nr. 58
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 28 augustus 1996
Bij brief van 19 maart 1996 (24 400 XIII, nr. 41) heb ik u geïnformeerd
over mijn voornemen om de Subsidie-regeling exportfinancieringsarrangement
Indonesië in de Staatscourant te publiceren. Het betrof hier een
ministeriële regeling vooruitlopend op een AMvB. De betreffende regeling
is vervolgens op 4 april jl. aan u toegezonden en in de Staatscourant gepubliceerd.
In mijn brief van 19 maart jl. heb ik aangegeven dat samen met de Minister
van Financiën gezocht zou worden naar mogelijkheden om ook ten behoeve
van Inpres-8 projecten financieringssteun mogelijk te maken. In de praktijk
betekende dat, dat 25-jarige kredieten moesten kunnen worden kredietverzekerd.
Inmiddels is hiervoor een oplossing gevonden.
Met deze brief deel ik u mede dat ik voornemens ben de Subsidieregeling
exportfinancieringsarrangement Indonesië te wijzigen, zodanig dat Nederlandse
exporteurs die meedingen naar Inpres-8 projecten ook subsidie kunnen aanvragen.
Uit een oogpunt van overzichtelijkheid zal de regeling, die grotendeels identiek
is aan de eerder aan u overgelegde regeling, opnieuw worden vastgesteld.
Voor de Inpres-8 projecten wordt f 80 mln subsidie beschikbaar gesteld,
te commiteren in 4 jaar, als onderdeel van het door de Ministerraad op 14
juli '95 goedgekeurde f 245 mln ten behoeve van het Indonesië pakket.
Met deze f 80 mln bijdrage kunnen voor ongeveer f 200 mln transacties
worden gerealiseerd.
Inpres-8 projecten zijn projecten waarvoor zachte financiering wordt ingezet
conform de voorwaarden van de Indonesische overheid. Deze voorwaarden vereisen
leningen met een looptijd van 25 jaar tegen 3,5% rente en met 7 aflossingsvrije
jaren. De betreffende leningen (ad f 200 mln) worden verstrekt door commerciële
banken. De EFI subsidie wordt ingezet voor renteoverbrugging gedurende de
gehele looptijd. Een aanvullende PM begrotingspost is nodig gebleken in verband
met de herverzekering van de commerciële leningen gedurende jaar 13–25. Immers de commerciële banken zijn niet bereid leningen met een
looptijd van 25 jaar te verstrekken zonder kredietverzekering.
Binnen het reguliere kredietverzekeringsbeleid van het Ministerie van
Financiën wordt maximaal 12 jaar (inclusief twee jaar fabricatieperiode)
herverzekerd ten laste van hoofdstuk IXB van de Rijksbegroting.
De Ministerraad is op 3 mei jl. akkoord gegaan met herverzekering van
de met de beschikbare f 80 mln EFI subsidie te financieren f 200
mln Inpres-8 transacties gedurende de jaren 13–25. De eventuele schades
worden vanaf 2008 PM ten laste gebracht van de middelen voor exportbevordering
binnen het non ODA-deel van de Homogene Groep Internationale Samenwerking
(HGIS).
De PM dekking ten laste van de middelen voor exportbevordering binnen
het non ODA-deel van de HGIS wordt begrotingstechnisch verwerkt op de EZ begroting.
Daartoe zal aan de EZ begroting verplichtingenruimte worden toegevoegd. Uitgaande
van een zeer voorzichtige 25% schaderatio, kunnen de totale schades over jaar
13–25 oplopen tot in totaal f 43,7 mln. Het totaalbedrag van de
voor de af te geven polissen op te nemen verplichtingenruimte telt op tot
f 174,8 mln (4x f 43,7 mln), omdat bij de af te geven polissen wordt
uitgegaan van een worst-case (100% schaderatio) scenario.
De op de EZ-begroting bij te boeken bruto verplichtingenruimte bedraagt
het drievoudige van f 174,8 mln zijnde f 524,4 mln. Dit is een begrotingstechnische
mutatie die noodzakelijk is om dekkingstoezeggingen te kunnen afgeven. Immers
bij het toekennen van een voorlopige EFI subsidie ga ik ervan uit dat slechts
1 op de 3 voorlopige subsidietoezeggingen tot een order (= definitieve subsidietoezegging
en polis) en dus tot daadwerkelijke betalingen leidt. Deze 1/3 verhouding
werkt ook door in de af te geven dekkingstoezeggingen. De totaal benodigde
f 524,4 mln verplichtingenruimte wordt gedurende de jaren 1996 t/m 1999
aan de EZ begroting toegevoegd. Hiertoe wordt een nieuw artikelsub onder artikel
0703 geopend.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
A. van Dok-van Weele