Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24400-XV nr. 44 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24400-XV nr. 44 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 25 juni 1996
Mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, mr. H.A.F.M.O. van Mierlo en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, drs. J.P. Pronk, informeer ik u hierbij over de resultaten van de 40e zitting van de VN Commissie inzake de positie van vrouwen (New York, 11–22 maart 1996).
De 40e zitting van de Commissie inzake de positie van vrouwen was de eerste zitting na de succesvol verlopen Vierde Wereldvrouwenconferentie in Beijing (september 1995). De verwachtingen dat de Commissie inzake de positie van vrouwen op dezelfde dynamische wijze als de Conferentie vervolg zou geven aan datgene wat in Beijing was bereikt zijn echter niet geheel uitgekomen. De Commissie kwam moeilijk tot besluitvorming over de drie prioriteitsthema's, t.w. Armoede, Media en Zorgtaken. Daarvoor is een aantal redenen aan te voeren, waarop hieronder nader zal worden ingegaan.
De Commissie bereikte overeenstemming over de institutionele aspecten van de follow-up van de Wereldvrouwenconferentie in de vorm van een resolutie en een aanbeveling aan de Economische en Sociale Raad. Daarbij is lang stil gestaan bij de kwestie van de deelname van NGO's aan de 41e zitting van de Commissie. Zoals bekend, was er voor de 40e zitting een zeer ruime regeling op ad hoc basis getroffen teneinde alle NGO's die deelnamen aan de Wereldvrouwenconferentie de gelegenheid te bieden ook de 40e zitting bij te wonen. Vele delegaties konden echter niet akkoord gaan met opnieuw een ad hoc-regeling voor de 41e zitting zoals o.a. de Europese Unie voorstelde. Reden daarvoor was dat op dit moment binnen de VN ten principale wordt gesproken over deelname van NGO's aan de werkzaamheden van VN-lichamen en internationale conferenties en een ad hoc regeling die structurele discussie zou door- kruisen.
Overigens was de geringe deelname van NGO's aan deze zitting opvallend. De door de Commissie gekozen nieuwe werkwijze met panel- discussies en «agreed conclusions» leidde tot veel informeel overleg hetgeen betekende dat de NGO's minder mogelijkheden kregen tot deelname en beïnvloeding.
Parallel aan de vergaderingen van de Commissie vond een open-ended werkgroep plaats over een facultatief protocol bij het Verdrag inzake Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen. Deze werkgroep heeft goede voortgang gemaakt.
Indien de financiële middelen daarvoor kunnen worden vrijgemaakt zal de werkgroep haar werkzaamheden vervolgen parallel aan de 41e zitting van de Commissie.
Het voorstel van het secretariaat voor een nieuwe werkwijze van de Commissie had ten doel meer interactie tijdens de vergaderingen te bewerkstelligen. Daarom werd besloten tot paneldiscussies ten aanzien van de drie prioriteitsthema's. De samenstelling van de panels, de presentatie van de thema's en de discussie met en tussen de lidstaten kan als redelijk succesvol worden beschouwd. De bedoeling was dat besluitvorming zou plaatsvinden in de vorm van «agreed conclusions» gedragen door de gehele Commissie en in de plaats van de traditionele resoluties. Een aantal landen kon echter maar moeilijk wennen aan de nieuwe wijze van besluitvorming. Het gevolg was dat de Commissie overeenstemming moest bereiken zowel over «agreed conclusions» alsmede over een zeventiental resoluties. Nederland heeft een korte verklaring afgelegd waarin het heeft gesteld deze gang van zaken te betreuren.
Vanwege het belang van het onderwerp diende Nederland wel de resolutie «Mainstreaming van mensenrechten van vrouwen» mede in. Deze resolutie bouwt voort op het Nederlandse initiatief in 1994 om nadere uitwerking te geven aan de emancipatieparagrafen van het slotdocument van de Wereldmensenrechtenconferentie (Wenen, 1993). De resolutie verwelkomt onder meer het gemeenschappelijk werkplan van het Mensenrechtencentrum (Genève) en de Afdeling voor de Vooruitgang van Vrouwen (New York). Ook spreekt de resolutie de hoop uit dat in het vervolg, zoals in het verleden afgesproken, het rapport van de Speciale Rapporteur inzake Geweld tegen Vrouwen tevens aan de Commissie inzake de Positie van Vrouwen ter beschikking wordt gesteld.
