nr. 43
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 23 februari 1996
De algemene commissie voor de Rijksuitgaven1
heeft bij brief van 6 december 1995 een aantal vragen voorgelegd aan de minister
van Financiën over budgetteringsafspraken.
De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 22 februari 1996.
De betreffende brieven zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Van Rey
De griffier van de commissie,
Hubert
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 februari 1996
In uw brief d.d. 6 december 1995 verzoekt u mij om een evaluatie van de
bestaande budgetteringsafspraken en het instrument budgetteringsafspraak als
zodanig. Hierbij treft u deze gevraagde informatie aan.
Op dit moment hebben vijf departementen, Defensie, Economische Zaken,
Financiën, Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer, de begroting gedeeltelijk onder een budgetteringsafspraak
gebracht. Een budgetteringsafspraak houdt in dat voor dat deel van de begroting
waarvoor taakstellende budgetten zijn afgesproken, geen interdepartementaal
overleg nodig is over het karakter van een begrotingsmutatie. Voor wat betreft
de budgetdiscipline worden mutaties op gebudgetteerde artikelen als beleidsmatig
aangemerkt.
In onderstaande tabel wordt de dekkingsgraad (in mln. en %) van de budgetteringsafspraken
op de vijf bovengenoemde begrotingen weergegeven.
| | Uitgaven | Ontvangsten |
|---|
| | 1995 | 1996 | 1995 | 1996 |
| | mln. | % | mln. | % | mln. | % | mln. | % |
| Defensie | 13 200 | 98 | 13 300 | 98 | 600 | 96 | 578 | 96 |
| EZ | 2 907 | 76 | 2 600 | 70 | 663 | 11 | 370 | 7 |
| Financiën (IXB) | 3 333 | 59 | 3 410 | 62 | – | – | – | – |
| V & W | 2 842 | 39 | 2 840 | 39 | 319 | 16 | 406 | 21 |
| VROM1 | 1 435 | 19 | 1 336 | 20 | 61 | 40 | 63 | 35 |
1 Exclusief brutering.
Uit dit overzicht kan worden geconcludeerd dat een minderheid van de departementen
de begroting, gedeeltelijk, onder een budgetteringsafspraak heeft gebracht.
In 1996 is aan de uitgavenkant circa 23,5 miljard onder een budgetteringsafspraak
gebracht. Op het totaal van de rijksbegroting is dit 11,6%. Aan de ontvangstenkant
is circa 1,4 miljard onder een budgetteringsafspraak gebracht. Dit is 0,8%
van de rijksbegroting.
Het functioneren van de bestaande budgetteringsafspraken wordt door mij
als positief ervaren. De voordelen van de budgetteringsafspraken zou ik als
volgt willen omschrijven:
1. Het begrotingstoezicht kan primair worden gericht op de doelmatigheidstoets,
omdat over het karakter (autonoom of beleidsmatig) van een mutatie minder
overleg plaatsvindt. Dit is mogelijk doordat de aard van een mutatie vallend
onder een budgetteringsafspraak, voor wat betreft de budgetdiscipline, als
beleidsmatig wordt aangemerkt.
2. Er is bij de departementen een (extra) prikkel voor het voeren van
een efficiënt beheer omdat de eventuele efficiencybesparingen op het
gebudgetteerde gedeelte van de begroting volledig door het departement mogen
worden behouden.
Er bestaat op dit moment, voor zover mij bekend, bij geen enkele begroting
het voornemen om de budgetteringsafspraak uit te breiden of om een nieuwe
budgetteringsafspraak af te sluiten. Ik verwacht dat de huidige budgetteringsafspraken
ook in 1997 onverkort van kracht zullen zijn.
De samenstelling van de aard van de mutaties (autonoom of beleidsmatig)
op artikelen die gebudgetteerd zijn, is moeilijk in te schatten. Oorzaak hiervan
is dat er bij gebudgetteerde artikelen geen overleg over het karakter van
de mutatie tussen Financiën en het betrokken departement wordt gevoerd.
