. Als gevolg van de identificatie van ruimtetechnologie als één van de prioritaire focusgebieden voor Defensie in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029 wordt het mogelijk om innovatie en versnelling binnen de Defensie-industrie te stimuleren. Het kabinet zet in op het beter verbinden van de ruimtesector met het bredere ecosysteem, waaronder defensiegerelateerde en civiele sleuteltechnologieën uit de Nationale Technologiestrategie. Dit vraagt onder meer om betere toegang tot opschalings- en financieringsinstrumenten en om gerichte samenwerking tussen kennisinstellingen, grote bedrijven, mkb’s en startups. Het kabinet richt zich op continuïteit en realisme bij de verdere ontwikkeling van publiek-private samenwerking binnen het ruimtedomein en deeptech.

Aanbeveling 8: Maak veiligheid in de ruimte tot een rijksbrede prioriteit, mede door verbeterde civiel-militaire samenwerking.

Voor het kabinet is ruimteveiligheid een rijksbrede prioriteit. De recent opgerichte Interdepartementale Raad Ruimtedomein vormt een belangrijke stap in het versterken van de interdepartementale afstemming en informatie-uitwisseling. Gelijktijdig blijft Defensie verantwoordelijk voor de ontwikkeling van militaire ruimtecapaciteiten en de inzet daarvan ter verdediging van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten.

Daarnaast verkennen de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie toetreding tot de Stuurgroep Netherlands Space Agency, waarbij wordt onderzocht in hoeverre dit opportuun is en de meerwaarde biedt die de AIV omschrijft.

Defensie erkent het belang van het spreiden van diensten om niet volledig afhankelijk te zijn van één partij. Om deze reden wordt samengewerkt met diverse commerciële partijen en overheden, zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten. Informatie over afhankelijkheden van de Nederlandse krijgsmacht en andere Europese krijgsmachten van niet-Europese ruimtesystemen en daarmee gepaard gaande risico’s worden niet openbaar gedeeld vanwege de veiligheid.

In het kader van het groeiend belang van interdepartementale samenwerking op het gebied van ruimteveiligheid ziet het kabinet op dit moment geen aanleiding om de Wet ruimtevaartactiviteiten te wijzigen. De wet heeft primair betrekking op vergunningverlening, toezicht en handhaving met het oog op veilige, duurzame en verantwoorde ruimtevaartactiviteiten. Daarbij is Defensie niet vergunningsplichtig onder de wet en is reeds voorzien in uitzonderingen voor wat betreft defensie- en veiligheidsaspecten. Het is de vraag of een juridische verankering van een gedeelde ministeriële verantwoordelijkheid binnen deze wet – analoog aan de Wet Luchtvaart – daadwerkelijk bijdraagt aan de door de AIV beoogde versterking van ruimteveiligheid. Het kabinet acht vooralsnog versterking van bestaande interdepartementale coördinatie via onder meer de Interdepartementale Raad Ruimtedomein effectiever dan een directe wijziging van de Wet ruimtevaartactiviteiten.

Ruimteveiligheid kent meerdere dimensies. Waar ruimteveiligheids- (security) en ontwapeningsvraagstukken worden behandeld in VN-fora in Genève, richt de United Nations Committee on the Peaceful Uses of Outer Space zich op duurzame en veilige (safe) ruimteactiviteiten, waaronder ruimtepuinpreventie. Het kabinet zet zich in beide trajecten actief in, onder meer via het politieke commitment om landen te bewegen geen destructieve ASAT-tests meer uit te voeren. Security, safety en sustainability gaan hierbij hand in hand. Het streven van het kabinet is daarom gericht op versterken van de synergie tussen relevante VN-fora en nationale verantwoordelijkheden.

Aanbeveling 9: Werk samen met een breed scala aan internationale ruimtevaartorganisaties.

Nederland werkt binnen het ruimtedomein van oudsher samen met andere landen en ruimtevaartorganisaties, zoals bij het in de ruimte brengen van de eerste Nederlandse satellieten. Daarnaast is Nederland één van de oprichters van de European Space Agency. Nederland neemt ook deel aan de recent gestarte missie van de European Space Agency, gericht op het meten van broeikasgasuitstoot. Daarnaast is Nederland lid van de Europese organisatie voor meteorologische satellieten. Buiten Europa werkt Nederland samen met niet-Europese ruimtevaartorganisaties, waaronder de Amerikaanse National Aeronautics and Space Administration en het Japan Aerospace Exploration Agency. Het kabinet zet in op realisering van de ambities uit de Lange Termijn Ruimtevaartagenda, waarbij dat bij voorkeur in Europees verband en waar nodig met relevante partners plaatsvindt. Het Netherlands Space Agency speelt een belangrijke rol in het onderhouden en verdiepen van de hiervoor benodigde samenwerkingen.