Als uitwerking van resolutie 1993/16 van de Economische en Sociale Raad stelde het secretariaat een nieuw system-wide medium-term plan (1996–2001) op. Het was reeds het voornemen om het plan na de Wereldvrouwenconferentie te herzien. De herziening ervan heeft tot doel het Platform for Action te doen uitvoeren door middel van integratie in het werk van alle organisaties van het VN-systeem. Binnen de Europese Unie nam Finland het initiatief om bij de resolutie een annex op te nemen met daarin amendementen op het plan, dat is ingedeeld volgens de kritieke aandachtsgebieden van het Platform for Action. Discussies die tijdens Beijing reeds gevoerd waren, zoals omtrent paritaire democratie en sexuele en reproduktieve rechten, kwamen hierbij terug. Op deze contentieuze punten werd overeenstemming bereikt door een verwijzing naar het Platform for Action. De resolutie werd uiteindelijk ingediend door Italië namens de Europese Unie en werd zonder stemming aanvaard.
Iedere Commissiezitting wordt een aantal beleidsinhoudelijke thema's besproken. Het is de bedoeling dat op deze wijze voor het jaar 2001 alle kritieke aandachtsgebieden uit het Platform for Action in de Commissie zijn behandeld. Tijdens de 40e zitting werd een plan ter verdeling van de thema's over de komende vijf jaren aanvaard. Tijdens de 41e zitting zullen worden behandeld:
– Onderwijs en training van vrouwen
– Vrouwen en economie
– Vrouwen en besluitvorming
– Vrouwen en milieu.
Het programma voor 1998 bevat een samenhangend mensenrechtenpakket.
De Commissie behandelde tijdens deze 40e sessie de prioriteitsthema's: Armoede, Vrouwen en Media, en Zorgtaken (Child and dependent care).
Naar aanleiding van een notitie over de armoedeparagraaf in het Platform for Action werd een aantal expertpanels georganiseerd over armoede. In deze geanimeerde en kwalitatief goede discussies werd o.a. gesproken over de geringe participatie van vrouwen in de besluitvorming, de noodzaak tot institutionele verandering t.a.v. gender, problemen van mainstreaming van gender binnen organisaties en het aspect van de feminisering van de armoede. De Europese Unie legde bij monde van Italië een verklaring af waarin werd benadrukt dat het uitbannen van armoede niet alleen een kwestie van sociale gelijkheid is maar ook een voorwaarde voor democratie omdat armoede mensen belemmert hun rechten uit te oefenen. De strijd tegen armoede is derhalve een grote verantwoordelijkheid van overheden. Omdat vrouwen 70% van alle armen vormen is de integratie van gender in macro-economische analyses en -planning een noodzakelijke voorwaarde voor het uitbannen van armoede, alsmede het versterken van de autonomie van vrouwen.
Er werd over dit onderwerp een resolutie aangenomen waarin de centrale rol die vrouwen spelen in armoedebestrijding wordt erkend. Integratie van het gender perspectief in het armoedebeleid en het versterken van de autonomie van vrouwen als voorwaarde om armoede uit te bannen staan hierin centraal.
Ook worden regeringen opgeroepen om hun verplichtingen voortvloeiend uit het Platform for Action na te komen.
Ten aanzien van de wijze waarop vrouwen in negatieve zin worden afgebeeld in de media ontspon zich een intensief debat over de spanning tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds en de negatieve beeldvorming van vrouwen anderzijds. Dat laatste werd door sommige lidstaten gezien als een inbreuk op het non-discriminatiebeginsel op grond waarvan een zekere beperking van de vrijheid van meningsuiting mogelijk zou moeten zijn. Zweden, Denemarken en ook Nederland hadden daartegen grote bezwaren en hielden vast aan een onbeperkt recht van vrijheid van meningsuiting.
