24 400 XIII
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 1996

nr. 54
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 13 augustus 1996

Inleiding

In november 1995 bent u door mij voor het laatst geïnformeerd1over de stand van zaken bij de onderhandelingen over nieuwe internationale beleidsafspraken m.b.t. exportcontroles op het terrein van conventionele wapens en van goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik2. In december jl. werd dit onderhandelingsproces onder Nederlands voorzitterschap in het Vredespaleis afgesloten met de oprichting van het Wassenaar Arrangement (WA). Tijdens de eerste Plenaire Vergadering (2–3 april en 11–12 juli jl.) werden het basisdocument (de zgn. Initial Elements) afgerond, afspraken gemaakt over het toekomstige WA-werkprogramma en een institutionele WA-structuur met bijbehorende financiering opgezet. Daarmee is het Wassenaar Arrangement feitelijk in werking getreden en kunnen de 33 deelnemende landen3 aanvangen met de verwezenlijking van de doelstellingen.

In het hierna volgende informeer ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, beknopt over de onderhandelingen, de gemaakte afspraken en het in werking treden van het Arrangement.

De onderhandelingen

Het Wassenaar Arrangement on Export Controls for Conventional Arms and Dual-Use Goods and Technologies is de opvolger van het op 1 april 1994 opgeheven Coordinating Committee on Multilateral Export Control (COCOM). Deze organisatie was gedurende de Koude Oorlog een instrument van zestien NAVO-landen (IJsland was uitgezonderd), Japan en Australië om te voorkomen dat communistische staten de beschikking zouden krijgen over strategische goederen en technologie. De ongeveer twee jaar durende onderhandelingen over de opvolger van COCOM stonden onder leiding van de Directeur-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen, vonden plaats in Wassenaar en werden op 19 dec. 1995 in het Vredespaleis door de onderhandelaars van 28 landen afgesloten. Sedertdien zijn vijf additionele landen als founding member toegetreden1 .

De onderhandelingssfeer tijdens de vijfde en afsluitende High Level Meeting in december 1995 was gespannen en de onderhandelingen waren zeer gecompliceerd. Door een aantal landen werd tegenstand geboden bij pogingen om tot relatief robuuste en evenwichtige afspraken te komen. Uiteindelijk kon toch een compromistekst worden opgesteld met een stevige ontwikkelingsclausule (zgn. evolutionary clause), waarin werd afgesproken dat de tekst op essentiële punten verder uitgewerkt zal worden na de start van het nieuwe arrangement. Het onderhandelingsresultaat staat verwoord in het basisdocument van het Wassenaar Arrangement, de zgn. Initial Elements (zie bijlage).

Tijdens de eerste Plenaire Vergadering van het Wassenaar Arrangement in april jl. bleek nog een aanvullend debat nodig te zijn (i.h.b. op instigatie van de Russische Federatie) over een enkele passage uit de reeds uitonderhandelde overeenkomst teneinde de ultieme politieke goedkeuring van alle deelnemers te kunnen verkrijgen. Tijdens de voortzetting van deze Plenaire Vergadering op 11 en 12 juli jl. werd hiervoor een oplossing gevonden.

Doel en procedures van het Wassenaar Arrangement

De Initial Elements bestrijken het doel en de reikwijdte van het arrangement, alsmede procedures voor de informatie-uitwisseling en goederenlijsten.

De toekomstige algemene informatie-uitwisseling zal moeten leiden tot grotere transparantie en verantwoordelijkheid met als doel het ontwikkelen van een gemeenschappelijk begrip van de risico's die kleven aan de overdracht van wapens en van goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik naar regio's van spanning. De uitgewisselde informatie zal de deelnemende landen in staat moeten stellen om te beoordelen in hoeverre zij hun exportcontrolebeleid dienen te coördineren om deze risico's te bestrijden.

Het uitwisselen van specifieke informatie over verleende en geweigerde relevante vergunningen m.b.t. goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik dient nader inzicht te verschaffen in de implementatie van het exportcontrolebeleid in de deelnemende landen. Tijdige uitwisseling van informatie m.b.t. geweigerde vergunningen dient daarbij als een early warning system van malafide bestemmingen en eindgebruikers. Geaggregeerde specifieke informatie kan niet eerder gedetecteerde handelsstromen aan het licht brengen die zouden kunnen leiden tot ongewenste vergroting van de capaciteit om in regio's van spanning zelf wapens te kunnen produceren. Gelet op de grote, volledig bonafide, handelsstromen wordt daarbij, voor de doeleinden van het nieuwe arrangement, onderscheid gemaakt tussen basis strategische goederen, gevoelige en zeer gevoelige goederen. In het nieuwe arrangement zal elk type zijn eigen procedures kennen, waarbij het minimaal administratief belasten van het systeem een belangrijke rol zal spelen.

Hoewel het uitwisselen van specifieke informatie op het terrein van de conventionele wapens in principe een zelfde rol zou moeten spelen als de informatie-uitwisseling op het terrein van de goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik, bleek op dit moment alleen een meer bescheiden benadering haalbaar. De, in VN-kader afgesproken, informatie-uitwisseling t.b.v. de zeven categorieën van het VN-Wapenregister was de enige basis waarop overeenstemming mogelijk was.

Wat betreft de goederen gaat het om twee controlelijsten, te weten: een lijst met specifieke militaire goederen en een lijst met basisgoederen. Deze laatste lijst bevat twee annexen: een annex met sensitieve goederen en een annex met een gering aantal zeer sensitieve goederen. De lijsten zijn op consensus-basis overeengekomen en wijken qua structuur niet af van de lijsten welke tot op heden in bijv. Nederland reeds worden gebezigd voor de exportcontrole op basis van het Uitvoerbesluit Strategische Goederen. Qua inhoud bestrijken de lijsten een breed scala van technologisch zeer hoogwaardige producten en technologieën die gebruikt kunnen worden voor de ontwikkeling, productie en verbetering van conventionele wapensystemen. Bij de totstandkoming van de lijsten is rekening gehouden met de beschikbaarheid van deze goederen in derde landen en met de mogelijkheid om deze goederen effectief te kunnen controleren.

De implementatie van het Wassenaar Arrangement

Tijdens de voortzetting van de eerste Plenaire Vergadering op 11 en 12 juli jl. werd het WA-werkprogramma voor de komende periode vastgesteld. Daaraan ging vooraf een controverse tussen een aantal landen die een ambitieuzer (qua tijdspad en inhoud) werkprogramma wensten en een aantal landen die zich terughoudender toonden. Deze laatste groep hechtte bijzonder belang aan het afronden van de discussie rond de behandeling van gerubriceerde informatie (Confidentiality of Information), alvorens het werkprogramma daadwerkelijk kan worden aangevangen. Besloten werd tot de instelling van een zgn. General Working Group, waarin dit najaar, naast vertrouwelijkheid van informatie, ook algemene en specifieke informatie-uitwisseling aan de orde zal komen. Verder werd besloten tot de instelling van een zgn. Working Group on Lists, die in het voorjaar van 1997 bijeen zal komen. Een aantal landen koppelde het werkprogramma aan de besluitvorming over de grootte en structuur van het Secretariaat. Deze discussie verliep moeizaam vanwege een patstelling inzake de positie van Hoofd van het Secretariaat. Het betreft hier een controverse tussen een kandidaat uit de VS en een kandidaat uit Duitsland. Besloten werd om de huidige Voorzitter, de heer Staffan Sohlman uit Zweden, tijdelijk de verantwoordelijkheid voor het Secretariaat op zich te laten nemen, opdat het werkprogramma in het najaar doorgang kan vinden. De verwachting is dat tijdens de volgende plenaire een beslissing inzake het Hoofd van het Secretariaat kan worden genomen.

Voorts kon men het eens worden over administratieve zaken nodig voor de oprichting van het Secretariaat. Een budget en contributieverdeling (OESO-verdeling op basis van nationaal BNP) voor 1996 werd aangenomen. Het budget is gebaseerd op 5,5 Secretariaatsmedewerkers en de Engelse taal als enige werktaal (kosten van een andere taal worden door het belanghebbende land zelf gedragen).

Besluit

Hoewel de onderhandelingen langdurig en gecompliceerd waren, kan worden gesteld dat nu toch een definitieve stap is gezet in de richting van een multilateraal exportcontrole-systeem voor conventionele wapens en van goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik. Veel zal nu afhangen van de wijze waarop de Initial Elementszullen worden uitgewerkt en verder kunnen worden ontwikkeld om tot een effectief en evenwichtig exportcontrole-instrument te komen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

A. van Dok-van Weele


XNoot
1

brief BEB/SGS/95065341 d.d. 16 november 1995 (24 400 XIII, nr. 24)

XNoot
2

d.w.z. voor zowel civiel als militair gebruik;

XNoot
3

De volgende landen nemen momenteel deel aan het Wassenaar Arrangement:Argentinië, Australië, België, Bulgarije, Canada, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Luxemburg, Nederland, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oekraïne, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, de Russische Federatie, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, het VK, de VS, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland.

XNoot
1

Het gaat om de volgende landen: Argentinië, Bulgarije, Oekraïne, Roemenië en Zuid-Korea.

Naar boven