Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24406 nr. 7 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24406 nr. 7 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 24 juni 1996
Zoals toegezegd in het Algemeen Overleg van 8 februari jl. (24 400-XV/24 406/24 564, nr. 40) ontvangt u hierbij mijn voorstel voor de vernieuwing van de emancipatie-ondersteuningsstructuur (EOS).
In de nota «Emancipatie in Uitvoering. Koersbepaling van het emancipatiebeleid na 1995» (TK, 1995, 24 406,nr.4) wordt een vernieuwing van de huidige emancipatie-ondersteuningsstructuur aangekondigd. Benadrukt wordt dat bij de verdere ontwikkeling van het emancipatiebeleid de rol van de vrouwenbeweging van groot belang blijft. Zo is tijdens de VN Vierde Wereldvrouwenconferentie in Beijing opnieuw gebleken hoe belangrijk de rol is van de nationale en internationale vrouwenbeweging.
In het Werkprogramma Coördinatie Emancipatiebeleid is toegezegd dat na ontvangst van het advies van de Emancipatieraad over het expert-centrum voor emancipatie, en na overleg met vrouwenorganisaties in de eerste helft van 1996, in de toelichting op de begroting voor 1997 voorstellen worden aangekondigd tot vernieuwing van de emancipatie-ondersteuningsstructuur. Gemeld is dat hierover interdepartementale afstemming zal plaatsvinden. Daarbij wordt ook het subsidiebeleid betrokken (par. 3.2.8.).
Alvorens in te gaan op vernieuwing van de emancipatie-ondersteuningsstructuur, volgt eerst een korte beschrijving van de uitgangspunten van het huidige beleid:
Het huidige emancipatie-ondersteuningsbeleid is gebaseerd op de beleidsuitgangspunten zoals vermeld in «Beleidsnota Emancipatie-ondersteuningsbeleid» die in 1989 aan de Tweede Kamer werd aangeboden (Tweede Kamer, 1989–1990, 21 361, nr. 1).
Als specifieke doelen van het emancipatie-ondersteuningsbeleid worden in deze nota genoemd:
1. ondersteuning en stimulering van het emancipatieproces in het algemeen en de vrouwenbeweging in het bijzonder.
2. stimulering van de onderlinge wisselwerking tussen vrouwenbeweging en de overheid, teneinde de noodzakelijke voeding en vernieuwing van beleid te bevorderen.
Als belangrijk uitgangspunt geldt daarnaast dat alle ministers en staatssecretarissen verantwoordelijk zijn voor het ondersteuningsbeleid op hun eigen beleidsterrein. De coördinerend bewindspersoon is verantwoordelijk voor onderdelen die hetzij beleidsvernieuwend, hetzij departementsoverschrijdend zijn.
Ondersteuning en stimulering van het emancipatieproces en van de vrouwenbeweging vindt op diverse manieren plaats. Dit varieert van subsidiëring van incidentele activiteiten en projecten emancipatie-werker, tot subsidiëring van die initiatieven uit de vrouwenbeweging die hebben geleid tot het opzetten van meerjarige projecten, landelijke steunpunten en service-gerichte organisaties.
Gelet op de thans binnen afzienbare tijd aflopende termijnen van een aantal subsidies aan instellingen en gelet op de noodzaak om de middelen, tot mei 1997 beschikbaar voor het werk van de emancipatieraad, structureel beschikbaar te houden voor het emancipatiebeleid, heeft het kabinet gestreefd naar een samenhangende beoordeling van de meest gewenste wijze van toekomstige subsidiëring. Uitgangspunt daarbij is handhaving van de budgettaire ruimte in de meerjarenramingen op de begroting van SZW, bestemd voor het emancipatie-beleid.
4. De voorbereidingsfase tot vernieuwing
Met het oog op de voorbereiding van een standpunt heb ik een traject in werking gezet dat moest resulteren in een voorstel voor vernieuwing van de emancipatie-ondersteuningsstructuur.
Daartoe heb ik het bureau Circon opdracht gegeven op korte termijn het draagvlak voor een veranderingsproces te onderzoeken en een mogelijk toekomstig model in hoofdlijnen te ontwikkelen.
