24 434 (R 1550)
Goedkeuring van het op 17 januari 1995 te Antwerpen tot stand gekomen Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België

nr. 7
MOTIE VAN HET LID BEINEMA C.S.

Voorgesteld 14 november 1996

De Kamer,

gehoor de beraadslaging,

verwijzende naar de in de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie in 1994 en 1993 eenparig aanvaarde moties ter zake van het Cultureel Verdrag;

van oordeel, dat een verdrag waarvan de uitvoering gecontroleerd wordt door een commissie uit beide parlementen de voorkeur verdient boven een verdrag waarvan de uitvoering onder toezicht staat van een niet-parlementaire commissie;

verzoekt de regering er aan mee te werken, dat voornoemde Interparlementaire Commissie eenmaal per jaar op basis van verslaglegging de voortgang en de gewenste integratie van het Cultureel Verdrag kan bespreken;

verzoekt de regering tevens te bevorderen dat de krachtens het Cultureel Verdrag te initiëren en controleren activiteiten gaandeweg binnen de werkingssfeer van het Taalunieverdrag worden gebracht, voor zover dit verdrag dat toelaat dan wel, na wijziging, zal toelaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Beinema

Lilipaly

Van Heemskerck Pillis-Duvekot

Hendriks

Naar boven