Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24400-XIV nr. 55 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24400-XIV nr. 55 |
Vastgesteld 20 juni 1996
De vaste commissies voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij1 en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de voortgangsrapportage Plan van Actie Vleeskeuringen2.
De minister en de staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij brief van 18 juni 1996.
Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
Kan nader worden toegelicht hoe de werkverdeling tussen de Ministeries van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het door de Directeuren-Generaal getekende protocol is geregeld?
De werkverdeling tussen het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vloeit voort uit de verantwoordelijkheidsverdeling, zoals vermeld in genoemd protocol. VWS heeft het primaat in het beleid inzake volksgezondheid en consumentenbescherming. LNV heeft het primaat in het beleid inzake diergezondheid en dierenwelzijn (met uitzondering van Wet op de dierproeven) en afzet. Voor de volksgezondheidsaspecten van zoönosen ligt de eerste verantwoordelijkheid bij VWS. VWS heeft een algemene verantwoordelijkheid om door de hele keten heen wettelijke eisen te formuleren op het gebied van hygiëne en gezondheidsbescherming van de consument. Het gaat hierbij om horizontale eisen zoals bijvoorbeeld de eisen in richtlijn 93/43/EEG inzake levensmiddelenhygiëne. LNV heeft de primaire verantwoordelijkheid om, ten aanzien van de produktiefase van vers vlees, de verticale, specifieke, wettelijke eisen te formuleren binnen het gegeven gezondheidskader. Deze verantwoordelijkheid vloeit voort uit haar verantwoordelijkheid voor de primaire produktiefase.
Deze verticale eisen vloeien vrijwel geheel voort uit de Europese richtlijnen op het gebied van produktie en verwerking van vlees. VWS heeft de primaire verantwoordelijkheid om, ten aanzien van produktie en handel in vleesprodukten, specifieke eisen op gebied van volksgezondheid te formuleren. De scheiding in primaire verantwoordelijkheid ligt direct na de uitsnijderijfase en/of de koel- en vrieshuisfase.
Is nu in de praktijk verzekerd dat de twee instanties elkaar op de werkvloer niet voor de voeten lopen en zijn doublures nu uitgesloten? Is er sprake van een gecoördineerd optreden naar het bedrijfsleven toe?
De diensten van beide departementen hebben onderscheiden taken. Deze vloeien voort uit de wetgeving. De onderlinge afstemming tussen deze taken geschiedt zoals in het protocol is afgesproken. Hoofdlijn daarbij is dat diensten gebruik maken van elkaars bevindingen over geconstateerde tekortkomingen. Wanneer overigens sprake is van direct gevaar voor de volksgezondheid, zal het Staatstoezicht direct ingrijpen. In de praktijk is sprake van een duidelijk groeiend vertrouwen tussen de diensten en een gezamenlijk optreden naar het bedrijfsleven.
Welke rol speelt de Algemene Inspectie Dienst ten opzichte van de Commissie van Advies voor de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees?
De Algemene Inspectie Dienst is een opsporingsdienst die opereert buiten de verantwoordelijkheid van de Commissie van Advies. De Commissie van Advies heeft als taak de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te adviseren over de uitvoering van de taken door de RVV. De AID verstrekt vanuit haar opsporingstaak eveneens informatie over de uitvoering van de taken door de RVV aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Wat zal de meerwaarde zijn van de interne verzelfstandiging van de RVV vergeleken met de huidige situatie?
De meerwaarde zal zijn een betere bedrijfseconomische bedrijfsvoering (stelsel van baten en lasten), heldere aansturingsrelaties en flexibel onroerendgoed beheer. De realisatie daarvan zal moeten blijken gedurende de uitvoering van het project Verzelfstandiging RVV.
Op welke wijze wordt de landelijke overheid geïnformeerd over Insport?
Insport is een geautomatiseerd systeem waarin kwartaalrapportages die door de verantwoordelijke RVV-dierenarts worden opgemaakt, worden verwerkt.
Het is bedoeld als hulpmiddel voor het vastleggen op een uniforme wijze van de bevindingen bij de kwartaalrapportages. Dit systeem is momenteel operationeel voor roodvleesslachterijen, uitsnijderen en koel- en vrieshuizen. Voor de pluimveesector is dit systeem vrijwel gereed. De gegevens uit Insport zijn voor de departementsleiding en beleidsdirecties toegankelijk om samen met de RVV landelijke knelpunten waar te nemen en acties voor te bereiden.
Knelpunten en acties worden besproken met de verschillende bedrijfssectoren.
Hoe wordt de Gebruikersraad samengesteld?
De Gebruikersraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Kan een toelichting worden gegeven op de bevoegdheden en de werkwijze van de op korte termijn in te stellen Gebruikersraad? Wordt in deze raad vooral informatief overleg gevoerd, of wordt over werkwijze en prijsstelling van de RVV onderhandeld?
De Gebruikersraad is een overlegorgaan van de RVV met het bedrijfsleven. De Gebruikersraad adviseert de RVV over de taakuitoefening binnen de geldende wettelijke kaders die voor de RVV gelden. Daarnaast adviseert de Gebruikersraad binnen de vastgestelde missie van de RVV, het Jaarplan, de begroting en de beleidskaders, zoals die door mij, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, worden bepaald.
Binnen deze kaders is sprake van een zinvolle mogelijkheid van samenspraak over de uitvoering van keuringen, efficiency en klantgerichtheid (openingstijden), tarieven en dergelijke.
In hoeverre verloopt de uitbreiding volgens het oorspronkelijk schema, waarbij binnen 3 jaar voorzien zou zijn in 120 extra plaatsen? Waarom verloopt het zo moeizaam?
De uitbreiding van het aantal dierenartsen verloopt volgens schema. De RVV stelt specifieke eisen en gelet op de arbeidsmarkt voor keuringsdierenartsen vergt de uitbreiding inspanning. Sinds de start van de geïntensiveerde wervingsactie zijn er al ruim 40 nieuwe dierenartsen aangenomen.
Voldoet Nederland met de 120 extra aan te stellen keuringsdierenartsen aan de Europese normstelling?
Sinds het Actieplan tot stand is gekomen, zoals in het plan als wenselijk wordt aangeduid, is de EU-regelgeving deels aangepast.
Dit betreft het dierenartstoezicht in kleine slachterijen. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van permanent naar periodiek toezicht. Dit leidt er toe dat met de uitbreiding van 120 dierenartsen in drie jaar (elk jaar 40 dierenartsen extra) naar verwachting wordt voldaan aan de eisen van de huidige richtlijnen.
Wat is de stand van zaken in de discussie met de RVV, naar aanleiding van de opwaartse beïnvloeding van de keuringstarieven als gevolg van de toename van het aantal keuringsdierenartsen?
Wat zijn de exacte financiële gevolgen van het uitbreiden van het aantal keuringsdierenartsen? Hoe werkt dit door in tariefstelling en de kostendekkendheid van de tarieven?
Door de voorgenomen stijging van het aantal dierenartsen bij de RVV in de komende jaren zullen de kosten van de RVV stijgen. In 1996 t/m 1998 stijgt jaarlijks het aantal dierenartsen met 40, hetgeen een kostenstijging van ca. f 4 miljoen per jaar betekent, in totaal ca. f 12 miljoen. Dit is ca. 8% van de kosten. Daarnaast wordt een daling met ca. 110 keurmeesters in de jaren 1996 t/m 1998 geraamd, wat een daling van de kosten met in totaal ca. f 9 miljoen inhoudt. De kosten en opbrengsten van de RVV (inclusief het aspect van een stijgend aantal dierenartsen) zijn dit voorjaar onderzocht. Mede naar aanleiding hiervan wordt op korte termijn een beperkte stijging van de tarieven voorzien.
Op welke wijze geschiedt de beoordeling van individuele keuringsprestaties?
In vrijwel alle sectoren worden individuele keuringsprestaties geregistreerd. Momenteel werkt de RVV aan een algemeen model ter beoordeling van deze prestaties. Dit model zal alle activiteiten van de RVV in de slachterijen afdekken. Het gaat hierbij niet alleen om de toetsing van de individuele keuringsprestaties, maar ook om de kwaliteit van het toezicht op de hygiëne, de identificatie van de dieren etcetera. De feitelijke beoordeling van de individuele keuringsprestaties zal worden vastgelegd aan de hand van beoordelingslijsten. Deze lijsten worden momenteel uitgetest in de verschillende slachterij-sectoren. Na zomer 1996 zal de introductie bij alle bedrijven plaatsvinden.
Wordt een toename verwacht van illegale slachtingen als gevolg van de verdere stijging van de keuringstarieven?
Het risico van een toename van illegale slachtingen is mij bekend. De AID heeft diverse illegale slachtingen vastgesteld. Ook werden twee omvangrijke gerechtelijke vooronderzoeken afgesloten.
Als oorzaak valt hierbij vooral te denken aan de toegenomen keuringseisen ten gevolge van Europese richtlijnen, maar ook de tarieven kunnen een rol hebben gespeeld bij deze toename. Mede om die reden is de tariefstijging bij kleinere slachterijen en bijzondere slachtplaatsen per oktober 1995 beperkt gebleven.