Het rapport treft u als bijlage aan1 , ter toelichting op dit deel van het voorbereidingsproces op weg naar een standpuntbepaling.
Het maakt overigens geen onderdeel uit van het kabinetsstandpunt.
5. Voorgenomen besluit: vernieuwing emancipatie-ondersteuningsstructuur
Maatschappelijke ontwikkelingen maken een vernieuwing van de emancipatie-ondersteuningsstructuur gewenst. De nota «Emancipatie in Uitvoering; koersbepaling van het emancipatiebeleid na 1995» geeft reeds aan dat de toenemende belangstelling voor de integratie van het emancipatiebeleid en de grotere verantwoordelijkheid van andere maatschappelijke partijen een permanente aanpassing van de wijze van inzet en benutting van deskundig advies, onderzoek, informatie, organiserend en inspirerend vermogen vergen. De door de overheid gefinancierde ondersteuningsstructuur zal hiervoor steeds de ruimte moeten bieden.
Overwegingen:
1. Zoals in de Nota Emancipatie in Uitvoering is aangegeven is het huidige emancipatiebeleid gericht op een verbreding van het draagvlak voor het beleid en het aangaan van nieuwe allianties om het emancipatieproces in de breedte te bevorderen.
Naast maatschappelijke actoren als de vrouwenbeweging en de landelijke overheid komen daardoor ook andere actoren in beeld; het bedrijfsleven, lagere overheden en meer algemene maatschappelijke organisaties.
De behoefte aan emancipatie-deskundigheid bij deze, vanuit het emancipatiebeleid gezien, relatief nieuwe partners is groot maar de kennis daarvan vaak gering. Het is daarom van belang dat de nieuwe emancipatie-ondersteuningsstructuur zich op twee sporen richt; de ondersteuning van de vrouwenbeweging en beleidsbeïnvloeding van de landelijke overheid maar ook op advisering en ondersteuning van de nieuwe partners in emancipatie.
2. De voorgenomen opheffing van de Emancipatieraad met haar belangrijke beleidsadviesfunctie is een andere factor van betekenis die ten grondslag ligt aan de noodzaak tot vernieuwing van de emancipatie-ondersteuningsstructuur.
Na het in maart 1994 uitgebrachte ER-advies «Met het oog op mei 1997,» waarin gepleit wordt voor een Onafhankelijk Expertcentrum Emancipatie, in te stellen na de opheffing van de Emancipatieraad, is in een brief aan de Tweede Kamer van 17 april 1994 welwillend gereageerd op de belangrijkste aanbevelingen daaruit. Het kabinet schreef zich te zullen bezinnen op het voorstel van de Emancipatieraad om de integratie van emancipatie-aspecten in de externe advisering aan de rijksoverheid te ondersteunen via een aparte voorziening.
Aan deze functie wil het kabinet tegemoet komen door middel van het versterken van de facilitaire ondersteuning ten behoeve van vrouwenorganisaties, zonder daarmee afbreuk te doen aan de eigen verantwoordelijkheid van de nieuwe adviesraden voor de integratie van het emancipatiefacet.
3. In de loop der jaren is er in de emancipatie-ondersteuningsstructuur een grote verwevenheid ontstaan van taken en verantwoordelijkheden van overheidsorganisaties, professionele gesubsidieerde organisaties en vrouwenorganisaties uit het particulier initiatief. Daarnaast zijn er ook nieuwkomers in het veld, zoals de organisaties van allochtone vrouwen.
Deze ontwikkelingen voeden de behoefte aan een ondersteuningsstructuur die ruimte biedt aan de diversiteit en de verschillende taken en verantwoordelijkheden tussen instellingen en vrouwenorganisaties met het oog op een bundeling van expertise en ondersteuning van initiatieven van gevestigde en nieuwe vrouwenorganisaties.
Daarmee kan tevens het belang worden gediend van vergroting van de doeltreffendheid en doelmatigheid van geëvalueerde activiteiten aansluitend op de bevindingen uit het onderzoeksrapport «Van initiatieven uit de vrouwenbeweging tot expertisecentra emancipatie», van B&A Groep dat u in het najaar van 1995 is toegezonden.
