Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24400-V nr. 87 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 24400-V nr. 87 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 21 augustus 1996
In de periode van 11 tot en met 13 juni jl. bracht ik een bezoek aan de Nederlandse Antillen en Aruba. Het was mijn eerste werkbezoek aan de Caraïbische Rijksdelen en het droeg dan ook vooral het karakter van een kennismakingsbezoek. Ik voerde gesprekken met de beide gouverneurs en ministers-presidenten, de voorzitter van de Staten van de Nederlandse Antillen en de fractievoorzitters van de partijen vertegenwoordigd in de Staten van Aruba. Ik had een ontmoeting met het bestuur en enkele leden van de Kamer van Koophandel op de Nederlandse Antillen, waar mijn aandacht werd gevraagd voor de Antilliaanse economische belangen voor de behartiging waarvan de diplomatieke vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in de regio actief kunnen worden ingezet. Ik bracht voorts een bezoek aan de Commandant der Zeemacht in het Caraïbisch gebied, die mij op de hoogte stelde van de activiteiten van de Koninklijke Marine, speciaal bij de drugsbestrijding, en van de voorbereidingen voor de Kustwacht. Tot slot had ik op de Nederlandse Antillen een informele ontmoeting met enkele vertegenwoordigers uit de culturele wereld.
Hoewel het zwaartepunt van mijn bezoek uiteraard lag bij de buitenlandse betrekkingen, heb ik mij als vice-premier op de hoogte willen stellen van de problemen in beide landen, die voor wat Nederland betreft in eerste aanleg vallen onder het werkterrein van mijn ambtgenoot voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken. Met MP Pourier heb ik van gedachten gewisseld over de financiële situatie en het aanpassingsprogramma dat de regering van de Nederlandse Antillen voornemens is uit te voeren. Met MP Eman sprak ik over de rechtshandhaving en de strijd tegen de georganiseerde internationale criminaliteit, onderwerpen die raakvlakken hebben met de buitenlandse betrekkingen.
Tijdens mijn bezoek is mij gebleken dat zowel de Antilliaanse als de Arubaanse regering nauwer betrokken hadden willen zijn bij de opstelling van de herijkingsnota, aangezien de buitenlandse betrekkingen krachtens het Statuut een Koninkrijksaangelegenheid zijn. Een en ander heeft de Antilliaanse regering aanleiding gegeven zelf een notitie op te stellen met haar eigen visie inzake de buitenlandse belangenbehartiging van de Nederlandse Antillen. Ook de Arubaanse regering besloot tot de opstelling van een eigen notitie over de ontwikkelingen in de Europese Unie en de gevolgen daarvan voor de Koninkrijksverhoudingen. Beide laatstgenoemde notities werden, zoals U bekend, als discussiestuk ingediend bij het Parlementair Contactplan, dat van 3 tot en met 6 juni jl. in Den Haag bijeenkwam.
In mijn gesprekken met MP Pourier en MP Eman kwamen wij tot de conclusie dat alle notities waardevolle elementen bevatten, maar dat het weinig zinvol leek op deze weg voort te gaan. In één Koninkrijk onder één Statuut dient gezamenlijk gezocht te worden naar oplossingen voor problemen die als gemeenschappelijk kunnen worden aangeduid. Dit geldt a fortiori voor de buitenlandse betrekkingen, die immers zoals gezegd krachtens artikel 3 van het Statuut zijn aangemerkt als een Koninkrijksaangelegenheid. In plaats van voort te gaan met een dialoog over institutionele kwesties, lijkt het meer aangewezen de aandacht te richten op inhoudelijke zaken en te kiezen voor een pragmatische benadering.
In het licht van het voorgaande ben ik met MP pourier en MP Eman het volgende overeengekomen:
1. In het kader van de herijkingsoperatie zal binnenkort een aanvang worden gemaakt met de opstelling van landen- en regiobeleidsplannen. Daarbij zal met voorrang een beleidsplan worden opgesteld voor de Caraïbische regio, waarvoor ik de Antilliaanse en Arubaanse regering heb uitgenodigd een bijdrage te leveren. Het streven dient er op gericht te zijn dat de prioriteiten en belangen van de Nederlandse Antillen en Aruba in dit plan maximaal tot hun recht komen. Het plan zal niet alleen de doelstellingen van het beleid in de regio aangeven, maar ook de inzet van de instrumenten om deze doelstellingen te realiseren.