De directe Nederlandse belangen bij het Artemis programma zijn op dit moment beperkt, maar er zijn commerciële mogelijkheden voor de Nederlandse industrie. Tot nu toe heeft Nederland via het exploratieprogramma bijgedragen aan de Europese Service Module die aan de Amerikaanse National Aeronautics and Space Administration geleverd wordt. De Netherlands Space Agency zal blijven monitoren of er redenen en budgettaire mogelijkheden komen om een Nederlandse bijdrage aan de Europese inbreng in Artemis of rechtstreeks te doen.

Nederland doet al mee aan het Europese samenwerkingsverband voor Space Surveillance and Tracking. Daarin levert Nederland gegevens en krijgt het informatie terug. Binnen dit partnerschap kan worden bekeken of ook landen in het mondiale Zuiden kunnen deelnemen in het samenwerkingsverband, maar alleen als andere partners dat ook willen en als het past binnen bestaande beleids- en veiligheidskaders. Omdat met Space Surveillance and Tracking gevoelige veiligheidsinformatie kan worden verzameld, zijn er grenzen aan samenwerking met andere landen. Nederland richt zich eerst op samenwerking met EU-lidstaten, NAVO-bondgenoten en andere belangrijke partners. Daarnaast zet Nederland zich in de VN-fora in om het gebruik van Space Situational Awareness te stimuleren voor het controleren van afspraken over verantwoord gedrag in de ruimte. Een wereldwijd dekkend Space Surveillance and Tracking-systeem kan helpen om toezicht te houden op bestaande en toekomstige internationale afspraken en kan, samen met eigen inlichtingen, ook helpen om vast te stellen wanneer afspraken worden geschonden en door wie.

Afsluitend

Het adviesrapport van de AIV benadrukt de complexiteit en urgentie van de uitdagingen in het ruimtedomein, die voortvloeien uit geopolitieke en technologische ontwikkelingen. Het kabinet heeft al, conform het advies van de AIV, stappen gezet om de weerbaarheid van de ruimteketen te vergroten, afhankelijkheden te verminderen, governance te verbeteren en de ontwikkeling van internationale normen te bevorderen. Dit advies vormt een waardevolle bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het Nederlandse beleid voor het ruimtedomein.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

De Minister van Defensie, D. Yeşilgöz-Zegerius

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans


X Noot
1

Kamerstukken II 2024/25, 24 446, nr. 90.

X Noot
2

Voor beide documenten zijn BNC fiches opgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden. Kamerstukken II 2024/25, 22 112, nrs. 4117 en 4118.

X Noot
3

MIVD. Jaarverslag 2024, blz. 39.

X Noot
4

Outer Space Treaty (1967), Rescue Agreement (1968), Liability Convention (1972), Registration Convention (1975), Moon Agreement (1979).

X Noot
5

Space security betreft het tegengaan van dreigingen en risico’s veroorzaakt door opzettelijk handelen; space safety omvat het werken aan een veilige ruimte door het verminderen van gevaren veroorzaakt door niet-opzettelijk handelen.

X Noot
6

De Artemis Akkoorden zijn internationale, niet-juridisch bindende afspraken tussen overheden die deelnemen (of willen deelnemen) aan het door de VS geleide Artemis-programma. Ze bevatten tien principes over o.a. internationale samenwerking bij ruimteverkenning, het delen van wetenschappelijke data, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de ruimte en het terugdringen van ruimtepuin.

X Noot
7

Rapport: «De Route naar Toekomstige Welvaart.» Wennink. 12 december 2025, blz. 7 & 94.

X Noot
8

Rapport: «De Route naar Toekomstige Welvaart.» Wennink. 12 december 2025, blz. 93.


X Noot
1

Kamerstukken II 2024/25, 24 446, nr. 90.

X Noot
2

Voor beide documenten zijn BNC fiches opgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden. Kamerstukken II 2024/25, 22 112, nrs. 4117 en 4118.

X Noot
3

MIVD. Jaarverslag 2024, blz. 39.

X Noot
4

Outer Space Treaty (1967), Rescue Agreement (1968), Liability Convention (1972), Registration Convention (1975), Moon Agreement (1979).

X Noot
5

Space security betreft het tegengaan van dreigingen en risico’s veroorzaakt door opzettelijk handelen; space safety omvat het werken aan een veilige ruimte door het verminderen van gevaren veroorzaakt door niet-opzettelijk handelen.

X Noot
6

De Artemis Akkoorden zijn internationale, niet-juridisch bindende afspraken tussen overheden die deelnemen (of willen deelnemen) aan het door de VS geleide Artemis-programma. Ze bevatten tien principes over o.a. internationale samenwerking bij ruimteverkenning, het delen van wetenschappelijke data, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de ruimte en het terugdringen van ruimtepuin.

X Noot
7

Rapport: «De Route naar Toekomstige Welvaart.» Wennink. 12 december 2025, blz. 7 & 94.

X Noot
8

Rapport: «De Route naar Toekomstige Welvaart.» Wennink. 12 december 2025, blz. 93.

Naar boven