nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 26 oktober 1995
Zoals toegezegd in mijn brief van 18 oktober jl. (24 442, nr. 5)
informeer ik u hierbij over de conclusies van de Commissie met betrekking
tot de toepasselijkheid van het EURATOM-Verdrag op de Franse kernproeven.
Commissie-voorzitter Santer heeft op 24 oktober jl. op basis van aanvullende
gegevens die de Commissie vorige week van Frankrijk heeft gekregen, de resultaten
van het onderzoek van de Commissie bekend gemaakt over de vraag of Frankrijk
aan de verplichtingen heeft voldaan die voortvloeien uit het EURATOM-Verdrag.
Die resultaten luiden als volgt:
1) Frankrijk respecteert de basisnormen ter bescherming van de gezondheid
van de bevolking en van werknemers tegen de aan ioniserende straling verbonden
gevaren zoals uiteengezet in art. 30–33 van het Verdrag.
2). De installaties die een voortdurende controle uitoefenen op de radioactiviteit
van de lucht, het water en de bodem, functioneren op doeltreffende wijze (art.
35).
3) Frankrijk heeft voldoende inlichtingen verstrekt over de mate van radioactiviteit
die van invloed kan zijn op de bevolking (art. 36).
Uit het bovenstaande concludeert de Commissie dat de Franse kernproeven
geen direct gevaar voor blootstelling van werknemers en de bevolking aan radioactieve
straling met zich meebrengen. Uit het verrichte onderzoek is gebleken dat
het stralingsniveau ruim onder de toegestane norm blijft: 10 micro Sievert,
terwijl 5.000 micro Sievert is toegestaan. De Commissie komt tot de conclusie
dat zelfs onder een extreme veronderstelling, namelijk dat al het radioactieve
water in de door de kernproeven veroorzaakte gaten in het gesteente in één
keer vrij zou komen, de genoemde normen niet zouden worden overschreden.
De Commissie acht derhalve de bepalingen van art. 34 niet van toepassing
op de Franse kernproeven. Zij meent dat niet aan de voorwaarde wordt voldaan
dat het hier bijzonder gevaarlijke proefnemingen betreft.
Ondanks het feit dat uit het onderzoek is gebleken dat de kernproeven
binnen de door de Europese Unie gehanteerde normen blijven, heeft de Commissie
wel de Fransen verzocht ook op de lange termijn de radioactiviteit in de regio
te blijven monitoren, en haar hiervan op de hoogte te houden.
Commissie-voorzitter Santer heeft herhaald dat de Commissie een duidelijk
beleid voert met betrekking tot kernproeven in het algemeen. De Commissie
spreekt zich uit voor een actie van de Europese Unie voor de afsluiting van
een algeheel kernstopverdrag met een nul optie.
De Nederlandse regering waardeert het dat de Commissie terzake actie heeft
ondernomen. Zij neemt goede nota van het feit dat de Commissie art. 34 van
het EURATOM-verdrag in casu niet van toepassing acht. In de visie van de regering
zal door dit standpunt een individuele gang van lidstaten naar het Europese
Hof van Justitie niet kansrijk zijn. Dit betekent overigens niet dat de regering
niet voort zal gaan met aan de Franse regering kenbaar te maken dat zij het
houden van de kernproeven betreurt.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H. A. F. M. O. van Mierlo