Waaruit blijkt dat het Flits-systeem goed aanslaat en kwaliteitsverhogend werkt? Kan inzicht worden gegeven in de resultaten van de zogenaamde «Flits-acties» en de speerpuntenonderzoeken?
Het stellen van vragen ten aanzien van kritische items bij keuring en controle leidt tot het activeren van de medewerkers en geeft stimulansen tot verbetering. Met algemene en gerichte acties richt de centrale directie van de RVV zich op de minder goed scorende eenheden.
Bij verschillende items is aan de hand van herhaalonderzoek na verloop van enige tijd gebleken dat de scores, met name bij de slechter scorende eenheden, door de verschillende acties verbeteren.
Speerpuntonderzoeken (snelle kortlopende onderzoeken van beperkte omvang) vonden plaats ten aanzien van de bezetting van keurmeesters in de slachterijen, de controle in uitsnijderijen en het internationale meldsysteem ANIMO. Resultaten van genoemde onderzoeken geven de centrale directie van de RVV inzicht in de keurings- en controleprestaties van de organisatie.
Uit de resultaten van Flits-advies en speerpunten blijkt dat het flitssysteem kwaliteitsverhogend werkt en aangeeft op welke punten verbeteringen mogelijk zijn.
Wat zijn de uitgangspunten en doelstellingen bij de voorgenomen stroomlijning van de hantering van sanctiemiddelen? Wat voor speciale actie is in voorbereiding?
Het uitgangspunt is dat bij iedere vorm van wettelijke overtreding duidelijk zal moeten zijn welke sanctiemaatregel kan worden genomen en door wie.
Daarbij is de doelstelling dat de RVV, voldoende sanctiemaatregelen ter beschikking heeft om daadkrachtig op te kunnen treden bij vastgestelde overtredingen. Momenteel is het opstellen van een overzicht van sanctiemogelijkheden die er op basis van de regelgeving zijn, in voorbereiding. Het gaat daarbij om een overzicht waarbij de zwaarte van geconstateerde overtredingen ten opzichte van het wettelijk kader wordt afgewogen tegen de zwaarte van de sanctiemaatregelen. Ook zal in dit overzicht worden aangegeven op welke wijze op dit gebied wordt samengewerkt met de AID en de Veterinaire Inspectie van de Volksgezondheid.
Hoe is het gesteld met de uitvoering van het beleid inzake de zogenaamde wrakke dieren (beleid en praktijk lijken niet sluitend te zijn)?
Hoe verloopt het transport van de wrakke dieren sedert de aanpassing van de voorschriften van oktober 1995? In hoeveel van de gevallen was er sprake van transport onder bedwelming? Kan worden aangegeven in welke mate wrak vee nog wordt aangevoerd bij reguliere slachtplaatsen? In hoeveel gevallen leidt dit tot boetes voor vervoerders?
Het beleid is duidelijk en in de praktijk wordt de werkwijze gevolgd die is voorgeschreven. Wrakke dieren worden steeds afzonderlijk vervoerd, conform de voorschriften. Indien wrakke dieren niet zonder extra lijden vervoerd kunnen worden, worden ze bedwelmd en verbloed op de boerderij. Dit betreft thans reeds 500 à 600 gevallen. Bij de reguliere slachtplaatsen en markten wordt nog steeds incidenteel wrak vee aangevoerd. De RVV voert daar dagelijks controle op uit. Bij overtreding schakelt de dierenarts altijd de AID in. Gedurende de eerste vier maanden van 1996 heeft de RVV 40 gevallen van vermoedelijke overtredingen aangemeld bij de AID. Hiervan bleek in zestien gevallen daadwerkelijk sprake te zijn van een overtreding. De strafrechtelijke vervolging van deze overtredingen loopt nog.
In hoeverre wordt de naleving van regels met betrekking tot het vervoer van wrakke dieren gefrustreerd door onduidelijkheid over de vraag wat precies wrak vee is?
Hoe beoordeelt de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij het gegeven dat de RVV, hangende een proefproces, terughoudend omgaat met het uitdelen van processen-verbaal (zie Boerderij, 26 maart 1996)?
In het grote scala aan mogelijke verwondingen en ziekteverschijnselen is het meestal duidelijk of een dier moet worden bestempeld als «wrak» vee. In een beperkt aantal gevallen is er twijfel. De werkgroep wrakke dieren van de Raad voor Dieren Aangelegenheden is de aangewezen plaats om deze discussie over grensgevallen te voeren. Op grond daarvan zal ik te zijner tijd over twijfelgevallen een beslissing nemen.
