nr. 49
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 19 juni 1996
Met verwijzing naar artikel 2, zesde lid, van de Kaderwet verstrekking
financiële middelen EZ deel ik u mede, dat ik binnenkort de Koningin
een voordracht zal doen voor een algemene maatregel van bestuur op grond van
voorgenoemde wet terzake van borgstellingen van de Staat voor bankkredieten
aan ondernemers in het midden- en kleinbedrijf.
Op 28 juni 1995 heb ik uw Kamer de beleidsnotitie «Werk door Ondernemen»
aangeboden. In de afgelopen periode is nadere uitwerking gegeven aan de voornemens
uit deze beleidsnotitie. Dit heeft geresulteerd in een algemene maatregel
van bestuur tot wijziging van het Besluit borgstelling mkb-kredieten (het
BBMKB) op de volgende onderdelen.
1. Een innovatiefaciliteit
Introductie van een extra voorziening ten behoeve van de financiering
van (door)groeiende innovatieve bedrijven. Om voor deze bedrijven het borgstellingskrediet
beter te laten aansluiten bij de financieringsbehoefte wordt de borgstellingsovereenkomst
verruimd:
– het maximale aandeel van het borgstellingskrediet in een nieuw
bancair financieringsarrangement wordt verhoogd van de helft tot tweederde
en
– de maximale duur van de afbouw der borgstelling wordt verlengd
van zes naar twaalf jaar, met de mogelijkheid van een afbouwvrije periode
gedurende de eerste drie jaren.
De banken beslissen zelfstandig over de inbouw van borgstellingskredieten
bij nieuwe financieringen.
Om de bank daarbij eenduidig te kunnen laten vaststellen of er sprake
is van een innovatief bedrijf, wordt gebruik gemaakt van een accountantsverklaring
die de ondernemer nodig heeft voor de S&O-loonkostensubsidie (Wet vermindering
afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen).
2. De verhoging van het maximale borgstellingsbedrag van
f 1 mln naar f 2 mln
Om de BBMKB beter te doen aansluiten op de Regeling Bijzondere Financiering
wordt het maximum borgstellingsbedrag verhoogd van f 1 mln naar f 2
mln.
Deze verhoging geldt voor zowel bedrijfs- als bodemsaneringsborgstellingen.
3. Enkele technische wijzigingen
Om beter aan te sluiten bij de gangbare financieringspraktijk is een aantal
bepalingen aangepast. Het betreft o.a. een meer marktconforme toepassing van
de mogelijkheid om in geval van onroerende zaken de maximale borgstellingsperiode
12 in plaats van 6 jaar te laten bedragen en de aanpassing van de verwijzingen
naar artikelen uit de Wet bodembescherming aan de laatste nummering van de
artikelen van deze wet.
Financiële gevolgen
De budgettaire consequenties van de voorgenomen wijzigingen voor wat betreft
de bedrijfsborgstellingen zijn reeds in de begroting 1996 (en de meerjarenramingen)
verwerkt. Met ingang van 1996 is het maximale bedrag voor bedrijfsborgstellingskredieten
met f 100 mln verhoogd tot f 850 mln; daarmee werd ruimte geboden
voor o.m. de voorgestelde innovatiefaciliteit en de verhoging van het maximum
borgstellingsbedrag.
Ik vertrouw u hiermede voldoende te hebben ingelicht.
De Minister van Economische Zaken,
G. J. Wijers