Op basis van een quick scan over het uitvoeringsjaar 1995 schat ik de verhouding
autonome versus beleidsmatige mutaties op 30:70. Uit deze inschatting kunnen,
vanwege het feit dat er geen evaluatie heeft plaatsgevonden van alle individuele
mutaties in 1995, mijns inziens echter geen conclusies worden getrokken.
In het debat over de Najaarsnota 1995 is naar voren gebracht dat het presenteren
in de Verticale Toelichting van mee- en/of tegenvallers op gebudgetteerde
artikelen als beleidsmatige mutaties, verwarrend werkt. Ik ben het daarmee
eens. Voortaan zal dan ook bij een evidente mee- en/of tegenvaller op een
gebudgetteerd artikel in de tekst van de Verticale Toelichting worden vermeld
dat het om een mee- en/of tegenvaller gaat die, vanwege het feit dat het een
gebudgetteerd artikel betreft, voor de toepassing van de budgetdiscipline
evenwel, als beleidsmatig geclassificeerd wordt. Deze praktische oplossing
acht ik alleszins werkbaar omdat, zoals reeds aangegeven, de aard van een
mutatie vallend onder een budgetteringsafspraak voor wat betreft de budgetdiscipline
geen gevolgen heeft.
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Aan de Minister van Financiën
's-Gravenhage, 6 december 1995
Tijdens het begrotingsonderzoek EZ werd de aandacht gevestigd op het fenomeen
budgetteringsafspraak. Het instrument budgetteringsafspraak is één
van de resultaten van het rapport «Verder Bouwen aan Beheer».
Waar andere elementen van dit rapport regelmatig de aandacht krijgen,
wil de Commissie voor de Rijksuitgaven ook aandacht besteden aan het instrument
budgetteringsafspraak.
Daarom richt de Commissie zich tot u met het verzoek om een evaluatie
van de bestaande budgetteringsafspraken en het instrument budgetteringsafspraak
als zodanig aan de Commissie te zenden.
De Commissie ziet in deze schriftelijke evaluatie gaarne de volgende vragen
beantwoord:
Kan een overzicht worden gegeven van alle momenteel bestaande budgetteringsafspraken?
Wat is het budgettaire beslag van deze afspraken (hoe breed wordt het
instrument budgetteringsafspraak eigenlijk toegepast)?
Hoe functioneren de bestaande budgetteringsafspraken?
Bestaat het voornemen de komende kabinetsperiode nog meer budgetteringsafspraken
te sluiten?
Kan een inschatting gegeven worden van de samenstelling van het totaal
van de mutaties op de artikelen waarvoor een budgetteringsafspraak geldt (autonoom
of beleidsmatig)?
De voorzitter van de Commissie,
Van Rey
De griffier van de Commissie,
Hubert
XNoot
1Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Van Rey (VVD), voorzitter, Terpstra
(CDA), Smits (CDA), ondervoorzitter, Reitsma (CDA), Ter Veer (D66), Ybema
(D66), Witteveen-Hevinga (PvdA), Hillen (CDA), Van Heemst (PvdA), Leerkes
(Unie 55+), Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Noorman-den Uyl (PvdA),
Vreeman (PvdA), Limburg (PvdA), H. G. J. Kamp (VVD), Zonneveld (CD), Hoogervorst
(VVD), Van der Ploeg (PvdA), Bakker (D66), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD),
Passtoors (VVD) en Ten Hoopen (CDA).
Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Hessing (VVD), Van de Camp (CDA), Van
der Linden (CDA), Wolters (CDA), Schimmel (D66), Roethof (D66), Van Zuijlen
(PvdA), vacature (CDA), Duivesteijn (PvdA), Van Dijke (RPF), Hendriks (AOV),
Rosenmöller (GroenLinks), Vliegenthart (PvdA), Adelmund (PvdA), Van Zijl
(PvdA), Remkes (VVD), Marijnissen (SP), B. M. de Vries (VVD), Van Gelder (PvdA),
Giskes (D66), Van Rooy (CDA), Verbugt (VVD), Klein Molekamp (VVD) en De Hoop
Scheffer (CDA).