24 434 (R 1550)
Goedkeuring van het op 17 januari 1995 te Antwerpen tot stand gekomen Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België

A
ADVIES RAAD VAN STATE VAN HET KONINKRIJK EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State van het Koninkrijk d.d. 11 april 1995 en het nader rapport d.d. 26 september 1995, aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken a.i.

Het advies van de Raad van State van het Koninkrijk is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 1 maart 1995, no. 95.001574, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België; Antwerpen, 17 januari 1995.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 1 maart 1995, nr. 95.001574, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State van het Koninkrijk zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van rijkswet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 11 april 1995, nr. W02.95.0089/K., bied ik U hierbij aan.

1. In de memorie van toelichting wordt bij artikel 1 gewezen op de betekenis van het begrip cultuur in brede en in engere zin. De Raad van State van het Koninkrijk constateert dat noch uit het artikel, noch uit de toelichting daarop blijkt wat met deze begrippen wordt bedoeld. De toelichting ware op dit punt aan te vullen.

1. Aan de opmerking van de Raad van State van het Koninkrijk is gevolg gegeven.

2. In de toelichting bij artikel 1 van het verdrag wordt aangegeven dat op het gebied van onderwijs de samenwerking in het kader van de Nederlands-Vlaamse actieprogramma's «Gehele Europese Nederlandse Taalgebied» model staat. Het zou de duidelijkheid ten goede komen wanneer de vindplaats van dat model in de toelichting op dit artikel wordt opgenomen.

2. Naar aanleiding van de opmerking van de Raad is aangegeven, waar het model verkrijgbaar is.

3. Ingevolge artikel 8 van het verdrag pleegt de Commissie periodiek overleg met de Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie (NTU), met het oog op de afstemming van de in dit verdrag voorziene samenwerking op de samenwerking op het gebied van de Nederlandse taal en letteren, zoals die in het Taalunieverdrag is geregeld. Volgens de toelichting zal die afstemming onder meer plaatsvinden door voortzetting van de gewoonte dat de Algemeen Secretaris van de NTU de vergaderingen van de Commissie bijwoont, zoals ook thans reeds gebruikelijk is. Anders dan in de memorie van toelichting wordt gesteld, blijkt de voortzetting van die gewoonte niet uit de bewoordingen van artikel 8. De toelichting, met name de laatste zin van de toelichting op artikel 8, dient te worden aangepast.

3. Overeenkomstig het advies van de Raad is de toelichting aangepast.

4. De toelichting is voorts op een enkel punt aangevuld.

De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en aan de Staten van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk,

W. Scholten

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Staten van Aruba te zenden.

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,

H. F. Dijkstal


XNoot
1

De tekst van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State van het Koninkrijk is ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven