nr. 101
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschappen over de instandhouding van de openbare basisschool
te Drouwenerveen.
De vragen en de daarop ontvangen antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De ondervoorzitter van de commissie,
Van Gelder
De griffier van de commissie,
Roovers
Schriftelijke vragen over de brief van de staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Netelenbos, d.d. 10 april 1996 inzake
de instandhouding van de openbare basisschool te Drouwenerveen (OCW-96-445)
1
Kunnen de overwegingen om in dit specifieke geval een uitzondering
te maken wat betreft opheffingsnorm nader gespecificeerd worden, aangezien
de brief daar zeer summier over is?
Er is geen uitzondering gemaakt voor wat betreft de opheffingsnorm; in
de beschikking is vermeld wat de opheffingsnorm is en wat de gevolgen zouden
moeten zijn bij een juiste wetstoepassing.
De overweging om toch, ondanks dat niet wordt voldaan aan de wettelijke
norm, goed te keuren dat de openbare basisschool in stand blijft, is gelegen
in het feit dat er aan het bevoegd gezag van de school een foutieve mondelinge
toezegging is gedaan waaraan ik niet voorbij kon gaan.
2
Van wie is het initiatief tot overleg tussen ministerie en schoolbestuur
uitgegaan?
Het initiatief tot overleg tussen ministerie en schoolbestuur is uitgegaan
van het schoolbestuur.
3
Tussen wie heeft er «intern overleg op het departement»
(laatste overweging van uw beschikking) plaatsgevonden?
Intern overleg op het departement heeft plaats gehad tussen mij en medewerkers
van de uitvoerende eenheid CFI/FBT/PL, binnen welke eenheid besluitvorming
in eerste instantie plaatsvindt.
4
Wanneer heeft het «telefonisch onderhoud» plaatsgevonden?
Het telefonisch onderhoud heeft plaatsgevonden op vrijdag 23 februari
1996.
5
Welk toekomstperspectief heeft de betreffende school met betrekking
tot het leerlingaantal?
Uit informatie van het bevoegd gezag blijkt dat er op de eerstvolgende
teldatum, te weten 1 oktober 1996, 25 leerlingen worden verwacht. Wegens het
ontbreken van prognosegegevens is mij niet bekend welk verder toekomstperspectief
de school met betrekking tot het leerlingaantal heeft.
6
Bij hoeveel scholen wordt per 1 augustus 1996 de bekostiging beëindigd
als gevolg van een te laag leerlingaantal?
Het antwoord op deze vraag is nog niet eenduidig te geven. Om u op dit
punt nader te informeren zal ik u binnen afzienbare tijd een rapportage doen
toekomen waaruit blijkt welke besluiten er in het kader van de uitvoering –
voor de eerste maal – van de wet «Toerusting en bereikbaarheid»
zijn genomen.
7
Vindt de staatssecretaris het juist dat zij door een toezegging te
doen en daardoor verwachting te wekken een situatie creëert waarin zij
wel moet afwijken van een, in gemeen overleg met de Staten-Generaal tot stand
gekomen, wet?
Ik acht het niet wenselijk dat een toezegging wordt gedaan die niet overeenkomstig
de wet is. Ik ben echter van mening dat het niet anders kan dan dat een gedane
toezegging gestand wordt gedaan.
8
Op welke wijze wil de staatssecretaris voorkomen dat andere bevoegd-gezagsorganen
dezelfde foutieve interpretatie van de wet geven als dat van de openbare basisschool
te Drouwenerveen?
Er is reeds uitvoerig gepubliceerd over de uitwerkingen van de wet «Toerusting
en Bereikbaarheid»: in het voorjaar van 1994 is een brochure verschenen,
in december 1994 en januari 1995 zijn aparte publikaties opgenomen in het
departementale blad «Uitleg Mededelingen OCenW».
Ik ben voornemens binnenkort weer een voorlichtende publikatie te laten
verschijnen teneinde nogmaals te pogen foutieve interpretatie van de wet te
voorkomen.
9
Hoe wordt er nu in het vervolg gehandeld met bevoegde gezagen die
eveneens de wet foutief geïnterpreteerd hebben?
Indien een bevoegd gezag de wet foutief heeft geïnterpreteerd zal
de wet strikt worden nageleefd. Indien er op mijn departement een fout wordt
gemaakt (toezegging) zal ik mijn verantwoordelijkheid nemen.
10
Is de staatssecretaris bereid op grond van artikel 1 van de Grondwet
(gelijke behandeling in gelijke gevallen) een school die in dezelfde omstandigheid
verkeert als die te Drouwenerveen – kort gezegd het te laat nemen van
een fusiebesluit – in stand te houden?
Van gelijke behandeling kan alleen sprake zijn indien er daadwerkelijk
sprake is van gelijke gevallen; uiteraard ben ik bereid om, indien dit zich
voordoet, overeenkomstig te handelen.
11
In antwoord op vragen van het lid Stellingwerf (27 februari jl) over
de basisschool «De Schakel» in Meteren wordt gesteld dat er bewust
is gekozen om geen hardheidsclausule op te nemen. Waarom wordt er voor de
school in Meteren, dat een reëel uitzicht heeft op een forse groei van
het leerlingaantal, geen uitzondering gemaakt en voor deze school met een
veel lager aantal leerlingen wel? Is er zo geen sprake van een ongelijke behandeling?
Voor de school in Meteren kon en kan geen uitzondering worden gemaakt
omdat in de Wet op het basisonderwijs geen bepaling is opgenomen waarbij op
grond van een toekomstig verwacht aantal leerlingen de instandhouding van
een school kan worden gerealiseerd. Ik ben van mening dat er geen sprake is
van ongelijke behandeling omdat er in het geval Meteren geen sprake is van
een foutieve mondelinge toezegging.
XNoot
1Samenstelling: Leden: Beinema (CDA), Van der Vlies (SGP), Van Nieuwenhoven
(PvdA), M.M.H. Kamp (VVD), voorzitter, De Cloe (PvdA), Janmaat (CD), Van Gelder
(PvdA), ondervoorzitter, Van de Camp (CDA), Mulder-van Dam (CDA), Hendriks
(HDRK), Rabbae (GroenLinks), Jorritsma-van Oosten (D66), De Koning (D66),
Koekkoek (CDA), J.M. de Vries (VVD), Liemburg (PvdA), Stellingwerf (RPF),
Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Cornielje (VVD), Cherribi (VVD), Dijksma
(PvdA), Sterk (PvdA), Van Vliet (D66) en Bremmer (CDA).
Plv. leden: Reitsma (CDA), Schutte (GPV), Lilipaly (PvdA),
Klein Molekamp (VVD), Valk (PvdA), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Ten Hoopen
(CDA), Van der Hoeven (CDA), Verkerk (AOV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks),
Bakker (D66), Van 't Riet (D66), Deetman (CDA), Van Heemskerck Pillis-Duvekot
(VVD), Van der Ploeg (PvdA), Leerkes (Unie 55+), Versnel-Schmitz (D66), Essers
(VVD), Korthals (VVD), Passtoors (VVD), Huys (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Verhagen
(CDA) en Lansink (CDA).