In dit verband zal ook de deelname van de Nederlandse Antillen en Aruba in regionale samenwerkingsorganisaties aan de orde komen. Ten aanzien van de «Association of Caribbean States» (ACS) is reeds overeenstemming bereikt dat de Nederlandse Antillen zelfstandig als geassocieerd lid in deze organisatie zal participeren. De Arubaanse regering heeft, alles afwegende, vooralsnog niet voor deze optie gekozen en zou graag als waarnemer aan de ACS willen deelnemen. Vanuit het oogpunt van de buitenlandse betrekkingen bestaat mijnerzijds een voorkeur voor het waarnemerschap van het Koninkrijk bij de ACS. Van Antilliaanse zijde wordt het waarnemerschap van het Koninkrijk echter als «bevoogdend» gezien en zou men er de voorkeur aan geven dat het land Nederland als waarnemer tot de organisatie zou toetreden. Mede in het licht van de gesprekken die ik tijdens mijn bezoek heb gevoerd, zal binnenkort een definitieve beslissing worden genomen over de modaliteiten van het lidmaatschap van de ACS.
2. Zowel van Antilliaanse als van Arubaanse zijde maakt men zich zorgen over de vraag in hoeverre de verdere Europese integratie gevolgen kan hebben voor de Koninkrijksverhoudingen. Met beide ministers-presidenten werd afgesproken dat gezamenlijk een notitie zal worden opgesteld waarin de verhouding van de landen van het Koninkrijk tot de Europese Unie wordt geanalyseerd, waarin bovendien wordt aangegeven welke wijzigingen in de Europese Unie te verwachten zijn en welke gevolgen deze ontwikkeling kan hebben voor de Caraïbische rijksdelen en wat er aan gedaan kan worden om een adequate belangenbehartiging van de rijksdelen zeker te stellen. Ook met deze notitie zal zeer binnenkort een begin worden gemaakt.
3. Mede in het licht van de notities die thans zijn ingediend, zal ik samen met de ministers-presidenten van de Nederlandse Antillen en Aruba de hoofdlijnen vaststellen inzake het institutionele kader waarbinnen de belangenbehartiging van de Nederlandse Antillen en Aruba in het buitenlands beleid gestalte krijgt. Doel daarbij is dat met inachtneming van de bepalingen van het Statuut en de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken duidelijke afspraken worden gemaakt over de gewenste beleidsruimte voor de Nederlandse Antillen en Aruba. Ik heb beide ministers-presidenten uitgenodigd dit najaar voor overleg naar Nederland te komen teneinde deze hoofdlijnen vast te stellen.
Naast de bovengenoemde afspraken heb ik met MP Pourier van gedachten gewisseld over de ratificatie van het Verdrag inzake Personencontrole op de luchthavens van Sint-Maarten. Frankrijk heeft bij herhaling duidelijk gemaakt dat het grote waarde hecht aan deze ratificatie die het beschouwt als een essentiële voorwaarde voor verdere samenwerking in de regio. Ik heb MP Pourier gewezen op het belang dat de parlementaire behandeling met de hulp van de Antilliaanse regering zo spoedig mogelijk wordt afgerond.
Zowel op de Nederlandse Antillen als op Aruba heb ik gewezen op de noodzaak dat zo spoedig mogelijk de voor de tenuitvoerlegging van het Chemische Wapensverdrag benodigde uitvoeringswetgeving op de eilanden wordt ingevoerd. Dit is geboden om te voorkomen dat het Koninkrijk het Chemische Wapensverdrag, na inwerkingtreding, zou schenden. Beide MP's konden instemmen met een bezoek van een Nederlandse ambtelijke delegatie van experts die bij de totstandkoming van het uitvoeringsregime advies zal uitbrengen. Deze experts zullen de rijksdelen tevens behulpzaam zijn bij de totstandkoming van wetgeving inzake de controle op de uitvoer van strategische goederen. Het bezoek van de delegatie heeft inmiddels plaatsgevonden (van 3–10 juli jl.) en naar het zich thans laat aanzien, zullen de Nederlandse Antillen en Aruba in wetgevende en uitvoerende zin tijdig voldoen aan de eisen van het Chemische Wapensverdrag.
Met MP Eman besprak ik de verplichte aids-test die buitenlanders moeten ondergaan die zich voor korte of langere tijd op Aruba willen vestigen. Deze verplichte test is in strijd met internationale afspraken en verplichtingen die het Koninkrijk is aangegaan onder meer in de Wereld Gezondheids Organisatie. Van Arubaanse zijde werd begrip gevraagd voor de bijzondere situatie op het eiland. Het relatief grote aantal aids-patiënten zou een zware wissel trekken op de Arubaanse gezondheidszorg. Afgesproken werd dat na overleg met collega-minister Borst zal worden besloten tot een bezoek van Nederlandse experts aan Aruba teneinde met de Arubaanse collega's over de preventie werking van een verplichte aids-test van gedachten te wisselen.
Terugkijkend op het bezoek kom ik tot de slotsom dat een aantal duidelijke afspraken zijn gemaakt die het mogelijk maken de rol van de Nederlandse Antillen en Aruba op het gebied van de buitenlandse betrekkingen meer inhoud te geven. De besprekingen hebben in alle openheid en goede verstandhouding plaatsgevonden, hetgeen naar mijn oordeel heeft bijgedragen tot een beter begrip van elkaars positie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-V-87.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.