24 442
Tweede Franse Kernproef

nr. 5
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 oktober 1995

Tijdens het op 5 oktober gehouden interpellatiedebat over de Franse kernproeven1 heb ik Uw Kamer toegezegd bij de Europese Commissie op spoed te zullen aandringen en de Kamer te zullen informeren over,

– de uitkomst van het onderzoek dat een verificatie-missie van de Commissie heeft uitgevoerd naar gevaren voor de gezondheid, en

— de juistheid of onjuistheid van berichten dat er een geheime overeenkomst zou bestaan tussen de Commissie en de Franse Regering, waarbij de Commissie de Franse kernproeven niet zou belemmeren.

Mede op grond van contacten met de Commissie, waarbij ook de vraag om spoed aan de orde kwam, kan ik Uw Kamer als volgt berichten. De verificatie-missie van de Europese Commissie is van 18 tot en met 29 september in Frans-Polynesië geweest om een onderzoek uit te voeren zoals voorzien in art. 35 van het EURATOM-Verdrag. Het ging er daarbij om de werking en de doeltreffendheid te controleren van de installaties die, op grond van bepaalde basisnormen, een voortdurende controle uitoefenen op de radioactiviteit van de lucht, het water en de bodem.

De missie heeft van haar aanwezigheid ook gebruik gemaakt om onderzoek te verrichten met het oog op de beantwoording van de vraag of er hier sprake is van bijzonder gevaarlijke proefnemingen ingevolge art. 34 van het EURATOM-Verdrag.

De missie heeft geen toegang gekregen tot een aantal locaties waarvan de Franse autoriteiten van mening waren dat die om redenen van militaire geheimhouding niet mochten worden bezocht.

Door druk van Lid-Staten, waaronder Nederland, alsmede van de publieke opinie, gaat de Commissie nu voortvarend te werk. De Europese Commissie heeft op woensdag 11 oktober jongstleden besloten dat zij nog over aanvullende gegevens wenst te beschikken om de beoordelingen conform art. 34 en art. 35 van het EURATOM-Verdrag te kunnen maken. Aan de Franse autoriteiten zal worden verzocht deze aanvullende gegevens op korte termijn aan de Europese Commissie te doen toekomen, aangezien de Commissie in een speciale vergadering op maandag 23 oktober aanstaande een beslissing wenst te nemen over de vraag of Frankrijk al dan niet aan zijn uit het EURATOM-Verdrag voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan en, zo niet, welke consequenties daaraan dienen te worden verbonden. Zodra de rapportage over het onderzoek ter beschikking komt, zal ik de Kamer daarover informeren.

Van een geheime overeenkomst tussen de Commissie en de Franse Regering waarbij de Commissie de Franse kernproeven niet zou belemmeren, is mij niets bekend. In de plenaire zitting van het Europees Parlement te Straatsburg op woensdag 11 oktober jongstleden heeft de voorzitter van de Europese Commissie, de heer Jacques Santer, deze suggestie met klem van de hand gewezen,

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo


XNoot
1

Zie handelingen II nr. 3, vergaderjaar 1995-1996.

Naar boven