Deze landen wezen op de belangrijke rol van NGO's die bijvoorbeeld door monitoring van programma's invloed op de media kunnen uitoefenen zonder aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Voor het bereiken van overeenstemming werd op dit punt teruggegrepen naar het Platform for Action en op vormen van vrijwillige zelfregulering die in overeenstemming zijn met de vrijheid van meningsuiting.
♦ Zorgtaken, inclusief het delen van verantwoordelijkheden tussen mannen en vrouwen
Ter bevordering van herverdeling van zorgtaken noemde de Commissie o.a.: gelijke beloning voor gelijke arbeid of arbeid van gelijke waarde, hetgeen nog steeds niet gerealiseerd is, flexibilisering van de werktijden, deelname van vrouwen aan onderhandelingen die arbeidsvoorwaarden betreffen en onderzoek naar de waarde van het onbetaalde werk. De nationale overheid heeft samen met de sociale partners een belangrijke rol te vervullen in de aanpassing van wettelijke regelingen in het bijzonder waar het gaat om zorg voor kinderen, ouderen en gehandicapten. In eensgezindheid werd op dit thema door de lidstaten gewerkt aan de totstandkoming van de «agreed conclusions». Noemenswaardige vooruitgang vergeleken met het slotdocument van Beijing werd evenwel niet geboekt.
Facultatief protocol bij het Verdrag tot Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen
Parallel aan de Commissiezitting werkte een open-ended werkgroep aan een ontwerp facultatief protocol bij het Vrouwenverdrag. Het algemene debat spitste zich toe op de rechterlijke toetsbaarheid («justiciability») van de in het Vrouwenverdrag opgenomen verplichtingen van staten en op de mogelijke overlapping van de in het Facultatief Protocol voorziene klachtenprocedures met soortgelijke procedures in andere verdragen. Het debat werd gehouden aan de hand van de door het toezichthoudend Comité bij het Vrouwenverdrag naar voren gebrachte elementen voor een ontwerp Facultatief Protocol. De groep heeft goede voortgang gemaakt. De voorlopige indruk is dat er in beginsel steun bestaat voor een klachtenprocedure, die alle bepalingen van het Vrouwenverdrag omvat. Veel meer problemen zijn evenwel te voorzien t.a.v. een eventuele onderzoeksprocedure. De eerste gedachtenwisselingen maakten duidelijk dat dit voorstel op grote weerstand stuit.
De meeste weerstand tegen een Facultatief Protocol als zodanig bestond bij China en Japan. De werkgroep slaagde er in alle elementen voor een facultatief protocol te bespreken. Aan de Economische en Sociale Raad is het verzoek voorgelegd om in 1997 parallel aan de 41e zitting van de Commissie de werkzaamheden te mogen vervolgen.
Vooruitblik op de 41e zitting van de Commissie inzake de positie van vrouwen (1997)
De 41e zitting van de Commissie inzake de positie van Vrouwen zal plaatsvinden in de periode dat Nederland voorzitter is van de Europese Unie. Tijdens deze zitting zal Nederland o.a. de EU-positie in de Commissie inzake de positie van Vrouwen coördineren en uitdragen.
De agenda voorziet in een bespreking van de vier hierboven genoemde prioriteitsthema's. Daarnaast zal rekening moeten worden gehouden met een aantal beleidsmatige aspecten en resoluties.
Voorts valt redelijkerwijs te verwachten dat wederom een parallelle bijeenkomst van de open-ended werkgroep inzake een facultatief protocol bij het Vrouwenverdrag zal plaatsvinden. Op voorhand wordt niet uitgesloten dat Nederland voorafgaand aan de 41e zitting van de Commissie een overleg met de EU-partners zal beleggen teneinde o.a. te komen tot gemeenschappelijke posities m.b.t. de prioriteitsthema's.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XV-44.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.