Gezien het feit dat de RVV dagelijks controleert en de AID al zestien processen-verbaal heeft opgemaakt, is geen sprake van terughoudendheid in het optreden.
Kan worden aangegeven in hoeverre de saneringsoperatie in de runderslachtsector succesvol verloopt?
Acht runderslachterijen zijn in 1995 gesloten als gevolg van de saneringsoperatie. Geen enkele runderslachterij is daarna op diezelfde lokatie gestart. Dit heeft geleid tot een beduidend hogere bezettingsgraad in andere slachterijen. Overigens geven recente ontwikkelingen, zoals BSE (gekke koeienziekte) en de toegenomen spanning op de afzetmarkt, opnieuw aanleiding tot zorg.
Kan worden aangegeven hoe het aantal feitelijke slachtingen van het afgelopen boekjaar zich verhoudt tot de verwachte slachtingen die verwerkt zijn in de kostendekkende tariefstelling? Zal aan het einde van het boekjaar van kostendekkende tarieven gesproken kunnen worden?
De RVV heeft in 1995 ongeveer 100 000 runderen en ongeveer 700 000 varkens minder gekeurd dan geraamd. Derhalve werden er minder inkomsten verkregen dan aanvankelijk geraamd was. In de bedrijven zijn om die reden echter ook minder keurmeesters en dierenartsen ingezet dan was geraamd.
Over 1996 is in z'n totaliteit nog geen sprake van volledige kostendekkendheid. Om die reden zijn momenteel voorstellen voor tariefaanpassingen ontwikkeld, waarin de effecten van loon- en prijsstijgingen op de kosten zijn verwerkt. Voor specifieke omstandigheden zoals kleine slachterijen, bijzondere slachtplaatsen en de invoer van bepaalde produkten uit derde landen, is een geheel kostendekkend tarief op dit moment nog niet mogelijk of gewenst.
Tevens bereid ik tariefsvoorstellen voor waarin de effecten van wijzigingen van EU-Richtlijnen en nationale wetgeving worden vertaald naar de Nederlandse situatie.
Welke financiële consequenties zijn verbonden aan een eventueel verschil tussen het verwachte aantal slachtingen en het aantal feitelijk verrichte slachtingen?
De tariefstructuur is gebaseerd op een toekomstverwachting waarin diverse factoren (bijvoorbeeld aantal dieren en aantal gewerkte uren) worden geschat. Wanneer deze aantallen achteraf lager zijn dan geraamd, zal er vrijwel zeker sprake zijn van lagere keuringsontvangsten. Zo hield de daling van het aantal geslachte dieren in 1995 een daling in van f 3 miljoen aan opbrengsten.
Kan worden ingegaan op de vrees die de Algemene Inspectie Dienst heeft geuit ten aanzien van een mogelijk groeiend aantal illegale slachtplaatsen in Nederland (zie Agrarisch Dagblad van 3 april 1996)?
Zie antwoord op vraag 13.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot een nieuwe Vleeskeuringswet?
Het opstellen van een ontwerp van een nieuwe Vleeskeuringswet bevindt zich nog in de ambtelijke fase.
Samenstelling: Leden: Van der Linden (CDA), Blauw (VVD), voorzitter, Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, M. M. H. Kamp (VVD), Esselink (CDA), Smits (CDA), Reitsma (CDA), Huys (PvdA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66), Van Zijl (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Aiking-van Wageningen (Groep Nijpels), Woltjer (PvdA), Schuurman (CD), Augusteijn-Esser (D66), Van den Bos (D66), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Stellingwerf (RPF), Crone (PvdA), M. B. Vos (GroenLinks), Van Waning (D66), Keur (VVD), O. P. G. Vos (VVD) en Passtoors (VVD).
Plv. leden: Bukman (CDA), Te Veldhuis (VVD), Van Middelkoop (GPV), Remkes (VVD), Beinema (CDA), Leers (CDA), Biesheuvel (CDA), Van Gijzel (PvdA), Liemburg (PvdA), Hoekema (D66), M. M. van der Burg (PvdA), Verspaget (PvdA), Verkerk (AOV), Dijksma (PvdA), Poppe (SP), vacature D66, Jorritsma-van Oosten (D66), Gabor (CDA), Leerkes (U55+), De Cloe (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Doelman-Pel (CDA), Cornielje (VVD), Verbugt (VVD) en H. G. J. Kamp (VVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XIV-55.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.