nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 1 december 1995
Begin december gaat de laatste fase van start van de massamediale campagne Preventie van seksueel geweld. Deze campagne wordt gevoerd
door de ministeries van Justitie, Onderwijs, Cultuur en Weten-schappen, Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De campagne
is primair gericht op jongens en mannen, als potentiële of feitelijke
plegers van seksueel geweld. Zij is gestart in 1991 en duurt in totaal 5 jaar.
De laatste fase van de campagne behelst de uitzending, in de zendtijd
van Postbus 51, van een t.v.-spot van 27 seconden, gedurende de maanden december
en januari.
In deze spot wordt de boodschap van de campagne op een voor de doelgroep
indringende wijze gevisualiseerd met beelden van een vrijgezellenfeestje,
waarop de hoofdpersoon als «bruid» wordt verkleed. Door bij mannen
en jongens identificatie met deze hoofdpersoon te bewerkstelligen laat het
spotje hen als in een spiegel zien hoe seksueel intimiderend gedrag overkomt.
Op deze wijze confronteert de spot de doelgroep met het eigen gedrag.
In de tekst die tussen de beelden door wordt getoond, worden opnieuw de
basisgegevens over seksueel geweld vermeld: 1 op de 3 vrouwen wordt geconfronteerd
met seksueel geweld, 8 op de 10 daders is een bekende van het slachtoffer.
De spot sluit af met de campagne-regel: «Seks is natuurlijk maar
nooit vanzelfsprekend».
De spot is, zoals gebruikelijk, vooraf getest bij een steekproef uit de
doelgroep en bij een aantal vrouwen. Daarbij is nagegaan of de spot goed wordt
begrepen, duidelijk is in zijn boodschap en positief wordt ontvangen. De resultaten
van deze test zijn, evenals vorige jaren, zeer positief. De spot blijkt de
beoogde identificatie tot stand te brengen. De beelden worden als indringend
ervaren en de boodschap komt daardoor goed over. De spot – en de campagne
als geheel – wordt gewaardeerd. De ernst van het probleem
wordt onderkend, mede waarom de spot en de campagne belangrijk worden gevonden.
Dat de overheid deze campagne voert, ondervindt algemene instemming.
Voor deze laatste fase van de campagne is afgezien van de productie van
verder materiaal. Van een Postbus-51-brochure en van radio-spotjes wordt geen
toegevoegde waarde meer verwacht. In januari zal wel via rekken in cafés,
bioscopen etc. een gratis ansichtkaart over seksueel geweld verspreid worden
(de zogenaamde «freecard»). De boodschap van de campagne is inmiddels
ruim bekend. Dat bleek ook bij de test van de spot, waarbij soms spontaan
werd gerefereerd aan eerdere spots.
De campagne spitst zich daarom in deze laatste fase toe op het bewustmaken
van de doelgroep dat ook eigen gedrag seksueel intimiderend kan zijn. Andere
dan direct visuele middelen dragen daar minder aan bij.
Na afloop van de periode waarin deze laatste spot wordt uitgezonden, zal
zoals gebruikelijk een bereik- en effectmeting worden gehouden. Deze meting
zal ook vragen bevatten met betrekking tot de campagne als geheel. Over de
uitkomsten van deze meting zal ik, zoals ook bij eerdere metingen steeds is
geschied, de Kamers berichten.
Nu al kan worden geconstateerd, dat de campagne heeft bijgedragen aan
een aanmerkelijk groter besef, dat wat in seksuele zin tegen de wil van een
ander in wordt gepleegd, seksuele intimidatie of seksueel geweld is. Tevens,
dat de campagne heeft gezorgd voor ruime discussie over seksueel geweld –
één van de doelen ervan.
In de nota «Emancipatie in uitvoering» is in het Werkprogramma
Coördinatie Emancipatiebeleid opgenomen, dat de ministeries van Justitie,
Sociale Zaken en Werkgelegenheid (D.C.E.) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport
samen met externe deskundigen een plan van aanpak zullen opstellen voor de
verdere bestrijding van seksueel geweld. Dit plan van aanpak zal mede een
vervolg omvatten op de massamediale voorlichtingscampagne Preventie van seksueel
geweld.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. P. W. Melkert