Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24400-XIV nr. 50 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24400-XIV nr. 50 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 11 april 1996
Op 24 oktober 1995 is een op 12 oktober door de leden Van Middelkoop en Ter Veer tijdens de behandeling van de begroting 1996 van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in de Tweede Kamer ingediende motie m.b.t. de riooloverstortproblematiek aangenomen (24 400, XIV, nr. 23).
In vervolg op mijn brief van 13 oktober jl. (24 400, XIV, nr. 26) bericht ik u onderstaand, mede namens de Ministers van Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, over de mate waarin wij uitvoering hebben kunnen geven aan de motie.
In de motie wordt in de eerste plaats gevraagd om aan een snelle oplossing van het probleem van de riooloverstorten actief bij te dragen, terwijl wordt geconstateerd dat gemeenten op dit moment te weinig aandacht geven aan de oplossing van het probleem van de riooloverstorten.
Op basis van mij ter beschikking staande gegevens kan ik deze constatering niet bevestigen. Wel constateer ik de laatste jaren in het algemeen een sterk gegroeide aandacht van gemeenten voor hun rioleringstaak.
De gemeentelijke zorgtaak voor aanleg en beheer van riolering kende lange tijd geen formele wettelijke basis, maar werd uitgevoerd vanuit een algemene taakopvatting van de gemeenten. Bij de totstandkoming van de Wet milieubeheer is in het belang van een adequate taakuitvoering een regeling opgenomen inzake de zorgplicht van de gemeenten voor de aanleg en het beheer van riolering.
In het kader van de Wet milieubeheer zijn gemeenten tevens verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) op te stellen.
In de meeste gemeenten is het rioolstelsel grotendeels van het gemengde type. Dat betekent dat er sprake is van een gecombineerde inzameling van afvalwater en hemelwater en transport naar de rioolwaterzuiveringsinrichting. Bij hoge neerslag zal echter, afhankelijk van de bergingscapaciteit in het stelsel, een deel van het rioolwater via overstorten rechtstreeks in het oppervlaktewater terecht komen.
Gemeenten dienen daarom in hun GRP zowel aandacht aan de omvang als aan de lokatie van riooloverstorten te besteden. De basisinspanning zoals deze is aanbevolen door de Commissie Integraal Waterbeheer (CIW/CUWVO) vormt hiervoor uitgangspunt. De voorwaarden voor riooloverstorten worden per lokatie vastgelegd in de vergunning op grond van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater.
Het ligt in de verwachting dat op termijn minder overstortingen zullen voorkomen door o.m. aanpassing van rioleringsstelsels en vergroting van de bergingscapaciteit.
Gemeenten zijn op dit moment bezig met het opstellen van hun GRP of reeds bezig met op het GRP gebaseerde uitvoeringsprogramma's, waarvan de noodzakelijke vermindering van overstortingen onderdeel uitmaakt.
Bij realisatie van de basisinspanning via uitvoeringsprogramma's zullen de negatieve invloeden van overstortingen worden beperkt.
Dit zal de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeteren.
Financieel/technisch zijn gemengde rioolstelsels echter nimmer zo te dimensioneren dat geen overstortingen meer plaatsvinden. Dit betekent dat er op lokaal niveau vanuit waterkwaliteitsoogpunt soms aanvullende maatregelen nodig zijn. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het aanleggen van aanvullende bergingsvoorzieningen en het verbeteren van de doorspoeling van het ontvangende oppervlaktewater.
Daarnaast zal in de Vierde nota waterhuishouding aandacht besteed worden aan ontwikkelingen om hemelwater zoveel mogelijk te integreren in het stedelijk waterbeheer. Hierdoor zal het aantal overstorten op de langere termijn verder afnemen.
Informatie over de lokatie van riooloverstorten en de daarop aangesloten riolering is bij alle gemeenten beschikbaar en verkrijgbaar.
In het algemeen zijn schadelijke effecten van overstortingen niet aannemelijk vanwege het incidentele karakter van lozingen van riooloverstortingen en de verdunning van de verontreiniging met hemel- en oppervlaktewater.
Er zijn echter aanwijzingen dat in specifieke situaties een risico voor de gezondheid van het weidevee kan ontstaan, al is het causaal verband tussen gezondheidsproblemen en riooloverstorten veelal moeilijk te leggen omdat deze problemen bij weidevee nog door vele andere factoren kunnen worden veroorzaakt.
De problematiek van gezondheidsschade bij vee als gevolg van riooloverstorten is in eerste aanleg een zaak die tussen de veehouder, de betrokken gemeente en de waterkwaliteitsbeheerder moet worden opgelost. Eén en ander werd eerder ook aangegeven in een brief van 24 maart 1995 aan de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en in antwoorden op schriftelijke vragen van de leden Van Middelkoop en Ter Veer over dit onderwerp (ontvangen 21 augustus 1995, aanhangsel Handelingen Tweede Kamer '94–'95, 1130).
De Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heb ik verzocht om veehouders over het mogelijke risico te informeren. Van beide organisaties is bericht ontvangen dat zij de gemeenten en de waterkwaliteitsbeheerders geïnformeerd hebben.
Ik ben voornemens na te gaan of veehouders inderdaad op de hoogte zijn. Tevens is mij gebleken dat ook het Landbouwschap een actief beleid voert in het beschikbaar krijgen van informatie aan veehouders.
Om een totaalbeeld te krijgen van de aard en omvang van de lokaties waar tot nog toe mogelijke relaties zijn/worden verondersteld tussen riooloverstortingen en gezondheid van het vee, zal het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling, in samenwerking met de Gezondheidsdienst voor Dieren, een inventarisatie van deze lokaties maken. Bij deze inventarisatie zal gebruik gemaakt worden van de informatie die onder meer bij waterkwaliteitsbeheerders beschikbaar is over specifieke lokale situaties.
Naar verwachting zullende resultaten van deze inventarisatie voor de zomer beschikbaar zijn en u worden toegezonden.
Gelet op het voorgaande, is er vooralsnog geen aanleiding vanwege de problemen die zich op specifieke lokale situaties kunnen voordoen het generieke rioleringsbeleid aan te passen.
In de motie wordt in de tweede plaats gevraagd te bevorderen dat betrouwbare wetenschappelijke gegevens beschikbaar komen over de relatie tussen gezondheidsschade bij vee en de riooloverstortingen. Zoals in de eerdergenoemde antwoorden op Kamervragen is aangegeven, kunnen de geconstateerde gezondheidsproblemen bij weidevee door vele factoren worden veroorzaakt. Deze factoren beïnvloeden elkaar bovendien onderling en worden beïnvloed door dier- en bedrijfsfactoren. Dit maakt het zeer moeilijk een causaal verband te leggen tussen de gezondheidsproblemen en één van deze factoren, i.c. aanwezigheid van een riooloverstort.
Meer specifiek onderzoek naar genoemde relatie, ter verkrijging van meer betrouwbare gegevens, achten wij daarom op grond van de momenteel beschikbare informatie niet zinvol.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XIV-50.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.