Voornemens:
Uitgaande van de hiervoor genoemde overwegingen wil ik bezien langs welke weg tot een bundeling van functies en taken kan worden gekomen. Daarbij gaat het niet om de sectorale organisaties en activiteiten, die onder verantwoordelijkheid van de betreffende vakdepartementen blijven vallen. Wel is het van belang de algemene (ondersteunende) organisaties en functies op elkaar af te stemmen en een meerjarenperspectief te bieden.
Hierbij zijn in het bijzonder de volgende kernfuncties aan de orde:
– strategie-ontwikkeling en innovatie;
– kennisverspreiding;
– methodiek- en werkontwikkeling;
– informatieverzameling, informatieverstrekking, publikatie en voorlichting;
– monitoring en signalering;
– beleidsadvisering ondermeer aan de nieuwe adviesraden.
Aparte aandacht vraagt de functie van het beheer van het cultureel erfgoed van de vrouwenbeweging, ondergebracht bij het IIAV. In de emancipatie-ondersteuningsstructuur dient voortzetting van deze functie gewaarborgd te blijven.
Daarenboven zal moeten worden nagegaan hoe kan worden bevorderd dat de kennis en expertise uit het cultureel erfgoed optimaal kan worden verbonden met de toekomstige ontwikkeling van het emancipatiebeleid.
Met het oog hierop zal ik op korte termijn met het IIAV in overleg treden. Voor de goede orde voeg ik hieraan toe, dat de inzet van dit overleg niet gelegen is in het ter discussie stellen van de zelfstandigheid van het IIAV.
Wel acht ik het gewenst de mogelijke plaats van het Instituut en zijn belangwekkend potentieel in het bredere verband van de emancipatie-ondersteuningsstructuur nader te bepalen. De wijze van organisatorische afstemming zal hieruit moeten voortvloeien.
Een bundeling van algemene (ondersteunende) functies in een institutionele voorziening kan de structuur van de toekomstige subsidiëring stroomlijnen. Innovatieve en ontwikkelingsfuncties zullen structurele subsidie behoeven; de scholings- en adviesfunctie en de informatiefunctie kunnen gedeeltelijk worden gefinancierd uit de vraag.
Voorts is het van groot belang dat voldoende middelen gereserveerd blijven voor de bundeling van de ondersteuning van de maatschappelijke beïnvloedingsfunctie (inclusief de lobby naar overheid en bedrijfsleven) door het particulier initiatief binnen de vrouwenbeweging.
Voor de organisaties die thans werkzaam zijn in een bepaalde sector en die structurele subsidie van een departement ontvangen, treedt geen verandering op ten opzichte van de reeds door het betreffende departement vastgestelde beleidslijn. Dit geldt met name voor Transact (Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport) en het Clara Wichmann Instituut (Ministerie van Justitie). Met de organisaties die thans functies vervullen binnen het algemene emancipatie-ondersteuningsbeleid (Arachne, WEP-I) of zowel sectoraal als algemeen opereren (IVA) zal worden overlegd over de wijze van afstemming en bundeling van activiteiten met het oog op een efficiënte vervulling van de eerder genoemde kernfuncties.
Het IIAV zal hierbij worden betrokken op de reeds aangeduide wijze. Met de organisaties samenwerkend in het kader van de Vrouwenalliantie zal worden overlegd over de wijze waarop de noodzakelijke ondersteuning van de vrijwilligersactiviteiten kan worden gewaarborgd.
Met de organisatie van zwarte-migranten-vluchtelingen vrouwen zal worden besproken hoe haar inzichten en bijdragen in een nieuwe structuur het beste tot hun recht kunnen komen. Tenslotte zal ik ook met de Emancipatieraad in overleg treden over de voorgenomen veranderingen, mede in het licht van het eerder genoemde advies van de Emancipatieraad.
Over de uitkomsten van het overleg en de concretisering van de voornemens zal ik u zo spoedig mogelijk berichten. Hiermee samenhangende wijzigingen in de begroting zullen met ingang van 1998 worden verwerkt. Vooruitlopend hierop heb ik besloten de subsidie van Arachne in 1997 te continueren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24406-7.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.