nr. 4
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 22 november 1995
Hierbij bied ik u aan de nota «Emancipatie in uitvoering».
Deze nota bevat een nadere koersbepaling voor het emancipatiebeleid voor de
korte termijn. Hierbij wordt voortgebouwd op het Beleidsplan Emancipatie uit
1985 en op de voortgangrapportages en de Tussenstanden van het Beleidsprogramma
«Met het oog op 1995». De nota is mede tot stand gekomen op basis
van vele gesprekken met vertegenwoordigers van organisaties als die van werknemers
en werkgevers, wetenschap en politiek, de autochtone en allochtone vrouwenbeweging.
De keuze om met deze nota vooruit te lopen op de evaluatie van het Beleidsprogramma
«Met het oog op 1995» is ingegeven door een drietal overwegingen.
Ten eerste is er de laatste jaren veel nationaal en internationaal onderzoek
gedaan, dat uitwijst dat er nog een lange weg te gaan is naar een gelijke
verdeling van arbeid en zorg tussen vrouwen en mannen, naar een evenwichtige
samenstelling in de besluitvorming en de mogelijkheid tot vrije uitoefening
van al haar rechten door iedere vrouw.
Ten tweede heeft de VN Vierde Wereldvrouwenconferentie te Beijing vastgesteld
dat het niet zozeer schort aan een analyse van het emancipatievraagstuk, noch
aan eerder vastgestelde doelstellingen, maar dat het nu aankomt op de uitvoering
ervan. Beijing koos om die reden niet voor een program met nieuwe doelstellingen
maar voor een «Platform for Action» om de doelstellingen van de
Forward Looking Strategies van Nairobi, 1985, dichterbij te brengen. Voor
Nederland geldt dezelfde opgave. Ondanks vooruitgang moet er nog veel gebeuren.
Het is daarom een uitdaging om in het emancipatiebeleid te komen tot een verdere
verschuiving van analyseren naar handelen, van doelstelling naar uitvoering.
Ten derde volgt hieruit dat de ontwikkeling en uitvoering van het emancipatiebeleid
voortgang moeten vinden, ook tijdens de periode dat het Beleidsprogramma
«Met het oog op 1995» wordt geëvalueerd. Dit geldt zowel
voor het interdepartementale deel van het emancipatiebeleid als voor het deel
van de afzonderlijke departementen.
Om deze redenen is gekozen voor een nota van beperkte omvang met een open
karakter, gekoppeld aan een werkprogram voor de komende periode. Wanneer medio
1996 de evaluatie van het Beleidsprogramma «Met het oog op 1995»
en de daarmee verbonden departementale emancipatienota's zal zijn afgerond,
zullen de resultaten ervan betrokken worden bij de verdere invulling van de
koers van het emancipatiebeleid.
Tenslotte speelt ook de maatschappelijke discussie een rol bij de vernieuwing
van het emancipatiebeleid. De inbreng vanuit de vrouwenbeweging en maatschappelijke
organisaties zal ook in de toekomst worden betrokken bij de gedachtenontwikkeling
over de vormgeving ervan.
Het regeerakkoord kiest ter uitwerking van het emancipatiebeleid voor
een geïntegreerde aanpak van werkgelegenheid en zorg, sociale zekerheid
en fiscale wetgeving. Inmiddels heeft het kabinet een aantal maatregelen genomen
of in voorbereiding, ter uitwerking van dit deel van het regeerakkoord, zoals
de nota «Om de kwaliteit van Arbeid en Zorg», de nieuwe Arbeidstijdenwet,
een wetsvoorstel voor een verbod op onderscheid naar arbeidsduur en maatregelen
gericht op de verbetering van de positie van alleenstaande ouders in de bijstand.
Naar aanleiding van het rapport van de Commissie Toekomstscenario's Herverdeling
Onbetaalde Arbeid zullen de grenzen en mogelijkheden van de voorgenomen geïntegreerde
aanpak nader worden bepaald.
Het Nederlandse emancipatiebeleid, zoals in deze nota geformuleerd, is
ingebed in het internationale emancipatiebeleid. De uitwerking van de VN Vierde
Wereldvrouwenconferentie te Beijing geschiedt in deze nota met name rond de
thema's arbeid en zorg, verdeling van macht en invloed, seksueel geweld, allochtone
vrouwen en armoede onder vrouwen. De afzonderlijke departementen zal worden
gevraagd om bij de evaluatie van het eigen emancipatiebeleid eveneens te betrekken
de 12 «Critical areas of concern» van het «Platform for
Action» zoals in Beijing aanvaard.
In de begroting voor 1997 zal worden aangegeven tot welke nadere invulling
van het emancipatiebeleid deze evaluatie aanleiding geeft.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. P. W. Melkert